Zoek op de website

Thesinge

Gemeente Ten Boer

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Thesinge.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

In dezelve liggen geene gehuchten of buurtschappen. De naamsoorsprong weet ik niet met zekerheid, maar wel dat het zeer oud is. Er heeft een Nonnenklooster gestaan en een buitengewoone groote Kruiskerk, welke in het jaar 1786 is afgesleten, zoo dat het choor van de oude, nu tot de hedendaagsche kerk dient.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duf- of duifsteen wordt aan deze kerk niet gevonden. Men leest op den torenklok te Thesinge het volgende: Hergoten in den jare 1817 op Kosting der Gemeente van Thesing onder het vierde jaar der regering van Willem de eerste Koning der Nederlanden, door A.H. v.Bergen, M. Fremy, Me Cerunt, C. Fremy, U.V Bergen. –

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Een Maar, loopende tusschen Garmerwolde en Noorddyk, uit het Damsterdiep of de Fivel, dragende onder Thesinge den naam van geweide, hebbende hier eene Zuidoostelyke en Noordwestelyke rigting; en ontlast zich by onderdendam in het boterdiep.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Hier worden geene meeren noch droog gemalen gevonden.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten en Wierden enz. worden hier niet gevonden.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen geenen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit het Dierenryk zyn: schoone paarden, beste koeÿen, goede woldragende schapen; varkens en eenig wild.
Uit het Plantenryk: weit, rogge, gerst, boonen, haver, aardappelen en onderscheidene peulvruchten.
Uit het Delfstoffelykryk niets.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond is zeer laag en vruchtbaar en bestaat boven uit een zachte klei, ter diepte van 2 a 3 palmen, lager vindt men op vele plaatsen eenig knik of rooddoorn, verder vindt men niet als klei met zand vermengd, als by het graven van eenen put ter diepte van 8 a 9 ellen op vele plaatsen zand.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en Wetenschappen worden hier niet beoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt hier eene bakkerie, twee schoenmakeryen, een Yzersmid, een Kuiper en een Koornmolen, verder werklieden en neringdoende lieden.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Veranderlyk en daarom niet zeer gezond.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk en eene school. Lees- of Zanggezelschappen bestaan er niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Behalve de reeds genoemde Handwerken en neringdoende lieden, bestaan de inwoners hier enkel van den Landbouw en de Veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De inwoners zyn zeer vreedzame menschen; en zeer nederig van inborst en kleeding.
De Godsdienst wordt hier in groote waarde gehouden, waarom zy zeer vlytig ter kerk gaan.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Het bygeloof is hier byna verdwenen; een enkelde gelooft nog aan heksen en voorloopen. –

(get) J.J. van Zanten.