Zoek op de website

Obergum

Aan den Heer Schoolopziener
van het 3de district in de Obergum den 30 sept. 1828.
Prov. Groningen.

 

Wel Edele Heer!


Volgens het verlangen van de Commissie van Onderwys van den 10 Juny, l.l. dient het volgende.

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Obergum, naamsoorsprong is niet bekend.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

a. Maarhuizen en Ranum.
b. Maarhuizen ligt ten noordwestden van Obergum en een kwartier uurs van daar, is eerst met Winsum en Obergum, daarna met Obergum vereenigt geweest, en in 't jaar 1718 by Winsum gevoegd maar is in 't jaar 1726 weder met Obergum vereenigd, plusm. 100 jaren verleden was hier nog eene Kerk aanwezig. Ranum ligt ten noorden van Obergum en een kwartier uurs van daar, in 1815 is de hier aanwezige kerk, voor zeshonderd gulden op afbraak verkocht.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

a. Geen dufsteen aan de kerk.
b. het volgende: de E.E. Heeren Collatoren tot Obergum, hebben Heer Ritzes tot Luttichuisen en Jan Clasen chirucyn tot Obergum door orde van kerckvoogden aldaar dese Klocke laten gieten van Wilhelmus Jakobus de Vry Anno 1665.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

a. het boterdiep komt van Groningen scheidt zich in Onderdendam in drieën.
b. en de linker taak stroomt door Winsum en Obergum onder den naam van het Zeildiep, en stroomt van hier naar de Schapalsterzyl; en vereenigt zich daar met de Hunze.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

geene

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

a. geene gasten.
b. Maarhuister wier, Ranummer wier, Lutkehuister wier.
c. de hoogte opgegeven.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene bosschen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

a. Dierenryk: Koeijen, paarden, Schapen, volgels, visch.
b. Plantenryk: weinig houtgewas, koolzaad, rogge, gerst, haver, boonen, aardappelen.
c. Delfstoffelykryk: Uit den grond, delft of graaft men hier leem en ook klei. De klei brengt men naar de Steenbakkeryen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

a. Men vindt hier veel klei, ook zandige en gemengde grond, bestaande uit zand en klei.
b. hoe dieper hoe zandiger grond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

geene

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

a. Steen en Pannebakkeryen.
b. Handwerken; Schoenmaker, Kleermaker, Knoopmaker, Koperslager.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Door de nabyheid der zee, zyn de avonden, vaak koud en guur, en de lucht dikwyls vochtig en veranderlyk.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

a. Eene kerk.
b. eene school.
c. geene.
d. geene.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

a. Landbouw, handwerken, Scheepvaart, en een weinig Koophandel.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

a.arbeidzaam, Zuinig, nederig, mededeelzaam, vrolyk en opregt.
a.opstaan. De boerestand, s' morgens 4 uur.
b.ontbyten. s' morgens om 8, 's middags om 12, avonds 6 uur.
c.Bedgaan. ' S avonds 9 a half 10 uur.
d.Vermaken. harddraveryen en Kermissen.
e.bezoeken. 'S achtermiddags 3 a half 4 tot 'S avonds 12 a 1 uur.
f.Trouwen. Wanneer de familien op het bepaalde uur by een zijn en eenige ververschingen gebruikt hebben, gaan zy naar het gemeentehuis, en na het voltrekken van het huwelyk hetwelk door den ambtenaar van den burgelyken stand volktrokken wordt, en veelal by avond geschiedt, verzamelen de familien zich andermaal by een, en gaan terug van waar zy zyn gekomen om zich dan in het overige van den avond vrolyk te vermaken.
g.Begravenissen. 24 uren na het overlijden van iemand wordt de klok, 'S morgens om 9 uren door de buren aangetrokken, en wordt dan geluid van een oud mensch 1 uur en van een kind beneden 12 jaren een tweede uur, 4 of 5 dagen hierna wordt het lyk begraven, en onder het begraven geluid, en na het begraven wordt er  iets aan den armen gegeven, van hen, die het lyk volgen naar het graf. Deze lykstatie, verzamelt zich dan  weder aan het Sterfhuis, alwaar zy tot den avond blyven. Om buren wordt aan de naben of buren een vierde ton bier gegeven aan het Sterfhuis, het belooning van hunne gedane diensten. -

Wel Edele Heer!

U wel E. Dw. Dienaar!

H. Rimsins.