Zoek op de website

Midwolda

Gemeente Midwolde

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Midwolda.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een gehucht onder den naam Scheemder meer, het welk ongeveer een half uur gaans Zuidwest van de Kerk gelegen is, in eene strekking van het Westen naar het oosten, bestaande uit tien a twaalf huizen.
Nog heeft men hier eene buurtschap Oude Dyk bestaande uit twee boeren- en twee arbeiders woningen, liggende west ten Noorden een half uur van de Kerk.
Verder Noordwaarts de oude Kerk, een half uur gaans Noordwest van de Kerk gelegen, bestaande in een boeren- en twee arbeiders woningen.
De naamsoorsprong kan men met zekerhied niet melden: men denkt dat men het Midwolde geheeten heeft, alsmede behoorende tot de Wouden, dus een woldmít dewyl Finsterwold van zonnen opgang of het Oosten het eerste woud was, dan volgde Oostwoud. Ook is er tusschen Oostwold en Midwolde een gehucht geweest, met naam Westerwold, ongeveer 200 N. ellen verder Noordwaarts gelegen, waar nog eenig puin is te vinden. Dit gehucht vindt men nog op eene oude kaart van deze prov: geteekend door Nieboer Visscher.
Dan volgde Midwolda, mogelyk later bewoond geworden, en toen ook mede onder de Wouden begrepen, en alzoo Midwolde kan genoemd geworden zyn.
De naam van Scheemdermeer komt van een ondiep meer, gelegen tusschen de Veenen in de scheiding van Scheemda en Midwolda, het welk door het vroeger afgraven der venen onder de Scheemda gelegen, van dien kant ook eerder bebouwd en bewoond kon worden, dewyl het toen konde afwateren en alzoo den naam van Scheemdermeer bekomen en behouden heeft, hoe wel in het vervolg de venen onder Midwolda, ook al verder en verder af gegraven zyn, en de ondergrond gecultiveerd bebouwd geworden, gelyk het thans is, – hebbende de later aangebouwde huizen onder Midwolda behoorende, ook den naam van Scheemdermeer aangenomen, omdat zy met die welke onder de Scheemda behoorden, in eene rigting stonden, en eene buurschap uitmaakten.
De Buurtschap Oude Dyk heeft men dezen naam gegeven, omdat de huizen aldaar op eene Oude dyk gebouwd zyn, welke dijk in 1626 is vervangen door eene in dat jaar nieuw gelegde dyk.
Het gehucht Oude Kerk heeft dien naam naar de aldaar gestaan hebbende kerk met vier torens.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

a. Neen.
b.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

De oudste thans bestaande uitwatering, is het Koediep, beginnende by Oostwold en loopt vandaar Westwaarts tot aan de Scheemda, en watert uit in het Zyldiep.
Nog heeft men eene watering de Oude Geute, beginnende de afloop te Oostwold en loopt van daar Westwaarts aan door het nieuwe kleiland. tot de Kostverloren, die van de oude Geute Noordwaarts loopt, tot in het Kattendiep, te Nieuwolda, en langs Nieuwolda tot in het Zyldiep.
De naam Kostverloren heeft zynen oorsprong (volgens oude overlevering), door, dat de Directie ter bedyking in den jare 1701 des tyds het land heeft gekocht, daar thans de Watering Kostverloren langs loopt, met oogmerk om dat land tot eene watering te vergraven, doch na de bedyking bevond men, dat het water der binnengedykte landen nog wel eenige jaren door de oude geute konde uitwateren, door eene pomp onder de nieuwe dyk te leggen. zoo dat het toen niet noodig was, om eene nieuwe watering te graven, waarom men dan ook aan dat land tot eene nieuwe watering gekocht, den naam van Kostverloren gegeven heeft en naderhand, toen het buiten dyksslyk te hoog werd, en de afwatering niet meer voldoende was, moest men eene nieuwe watering graven, welke watering ook den naam Kostverloren naar dat zoogenoemde land heeft verkregen.
Ook is door de eigenaars van Ennema Borg een hoofddiep gegraven, loopende van het Westen naar het Oosten, dwars door hunne Venen, welke nog jaarlyks verlengd wordt, en alle twee plaatsen eene wyk van het gemelde hoofddiep noordwaarts aan, zoo ver als de Veenen zich uitstrekken, om turf te kunnen af- en mest en andere producten te kunnen aanvoeren, om de ondergrond te kunnen cultiveren.
Nog zyn er eenige kolken, aan de binnenzyde der dyk, die in het jaar 1665 is gelegd en ontstaan zyn door het doorbreken van den dyk welke kolken niet weder konden toeslyken, doordien men de doorbraken buiten om de kolken weder heeft bedykt, zoo dat die kolken toen binnen lands kwamen.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Het Huiningermeer onder Oostwold doch is thans des zomers meesttyds droog; door de verbeterde afwatering naar en langs het Koediep.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Een oude Werf, waar wel eer de viertorende kerk gestaan heeft, en naar welke kerk nog het Oldamster wapen wordt gevoerd.
Ook ligt in het Bosch van Ennema Borg een Bergje, het welk wylen de Heer Joh: Hora Siccama heeft laten opvoeren, ter hoogte van plm. zeven Nederlandsche ellen, en in aanleg wel 80 Ned. ellen.

7. Welke bosschen zijn daar?

Het Bosch by Ennema Borg, beslagende eene vlakte van plm. 30 Bunders.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

In het jaar 1770 heeft men hier eene vlint opgedolven en laten springen, welke 60 wagenvrachten ieder van 1800 halve Ned. ponden heeft opgeleverd. Van deze vlint maakt ook de Heer L. van Bolhuis gewag in de Bylagen van zyn preek by het inwyden van de kerk te Oostwold.
Aan deze vlint was aanmerkelyk, dat dezelve midden horizontaal effen en sligt was doorgescheurd en het bovenste deel ongeveer 2½ oude Groninger duimen naar het Zuiden overgeschoven. –

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De Oostelyke helft van de Gemeente Midwolda bestaat boven in eene dunne laag zwarte tuin aarde, dan meestal leem, en dieper veelal pootaarde. De westelyke helft boven ook al eene dunne laag zwarte tuinaarde, dan veen, op vele plaatsen van 12 tot 20 palmen, en dan zand- of potaarde. Ongeveer 80 Nederl. roeden ten Noorden beste kleigrond, en ook 80 Nederl. Roeden ten Zuiden Veengrond beslaande dat van Ennema Borg alleen eene oppervlakte van ongeveer 350 bunders.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Hier is eene beroemde Klokgietery enz.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Hier is eene rogge- en pelmolen, twee boekweitmolens, een cichorei molen, een bierbrouwery, 4 yzersmederyen, een zilversmedery, veel kleer- en schoenmakers, wevers, metselaars, timmerlieden enz. enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De lucht is hier door de nabyheid van den Dollard, koud en vochtig.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene Gereformeerde en eene Doopsgezinde Kerk, eene school, een Leesgezelschap, een Departement tot Nut van t Algemeen met een Leesbibliotheek, een Zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

-

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De oude Groninger.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

-

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

In eene thans aan de Stad Groningen behoorende heert lands, heeft weleer het gryze vrouwen Klooster gestaan, welks fondament door den tegenwoordiger gebruiker van dat land voor twee jaren zyn opgedolven, de púin vervoerd, en het land effen en sligt gemaakt.
Heksen en spoken zyn hier uitgestorven. In deze gemeente te Oostwold heeft eene burgt of toren gestaan, in oude kaarten bekend onder den naam Huinenga, welks fondamenten in het jaar 1772 weder zyn opgedolven, door eenen boer, welke aldaar eene boeren behuizinge wilde boúwen. – De aanleg van het oude kasteel was vierzydig, en de muren hadden eene dikte van ruim 6 oude Gron: voeten, en hadden in omtrek 120 voeten. In het midden der tusschen ruimte ontdekte men de voet van eene vierkante pylaar, welks omtrek 30 Gron: voeten beliep, en waarvan de muren ruim 6 voeten dik waren. Deze fondamenten hebben zoo veel steen opgeleverd, als voornoemde boer tot zyne behuizing, zynde woonhuis en schuur nodig had.