Zoek op de website

Visvliet

Gemeente Grypskerk

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Visvliet.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

In het Kerspel Visvliet vindt men Pieterzyl, liggende nagenoeg een half uur in het N.N.O. van de kerk te Visvliet. De naamoorsprong hier van is my onbekend, gelyk mede die van Visvliet, en met zekerheid weet niemand my hieromtrent eenige inlichting te geven. Het algemeene denkbeeld echter zegt, dat het gebied der zee zich voor eenige eeuwen nog tot Visvliet uitstrekkende, Visvliet eene voorname vissersplaats of een Vliet zoude geweest zyn, en daardoor den naam Visvliet zoude gekregen hebben, hebbende daarom eenen Visch op het spits der toren en een twee mast schip op het Oosteinde der kerk.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duf- en duifsteen is er niet aan de kerk. Op de torenklok staat: in ’t jaar ons heeren duizent zes hondert en dertich heeft my Hans Falcks van Neuremberg ghegoten. “Junker Aulus van Harkema Gritman van Visvlit” Nicolaus Petre Dienaer des Godtlichen wordes tot Visvliet. “Die Heeren Gedeputerden Staeten van Vrieslant Collatoren van Visvlit.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Langs de noordkant van Visvliet loopt het riviertje de Lauwers, vereenigd zich in het Noordoosten met eene vaart of diep, komende uit de trekvaart van Groningen naar Strobos en loopt Oostwaarts voorby Visvliet. Deze beide wateren loopen vervolgens in eene noordelyke rigting door de Munnekezyl (prov: Vriesland) in de Lauwer of Noordzee.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Geene.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit het Dierenryk zyn: viervoetige dieren als: paarden, runderen, schapen, zwynen, honden, katten, ratten, muizen enz. Vogelen, als: Zwanen, ganzen, eenden, hoenders, paauwen, kalkoenen, Oӱevaars, reigers, Zwaluwen, Spraën, musschen enz. – Visschen als: snoek, baars, aal, enz. alsmede verschillende soorten van insecten. – Het plantenryk brengt voort: garst, tarwe, rogge, haver, Kool- of raapzaad, aardappelen, uitnemend gras, hooi, Vlas enz. Verder eenig houtgewas, onderscheiden soorten van vruchtboomen, alsmede verschillende tuinvruchten. – Delfstoffen zyn er niet, ten minste my onbekend.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Het bovenste gedeelte bestaat meest uit beste kleigronden, ter diepte (naar ik onderrigt ben, van 13,14 a15 voeten). Hierop volgt een voet of 3, 4 a 5 thoel (naar gemeene turf gelykende) en hieronder vindt men zand. Over het geheel is de grond laag en vlak en behoort onder het vruchtbaarste van het Westerkwartier.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

-

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men heeft te Visvliet, eene pottebakkery, kalkbrandery, grofsmedery, stelmakery, bakkery, gruttery, leerlooӱery, 2 weveryen, 2 schoenmakeryen, 5 winkels, 2 verwers, 3 timmerlieden één veearts, een Logement of Herberg, eenige renteniers en verders arbeids- of Koophandeldryvende lieden. Te Pieterzyl heeft men eene bakkery, eene grofsmedery, leerlooӱery, twee schoenmakeryen, twee winkels, 3 timmerlieden enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Door de nabyheid der zee, is de lucht hier veelal koud en vochtig, vooral des avonds en dus niet zeer gezond. Van hier, dat men in den herfst en het voorjaar veel aan koorsten heeft te lyden.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Men heeft hier twee kerken, als: eene Gereformeerde te Visvliet en eene Mennonitische te Pieterzyl. Te Visvliet is eene vaste openbare lagere school komende er ook schielyk eene dusdanige te Pieterzyl. Lees- en zanggezelschappen bestaan hier niet, echter strekken de Leesgezelschappen van het Noordwestelyk gelegene Burum (prov. Vriesland) en van het Oostelyk liggende Grypskerk, zich in deze gemeente uit.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Landbouw, binnenlandsche Koophandel en Scheepvaert, handwerken enz.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Hunne taal is eene ondereenmenging van Groninger, Friesche en Hollandsche talen.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De inwoners zyn over het algemeen zedigbestending, godsdienstig, vlytig, niet twist of woelziek, maar vriendelyk bescheiden, dienstvaardig, geyrouw en eerlyk.
Des morgens van drie tot zes, is by hen den tyd van opstaan. Hun ontbyt houden zy te 7 a 8 uur. Te 12 uur houden zy hun middag- en ’s avonds te 6, 7 a 8 uren hun avondmaaltyd; gaande van 8 tot 11 uren te bedde.
Elkanderen een bezoek gevende, worden zy op koffy, thee (met of zonder boterham) of op eene warme maaltyd onthaald. Twee in den echt zullende treden gaan zy met of zonder familie en bekenden naar de hoofdplaats der Gemeente, ten einde door den Burgemeester in dezelve te worden verbonden.
Huiswaarts gekeerd zynde, geven zy eene bruiloft aan eenige vrienden en bekenden, groot of klein, naar mate het vermogens der getrouwden zulks toelaat. Op eene begravenisplegtigheid, verzoekt men de vrienden en goede bekenden, ten einde het lyk tot naar het graf te volgen en daardoor hetzelve de laatste eer te bewyzen. Terwyl men met de begraving des lyks bezig is, maken de buren eenen maaltyd gereed; bestaande uit wittebrood en bier. Voor en na het eten, doet de Predikant of iemand anders, hiertoe verzocht zynde, een op tyd en omstandigheid toepasselyk gebed. Vervolgens wordt het eten weder afgenomen en de thee opgezet, waarna elk weder huiswaarts keert.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

-

Opgemaakt en beantwoord door my (get) J.G. Sikkema
Kustos te Visvliet