Zoek op de website

Niekerk

Gemeente Oldekerk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Niekerk, waaronder tevens gelegen zyn de kerspels Oldekerk en Faan.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

In Oldekerk vindt men het gehucht Ekeburen, liggende westwaarts ¼ uurs van het kerkgebouw te Niekerk, aan den rydweg van Niekerk naar Sebaldeburen; alsmede het gehucht Kuizemerbalk, liggende in eene Zuidwestelyke rigting, omstreeks ¾ van een uur van bovengenoemd kerkgebouw, hebbende ten westen het Woldiep.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

a. Aan het kerkgebouw alhier, alsmede aan den dorpstoren, die aan hetzelve verbonden is, vindt men veel duf-, of duifsteen, welke meest alle van eene onregelmatige lengte, breedte en dikte zyn. De grootsten lang 5 palm 4 duim; breed 1 palm 5 duim en dik 1 palm 1 duim. Men vindt deze duf- of duifsteenen voornamelyk aan de buitenzyde der muren, alsmede aan de binnenzyden.
b. Op de klok dezes dorps toren, vindt met het volgende opschrift:
Die Colatoren en eigenarvden, kerkvoogden te Niekerk in Oosterdeel langewold. Anno 1620. In die maand October hebben deze klockke laten gieten M. Francois.Simon Andre Auwertin. –
Op de luidklok te Oldekerk, vindt men dit opschrift.
Anno 1630, is deze klok door beleidt van den Wel.Edelen Jonker Pabe Broersema Grietman en andere Colatoren tot Oldekerk, als de Wel Ew-Kasporis. Boetis, pastoor en den Ed. Abel. Reiders-Harkema. met Willem. Foekes kerkvoogden waren.
Ja ik vertrouwe mie deze, dat ik in des Heren Huze magh gaan ende daar bliven mien leven dagen, door dat vier ben ik gevloden. Measter Nyklaas Sicmans heeft mei der gegtoen. Soli.Deo.Gloria.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

In of onder het dorp Niekerk vindt met de navolgende wateren:
a. Het Brildiep verbonden met een gegraven kanaal (by ons onder naam van Niekerker Schipsloot) loopende Oostwaarts by den Bril onder Zuidhorn, door het openen van sluizen in het Hoendiep of Trekdiep, van Groningen naar Strobosch.
b. Twee gegraven kanalen of Waterlossingen onder den naam van Katerhals en Lutkediep, hebbende aan het einde ieder eenen grooten watermolen, welke al het overtollige water in het trekdiep malen tusschen Niekerk en Niezyl.
c. Het oude Kolonelsdiep; zynde in oude tyden eene vaart, doch thans eene waterlossing hebbende aan het oosteinde eenen molen onder den naam van wykstermolen. –

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

In Oldekerk ten Westen de Wyk vindt men nog een klein meer, hetwelk des zomers grotendeels wordt droog gemalen en op sommige plaatsen veel riet of reit oplevert.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Het bebouwste gedeelte van Niekerk en Oldekerk (zynde een zandrug) kan men als eene kleine hoogte aanmerken, vooral als men zich in de lage landen bevind, welke rondom deze hoogte gelegen zyn. De hoogte van dezen zandrug is byna 5 Ellen boven het Waterpas in het Trekdiep van Groningen naar Strobosch opgegeven in 1827. Hellende in de lengte eene uitgestrektheid van één uur gaans.
Ten Zuidwesten van Oldekerk, heeft men ook nog eene dergelyke hoogte, onder den naam van Kuzemar. In oude tyden had men hier een klooster, onder den naam van Premonstranter nonnen klooster, waarvan nog de grachten en singels zigtbaar zyn; ook het poortklokje van het klooster is alhier nog aanwezig.

7. Welke bosschen zijn daar?

Ten Oosten van Niekerk heeft men het fraaÿe Bosch Byma.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het dierenryk levert alhier op: goede paarden, vry goed ras van horenvee, schapen, varkens, vele eenden en ganzen, hoenders, hazen vossen enz.
Uit het plantenryk trekken de inwoners dezes dorps, goede rogge, boekweit, garst, haver, boonen, ook wel eenig raapzaad en vry goede aardappelen. Byna alle tuinvruchten welke in deze Provincie aangekweekt worden wassen hiermede vry wel.
Het delfstoffelyk ryk levert alhier op: goede leem en zand tot het bouwen of metselen der huizen, keistenen worden hier veel gevonden.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid van dit dorp is gelyk ik dezelve aan de Comm. van Onderwys voor deze Provincie heb opgegeven in 1827 zeer verschillend; op sommige plaatsen heeft men zeer goede klei, zoo als de Dykstreek naar Enumatil, aan de grenzen van Vredewold; in de grootste uitgestrektheid dezes dorps bestaat de bovengrond uit eene aanmerkelyke laag vruchtbare zandgrond, of tuinaarde, waaronder men op sommige plaatsen veel zand – zeer verschillend van kleur, en op anderen leem aantreft. In de lage landen vindt men onder den gemengden grond: veel potklei, rooddoorn, en ook veel darg of klien. In de lage landen ten Zuiden van Niekerk vindt men niet verre in den grond vele omliggende boomstammen, waar van sommigen zoo zwaar zouden zyn, eene molen-as er uit te kunnen maken. In vroege jaren, was het lage land hier meestal bosch.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en Wetenschappen worden hier niet byzonder beoefend, dan zoo ver derzelver beoefening een noodzakelyk gevolg is van de kostwinningen en ambtsbetrekking der inwoners.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men heeft alhier een Roggemolen. twee bakkers, twee grutters, drie linnenwevers, één verwer, twee yzersmeden, twee kuipers, drie wagenmakers, vier wolkammers, eenige kleermakers en timmerlieden enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid dezes dorps is over het algemeen zeer gezond, ten blyke hiervan dat de najaars koortsen hier ook zeer zelden heerschen zoo als op de naby liggende klei gronden.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

In dit dorp bestaat maar een hervormd kerkgebouw en alhier wordt in ééne lagere school onderwys gegeven. Lees- en zanggezelschappen zyn hier niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan voor de inwoners dezes dorp, zyn voor het grootste gedeelte de landbouw en Veeteelt; echter bestaan hier toch ook verscheidene ingezetenen (zoo als onder Vr. 10 en 11 is opgegeven) door het uitoefenen der noodigste handwerken.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal der bewoners dezes dorps is voor het grootste gedeelte gelykvormig aan de dorpen Sebaldeburen, Grootegast en Lutjegast, en heeft echter meer overeenkomst met het West StadsVriesch dan met de Groninger landtaal. Duidelyk is Vrieslands nabyheid optemerken in vele woorden alhier gebezigd. Men gebruikt heer veelal mien voor myn, twie voor twee, tuun voor tuin. Jemme Jetske is ien onzen tuun.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het karakter en de zeden van de inwoners dezes dorps zyn over het algemeen werkzaam, zindelyk, geneigd tot orde, schoon niet verkwistend, zyn zy echter geene vyanden om den algemeenen smaak te volgen.
Aan het onmatig gebruik van sterken drank maakt men zich hier over het algemeen weinig schuldig; doch by jaarmarkten en publieke verkoopingen of boeldagen schieten sommigen hierin wel eens te kort. De herbergen worden hier over het algemeen weinig bezocht.
Opzigtelyk de godsdienst zyn zy hier zeer verdraagzaam en wonen de openbare Godsdienst vry geregeld by; doch de namiddag godsdienst wordt door velen weinig bezocht.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Byzonderheden betreffende de levenswyze enz. der inwoners van Niekerk.
Zoo wel hier als op vele naburige plaatsen wordt de dorpsklok in den Zomer drie- en des winters twee maal geluid; als des morgens te 8 –, des middags te 12 en des avonds (alleen by den Zomer) te 6 uren. Dit klok gelui is voor den landman, en in het algemeen voor al het werkvolk den roepstem om te ontbyten. Het ontbyten by den landman alhier bestaat in eene boterham met koffy.
De middagmaaltyden worden veelal gedaan met veld- en tuinvruchten. De avondmaaltyden worden gedaan met aardappelen gestipt in eene pan met gebraden spek, ook eet men wel overblyfselen van het middagmaal des vorigen daags (by ons onder den naam van prannen) en met karnemelken bry.
Het hele huisgezin zit dan gewoonlyk aan eene tafel.
De Bruilofts maaltyden worden hier van tyt tot tyd minder. Begravenismaaltyden worden hier nog vry algemeen gegeven; doch zeer eenvoudig. Voor dat het lyk naar het kerkhof wordt gebragt, geniet men veelal niets anders dan een kop koffy, en na de terugkomst gebruikt men wittebrood met een dronk bier. In den nademiddag gebruikt men daarop of een kop koffy of een kop thee, na hetwelk de aanwezigen op eene behoorlyken en gepasten tyd huiswaarts gaan.
De avond byeenkomsten hebben hier nog veelal plaats, vooral in den winter, wanneer men elkander onthaalt op een kop koffy, ook wel op chocolade.
In den Zomer staat de landman en zyn werkvolk hier gewoonlyk des morgens om vier uren en des winters te vyf en zes uren op, en gaan buiten byzondere omstandigheden tusschen 8 en 9 uren te bed.

In vroege jaren / zonder den tyd te weten is alhier ter plaatse een vondeling gevonden, die door de Diaken van Niekerk en Faan (Oldekerk was toen nog met Sebaldeburen vereenigd) is opgevoed, en vervolgens zeer gelukkig gegaan is, zoo dat dezelve by zyn overlyden vele goederen in eigendom zou nagelaten hebben, waaronder behoorde de eigendom van eene boereplaats, gelegen onder Faan; thans in beklemming gebruik by Ekke van Dyk en vrouw, welke eigendom door genoemde vondeling gemaakt is aan Geertruits Gasthuis te Groningen; doch dat genoemd Gasthuis hiervoor jaarlyks aan Diaken en Faan, een ton haring zoude schenken; zoodat genoemde Diaken nog alle jaren van bovengenoemd Gasthuis een ton haring ten geschenke krygen.

(get) A. Olthoff.