Zoek op de website

Oterdum

Gemeente Delfzyl

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam van myne woonplaats is Oterdum.
De naamsoorsprong ligt zeer in het donkere en valt derhalve moeÿelyk te gissen; Harkenroth zoude zeggen Ottesheem naar een zekere man Otto genaamd, die het allereerst alhier zyne woonplaats vestigde, even als Loppersum naar een zekere Luppe genaamd; en daar het woord dum even als sum een heem of hoogte beteekent, zoo kan men door Oterdum even zoo wel Ottesheem als voor Loppersum Luppesheem verstaan.
Dan liever zoude ik dezen naam afleiden van het Fransche woord Ote of Oter, wegnemen, afnemen want herhaalde watervloeden hebben van tyd tot tyd van dit dorp zoodanig weg en afgenomen, dat hetzelve met regt een afgenomen of weggespoeld heem kan genaamd worden.
 

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De gehuchten onder dit dorp behoorende zyn
a. Nienhuis een gehucht in later tyden aangebouwd, en daarom nieuw huis of Nienhuis genaamd, ligt een vierde uur ten ZuidOosten van ons dorp.
b. De Warven ligt ten Zuiden byna een half uur van ons dorp verwyderd, bestaande uit onderscheidene verspreide woningen op hooge werven gebouwd, waaruit die benaming ontstaan is.
c. De Zomerdyk diende om by zomervloeden de wateren des Dollarts te keeren, de huizen op dezelve gebouwd, dragen derhalve ook die benaming, en behooren tot onderscheidene kerkelyke gemeenten; twee boerderyen en een molenaarshuisje behoren er van tot ons dorp, en zyn byna één uur van ons Zuidelyk verwyderd.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen is er niet aan onze kerk. Op onze torenklok bevindt zich het volgende omschrift A° 1617 is deze Klocke S. Lambert geheten. Caspel Oterdum heeft my laten geten den 8 Maÿ d° Iairus; Harmanni Lambert Luitiens Gyse Jakobs, Pastor en Kercksworen wahren geheten Hans Noot Meÿer me fecit.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Ons dorp ligt onmiddelyk aan de rivier de Eems, die noordwestelyk afloopende het water in de Noordzee ontlast: de andere wateren bestaan uit slechts eenige maren of togtslooden die zich by Nienhuis vereenigen, en daar het Otgerdummer diep vormen, dat van daar met eene noord of noordwestelyke afloop het binnenwater door de Oterdummer zyl ontlast.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

De Suffisante Eemsdyk loopende Zuidoost en Noordwest aan de Noordzyde bylangs ons dorp ter hoogte van vier el en byna 5 palm boven de dagelyksche stand van het zeewater. Overigens zyn er geene voorwerpen in de vraag bedoeld.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Uit het Mineraalryk slechts een weinig leem. Uit het dierenryk paarden, runderen, schapen enz.
Uit het Plantenryk velerhande graansoorten als tarwe, rogge, paardeboonen, erwten, koolzaad, gerst, haver, benevens velerhande tuinvruchten, aardappels worden hier menigvuldig gebouwd, boomvruchten, als appels, peeren enz. vindt men hier weinig.
 

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Aan de Zuidzyde naby ons dorp is het eene vruchtbare kleigrond, met eenig zand vermengd, verder rooddoorn met knipklei en nog meer Zuidelyk rooddoorn met darg of darry.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en Wetenschappen worden hier niet beoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken en Trafyken bestaan hier niet, maar handwerklieden, als Bakker, timmerlieden, Kleerkamers en Schoenmakers oefenen hier hun beroep uit.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtsgesteldheid is er wegens de nabyheid van de rivier de Eems in vergelyking met andere plaatsen dezer Provincie meestal vochtig en koel.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk en eene school; zanggezelschap bestaat er thans niet, leesgezelschap bestaat er met Termunten, Borgsweer en Woldendorp vereenigd.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De landman door akkerbouw en veeteelt, de daglooner door allerhande landmanswerk, terwyl de Ambagtsman zyn brood wint door het uitoefenen zyner werkzaamheden.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Hunne plattetaal is te zamen gesteld uit Nederlandsch met Oostvriesch en Hoogduitsch vermengd.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Hun karakter is meestal opregt en welmenend, arbeidzaam en yverig in het waarnemen hunner werkzaamheden, maar eenigzins losbandig, en niet sterk op het Godsdienstige gesteld. –
Het geheele jaar door des zomers en ’s winters, byna om het even, staan zy des morgens te vier uur op, om zeven uur morgen ontbyt, tot acht uur rusttyd, om twaalf uur middag eten, tot twee uur rusttyd, des avonds te zes uur eindigt het werken, dan nemen ze hun avond ontbyt, te acht uur begeven zy zich veelal ter ruste.
Onderlinge zamenkomsten hebben hier zeer weinig plaats, en bepalen zich meest by de winteravonden, die dan ook op de min kostbaarste wyze doorgebragt worden, by het aangaan der huwelyken is het hier eenvoudig en min kostbaar, dewyl het trouwen hier door den Burgemeester geschiedt, gaan er slechts meestal maar drie of vier personen mede en daar sluit zich de geheele plegtigheid mede in. doch by begrafenissen is het hier zeer kostelyk, ja zelfs somtyds boven het vermogen van mingegoede lieden, de dag van begraven wordt hier met groote maaltyden gevierd en duren meestal tot des avonds negen uur eer het gezelschap scheidt.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

In het jaar 1414 was dit dorp eene Schans met krygsvolk bezet. Ook heeft graaf Edzard van Oostvriesland, er in de nabyheid een Kasteel laten bouwen, tot dekking van zyn overtogt naar deze Provincie.
Spookverschyningen en bygelovigheden zyn hier geheel verdwenen.

Oterdum den 26 September 1828

(get) H. Karssens
Schoolonderw.

Oterdum.

Iets over de zoogenaamde voormalige spookverschyningen zoo als ik dezelve hier ter plaatse dikwyls heb hooren verhalen.
1e loopen er twee personen in de gedaanten van witte Juffers nemende, haar koers van de Warven (een gehucht onder Oterdum) tot voorby ten noorden ’t Klooster OosterWierum. En zoo vervolgens naar Heveskes.
2e liepen er vier personen op den Eemsdyk ten Westen Oterdum, onder den naam van Oldenburgers, dragende een dood ligchaam op een ladder, waarmede zy eindelyk verdwynen. – Een oud staaltje om reden dat genoemde vier personen by het leggen van genoemde dyk hun makker ter dood zouden hebben gebragt, en in den dyk begraven, waarmede zy ten huidigen dage nog liepen. – En eindelyk zoude er een in menschen gedaante heen en weder zweven halver wege aan de buiten zyde van den Eemsdyk, bylangs Oterdum in een buitengewone snelheid; te meer komt hier nog by, dat hy niet van beenen was voorzien.

(get) H. Karssens.