Zoek op de website

Tolbert

Gemeente De Leek

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Tolbert, (of ’t Oldebert) een dorp in de Gemeente de Leek.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Gehuchten vindt men hier niet; maar de buurtschappen Diepswal, een half uur ten Zuiden van Tolbert, hetwelk zynen naam ontleent van het diep, hetwelk van de Zevenhuizen langs hetzelve zynen loop heeft ; de Holm ten Zuidwesten gelegen, op het verst ¼ uur van de Kerk en het Meentescheer ½ uur ten noordwesten van dezelve gelegen; hetwelk den naam draagt naar het land, dat in vroegere dagen mandeelig gebruikt werd, doch nu door afgraving, van hetzelve ieder zyn aandeel heeft bekomen.
Tolbert /of ’t Oldebert/ heeft zynen naam waarschynlyk bekomen, om dat dit dorp, op eene zandige hoogte is gelegen, zoo als /bert/ of hoogte zulks aanduidt, en door byvoeging van Olde, wegens het ontstaan van het Niebert (of nieuwe bert of buurt) ten Zuidwesten van hetzelve, en Letttelbert (of Lutjebert of buurt) ten noordoosten is gelegen, zulks genoegzaam te kennen geeft; tusschen Tolbert (of Oldebert of buurt) en Lettelbert (of Lutje Kleine bert of buurt) is gelegen Midwolde.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Dufsteen vindt men niet aan de kerk (of Toren). Ook geen opschrift wegens derzelver stichting; maar op de Torenklok vindt men deze inscriptie (boven om den rand) Jurien Balthasar heft my gegooten Anno 1660. dan heeft men op de eene zyde een wapen waar onder staat Ivo Auwema, en op de andere zyde een wapen waar onder staat Carell Hieronymus vry Heer van Inhoesen en Kniphoesen Heer tot Nienoorth Vredewolt en Oplewardt”; zynde dit onderstreepte er afgeslagen, doch nog eenigzins leesbaar, en eindelyk heeft men onder om den rand gegraveerd, Betaalt uit de gemene midlen v. tolbert Anno 1660. Volgens mondelinge overlevering, zou dit laatste er opgegraveerd zyn, om dat de ingezetenen gemeend hadden, dat Vry zoo veel te kennen gaf, dat zy geen eigendom aan dezelve hadden, en de gieter van de klok gedwongen was door één Boer, welke hem met eene hooivork dreigde door te steken, (ten Zuiden van de kerk op het kerkhof waar dezelve volgens zeggen gegoten is,) indien hy zulks niet veranderen wilde, waarop hy zich genoodzaakt zou gevonden hebben zulks te moeten doen. -

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Ten Zuiden het Zevenhuisterdiep, dienende tot afvoer der turf (zynde eene gegravene vaart) loopende in eene Zuidwest– en in eene noordoostelyke rigting door de Leek in het Leekster meer, en vervolgens door het Lettelberterdiep en de Munnikesloot en de Gaaf in het Hoendiep of de Trekvaart naar Strobos.
Ten Noorden de Matsloot gelegen in eene Oost- en Westelyke rigting, en heeft zyne uitwatering in het trekdiep by Enumatil; voorts vallen nog in dezelve meest allen in eene Zuid- en noordelyke rigting de kleine riviertjres of afwateringen de Ryt, de Bonnema, de Gaaf, de Ham, de Mensemaweg, de Blink, de Togt, de Grouw, en de nieuwe Veenslooten. –

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Hier in den omtrek vindt men geen drooggemalene of nog aanwezig zynde meeren, dan alleen het Leekster- of Zuttemeer, waar van de Toren van Tolbert dient tot een baken voor het Leeksterveer of vragtschippers.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten, wierden, warven, essen of heuvels vindt men hier niet, dan alleen de zandige hoogte, welke reeds te Lettelbert begint, en dan in eene Zuidwestelyke rigting voortloopt, langs de dorpen Midwolde, Tolbert, Niebert, Nuis en Marum, tot in de Provincie Vriesland. Deze zandige hoogte van Tolbert lag boven het water beneden de Leek, 3 el 3 palm en 5 duim; volgens waarneming gedaan op den 24 Dec. 1827 en toen aan Zyn Hoog Geleerde ingezonden. –
Ten noorden op de grenzen van de Gemeente Oldekerk, vindt men den ouden Dyk, welke in eenen Oost- en westelyke rigting loopt en een weinig boven de oppervlakte van den grond verheven is. Deze dyk bestaat uit behoorlyk goede kleigrond.

7. Welke bosschen zijn daar?

Men heeft hier het schoone groote eiken bosch Auwema, een Sieraad in het verschiet van het dorp. Ook zyn hier nog al eenige eiken- en dennebosschen, doch van kleineren omvang, toebehoorende aan den Heer J.H. Leuringh.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Deze zyn: 1° Delfstoffelykryk: Zand, leem, turf, en keisteenen.
2° Plantenryk, Rogge, boekweit, garst, Haver, aardappelen, rapen of knollen, Vlas, hennip, Koolzaad; en Houtgewas, inzonderheid van Eiken, Dennen, elzen en barken.
3° Dierenryk: Paarden, Koeyën, Ossen, Schapen, Zwynen, ganzen, Eenden, Hoenders enz. Voorts nog Vossen, Bunsings, Otters, Hazen, Korhoenders, Patryzen, Snippen, en meer ander klein wild. Ook wordt de Byeteelt, door sommige ingezetenen uitgeoefend. Visch heeft men in de binnen wateren, als Baars, Snoek, Brasem, Voorn, Zeelt, Blei, Aal, enz.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Deze is Klei, Zand en Veen. Ten noorden op de grenzen tusschen Tolbert en de Gemeente Oldekerk, heeft men den ouden Dyk /een smalle streep/ uit behoorlyk goeden kleigrond.
De Zandige hoogte waarop Tolbert is gelegen, strekt zich p.m. uit ¼ uur ten noorden, Oosten, Zuiden en Westen van de Kerk; deze Zandgrond wordt door eene behoorlyke bemesting tot eenen vruchtbaren grond gebragt. Ter diepte van 6, 7 en 8 plm. vindt men den ondergrond over het algemeen eerst uit roodachtig dan uit witzand en vervolgens uit Leem, doch ook op sommige streken onder het zand wel potklei, byzonder blykbaar in het graven van putten. Ten noorden tusschen deze genoemde zandige hoogte en den ouden dyk bestaat de grond over het uit laag hooiland, waarvan de ondergrond over het algemeen uit laag veen bestaat, doch verschillend in zwaarte, zoodat men aan eenige soorten den naam geeft van darre of brongrond. – Onder deze Veen-, darre of brongrond heeft men Zand – gelykende naar wel- of spoelzand. Ten Zuiden van deze zandige hoogte, tot aan de Zevenhuizen, heeft men meest vergraven veen, Leÿen of laag veen genoemd, waaruit nog eenige Baggelaar gegraven wordt, en waarvan het hooge veen reeds afgegraven is. – Deze ondergrond van het genoemde veen bestaat eerst uit zand en vervolgens uit blaauw Leem, hetwelk zeer vruchtbaar schynt te zyn, volgens zeggen van den Heer Leuringh, welke reeds proeven genomen heeft, om zonder mest, goed kool op raapzaad op hetzelve te kunnen verbouwen. Voor houtgewas is deze Leemgrond ook byzonder goed n.l. voor populieren, welke er in menigte door den genoemden Heer aangekweekt worden . –
Op sommige streken onder het veen vindt men ook nog eenigen oergrond. -

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Wat betreft de Kunsten en Wetenschappen, deze kan men niet zeggen dat in deze Gemeente zoo byzonder worden beoefend, evenwel heeft men in de Zangkunde, vooral by de openbare godsdienstoefeningen alhier sedert eenige jaren vry sterke vorderingen gemaakt, daar hetzelve in vroegere jaren niet alleen onstichtelyk maar dikwerf door den voorzanger alleen werd uitgeoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Onder de genoemde fabryken, trafyken en Handwerken, kunnen hier worden gebragt, eene Kalkbrandery, Boekweitmaaldery, Smederyen, Weveryen, Kuipery, Stelmakeryen, Schoenmakeryen, Bakkeryen, enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtsgesteldheid in deze Gemeente mag men met regt, wegens de hooge ligging op eene Zandgrond gezond noemen; van daar is het ook, dat de algemeen op de kleigronden in den herfst heerschenden ziekten, alhier zoo veelvuldig niet worden gevonden, ten zy dezelve van daar worden overgebragt, zoo als vooral in den herfst van den jare 1826 het geval geweest is. -

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Hier bestaat slechts ééne kerk en ééne school, ofschoon er weinig lust tot lezen, in onze Gemeente gevonden wordt, waar door ook veroorzaakt wordt, dat hier geen Leesgezelschap /waartoe wel eens middelen beproefd zyn/ kan worden opgerigt, bestaat hier evenwel sedert meer dan 10 jaren een Zanggezelschap, hetwelk om de andere week zondags na de middags na de laatste godsdienstoefening zamenkomt, en zich door vierstemmig zingen niet alleen van Psalmen en Gezangen, maar ook door de Liederen van Hazen en anderen in de Zangkunde zoekt te oefenen. -

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De meeste menschen vinden hier hun bestaan door handen arbeid in de Veenderyen. Ook bevinden zich hier verscheiden Landbouwers, neringdoende en handwerkslieden.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Wat aangaat de platte taal onzer inwoners, hier omtrent weet ik my niet wel uit te drukken. Ik durf dezelve niet nederduitsch noemen, omdat zy myns bedunkens ook met het hoogduitsch vermaagdschapt en zoodanig verbasterd is, dat ik niet wete, hoe dezelve te moeten noemen. Ik wil evenwel dezelve door voorbeelden van de dagelyksche by ons in gebruik zynde spraak zoeken op te helderen, als:
Ik hadde guster koeze piene
Ik wil een booge papier deursnieden
Wy zullen op Keunings Jaardag Klok Luden
‘k Heb jammik geen Koffi had
Hoe hiet die man die guster by jim was?
Mem! mag ik een brugge?
Mat mui is al viefenzeuventig jaar olt
Japik kroept op de knyen deur de modder
Knels holt het peert vast, veur Harke Kuper
Hy nemt alles wat hy maar kriegen kan.
Jan speult altiet in de schoele.
Lammert is een voelbandig arbeider.
Heb ÿ jou nog niet an boeit?
Lutje Roelf et al te veul vleis.
Blief nog een beetje, en stik de piep nog is an.
Jim eertappels binnen ook al riep.
Leuf y alles wat u zegt wordt?
Kun y ook al mooi schrieven?
Heit het zegt, dat ‘k zol niet nade stads maat.
De botter is nou veul duurder as van ’t Zummer.
Geit de klokke goet op de tiet?
‘k Heb van murgens na Leptert west, en doe was daar een man die vroeg my, waar hy langs most na Eemtil, ‘k heb ’t hem zegt; maar hy wol my niet leuven.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Het algemeen karakter der Ingezetenen alhier is innemend, doch tevens onopregt, zoodat dezelve dikwyls spreken hetgeen zy niet meenen: bovendien geven zy zich voor godsdienstig uit, doch in hun hart zyn zy het tegen overgestelde.
Betreffende hunne levenswyze, deze is zeer verschillend, de een staat des morgens vroeg, de andere laat op, gelyk het ook gesteld is, met het ontbyten, middag- avondeten en naar bed gaan. Vermaken en uitspanningen worden hier vele genoten, vooral door de jonge lieden, en wel dan 2den Kerstdag, Nieuwjaar, St Pieter, Paasch, Pinkster en veeltyds ook des zondags avonds, als wanneer jongens en meisjes zich in de herbergen begeven, en daar een groot gedeelte van den nacht doorbrengen. -
Algemeene volksvermaken vinden hier weinig plaats, slechts eens in het jaar eene harddravery en in het voorjaar en den herfst kermis, terwyl dan oud en jong, ook het grootste gedeelte van den nacht in de herbergen doorbrengt. De wyze van bezoeken bestaat hier, door een geheele dag by zyne buren te gaan eten, hetgeen men piezelen noemt of ook wel des avonds als wanneer men by elkander een boterham eet, een kopje chocolade of koffy en een borrel drinkt. -
Gebruiken by het trouwen vinden hier weinig plaats; de kerkelyke inzegening wordt hier van zeer weinigen begeerd, gansch anders is het met de begravenissen, by welke gelegenheden, men algemeen er op gesteld is, dat de Predikant de voorgang heeft en gebed en dankzegging by den maaltyd doet, welke maaltyd bestaat uit wittebrood en bier, waarin sommigen zich alsdan niet alleen vergasten, maar zelfs op eene onbescheidene wyze te buiten gaan door het onmatig eten en drinken.
Opmerkelyk is het, dat men by de begravenissen zoo byzonder gesteld is; op eene zekere deftigheid, welke alleen schynt te bestaan in de eer van een Predikant te hebben, of eenen anderen voorbidder by gebreke van den eersten, terwyl by het gevolg der Lykstatie weder alle deftigheid ontbreekt, en men geheel zonder orde of regel naar het Kerkhof gaat. Gewoonten hebben hier geene anderen plaats dan Piezel- en ribpartyen, voornamelyk in het voorjaar en in den herfst als wanneer jonge meisjes zamen komen en zich dan eens vermaken.
De inborst is hier zeer gematigd. De denkwyze is zeer bygeloovig, gelyk blykt, door dien men by ziekten van menschen en vee veelal de toevlugt neemt tot bezettingen, besprekingen, bestrykingen of duivelbanderyen, waarvan de menschen zich naauwelyks laten terug brengen. -

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

De voormalige burgten zyn hier het huis Auwema en Rodenburg.
Van spookverschyningen of dergelyke bygeloovigheden hoort men hier niet veel meer of althans weinig spreken, dan alleen van eenen grooten Helhond en een vliegend zwyn, welke eenigen zouden gezien hebben. – Met opzigt van overleveringen is my niets aanmerkingswaardig bekend, dan hetgeen er reeds by vraag 3 van het opschrift der torenklok gezegd is. Byzondere kinderliedjes of oude gezangen zyn hier niet bekend. - Oudheden zyn hier ook niet, doch als iets merkwaardigs mag hier worden opgegeven, dat in het begin der Hervorming, door den Predikant van ’t Olbert - Johannes Wirichius de 9 kerken van Vredewold zyn bediend, waarover in den Jare 1609 aan het Synode is geklaagd, dat de ingezetenen dier gemeenten als schapen zonder herder, buiten orde of tucht, er geheel in het wilde liepen. - Met opzigt tot het overige van vraag 17 zou ik alleen kunnen melden, dat Jonkheer Bocco Auwema, welke volgens het gedenkboek van Stad en Lande in den Jare 1614 Curator van de Academie te Groningen was alhier op het koor der kerk begraven ligt, en vermoedelyk ook op den huize Auwema is geboren.

(get) J.H. ten Hoor.