Zoek op de website

Spijk

Gemeente Bierum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Spyk.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Twee buurtschappen met name Vierhuizen en Terhuizen liggende beide in de strekking van de kerk, oost noord oostelyk en pl.m: 20 minuten van dezelve. Nopens de naamsoorsprong van ieder derzelver is my onbekend, doch van het dorp zelve dient het volgende: dat dezelve op een uithoek is gelegen, alwaar het naar het zeggen van sommige menschen zyn naam van ontleend heeft.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Er is aan onze kerk geen duf- of duifsteen, maar op de torenklok alhier is het navolgende opschrift: Tot Spyk Anno 1709 Moneo-Titte Goossens heeft my gegooten Ras doe hy noch freÿer was.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Twee stroomen n.l. de groote en kleine Ryt loopende van Uithuizen tot by ons door de nieuwe dyk, buitendien nog het maar, loopende uit in het Damsterdiep op de Fivel.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Eene hoogte zynde groot pl.m. 1 bunder en hoog 1 El 7 palm 6 duim 5 strepen. Vooral moet men de Zeedyk alhier niet vergeten, zynde hoog 16 voet boven het zeewater en de Bierummer en Spykster lang 3520 El.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Deze: het Plantenryk levert op: Kool- of raapzaad, rogge, gerst, haver, tarwe, erwten, paardeboonen, aardappelen, buiskool, en veel heerlyke tuinvruchten.
Het dierenryk levert ten 1) op: paarden, ossen, koeÿen, schapen, varkens, 2) ganzen, zwanen, hoenders, eenden, duiven enz. 3) eenige hazen en patryzen en ten 4 Riviervisch als: aal, snoek, baars, karper, voorn enz.
Het Delfstoffelyk ryk levert niets anders op, dan eenig leem.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

By ondervinding is gebleken by het graven van waterputten, dat er 4 soorten van aarde is ontdekt geworden, zynde 1`Klei 2 Zandschuitig, 3 rooddoorn en ten 4 Veengrond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Geene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken geene. De handwerken bestaan uit 2 Kuipers en Stelmakers 1 Smid, 1 Wever, 5 Schoenmakers, 2 brood en beschuitbakkers, 2 Laken- en bontwinkels, 5 winkeliers enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Vochtig en veranderlyk. En door de nabyheid der zee hebben wy alhier veelal koude avonden.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk en eene school, een zanggezelschap heeft alhier sedert 2 jaren niet bestaan.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Meest die van den Landbouw, – vee- en byenteelt en de bovengemelde handwerken.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

-

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Hun algemeen karakter is openhartig en goedhartig, nederig, zuinig en naarstig. De boeren staan des zomer om 3 en des winters in het dorschen te 2 uren (behalve, de dienstmeiden die blyven liggen tot 5 uren), des morgens op; als dan begeeft ieder zich by zyne bezigheden tot 7 úúr toe, wanneer met het morgen ontbyt neemt. Dan weder aan 11 uur gearbeid hebbende, geniet men het middagmaal, het welk uit vaste spyzen bestaat, waar veel spek en vleesch wordt by gegeten; als het eten gedaan is begeven sommigen zich een weinigje te rust tot plm. 1 uur, dan eenig koffy of thee genooten hebbende, begeeft zich ieder weder aan zyn werk, tot ’s avonds 5 uur, dan begeeft zich ieder weder aan tafel en bedienen zich weder van eene vaste voedsel en karnemelkenbry; dit gedaan zynde; geniet elk nog eenige uitspanning en begeven zich pl.m. te 9 uur te rust.
De wyze van bezoeken is zeer eenvoudig, meesttyds als men elkander bezoekt geschiedt dit door het drinken van een kopje kofje en te praten over het voorgevallene nieuws; plm. te 10 uur begeeft ieder zich dan weder naar huis. Hun vermaken en uitspanningen, geschiedt door het bezoeken van harddraveryen, boeldagen en kermissen, dat onder het drinken van eenige sterke drank zeer eenvoudig en zindelyk toegaat.
Wat de omstandigheden bij het trouwen en begravenisplegtigheden betreft, daarvan is het eerste zeer in verval geraakt, wegens de kosten, die tot het huwelyk vereischt worden, de aanzienlijken geven somtyds nog eenig feest, dat onder het eten en drinken van eenige lekkernyen zeer eenvoudig toegaat, doch in tegendeel van armen (zoo ik het uitdruk) wordt men niet eens gewaar, dat er een paar zyn getrouwt of in ’t huwelijk zyn getreden. Wat het tweede aangaat is deze: bloedverwanten, vrienden en eenige buurlieden volgen het lyk met een gevoelig en treurig hart, en hetzelve ter aarde gebragt hebbende, keeren zy weder naar het sterfhuis terug, genieten daar eenig voedsel, troosten het huisgezin, en gaan eindelyk naar hunne woningen.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

De navolgende als:
1) dat alhier eertyds twee burgten zyn geweest liggende een ten Z.W. en pl.m. 10 min. van de kerk, en de andere ten Z.O. en pl.m: 5 minúten van dezelve op de plaatsen, waar zy gestaan hebben, staan thans boeren behuizingen; hoe dezelven geheeten hebben kan ik niet grondig getuigen; echter toch is het zeker, en dit kan men uit de grafzerken in onze kerk opmerken, dat het broeders geweest zyn; men leest de namen ook op dezelven, als: Willem Ubbena overleden den 20 Mei 1654 en Jan Ubbena overleden den 15 September 1639; tusschen deze beide zerken liggen nog twee,waar de navolgende regelen op staan.
Den HW geb Heer Mynheer Willem Ubbena Heer te Spyk, en die der Vierbuiren ’t Zant, Leermens, Enum, Zeeryp en Eesterregt. Jonker en hoveling mede hoofdman van de hooge Justitie Kamer van de Prov: van Stad en Lande oud 61 jaren en overleden den 4 January 1721 (2) De Hoogwelgeboren Heer Reint Ubbena Heer te Spyk, Jonker en Hoveling in de Vierbuiren, ’t Zant, Leermens, Enum, Zeeryp, – In het Eester regt, Kapitein, Luitenant van een Compagnie Cavelerÿ ter dienst der Vereenigde Nederlanden oud 61 jaar, overleden den 13 Mei 1723.
2) Dat by dit dorp de oude dyk is gelegen waar het zeewater tegen aan is gespoelt en sedert vele jaren aanmerkelyk veel is binnengedykt.

(get) H.H. Waterman.