Zoek op de website

Noorddyk

Gemeente Noorddyk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Noorddyk.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Onder Noorddyk behooren de gehuchten Ruischerbrug (welke brug in 1672 is afgebroken) en Oosterhoogebrug benevens Noorderhoogebrug (welke brug plm: in het jaar 1611 voor het eerst is gelegd over de toen zoogenoemde kleislood nu het Boterdiep, dat in 1616 is gegraven, waar door de afwateringe van het Stadshamrik wierd belet naar Delfzyl, en is daarom eene pomp gelegd onder het Boterdiep waardoor de afwateringe nu geschied, ook heeft de Hunse (komende van de Rode haan) voorby de Euvelgunne door Noorddyk zyn loop gehad bylangs Oosterhogebrug en het Stadshamrik naar Noorderhogebrug en verder door de Paddepoel en Selwerd naar Garnwerd, hebbende destyds de sluizen (welke nu te Groningen liggen) by Noorderhogebrug gelegen tegen de Behuizinge die door H.J. Brommersma wordt bewoond zoo als voor weinige jaren by de gravinge van het Boterdiep zigtbaar is geweest; maar die sluizen zyn in het begin der 15e eeuw by de andere leidingen van de Hunse door Groningen ook aldaar gelegd en de graving van het Damsterdiep of Fivel wordt gesteld, dat in het laatst der 14e eeuw is voorgevallen (de afstand van Ruischerbrug naar Noorddyk is pl.m. 10 minuten) van Oosterhogebrug 40 min. van Noorderhoogebrug naar Noorddyk een uur, maar het Selwerder Klooster, hetwelk byzonder aan eene muur aan de Behuizinge aldaar nog zigtbaar is aan eenige letters daar aanwezig ligt pl.m: een en een half uur van Noorddyk.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp.
NB. Behoort Selwerder Klooster dan ook onder Noorddyk?
(get) Westendorp.

Men zag gaarne deze belangryke plaats op een
figuratief kaartje naauwkeurig en duidelyk aangewezen. Waar is thans die brug en waar dat huis en waar die plaats in het diep? en hoe loopen daar de weegen?
(get) W.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Aan de kerk van Noorddyk wordt geen duf- of duifsteen gevonden en de torenklok (nl. de groote) het navolgend omschrift:
D H TERINCKVELT PASTOR TOT NOORDYCK EN D. H R EDTS HEER REGNERUS T I AERDA KERCKVOOGDT ALDAER HEBBEN MY DOOR EN GIETEN DOOR W. JACOBUS DE VRY AO. 1660
en de kleine klok heeft het volgende omschrift:
Crans in Enkhuizen heeft my gegotien tot dienst van Noorddyk 1714.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Geene opgave.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren of moerassen zyn in Noorddyk niet aanwezig

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Dyken zyn hier niet aanwezig dan de walle der oude hunse nog gedeeltelyk van Oosterhogebrug tot aan de herberg de koekkoek in het Selwert en buiten dien die kleine dykjes, welke de inpolderings der watermolens omringen.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp
Ik geloof dat de schryver zich hier vergist. De Borgwal is hier en daar nog kenbaar, of behoort die niet onder Noorddyk, en ook de Zydwending aan de Stadsweg tegen over Noorddyk naar den kant van Middelbert, achter den weg naar Groningen en die van Noorddyk komt en naar het Trekdiep gaat. Deze diende de schryver beter op te nemen!

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen heeft met hier niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Dit komt overeen met Middelbert (na te zien in de opgave van R. Bruininga), alleen is hier het branden der landen in geen gebruik.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De opgave der gronden zyn door my te voren aan den Heer schoolopziener van het eerste district opgegeven.

Aanmerking van den Heer N. Westendorp
Waarom is de weg naby Hoogerbrug en het buitengoed van den Gouverneur zoo veel harder dan elders? dat is, hoe is het, dat men juist hier deze klei ontmoet, want een weinig verder af is de grond zavelig en zelfs zandig?

(get) Westendorp.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Opgave als Bruininga.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Opgave als Bruininga, doch hier zyn boven dien twee windmolens, welke zyn ieder Rogge en Pelmolens.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Als dat van Bruininga.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Er is hier eene kerk te Noorddyk omstreeks 10 minuten ten Noorden Ruischerbrug of Damsterdiep, vry zindelyk en net van binnen met fraaye brandglazen voorzien by de vernieuwing in ’t jaar 1765.
Hier zyn twee scholen eene in de kostery en een aan dezelve, dienende de eerste voor den winter en de andere in den Zomer, zynde laatste in het voorjaar van ... voor pinksteren gebouwd en is een luchtig gebouw, voor het onderwys uitmuntend geschikt, doch er kan niet worden gestookt.
Lees- en zanggezelschappen zyn hier thans niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

In de opgave van Bruininga te zien
Armoede wordt hier weinig aangetroffen, de Boerenstand is hier wel gesteld.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Zie Bruininga uitgezonderd hier is best diep ploegen, dan krygen wy klei met de tuingrond gemengd die boven zit.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Zie Bruininga.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Die zyn hier niet buiten het geen reeds is opgegeven, dan dat er by hooge watervloeden over de 20 huizen zyn weggespoeld, waarvan ook nog vele kenteekenen zyn.

(get) P.J. de Boer.