Zoek op de website

Middelstum

Gemeente Middelstum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Middelstum: Gemeente en Kanton van dien naam, een groot en aanzienlyk dorp: bevattende 858 zielen.
De inwoners zyn meest van den Gereformeerden Godsdienst: verder bestaat het uit een aanzienlyk getal Doopsgezinden, eenige Roomsch Katholyken, Luteranen en Joden.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Doornwert of Dornwert (niet Toorn- of Torenwert.) een gehucht: voorheen schreef men het Dorwert, bevattende 142 inwoners: eertyds was het een kerkdorp, doch is nu met de kerk van Middelstum vereenigd: deze kerk en torentje zyn gebouwd in 1487 had eerst een eigene Pastoor: zynde het torentje in 1757 door den bliksem in brand geslagen: waarna men het niet herstelde; mede is de kerk om die reden vervallen en is in 1818 geheel geslecht: – waarvan het kerkhof en klokhuis met plantzoen omgeven in eene nette orde onderhouden wordt en nog tot eene begraafplaats dient.
De buurtschappen zyn: 1 Oosterburen, 2 de Roodeschool, 3 Fraamtil, 4 den Deel en 5 de andere wereld.
Doornwert ligt p.m. 10 minuten N.N.W. van de kerk. Oosterburen O.O. ten N. van een kwartier tot een halfuur afstands: de Roodeschool is een klein uur van de kerk Z.Z.W. waarts: Fraamtil ten Z.W. een kwartier uur: den Deel ten W van ruim een kwartier tot drie kwartier uurs van de kerk verwydert, en de Andere Wereld ruim een half uur ten Z.W.
De naamsoorsprong van Middelstum zoude men het volgende kunnen bybrengen: daar Middelstum op eene Wierde en tusschen de Wierden van Westerwytwert en Doornwert in ligt, daarom een Midden- of Middelheim genoemd is, te voren schreef men het Mitilistenheim: nu Middelstum, daar men um voor eene verkorting houd van heem op heim in den ouden tyd.
Doornwert dewyl het op eene Wierde ligt, welke eertyds en nog met vele doorns begroeit is, daarvan dien naam ontleende.
Het buurtschap Oosterburen eene buurtschap ten Oosten van Middelstum; daarom misschien Oosterburen.
Roodeschool, of Hoogeschool alsmede van eene wierde waarop zy eertyds stond: ook de Roode school welke nog omstreeks het jaar 1650 bestond gestigt in vroegere tyden door de Abdy van Aduard, dewyl het misschien met roode pannen gedekt was, daarom Roode school heet.
Fraamtil ontleend zynen naam van de Burgt Fraam welke naby Huizinge gestaan heeft.
Den Deel zoude men dit van kunnen bepalen, n.l. dat de trekdiep dit buurtschap in tweeën deelde, of daar de buurschap bestaat uit laagland, dat het daarvan dal, del of deel genoemd werdt, ook, dewyl het met het lage land tusschen Middelstum en Bedum gelyk is, dat dit een gemeene weide met Bedum uitmaakte en dus Middelstum één deel bezat.
De Andere Wereld laag land en later bewoond: de huizen staan er afgezonderd daardoor een geheel ander land of wereld genoemd kan worden.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Aan de kerk bevindt zich veel duf- of duifsteen: aan de Noordzyde bevat de oppervlakte p.m. 27,6 � Ellen. en aan de Zuidzyde p.m. 28.9 � Ellen. De steenen zyn van onderscheidene groote zoo in lengte als in breedte en dikte: men vindt ze van 40 en 41 dm lang, 15 tot 18 dm breed, en 9 en 10 dm dik.
Opschrift op de torenklok te Doornwert. Abel Coenders ab Helpen arcis ensumae dūs toparcha in Middelstum Dorwert etc. templi huius Collator. Unicus campanam hanc ruptam instanrari curavit cum essit huius eccles. iae et Middelsumanae pastor d. Hermannus Treccius Renensist west aeditri vero Simon Joannis et Nicolaus Joannis ano MDCXXII M. F. S.
Op de torenklok te Middelstum Everhardus Lewe ans in Asinga toparcha in Uldrum nomine nobiliss: filiorum joannes
Abeli et iodocheredum nobilissimi et amplissimi viri Abeli Conders ab Helpen ani in Ewsum toparcha in Middelstum unicidum viveret huius ecclesie Collator is me fieri curavit cum Pastor esset ans Hermannus Freccius Phenanus edituus vero

Aanmerking van den Heer N. Westendorp
Jan, Abel en Joost op de klok, hergoten
in 1830 te Westerwytwerd. –

Arnodet Jansen. anno 1630. MAA MNR.
NB. met een deskundigen hierover gesproken hebbende konde men het woord edituus en het by ’t eerste opschrift op de torenklok te Doornwert gemelde aeditri niet anders verklaren als eene verkorting van edititius (een aangesteld of verkozen rigter) en aeditri, lezende aeditii, eene verkorting voor aedititie of edititi, verklaren in den zin van Richters (kerkvoogden).
Aanmerking van den heer N. Westendorp
Edituies, Kerkbewaarder, Kerkvoogden.
. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Zie nederd. opschrift op de klok te
Westerwytwerd.

Op het klokkenspel te Middelstum
Op de klok C. A° 1662 HebÅ� d’Hooched! Geboor Joan Lewe oudt 40 cr. Geertruid Alberda 35 jaren Arf. – Heer en Hoof mr en vrou v. Middelstum tot Amserdam dit clokspel laten gieten.
Lau date dominum in cimbalis benesonantiby F.Homony me fec: Amstelodami A° 1662.
D. Cantate Domino canticum novum cantate domino omnis terra A° dnî 1662.
E. Laudabo dei cum cantico et magnificabo cum in lande A° domini 1662.
F. Franciscus Hemony me fecit Amstelodamie anno domini 1661.
F.# Benedicite omnia opera dni ans, laudate et super exaltato cum in fæcula A° 1661.
G. Laudabo nomen eius quoniam svauis est ans in æternum miserocord eius A° 1661.
G.# Cantate ano canticum novum, laus eius in æclesia: sanctorum A° 1662.
A. Laudate preri dominom laudate nomen domini Anno dni 1661.
B. mol Franciscus Homony me fecit Amstelodami Anno dni 1661.
B. adidem.
C. ad.
C.# ad.
D. ad. A° 1662.
E. mol ad. A° 1661.
E. ad.
F. ad. A° 1662.
F.# ad.
G. ad.
G.# ad.
A. ad.
B.mol ad.
B. ad.
C. ad.

Boven de Zuiderkerk deur:

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Trekdiep loopende ten N. van Middelstum, begint in Uithuizen, en heeft zyne uitwatering door de Winsummer Schaphalster zylen in de Hunse op het Reitdiep.
Het Karringemaar loopt ten W. bylangs den Deel, heeft hare uitwatering by Onderdendam in het hoofddiep.
Het Huizingermaar begint by het dorp Huizinge en vereenigt zich naby de Pomp (ten Z. van Middelstum) met het Westerwytwerdermaar en loopt uit in het hoofddiep by Fraamtil.
Het Hogepanster- of Starterhuistermaar komende uit het Oosten loopt by Toptil in het hoofddiep naby Middelstum.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Middelstum is geheel op eene Wierde ter hoogte (gerekent naar het gewone Zomer water) van 4.39 Ellen, heeft byna eene ronde uitgestrektheid van 13.14350 Bunders: alsmede die van Doornwert hoog 5.26 Ell. en waarvan de oppervlakkige inhoud mede bedraagt 13.5319 □ Bunders.: behalve deze zyn er nog kleine wierden, waar te voren huizen of misschien huizen gestaan hebben, als: één aan de lege weg welke zich naar Bedum uitstrekt hoog 2.17 Ell. groot 55 □ Roeden, één ten Z.W. van Doornwerd in de Andere Wereld hoog 2,35 Ell. groot 55.22 □ Roed. één in Oosterburen p.m. 10 min. achter de Burgt Ewsum hoog 2.40 Ell groot 1.10 Bund. één iets verder ten Z.O. hoog 1.93 Ell. groot 5400 □ Roeden, één aan de Huizinger weg, hoog 2.8 Ellen groot.
Roodeschool is hoog 2.66 Ell. groot 1.6567 □ Bunders.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene eigenlyke bosschen zyn er doch eene uitgestrekte beplanting der tuinen, cingels en lanen van de Burgt Ewsum te Middelstum in Oosterburen gelegen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Voortbrengsels uit het dierenryk, paarden, rundvee, schapen, varkens, ganzen, eenden, wol, boter,kaas, byen enz.
Uit het Plantenryk, tarwe, rogge, garst, haver, koolzaad, erwten, boonen, vlas, aardappels, wortels, knollen; allerhande soorten van moeskruiden, voorts boomvruchten, uitmuntende appels en peren alsmede een groot aantal vroegrype wynstokken.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is hier zeer vruchtbaar bestaande uit vette klei, welke dus uitmuntende weide en bouwlanden opleveren; echter is de vruchtbare grond verschillend, zynde dezelve ten Z. en W. ter diepte van p.m. 3 palm, waarna de zoogenaamde rooddoorn volgt: ten N. en O. 6 a 9 palm waarop volgt leem, dan zand met schulpen vermengd.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

De Genees-, heel- en vroedkunde word er niet uitgeoefend, terwyl de menschen zich op onderscheidene wetenschappen toe leggen; zoo wel de boer als burgerstand.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Er bevinden zich 5 windmolens: waarvan één een oliemolen met een pletterwerk; één een pel- en oliemolen vereenigt, zoo ook een olie- en boekweitmolen, welke laatste zoo wel door de wind als met het paard kan gedreven worden; alsmede één aparte olie- en korenmolen; een bierbrouwery; een houtstek en een kalkbrandery; verders onderscheidene Trafyken; één Zilversmit, 2 grofsmeden (welke een ook alle molenwerk maakt), één kundige molenmaker, 2 wagenmakers, 3 kuiperyen, 3 weveryen en 7 schoenmakeryen, 2 ververs glazemakers en zerkhouwers, timmerlieden en metselaers, kleërmakers, winkeliers, tappers en twee groote logementen.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid regelt zich gewoonlyk naar de winden welke er heerschen; met de Oostewind des zomers droog en warm weder, Oost ten Zuiden in Mei en Juny vaak damperig door de veenbranderyen; dus niet zoo frisch en aangenaam als de Zuid en Westewinden, des winters gewoonlyk koud met Vorst, nu en dan sneeuwjagt, die somtyds wel eenige dagen duurt. De Zuidewind is gewoonlyk warm nu en dan met vocht, doch des zomers vruchtbaar en gunstig op de graslanden: met de Zuideweste wind is het meer bestendig en gezond; de Noordwestewind meer buÿig en stormerig heerschende meest in den herfst en het voorjaar, deze wind is hier als dan wel eens gevreest; door dien het wel eens gevaarlyk voor onze zeedyken wordt. By de Noordewind is het hier des zomers niet groeizaam, doch geeft stevigheid aan de graangewassen, zoo dat dezelve in bloeityd van het graan, wel van den landman verlangt wordt, deze wind gaat wel vergezeld met mist en stofregen; door de nabyheid der zee, voert zy ons wel eens tegen den avond zeedampen over, welke koud en onaangenaam zyn, voornamelyk voor de zwakke gestellen ongunstig: doch over het algemeen is de lucht hier gezond.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Een uitmuntende fraaÿe kruiskerk in 1487 door den Ridder Onno van Ewsum gestigt by de onlusten door de reformatie in 1578 geheel vernield en omstreeks 1618 door Abel Coenders Heer van Middelstum geheel hersteld; zynde deze kerk met een kunstig gemaakte steenen gewelft en pronkende met een orgel, waarop men geplaatst ziet het geharnaste beeld van den Heiligen Hippolitus in de Roomsche tyden als Schutsheilige of patroon der kerke werdende geëerd: staat aan de Noordwestkant van de Dorp met eenen zwaren toren hoog 155 oude voeten.

Hierna laat ik volgen een oud gedicht,
geschilderd in 1678 op een bord, dat
te voren gehangen heeft in de Consistorie
Kamer; doch nu op den huize Ewsum
bewaart wordt.
1445
Na Christi onsers Heren gebort 1445 jaer
Wordt disse kercke funderet klaer
Van Onno Ewssma den edlen Ridder goedich
Do he van Jerruslem im de Cypren kwam gestadich
1487
De torn wordt reede nim dit in acht
Als man 1487 jaer darna getellet had
Her Bertrāmus was de erste Pastor hir
Den Heiligen Hippolito dede man vier
1487
Dorwerdt unt torn wordt ook gebouwet rasz
Do sien Broeder tot Ewssum Here was
Egbertus van Onsta was hier Pastor
He Resignerde wordt Praebindaet daarvor
1550 Her Johan ond Hiddo van Ewssum gelick
De geeven to samen dat orgelrick
Do was Pastor Joannes Mensema
Dem volgende Bolde Ritzema
1568
De Edle Ridder Her Johan van Ewssum klaer
Regerde well dit volcke darna
Do kwam dus d’Alba met groter macht
Met mordt, met brandt und Heres kracht
Do weine den junk, oldt, arm unde rick
over sulke tiranny groet hoen unde spydt
Do was Gerhart Werning Pastor unde official
Do wordt verwost dat orgel ende kerkcken allemal
1594
Godt kwam ende losde sin volck seer bolt
Do Jost en de Apeke van Ewssum stoldt
Hir weren Heren Do wordt Gereformeert
Dit landt en de alles wel bestuert
In geloren was do Joannis Nicasius
Ein fromer diener in dit Godes Husz
1610
Daerna kwam de edele Luert Ripperda
Een Ritmeister stoldt segge ic verwaer
Tot Ewssum Heer hoes anto restaureren
Deeze Kercke medt lust tot Godes ehren
Do was Pastor Hermannus Treccius
Van Rhene geboren ein Westphalus
1617
Na deezen kwam de edele Heer
Abel Coenders van Helpen geactet seer
In ’s Gravenhage ein Raet van Staten langen tidt
Tot Groningen Burgemeister met wysheidt
Ein Heer tot Ewssum Middelstum ende Dorwerd
(Fraem, te Huisinge) Tot Faen en de Cantes en de Engewert
Deeser kercken een Collator
Verschaffet dat orgel met zyn gehoer
1618
He zynde ock seer dit godes husz
Dat lange gestan hadde verwoest
Billick wy em dan dankbaer sin
Unde bidden Godt van harten rein
Dat he nu wol bi ons in kern
Medt genade ende levendt ons verehren Amen

In den jare 1566 is de kerk alhier van de beeldstormery van de Roomsche sieraden beroofd en zyn dezelve op het kerkhof verbrand.
Ten N.W. van de Kerk staat de luchtige en wel ingerigte school zynde in 1824 naar het nieuwe model veranderd. Hier ter plaatse bestaat een Maatschappy Tot Nut van ’t Algemeen tusschen de 40 en 50 leden, hebbende een openbaar leesbibliotheek, alsmede twee groote leesgezelschappen, tellende om de 60 leden en buiten dien nog eenige kleine leescirkels en één zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Behalve de bovengenoemde fabryken, trafyken en handwerken, uit renteniers en kooplieden bestaande, maakt ook een voornaam tak uit, het veelvuldige rundvee, dat van hier verzonden wordt: wordende hier des voorjaars tusschen de 2 en 3000 stuks vee ingescheept naar de Hollandsche Provinciën, mede wordt de laatste Maandag in October en de eerste maandag in November hier veel vee verhandeld of ter koop gebragt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal wykt veel af van de taal welke men schryft; doch is ook zoo onbeschaaft niet, als er elders wel gesproken wordt; als:
Goede avond zaam, hou gait benje nog zond?
– Schikt wel; hou gait t huus?
– Vry wel
– Wytje ook wat bezunders?
– nee geft tegenwoordig nyt veul.
Het wait stevig, de meulens kennen best malen, ’t Is buÿig en warm wie zellen van nacht wel zwaar weër krigen. Gaaÿe ook na Stadsmart?
– kwyt haast nyt, wie kent nyt best wagten, vrouw het er anders wel zin in:
– Ja? dat verwondert me nyt, vrouwen willen nog wel eens oet gaan:
– daar hebben ze ook nyt veul schult ien, manlu gaan er nog wel vaak op oet maar vrouwlu hebben ’t hoes veulal heur beezigheden.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Om het algemeen karakter alhier juist te bepalen, diene men deels tot vroegere tyd terug te gaan, en deels op de middelen van bestaan der inwoners te letten: daarnaar de vraag zullende beantwoorden, blykt het duidelyk dat de inwoners van Middelstum hen in opzichten van de naby gelegene dorpen onderscheiden. – De manieren van de landlieden zyn hier meer met de burgerlyke vereenigt; waartoe en de meerdere uitgebreidheid van het dorp zelve, eene grooter aantal burgers in zich bevattende, en de zucht, die hen, zoo als dezen eene lengte van jaren kenmerkte, om kennis en beschaving te bevorderen; welke zich vooral met het jaar 1783 dagteekend; toen vooral en vervolgens werd opgewekt ter dezer plaatse, door een kundigen en verlichten leeraar B.W. Hoffmann: niet alleen in Godsdienstige begrippen en verdraagzaamheid; maar ook ter bestryding van het bygeloof en volksveroordeel; hiertoe droeg vooral by zyne onderrigting in de Natuurkunde, welke hy door proeven staafde en in openbare katechizatiën onderwees: hier door werd het geloof aan spookverschyningen en tooveryen met de aankleving van dien by het merendeel verbanden of, het moest zyn voor eenigen die hier van elders met de woning zyn ingekomen: doch ook hier geene aanmerkelyke vertraging kunnen toedragen. Verders won het ook vooral by en het reeds in den jare 1801 gevestigde Departement der Maatschappy Tot Nut van ’t Algemeen: alsmede onderscheidene leesgezelschappen: dit draagt ook veel by ter bevordering van eensgezindheid en ter veraangenaming van de gezellige verkeering van onderscheidene standen, doordien het niet ontbreekt aan stof tot nuttig onderhoud: zoo dat men zyn toevlugt niet behoeft te nemen, tot drinkgelagen of nietig spel.
De tyd van opstaan is hier zeer ongeëvenredigd: by de landlieden (boeren) over het algemeen ’s morgens vroeger dan by de burgers. De arbeiders by den boerenstand staan des zomers, ’s morgens om 4 uur op, des winters om 2 of 3 uur: hun etenstyd is 7, half acht of acht uren, zynde roggenbrood met karnemelksbrei; de dorpelingen ontbyten te 8 uren, welke inplaats van karnemelksbrei, koffy gebruiken.
Het middag eten wordt van byna allen om 12 uren gebruikt, bestaande over het algemeen uit eenerlei gerigt,met spek of vleesch. Des avonds wordt by de landlieden om 5 of 6 uren gegeten, by de burgers om 6 of 7 uren, waar men het overschot van den middag bezigt of koffy met een boterham geniet.
De bezoeken waarvan men gebruikt maakt bestaan door een avond byeenkomst, hetwelk meest in den winter, zondags avonds plaats heeft.
In een der logementen heeft men twee publieke byeenkomsten, bestaande uit boeren en burgers, die den avond gemeenschappelyk in nuttige en aangename gesprekken doorbrengen: verder zyn de uitgangen naar eenen stad- een dorp kermis (’t welk hier op Pinkster Maandag en Dingsdag plaats heeft) of naar eene harddravery.
De boeldagen worden zoo sterk niet meer bezocht als voor dezen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Men vindt hier ten O. van de kerk in het dorp de aloude Burgt Asinga, gesloopt in 1738, thans een appelhof met eene gragt omgeven, waarvan de oude rypoort tot eene woning is vertimmerd: aan de Oostzyde van dezelve vindt men in de gevel op zerk uitgehouwen: het volgende:

SOLI DEO HONO & GLORIA 1611 SOLI DEO HONO & GLORIA 1611

Verders vindt men aan de Z.W. kant aan het dorp de oude hofstede thans een tuin en appelhof Menteda (gesloopt in 1738) hebbende in de veertiende eeuw toebehoort aan den berugten Barthold Entens genoegzaam in de Historie bekend, door den bynaam van Watergeus: als zynde een der edelen geweest; welke het verzoekschrift aan de Gouvernante te Brussel hebbende overgeleverd: – daarna den Briel mede veroverd; eindelyk zyn onrustig leven, door een kogel voor Groningen heeft verloren.
Te Middelstum in het buurtschap Oosterburen ligt de aloude Burgt Ewssum met eenen zwaren toren in 1278 door een Lid van dit voorheen zoo beroemd adelyk geslagt, ingevolge Vidimus brief in de archiven van het huis voorhanden gestigt, na dat deszelfs burgt de Oldenoord eenige minuten gaans meer noordoostelyk gelegen en thans nog een boerenplaats met cingels en gragten zynde geweest, door zyne vyanden was verbrand: naderhand in de zestiende eeuw door Casper van Ewssum tevens Heer van de Nyenoordt in het Westerkwartier: gedonateerd aan zynen Neef, gehuwd met Oda Lewe ingevolge donatiebrief mede by het huis aanwezig, waardoor het vervolgens aan den beroemden Abel Coenders van Helpen Lid der Raad van Staten Generaal, Burgemeester van Groningen etc. door erfopvolging is gekomen; vervolgens aan deszelfs kleinzoon Joan Lewe: – wordende thans door deszelfs afstammeling Jonkheer Edzard Jacob Lewe van Middelstum bezeten.
Men vindt ook nog in de zeer wyde gragt, waaruit het huis en de toren is opgebouwd, het merkwaardige steenen ronddeel en kelder waarvan Schotanus gewag maakt; als zynde door Onno van Ewssum in 1472 gebouwd tegen de wil van Groningen waarvan de muren eene dikte hebben van 7 oude Groninger voeten, met een zwaar gewelft voorzien. Tevens moet aangemerkt worden als eene byzonderheid in een dorp, het by uitstek fraai gegotene klokkenspel; zynde uitmuntend helder en zuiver van toon; bestaande uit twee volle Octaven: wordt twee keer in de week bespeelt; alsmede dient het tot de aankondiging van den Godsdienst: telkens hoort men elk klokslag een vol accoord van hetzelve, bestaande uit c, e, g, c. Dit klokkenspel is gegeven door Johan Lewe en Geertruida Alberda Heer en Vrouw van Middelstum: die ook een fraai geschenk, bestaande in een zware zilveren beker en schotel, alsmede twee groote kannen met zilver beslagen by het gebruik van het Heilige Avondmaal gegeven hebben: mede hebben zy een fraaye kelder op het Coor laten maken bedekt met twee zware zerken.
Ten Oosten van Middelstum in Oosterburen niet ver van de weg naar Huizinge staat een Boerenbehuizinge, bekend onder den naam van de Nieuwe Fraam, volgens overleveringen van de bewoners, dat nu ten minste door 4 geslachten gevolgd is; gist men dat daar voorheen een Burgt moest gestaan hebben: echter laten er zich sporen opdoen, zoo door aanleg van de gragten, als door de puin welke men hier en daar aantreft, levert dit eene byzondere gewaarwording voor den bewoner en voor de bezoekers van deze plaats op.

Hiermede hopende aan het oogmerk der School-
commissie voldaan te hebben, heb ik de eer
my met alle achting te noemen.
UEds D.V. Dienaar
(get) W.R. Visscher
Schoolonderwyzer te Middelstum.

Nu ben ik het volgende te weten gekomen, dat in de Buurschap Oosterburen, drie boeren plaatsen zyn, welke naar alle waarschynlykheid, van de Hervorming af onafgebroken aan dezelfde familiën hebben behoort en afstammelingen zyn en steeds vermaagschap waren tot op heden, met plaats Melkema (voorheen een adelyk huis) het stamhuis van de talryke familie, der Huizinga’s en naar alle schyn ook der Doopsgezinden in de Ommelanden blyken breeder een en ander uit het net gedrukte stamboek, ’t welk aanvang neemt met 1555 en uitgegeven door den dichter Pieter Huizinga Bakker.