Zoek op de website

Tjamsweer

Gemeente Appingedam

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Hoe is de naam van uwe woonplaats?

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Onder dit kerkdorp behooren de gehuchten Bolwerk, ¼ uur ten Oosten, Oling, 1/6 uur ten zuiden en Garreweer, ¼ uur ten Zuidwesten van de kerk
Van den naamsoorsprong der gehuchten is my niets bekend, en kon er ook niets van opdelven; maar van de plaats myner woning kan ik het volgende melden.
Men vindt op een zerksteen, aan de Zuidwestzyde van de kerk een oud Latynsch opschrift met groote en verkorte letteren van dezen inhoud:
A° 1138 Tempore Vitae Uniconis Ripperdae E° waaruit men wil opmaken, dat Unico Ripperda uit kracht van enige donatien, niet alleen de eerste Collator van deze kerk; maar ook deze begraafplaats der dooden heeft aangelegd; waaruit dan de naam van dit dorp zoude gesproten zyn, wegens deze begraafplaats Tjammerswerf; want Tjamsweer, zegt men, is eertyds ook Tjammerswerve genoemd, zoodat daaruit by verkorting zoude gesproken zyn Tjanswerf, en eindelyk Tjamsweer wegens de hoogte der plaats, doordien men zulke hoogten oudtyds weer, wyrde, weerde, enz. noemde. Anderen willen dit opschrift uitleggen in betrekking tot eene ledige zerken doodkist, welke voorheen buiten op den grond, naby het opschrift geplaatst was; welke misschien tot een ledig praalgraf gediend heeft, ter eere van Unico Ripperda wegens de weldadigheid die hy aan deze kerk bewezen heeft. Naar alle waarschynlykheid zal het diezelfde kist zyn, welke hier nog in het kerk gebouw aanwezig is, zynde lang 2 el 7 palm 8 duim.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

In de Zuidzyde der kerkemuur vindt men eenig dufsteen, welke 2 palm 8 duim 8 strepen lang, 1 palm 4 duim, 5 strepen breed en 9 duim, 6 strepen dik zyn.
In deze toren hangen twee klokken, –
Op de groote leest men:
Francisens – Giorgi – Pastor Wilhelmius Jakobus – de – uri – me – fecit – Groningae en op de kleine:\
A° 1639 c-v-r-p-e-r-g-s-v-c-f-g-p- Allie – Arents Rick – Reints – Kerkvoogden in der tyd w-y-d-f-m-f-g.
By de bouwing der toren in 1776 is er in de muur boven den ingang een zerk geplaatst, waarop men leest:
Aedisolimen Nobilia Ripperda sun Datae, Aedolodatae Turrim, Vitusate – Collapsam Instaura Veteademilla Ripperdaea gente Prognata Margarita Bouwina Tjarda van Starkenborgh, Vidua Rengers de Farmsum, Domina in Oosterwytwert Heriditaria in Wetsinge: Queopus An° 1748, Semiperfectum Absolvit Curavit 1776 Praecunte Acprimum Lapidem Ponente Filio L.S. Rengers Toparcha in Tenpost Farmsum etc. Quo tempore Aeditui Erant, Afico Wolters, Cuius Lauda Bile Admodum in Opera, Promovendo, Fuit, Studium, A Christophores Berents, Aedificat Lapsam Pia Starkenburgia Turrim Praemia Qui Colitur Reddet, in Aede Deus, J. de Roer L.G. et L. Professor.
Deze zerk is lang 1 El 7 Palm 5 Strepen en breed 1 El 3 Palm 9 Duim. –

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

De Fivel of het Damsterdiep stroomt door dit dorp by langs de Trekvaart van Groningen naar Delfzyl, ook heeft men er eenige uitwaterings als: de Groote Eekt, welke by Bierum haren aanvang neemt en van daar kronkelend door Katmis en Holwierda, en zoo vervolgens naar het gehucht Bolwerk waar deszelfs uitwatering is het Damsterdiep.
De kleine Eekt neemt zynen aanvang by een Boerenplaats onder Jukwert, Ranswert genoemd, loopt van daar Zuidoostelyk; en vervolgens ten Oosten der kerk naar het Damsterdiep. Het Oosterwytwerder Maar komt van Oosterwytwert, loopt naar het Appingedamster Tolhek, alwaar het door eene kleine sluis uitwatert in het Damsterdiep. Het Garreweerster Maar; komt van het gehucht Garreweer en heeft hare uitwatering in het Damsterdiep. De Groeve, komt van het Schildmeer, loopt van daar by langs de buurtschap Lasquert, en zoo vervolgens naar en om Appingedam in het Damsterdiep.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Hier zyn geene meeren aanwezig of droog gemalen; maar de Zuidelykst gelegene landen worden door het Schildmeer bespoeld.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Ten Noorden van de kerk liggen twee wierden: de eene is hoog 2 El 8 Palm 4 Dm en 3½ Bunder in den omtrek, de ander is hoog 1 El 7 Palm 8 Duim en de omtrek 2½ Bunder. Ten Oosten van de kerk ligt een wierde, hoog 1 El 5 Palm 5 Dm en in den omtrek 2 Bunder. Het gehucht Oling ten Zuiden der kerk ligt op eene Wierde, waarvan de hoogte is 2 El 3 Palm 1 Duim en de omtrek 10 Bunder. Ten Zuidwesten van de kerk heeft men eene Wierde hoog 2 El 3 duim en is in den omtrek 1 bunder.

7. Welke bosschen zijn daar?

Men vindt hier geen Bosschen; alleen eenige hout gewas tot verschutting voor hoven en tuinen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Uit het Dierenryk; koeÿen, Paarden, Schapen, zwynen, hazen, Patryzen en Visch.
Uit het Plantenryk, Rogge, Gerst, haver, Tarwe, boonen, Erwten, Raapzaad, Aardappelen, wortels, Kool, Knollen en Peulvruchten.
Uit het Delfstoffelykryk, klei, tot het vervaardigen van steenen en pannen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Ten Noorden, en voorts ten Zuiden van het Damsterdiep heeft men goede kleigronden, doch verder Zuidwaarts heeft men eene losse Veenachtige grond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten of Wetenschappen worden hier niet beoefend, dan alleen het lage Onderwys der jeugd.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Hier zyn 2 Olimolens, een Houtzaagmolen, 1 Rogmolen, 1 Steen- en Pannebakkery, 1 Bakkery, 1 Stelmakery, 2 Smederyen, 1 wevery, 2 Kleermakers en 1 Timmerman.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Zeer veranderlyk.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier is één kerk en 1 school; – lees- of zanggezelschappen bestaan er niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Zy hebben hun voornaamste bestaan van den Landbouw en veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Zie hier een voorbeeld.
Samenspraak tusschen Wilm en Pyter.
Wilm. Dag Pyter! hou gait?
Pyter. Ik ben vlug, maar mien wief en baide kiender bennen an de koors; en ’t is nou anders net tied om eerdappels te reuden.
Wilm. Ja de koors gait ja allerwegens om, ik ben hom ook nog nyt weer kwiet, en onze Siem het hom nou bikans dry vurdel jaars had.
P. Ik myn anders dat hy ’n koorspot oet Vrysland kregen had, of het hom dat nyt hulpen?
W. Ja dat is ook zoo, maar ‘t is ’t er niks anders van worren.
P. Nou denken ’t ook niks helpen, ik heb er anders al rys om dogt, dat ‘t ook ein komen laten wol.
W. Nee ’t ken niks helpen ’t is ook almaal wegsmeten geld!
P. Wel daar slagt klok al twalf uur.
W. Wat is ’t al zoo laat? Kom an den mout ‘k vort, nou is ’t bie ons etenstied.
P. O dat stekt ja zoo nauw nyt.
W. Nee, maar wie wollen namiddag na Delfziel, en mie dunkt den benwe ons tied van namiddag wel neudig.
P. Ja dat ’s ook waar.
W. Nou eet lekker.
P. Insgelieks Wilm, en gouden rais.
W. Dank.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De inwoners van dit dorp zyn vlytig, mededeelzaam, zachtmoedig, nederig en zeer gedienstig. Wuftheid of loszinnigheid enz. wordt hier in het geheel niet gehoord.
Huiselijke byzonderheden zyn:
De tyd van opstaan is meestal tusschen 4 en 5 uren en het naar bed gaan te 8 à 9 uren. Het ontbyten geschied, des morgens te 8; des middags te 12, en des avonds om 6 uur. De vermaken en uitspanningen, bestaan in het bezoeken van den naast byzynde kermissen, harddraveryen, Verkooping, Boeldagen enz. Het rapen dorschen is mede eene vrolyke uitspanning. Bezoeken worden hier weinig afgelegd, doch wanneer dit gebeurt, wordt er een kop koffy of chocolade gedronken. Het trouwen en begraven is zeer eenvoudig.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

1) Men heeft ¼ uur ten Westen van de kerk aan de Noordzyde
van het Damsterdiep een schoon buitenverblyf, Ekenstein genoemd,, toebehoorende aan den Heer Alberda.
2) Een weinigje Zuidoostelyk van Ekenstein aan de Zuidzyde van het Damsterdiep staat mede een schoon buitenverblyf de Appelborg genoemd, toebehoorende aan Mevrouw Gruis.
3) 1/10 uur ten Zuidoosten der kerk, waar thans de houtzaagmolen staat, stond in het jaar 1435 een oud adelyk kasteel, Dykhuizen genoemd, alwaar de beroemde Oostvriesche hoofdling Fokko Ukema door zyn huwelyk met Hide Ripperda doorgaans zich ophield. Deze dappere held heeft wegens zyne menigvuldige veldslagen en overwinningen eenen grooten naam nagelaten. Hy stierf in dit slot of Kasteel in het jaar 1435 en werd in de Augustinus Kerk te Appingedam begraven. Vele jaren was er een groot stuk van dit sterke Kasteel overgebleven doch werd eindelyk in 1738 geheel afgebroken en de fundamenten uit den grond gehaald om de dyken daarmede te versterken.
4) Tusschen het Oosterwytwerder maar en Ekenstein digt aan de vaart vindt men een vierkant stukje land met oude vervallen grachten omringd, waar, zoo als men zegt, voorheen eene burg stond.
5) Men zegt, dat er voorheen, waar thans het gehucht Garrelsweer ligt, ook eene burgt gestaan heeft, dat toen den naam van Keerweer had, en volgens het zeggen van een oud man zitten de fundamenten er nog gedeeltelyk van in den grond.
6) Voorheen waren hier 2 grooten stukken lands die voor eenige jaren doorgegraven zyn; op dat ieder eigenaar zyn deel kon gebruiken, zoo als hy wilde.
Het eene stuk lag of ligt ¼ uur gaans ten Zuiden van de kerk en was in zyn geheel 50 grazen groot, en werd het Warmt genoemd. Het tweede stuk, dat het Wiezel heette ligt ¼ uur ten Zuidwesten van de kerk en was in zyn geheel 99 Grazen groot.
7) Vooraan in dit kerkgebouw heeft men eene groot wywatersbak, alsmede eene (in het tweede antwoord vermeld) zwaren zerken doodkist. Ook heeft men hier geschilderde glazen.

(get) G.Huizinga
Schoolonderw: te Tjamsweer.