Zoek op de website

Onderdendam

Gemeente Bedum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Onderdendam.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De onderhoorige gehuchten zyn Onderwierum en Menkeweer, het eerste op eenen afstand van twintig minuten ten Z.W. van Onderdendam. Wat de naamsoorsprong aangaat hiervan kan ik niets met zekerheid zeggen. Onderwierum ligt op eene hoogte of Wierde, welke hoogte door eene andere een weinig noordelyker liggende in hoogte overtroffen wordt. De uitgang um beteekent heim of heem, het zou dus wezen Onderwierheem of heemsteden of plaatsen onder de wierden liggende.
Menkeweer ligt op eenen afstand van 10 minuten ten N.W. van Onderdendam. Wat den naamsoorsprong betreft, hiervan kan ik het volgende zeggen. Men zegt dat zeker Menco een weinig ten Oosten van de gewezene kerk van Menkeweer een klooster zou gestigt hebben waarby boven gemelde kerk ook zou behoort hebben. De uitgang weer is zeer zeker van wierde afkomstig en dus zou het Mencoswierde or by verbastering Menkeweer kunnen zyn.
De naam van Onderdendam stamt zeer waarschynlyk af van eenen dam die er in de vaart zou gelegen hebben en wel zoodanig, dat er de schepen over voeren, en dus eenen dam onder water.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Men vindt er geene duf of duifsteen aan. De opschriften op de torenklok te Menkeweer was Int jaar ons heeren duusent ses hondert seuenthien heeft my hans kalck van Neuremberg ghegoten; en op die te Onderwierum leest men het volgende: Collatores campama hanc roptam iga jarges lod Heerma et Frik Templi noios tonderat Pastor Lamb instrairari giraront as chrt 1677 eclilensiae Heineus m.f.s. woelesios aediter Piet Freerik et Writz.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

In de eerste plaats komt in aanmerking het Boterdiep komende van Groningen. Dit diep verdeelt zich by Onderdendam in drieën, de eene tak gaat N.W. aan naar het dorp Middelstum, de tweede tak loopt ten N.W. naar Warffum en de derde stroomt ten Westen naar Winsum en loost al het overtollige water in het Reitdiep.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Die heeft men hier niet.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Men vindt hier voornamelyk drie zulke hoogten; de eerste is de plaats der kerk te Onderwierum en zal nagenoeg eene hoogte van 1 El 5 palm bereiken en eene lengte die aan derzelver breedte byna gelyk is van nagenoeg 60 of 70 Ellen. De tweede ligt een weinig noordelyker, is byna 2 Ellen hoog en nagenoeg 80 Ellen lang. De derde dient tot een kerkhof te Menkeweer, zal nagenoeg 1 El hoog wezen en 30 en 40 ellen breed en lang.

7. Welke bosschen zijn daar?

Men vindt er geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Uit het dierenryk treft men hier voortreffelyk rundvee aan, sterke paarden, goede schapen voorts eenig wild zoo als hazen, verscheidene soorten van vogels, somtyds zelfs eenige strandvogels, en in de diepen veel visch als snoek, aal, baars enz. uit het plantenryk beste tarwe en gerst, rogge, haver, goede kool die ook wordt uitgevoerd, voorts vele moeskruiden en keukenvruchten. Uit het delfstoffelyk ryk treft men hier niets aan. –

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Men heeft hier zware klei, die boven eene eenigzins gryze kleur heeft doch naar beneden de blaauwe kleur aanneemt, voor is hy beter tot wei dan bouwland.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Het is zeker dat de inwoners te Onderdendam in letterkundige zaken niet geheel onledig zyn, doch men kan evenwel niet zeggen, dat zy zich op de eene of andere kunst of wetenschap byzonder toeleggen.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt er eene Steenbakkery een bierbrouwery, een Saagmolen, een roggemolen, een Zadelmaker, een Smedery, een kuiper en wagenmaker voorts vele en goede herbergen en andere neringdoende lieden.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Over het algemeen vry koud en door de nabyheid der zee zeer veranderlyk hetwelk voor de gezondheid somtyds nadeelig is.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Een kerk staande te Onderwierum, een school, een Leesgezelschap en een Zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De meesten zyn kooplieden of neringdoende menschen, anderen werken in de fabryken terwyl nog anderen boeren zyn of die bezigheden waarnemen. –

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Die is byna aldus woordwisseling tusschen Pyt en Hinderk.
Hinderk. Duurst er nog zoo oet Pyt in dy regen.
Pyt. - Waarom nyt ik loof dat ’t guster nog minder was as van daag en dou heb ‘k hyl na Oethoesen west.
Hinderk. Wat nys was er.
Pyt. - Niks de minsken praten maar al over weer, en ’t helpt tog niks, net as ie ok doun.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Zy die met hen omgegaan hebben betuigen, dat zy in hen vlytige, getrouwe en zeer gastvrye menschen in hen gevonden hebben. – Voorts zyn zy over het algemeen meer vrolyk dan triestig en daardoor gezellig, vriendelyk en onderhoudend.
Men kan hier dus ook nog duidelijk het algemeen Nederlandsch karakter zien doorstralen. Wat de levenswyze betreft, de arbeidende klasse der menschen blyft aan de natuur het meest getrouw; deze slaapt, werkt en ontbyt op een behoorlyken tyd, terwyl vermaken en uitspanningen hun zelden ten deele vallen, doch wanneer dit mogt gebeuren kan men toch ook nog niet zeggen: dat zy de palen der welvoeglykheid meer dan de bewoners van andere dorpen te buiten gaan: daar alles den meesten tyd onder het genieten van schuldlooze vreugde ten einde loopt.
Doch de lieden van hoogeren rang gaan later te bed te 12 uren nagenoeg ontwaken dan ook later tusschen 7 en acht uren terwyl het ontbyt dan ook eerst om byna 9 uren des middags te 1 uur en des avonds om 11 uren genoten wordt.
By huwelyken vermaken alle standen zich even goed, echter geloof ik dat deze feesten geen veld winnen; terwyl by begravenissen hun verlies en hunne deelneming zelfs door de kleur der kleederen aangeduid wordt. Echter begint men deze mode in openbare gesprekken met minachting te bejegenen ofschoon zy voor het verlies van hunnen vrienden en bekenden zeer gevoelig zyn.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Een weinig ten N.O. van Onderdendam vindt men nog de plaats van een voormalig Klooster misschien door den Abt Menco gesticht. Voorts is het de vergaderplaats der Zylregters behoorende onder de Schaphalsterzyl, alsmede is het de plaats waar de kiezersvergaderingen gehouden worden. –