Zoek op de website

Niehove

Gemeente Oldehove

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myne woonplaats is Niehove.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Onder dezelve behoort een derde gedeelte van het gehucht Kommerzyl, en de buurten Balmahuizen en Gaakkemaweer – liggende het eerstgenoemde ruim ½ uur gaans ten Noordwesten van Niehove, het tweede regt ten Zuiden op eenen naby gelyken afstand & het derde ten Noord noordwesten omstreeks ¼ uurs van dit dorp af.
Wat den naamsoorsprong van deze buurten betreft, hiervan kan ik niets kennelyk worden zelfs geene waarschynlyke berigten en van die van het dorp zelve evenmin; doch als men in aanmerking neemt, den naam van het naburige dorp Oldehove, schynt het wel dat Niehove later aangebouwd zal zyn, en van daar zynen naam ontleend. –

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen vindt men hier aan de kerk noch toren niet – Ook draagt de klok geen kenmerk het welk hooge oudheid getuigt, en deze kan zy ook niet vertoonen, wyl zy volgens sommigen, die het door overlevering van hunne voorouderen hebben, voor omstreeks 100 jaren de plaats van eene vorige vervangen heeft, edoch schynen kerk en toren gebouwd te zyn in 1619 daar men boven den Noordelyken ingang eene zerk aantreft waarin het jaargetal 1619 is uitgehouwen.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Onder de waterlossingen die men hier aantreft, en verdient genoemd te worden, behoort het Niehoofster Diepke. – Dit loopt van af het dorp Niehove tot in het Kommezylster diep, eerst in eene Noordwestelyke en vervolgens in eene Westelyke rigting. Hetzelve dient om de goederen aan en van dit dorp naar Groningen en elders te vervoeren – alsmede tot aflossing der wateren van die landen, bekend onder den naam van Homsterland naar de Kommerzyl.
Als ook vindt men ten Zuiden en Zuidwesten van Niehove eene oude riet, dienende tot scheiding van Niehove en Niezyl, en van Niehove tot Noordhorn. Zy loopt van af den ouden dyk by Balmahuizen, in eene Westelyke en Zuidwestelyke rigting tot in het Kommezylster diep en Oostelyk naar den Ham; tusschen de landen van Niehove en Noordhorn door.
Deze riet vertoont kenmerken, dat zy eene aanmerkelyke breedte gehad heeft. –

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren die nog bestaan of droog gemalen zyn, vindt men hier niet.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

De Wierden hier zyn, en opmerking verdienen is voornamelyk de Wier, waarop het dorp zelve gebouwd is. Deze is ruim 2 Ned. ellen boven den grond verheven, heeft eene byna ronde gedaante en eene uitgebreidheid van omstreeks 2½ Bunders.
Dyken. Ten noorden van dit dorp vindt men eenen dyk in eene westelyke rigting loopende van af Oldehove tot en voorby de Kommerzyl over de Grypskerkerwaarden.Aan dezen dyk sluit tusschen Niehove en Kommerzyl een oude dyk, welke van hier in een Zuidelyke en Zuidwestelyke rigting voorby de bovengemelde Buurt Balmahuizen en Noordhorn tot den Ham loopt. Deze dyk behoort zeer waarschynlyk onder de oudsten gerangschikt te worden, omdat zy zich zoo ver in de hooge kleilanden uitstrekt, en hier en daar, al sedert onheugelyke jaren eenige gedeelten van dezelve zyn vernietigd.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen of boschgewas vindt men hier weinig.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit de natuurryken, zyn voornamelyk:
a. Uit het Dierenryk: Het Paard, de Runderen, Schapen, Varkens, Honden, Katten, Ratten, Muizen, de Haan, Bunsing, de Wezel en de Mol.
Van de kleine der vogelen, ziet met hier de Zwaan, de Gans, de Eend, de Hoenderen, de Patrys, onderscheidene soorten van Duiven en de musschen, den Reiger, de Raaf en Eekster zeer weinig. – Van de trekvogels komen hier op hun tyd de Ooÿevaren, de Zwaluw, de Koekoek, de Kievit, de gryze Kraai en het bouwmannetje, benevens de Spreeuw of Sperwer, alsmede ziet men by strenge winters ook van de Strandvogels de Duiker en de Smeent of Taeling. Van de Amphibien behooren hier alleen de Kikvorsch en de Padde. Van de Visschen vindt men hier veel Aal, weinig Snoek, een enkele Karper, alsmede de Voorn en Brasem.
Van de Insekten, ontwaart men hier de Spin, de bremser, de Wespen, byen en Mieren, alsmede onderscheidene soorten van wormen. –
b. Uit het groeÿend ryk vertoont zich van de Ooftboomen de Appel, Peere, Pruime en Kersenboom, en de Wynstok welke hier alle Weelderig groeÿen. Verders treft men hier aan den Lindeboom, den yperen, Esschen, Wilgen, Elzen zeer weinig, en den Eik en Dannenboom geheel niet. Tevens levert de grond hier rykelyk op, Raapzaad, Tarwe, Rogge, Gerst, Haver en Boonen, en zeer goede graslanden, die vele Koeÿen tot 400 en 450 Nlb. doet groeÿen. –
c. Delfstoffen worden hier niet gevonden.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid is hier verschillende. De later ingedykte landen noordelyk van af den Dyk, ten noorden van Niehove en die ten Westen en Zuiden van den zoogenoemden ouden Dyk, alsmede het land kort om Niehove gelegen zyn, bevatten eene dikkere laag teelgrond en zyn vruchtbaarder, dan de meer binnenwaarts gelegene landen, onder den naam van het Homsterland bekend. – Over het geheel is de grond eenigzins zavelachtig, en op sommige streken ook bezwangerd met Knipaarde.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten worden hier geene andere beoefend, dan die de handwerksman dagelyks te stade komen en volstrekt behoeft, om de behoeften van zyn gezin te vervullen en wetenschappelyke inrigting bestaan hier ook niet als alleen het onderwys in de Lagere School.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken bestaan hier niet, en van de Trafyken vindt men hier eene Pel, eene Roggemolen en eene broodbakkery. De handwerkers zyn, de Smid, de Wagenmaker, de Kuiper, de Wever, de Schoenmakers, de Timmerlieden, Metselaars en Stroodekkers.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is hier zeer veranderlyk. Over het geheel vochtig en koud. De zomer avonden leveren ons doorgaans eene onaangename damp, die uit de zee op en overkomt, op zich met de uitwasemingen van den warme dag vereenigt, welke over het algemeen eene onaangename reuk voortbrengt, welker inademing voor de gezondheid nadeelig is. –

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Men vindt hier eene kerk, behoorende aan de gereformeerden, eene school en een vry talryk zang gezelschap, en alhoewel er eigenlyk geen leesgezelschap bestaat, is toch byna ieder landman, handwerksman en burger lid van het leesgezelschap, bekend onder de spreuk: Voor verstand en hart, gevestigd te Ezinghe.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan vindt hier de landman uit zyne landeryen, de ambachtsman van zyn handwerk en de daglooner over het geheel voor zyne diensten die hy den Landman bewyst: Oude en zwakke arbeiders, die bezwaarlyk meer de daghuur kunnen verdienen, vinden hun bestaan in het verbouwen van vlas.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De taal is plat boers, over het geheel meer zweemende naar den Vrieschen tongval, dan naar den Groninger.
Zie hier eenige woorden, welke man in de dagelyksche gesprekken hoort.

butter voor boter
jimmes voor het voornw. gy (ook wel joe)
jamk voor weinig
lieker voor liniaal
koren   garst
koolzaad   Raapzaad
bukberrie   de onderste wagenplanken (of vloer)
schreur   kleermaker
tets   dagelykse Paardentoom
touwke   Een eenjarig schaap
meiske   klein meisje
luttje   klein, men zegt luttje meid en luttik beetje
Venweegs   een afstand van een stuk lands, even gelyk of het twee of drie grazen groot is
Zeiter voor hy zegt
hy zei voor hy zeide
groote vent   grootste knecht of hoogste mannel. bediende
middelvent   middelste knecht
jonge   kleinste of laagste mannelyke bediend


 

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het karakter der ingezetenen is over het geheel zacht, eerlyk, opregt, kuisch, werkzaam, bescheiden en nederig. Hiernaar is ook hunne levenswyze ingerigt. Iedere landman, burger en ambachtsman neemt de spaarzaamheid in acht en rigt over het geheel zyne levenswyze dermate in, dat hy by eenen matigen zegen in staat is elk het zyne te kunnen geven, en in zynen kring ten dezen aanzien genoegelyk te kunnen te leven; edoch by de laagste klasse, (de arbeidersstand) vindt men deze edele deugden en hoedanigheden zelden, en de rekenkunde op hunne huisselyke omstandigheden over het algemeen zeer slecht toegepast.
De tyd van opstaan is hier in den zomer 3½ uur, van ontbyten te 8½ uur, van middageten te 12½ uur, van avondeten te 6½ uur, en van naar bed gaan te 9 uur – en des winters staat men op te 4½ uur men ontbyt te 7½, eet ’s middags te 12, des avonds te 5, en begeeft zich te 9 uur weder te bed, terwyl dit laatste by den burger en ambachtsman veeltyds 10 uur wordt.
De vermaken en uitspanningen worden hier algemeen gezocht op de voorjaars kermis te Groningen en op die van Norg, alsmede op eenige der beroemdste harddraveryen, zoo als die van Groningen, Assen, Appingedam, Dokkum en Leeuwarden –
Des winters vinden velen hier eene uitspanning op het ys, zoo wel de landman met zyne vrouw, als derzelver kinderen en bedienden. Met wederzydsche bezoeken verteert men elkander hier zeer zelden; familien houden nog wel den graad van verwachtschap in wezen, en uit dien hoofde vergasten dezen elkander jaarlyks nog op een vrienden maal; doch meer is het by de landlieden de gewoonte des winters elkander één of ook wel twee keren te bezoeken, en op eenen nademiddag eenige uren door te brengen, in één gesprek over elkanders landeryen, opzigtelyk de deugdzaamheid, hoe dezelve best te bewerken, en met de geschiktste zaden te bezaaÿen, enz. alsmede over de veeteelt, op welke wyze te bevorderen, het vee op de minst kostbaarste wyze te voederen, zoo dat het te gelyk aan den Hollandschen koopman en den slager beide voldoet enz. doch by dergelyke bezoeken blyven de vrouwen thuis.
By eene huwelyks verbindtenis wordt zeer zelden meer een bruiloft gegeven, en by eene begrafenisplegtigheid wordt ook maar eene zeer eenvoudige maaltyd gebruikt.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Hieronder meen ik nog iets te moeten brengen, aangaande de Riet (vermeld in N° 4) welke van af de oude dyk by Balmahuizen in eene oostelyke rigting, tusschen de landen van Niehove en Noordhorn, zynen loop neemt. In dezelve getuigt de landbouwer Schuiringa wiens landen voor een groot gedeelte aan dezelve grenzen meermalen by laag water eenen stok, of iets dat veel gelykheid heeft naar eene mast gezien te hebben, waar voor het ook door velen in dit oord gehouden wordt.
Men verhaalt namelyk, dat hier ter plaatse een oorlogschip zou gezonken zyn, ten tyde dat Verdugs en Norrits elkander beoorloogden. Overigens vindt men hier nog eenige kenmerken van eenen oorlog bewaard, in den naam die hier aan het land dat ten Oosten van bovengenoemden Ouden Dyk en ten Noorden van de riet is gelegen, daar hetzelve door de eigenaars binnenslagten genoemd wordt, welke naam zynen oorsprong zou ontleenen van eenen slag die hier ter plaatse tusschen de Spanjaarden en onze Voorvaderen zou zyn voorgevallen. Ook vindt men in dit binnenslagten tusschen het land van den landbouwer Jan Lanting en Schuiringa nog eenen pendam die door hen altyd met onderscheid Spanjer Pendam wordt genoemd; welker eerste gedeelte van dezen naam zy ook willen ontleend hebben van den Spanjaard, en van den tyd, dat dezelve hier huis hield.
Wat van deze berigten, waar of valsch is, kan ik niet bepalen; doch om dezelve op te geven, verwekt by my geene zwarigheid; daar waarheid op daadzaken gegrond, en vertellingen waaraan deze dikmaals ontbreekt beide gevraagd worden. –
Meer plaatsekyke byzonderheden kan ik van dezen aard niet mededeelen. – Alleenlyk vind ik dit opmerkelyk, dat in dit oord byna alle boereplaatsen van af den ouden tyd, eigen namen dragen, zoo vindt men hier de plaatsen genaamd Ballema, Ubelma, Froma, Heerema, Gokema, Bansema, Wester-pama, Ooster-pama, Gaaikema, en Papma heerd.
Omtrent thans nog bestaande en voormalige Burgten, ben ik niet in staat iets te kunnen melden; wyl men dezelve hier niet vind. – Van spookverschyningen en bygelovigheden van ouden tyd kan ik niets gewaar worden. Byzondere kinderliedjes of oude gezangen zyn hier onbekend, en aanteekeningen van mannen die om hunne geleerdheid, rang of verdiensten boven hunne tydgenooten uitmuntten, en der vergetelheid zyn ontrukt geworden, worden hier ook te vergeefs gezocht.
Aldus vermeen en hoop ik aan myne verpligting beantwoord te hebben.

(get) J.R. Timmer.