Zoek op de website

Termunten

Gemeente Termunten

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Termunten; meer bepaaldelyk verdeeld in Groot- en Oud of klein Termunten. Door het Termunter diepke gescheiden; doch door een AE dam vereenigd. Oudtyds zou dit dorp den naam gedragen hebben Menterne of Menterna; doch in lateren tyd ontving het den naam naar het kasteel Munta of Termunten genaamd.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De gehuchten of buurtschappen onder dit dorp behoorende, zyn de volgende:
1) Reide omtrent ¾ uur ten noordoosten der kerk, dit is zekerlyk zynen naam verschuldigd aan de landstreek Reiderland genaamd, waarin dit gehucht of dezen uithoek pl.min ½ uur buiten dyks gelegen is.
2) Fimel of Fimmal ¼ uur eenigzins Noordoostelyk aan de Eemsdyk van de kerk gelegen, de naamsoorsprong van dit gehucht weet ik niet te melden.
3) Dallingeweer ¼ uur ten Oosten van de kerk, dit zal mogelyk zynen naam ontleend hebben van de Dalen of Dallanden, waarmede deze hoogte oudtyds omringd is geweest.
4) De Vennen 20 minuten ten Zuidoosten der kerk, misschien zyn’ naam verschuldigd aan de streek lands waarop de huizen aldaar gebouwd zyn, zoo zegt men hier van eenig land by elkanderen gelegen, een Venne lands.
5) Baamsum of Bonsum ¼ uur ten Zuiden van de kerk, van dit gehucht weet ik den naamsoorsprong niet op te geven, het ligt op eene hoogte aan beide zyden van den rydweg tussschen dit dorp en het naburig Woldendorp.
6) Het Klooster of Gryze Monniken Klooster 20 minuten ten zuiden of meer ten Zuidoosten van de kerk gelegen, de beide boeren woningen aldaar dragen thans nog dezen naam. Dit gehucht heeft zynen naam ontleend, naar het gesticht zelf en de hoofddeksels of versiersels n.l. gryze kappen, welke derzelver voormalige bewoners droegen.
7) TermunterZyl, pl.m. 10 minuten afstand ten Westen de kerk gelegen. Dit gehucht draagt zeker dien naam naar de groote Zyl of Sluis aldaar aanwezig. –

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Ja: en deze zitten tusschen de klooster steenen gemetseld en hebben met deze dezelfde dikte en lengte, de torenklok is zeer zeker van ouden oorsprong; doch in 1796 misschien door het te sterk luiden gescheurd zynde is dezelve in dat jaar omgegoten en heeft toen dit omschrift bekomen.
Vernieuwd toen te Termunten Kerkvoogden waren Jan Hemmes en P.G. van Iddekinge en Jan Albert Smid Pastor gemaakt te Midwolda door Andrees van Bergen Anno 1796 in Augustus.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

1) De rivier de Eems stromende op een’ zeer geringen afstand ten noorden langs het dorp in de Noordzee.
2) Het Termunterzylstermaar, komende van Lesterhuis en loopt langs eenen weg tot de Wartummer Klapbrug, alwaar hetzelve in het groote Zyldiep uitwatert.
3) Een gedeelte der AE, loopende van achteren een der boerenwoningen op het gehucht de Vennen, noordelyk op tot Oostelyk voorby Woldendorp, van daar langs het Klooster en Baamsum, verder zich kronkelende in alle rigtingen door de Landen ten Zuiden Termunten, tot zy eindelyk door eene pomp achter de Behuizing het Bosch naby Termunterzyl insgelyks hare uitwatering in het Zyldiep ontvangt.
4) Het zoogenaamd klein of Termunter diepke, makende eene scheiding tusschen Groot- en Oud Termunten, komende uit het eerste van de AE dam, loopende eerst Zuidwest – Noord, – Oost, eindelyk noordwaarts tot hetzelve ten Westen de Zuidzyde naby de huizen te Termunterzyl zyne uitwatering al mede in het Zyldiep ontvangt.
5) Het groote Zyldiep, komende uit het zoogenaamd Groot Oldambt, stroomende langs-by-door Nieuw Scheemda en Nieuwolde, van daar eérst Noord, eindelyk meest Oostwaards tot hetzelve door de groote Termunterzyl zyne uitwatering in de Eems erlangt.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

1) De Wierde Wartum genaamd ten westen of Zuidwesten noordzyde het Zyldiep naby Term:Zyl; het hoogste gedeelte zal pl.m. 10 voeten boven het maaiveld en hare uitgestrektheid min of meer 4 bunders bedragen.
2) Eene hoogte in een stuk land de bult Venne genaamd ten Oosten van Term:zyl gelegen. Deze hoogte was voor korte jaren nog aanmerkelyker; doch thans door het afploegen naauwelyks meer zigtbaar. Uit deze hoogte zyn voor eenige jaren gedolven: eene spoor en onderscheidene potten gevuld met gebrande beenderen; welke alle naauwkeurig zyn beschreven met derzelver teekeningen in eene der oudheidkundige geschriften van den Heere Schoolopziener dezes districts.
3) De dyken hierom en langs dit dorp zyn ten 1sten de Dollardsdyk, beginnende dezelve achter de Vennen, strekkende zich van daar ten Oosten Dallingeweer, vervolgens Westwaards – eindelyk ten Zuiden tot Fimel, alwaar zy zich met de Eems of zoogenaamde Zeedyk vereenigd, en met deze West of Noordwest in eene regte lyn westelyk op voordgaande noordelyk lam dit dorp tot daar waar de naburige schoolonderwyzers, hun gedeelte moeten aanvangen te beschryven.
4) Een zoogenaamde nieuwe dyk gelegd zeer waarschynlyk kort na stormen vloeden van 1686 om de gaten van de oude of zeedyk weder te kunnen herstellen; door deze dyk welke by dit dorp aan de Zeedyk en zoo insgelyks by Term:zyl, sluit bestaat hier een kleine polder van 17 a 18 bunders grootte, dit zelve heeft ook plaats aan de Noordwest zyde Term:zyl alwaar insgelyks een dusdanig dyk een polder groot 60 Bunders vormt, en zich van daar tot Oterdum uitstrekt. De hoogte dezer dyken van de eerste zal ongeveer 18 en die der laatste min of meer 12 voeten bedragen.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Paarden, runderen en schapen, vindt men hier eene genoegzame hoeveelheid wild, b.v: hazen, patryzen, eendvogels, en watersnippen ook nog al eenige, en achter het gehucht Dallingeweer in den Dollerd wordt heerlyke bot en garnaal gevangen, van welker overvloed veel in de omliggende, en ook te Appingedam verkocht wordt; de bouwlanden leveren hier goede granen, als: tarwe, rogge, garst, haver, boonen en Koolzaad, aardappels worden hier ook goed en van jaar tot jaar menigvuldiger met Succes verbouwd; alsmede alle groenten en hun vruchten voor nooddruft, eenig leem wordt door sommigen tot eigen gebruik gegraven.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Algemeen genoemd, kleigrond; deze brengt men gewoonlyk tot de volgende soorten: zwarte klei, rooddoorn en gemengde grond. By het beploegen der landen ontdekt men op 1, 1½ a 2 voeten diepte de onvruchtbare knik, en dieper in den grond vindt men leem, darg en eindelyk wel zand.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Behalve het lager en Godsdienstig onderwys, dat hier gegeven wordt, kan men niet zeggen, dat er eenige kunsten en wetenschappen beoefend worden.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

In het dorp zelf staat een rogge- en pelmolen en by de Wartummerklap, op eenigen afstand ten Zuidwesten Termunterzyl, een houtzaagmolen, overigens vindt men hier alle handwerkslieden, neringdoende, die geevenredigd aan het getal inwoners in staat zyn in dezelver behoeften, ten dezen aanzien te kunnen voorzien.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

In dit dorp aan de Eems gelegen is de luchtsgesteldheid over het algemeen beschouwd zeker iets kouder en dikwyls veranderlyker dan in de dorpen meer binnenlandwaarts op ten Zuiden van hier gelegen, dat zich veeltyds wel eens na eenen warmen – of heeten zomerdag nadrukkelyk doet gevoelen; vooral in den avond by het opkomen van eenen zeedamp, waaraan de koortsen die hier van jaar tot jaar heerschen algemeen worden toegeschreven; de ondervinding leert ook, dat menschen welke uit andere oorden van dit gewest of in andere gewesten, vooral in de eerste jaren veeltyds na deze vooral in de eerste jaren veeltyds aan sukkelen moeten – evenwel na deze proef aan dit veranderlyk luchtgestel, nevens andere inwoners gewoon zynde, kan men by eenen matige levenswyze hier zoo wel als elders eene goede gezondheid genieten; zoo dat men onaangezien het aangevoerde juist daarom nog niet mag zeggen, dat het hier ongezond is.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier is eene kerk staande in het eigenlyk Groot Termunten op het zoogenaamd Groot Termunter Kerkhof, digt aan de Eemsdyk gelegen in onderscheiding van het oude – of kleine Kerkhof, alwaar voormaals een Kapel moet gestaan hebben; alsmede eene school in 1814 nieuw gebouwd en in 1825 vergroot en zoodanig ingerigt om aan de jeugd een doelmatig onderwys te kunnen geven.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De Landbouwers vinden hun bestaan hier voornamelyk in den landbouw en veeteelt; terwyl de handwerkslieden, den Koopman en daglooners by naarstige vlyt en spaarzaamheid mede hun kost wel kunnen winnen; de laatsten moet dit meest by het dykwerk zoeken.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Ofschoon dit met sommige naburige streken of dorpen van dit gewest wat eenige woorden en uitdrukkingen betreft wel iets zal verschillen, spreekt men hier toch algemeen beschouwd met dezen de gewestelyke volkstaal; iets naïv’s in uitdrukkingen, weet niet noemenswaardig te melden.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De inwoners van dit dorp zyn meest eenvoudige landbouwers, handwerkslieden en dagloners matig en spaarzaam in hunne levenswyze, naarstig in hun dagelyksch beroep, eenvoudig in zeden en gewoonten, des avonds, vooral de landman vroeg naar bed, en des morgens vroeg aan het werk is by de meesten een vaste regel, het ontbyt wordt des morgens 8 uren genoten, dat men brytyd noemt, des middags 12 in het voorjaar (bouweltyd) te 11 en des avonds 6 by den ambachtsman en andere burgerlieden, meest te 7 uren, zyn de vaste tyden voor eten bestemd, in de winter avonden vooral houdt men by een of ander goed vriend of nabuur na den avond maaltyd nog al dikwyls een zoogenaamd avondpraatje onder het roken van eene pyp en het gebruik van een kopje koffy by sommigen chocolade, welke visites meestal te 10 a 11 uren gescheiden worden; vermaken en uitspanningen, welke één a twee maal in het jaar met vrouw en kinderen naar een kermis of ander plezyrs raisje – zyn de meesten al die hier genoten worden; boeldagen worden ook druk bezocht, voor pl.m. 20 jaren hield men by het trouwen dikwyls kostbare bruiloften of winkoppen zoo als men die noemde, dan nadat de huwelyken voor den burgerl. Ambtenaar voltrokken worden is dit allenskens gedaald en thans zyn er maar enkele personen meer, en dan nog in mindere mate die Winkop (om my in de volkstaal uit te drukken), die Winkop geven. By begravenissen is de plegtigheid nog aanmerkelyker en somtyds kostbaar: menschen die het maar iets doen kunnen, zoo als men dit dan noemt geven by het begraven hunner naaste bloedverwanten Udigste, en men noodigt veeltyds hierby allen, die men maar eenigzins bereiken kan, tot de familie te behooren en vele andere goede vrienden, en nadat het lyk ter aarde is besteld, gaat de geheele stoet n.l. de familie die hetzelve grafwaards hebben vergezeld naar het sterfhuis, daar eet, drinkt, rookt men den geheelen dag, ja zelfs wel eens tot laat in den avond en dikwyls onder zulke praatjes en gesprekken, die veeltyds met de treurige gelegenheid in geen het minste verband staan, ofschoon men by dit alles niet kan zeggen, dat juist daarom de palen der matigheid worden overschreden. Dit nog van ‘t begraven: terwyl men het lyk in het graf laat zinken, wordt de luidklok eenige oogenblikken stil gehouden en na dat hetzelve wel geplaatst is, neemt dit weder een aanvang en dit luiden duurt voort tot de lykstatie van het kerkhof is. Dit stilhouden der klok onder het begraven zal zeker iets te beduiden hebben? – Meer byzonderheden van dezen aard willen my niet te binnen schieten.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Onder de voormalige burgten die hier geweest zyn behoort het Adelyk Slot of Kasteel aan het geslacht van Houwerda in 1401 ingenomen en gestigt; ook moet hier nog een ander Kasteel van dit geslacht geweest zyn, hetwelk de Hamburgers in 1436 tegen de Groningers in bezit hielden. Hier zyn nog plaatsen aanwezig die de kenmerken van deze voormalige Burgten dragen. Ook is hier nog een hof door grachten en hoogten omringd alwaar een van die Kasteelen gestaan heeft, en dit moet even als het voormalig adelyk huis te Farmsum geheel uit het water opgebouwd zyn geweest. Hier staat ook nog een huis hetwelk men met diens Erve nog heden ten dage Mensenburgt noemt, alwaar misschien ook eene van die voormalige Burgten of Kasteelen kan gestaan hebben. Voor pl.m: 20 jaren, hoorde men nog van de toen in leven zynde oude lieden al dikwyls van spookverschyningen, voorloopen – heksen en dergelyke bygelovigheden, die door dien of diens Besse of Beppe – gezien of gehoord waren – vertellen, doch deze allen zyn thans met den tyd verdwenen en in hunne rust ingegaan en men hoort of ziet van dien aard ten minste zoo veel my bekend is, nu niets meer.
Termunten kan of mag zich beroemen op de geboorte van eenen geleerden:
wylen den Hoogleeraar Muntinghe mogt hier zyn eerste levenslicht aanschouwen.
Aldus door my beantwoord,
De Schoolonderwyzer te Termunten

(get) D.J. Syzes.