Zoek op de website

Sebaldeburen

Gemeente Grootegast

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Sebaldeburen. –Zie Westendorp’s oudheidkundige opmerkingen omrent Sebaldeburen bl.: 56

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De buurtschappen van Sebaldeburen zyn het Zand ¾ van de kerk, de Balk en de Jower ¼ uur. Het Zand heeft zyn naam van de Zandhoogte waarop het gelegen is, de Balk, misschien van eene balk die in vorige jaren over het diep lag. Van de Jouwer is my niets bekend en over Sebaldeburen. Zie Westendorp bl. 56.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Niets.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Woltdiep loopende van het Zuiden naar het Noorden, scheidende Olde Kerk van Sebaldeburen, dit diep bestond in vroegere jaren niet, althans waar de Til van Sebaldeburen is, moet voorheen een groot gebouw hebben gestaan, in 1826 by het verbreeden der weg ten Oosten en Westen der Til vond men nog de Fondamenten van het zelve, het waren palen, alle van eikenhout, groote baksteen, en zware keijen. Het zat in eene rigting ten Oosten en Westen het diep en had wel de lengte van zestig ellen, de gelykheid der Heipalen en steenen bevestigen my, in myn geloof en misschien zal het de burgt Klockstede geweest zyn. (Zie verder Westendorp bl. 66).

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Een droog gemalen meer, waarvan noch het bed aanwezig is en een van minder beteekenis. In het eene vindt men eene Kleyndop van verbazende diepte (Zie Westendorp bl..).

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Men vindt alhier zes hoogten dezelve zyn een weinig lager dan het kerkhof, te voren hebben dezelve alle tot huissteden gediend, dit bewyzen nog de steenen en scherven van potten welke aldaar gevonden worden. Dezelve hebben eene uitgestrektheid van ½ en ¾ bunder; de aarde is buitengemeen vruchtbaar eene derzelver zal wel al om de 30 jaren gebouwd zyn en geeft nog uitnemende vruchten. Eene dyk vindt men ten Zuiden Sebaldeburen, doch wanneer ik de aarde beschouw, kan ik niet begrypen waar dezelve is weggehaald, ten Noorden het Zand een uur van de dyk zou dezelve te vinden zyn.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen zyn hier niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen der Natuurryken zyn aan die van alle wolden gelyk.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Men vindt hier twee zandruggen het Zand en de Jouwer Sebaldeburen bevat er geen. Voorts zyn onze hooge landen zandig, onze middellanden leemachtig en de lage landen daar waar klyn de ondergrond is, knipachtig. In het leem vooral vindt men verbazend vele keisteentjes (Zie Westendorp bl. 68). Verbazende boomstammem worden alhier gevonden doch allen in klyn dobben die door eene of meer zyden aan zandhoogten zwetten, daar, waar klyndobben aan leem of knipgronden liggen, vindt men dezelve niet. Ik kan my met het gevoelen van den Heer Westendorp daaromtrent niet vereenigen, dat deze moerasschen, bosschen zouden geweest zyn, waar dezelve gegroeid waren, maar wel dat de Zandhoogten bosschen en Wildernissen waren en dat de boomen van daar in de moerassen zym gekomen.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

De Kunsten en Wetenschappen welke hier beoefend worden behooren tot de onontbeerlykste.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Hier is één wever, 2 kleermakers, 2 timmerlieden, twee schoenmakers enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid onzes dorps hangt veel van de winden af.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Een kerk, eene school, een klein zanggezelschap en eenige ingezetenen behooren tot een leesgezelschap in deze Gemeente.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Buiten de handwerkslieden vinden de meesten hun bestaan van den landbouw, de veenderyen dragen er niet weinig toe by.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Jou wat verduivelde fratsen, zy zoo wod ons geld vergrymd, doe wie jonk wassen ginnen wie ien die olde Schöl en kiek na rais.
Het is al gyn gold dat blinkt.
Zoo als de ollen zingnen piepen de jongen.
De hardste kakeles lyd de mynste eijer nyt.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

(Zie Westendorp bl. 135)

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

By het schichten der nieuwe Kerk werden de zerken weggenomen, eene derzelve bleef echter behouden en lag ten naasten by binden de muur der nieuwe Kerk op het graf waarvoor dezelve verordend was in 1663, thans dient hy tot eene optrap in de Kerk.