Zoek op de website

Weiwerd

Gemeente Delfzyl

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Weiwerd.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Gehuchten of buurtschappen behooren onder dit dorp niet. – Wat de naamsoorsprong van dit dorp betreft, dit moet myns inziens zynen naam verschuldigd zyn aan de hoogte, op welke het gelegen is, deels ook aan de weide landen, welke zich zuidwaarts van dit dorp uitstrekken.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Duf- of duifsteen is er aan deze kerk niet. Het opschrift op onze torenklok is het volgende Joach: M. Ripperda. Wilrick Eltkens, Rotger Evers. Johannes Artopaers Pastor den 29 Mei Anno 1604.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het zoogenoemde Weiwerdermaar, dienende tot ontlasting van het water der Weitwerder landen. Het ontspringt ruim een half uur bezuiden Weiwerd, loopt van daar meerendeels noordwaarts tot aan Weiwerd, waar het den naam van diep ontvangt. Hier wederom eene noordelyke en vervolgens eene noordwestelyke rigting aannemenden, ontlast het zich eindelyk by Farmsum in het Farmsummer diep. – De kolken die in deze gemeente gevonden worden, zyn, zoover my bekend is, vyf in getal, alle ten zuiden van Weiwerd gelegen, by de zoogenoemde kading, liggende op de scheiding van Weiwerd en Heveskes.
De eerste plus.min. 20 minuten van Weiwerd, en de andere verder Zuidwaarts, ieder 7 a 8 minuten van elkander verwyderd. En ofschoon derzelver oevers van tyd tot tyd naauwer beperkt zyn, leveren zy echter den aandachtigen onderzoeker (wegens hunne verbazende diepte en grootte) menigvuldige blyken op, welke onrustige bewegingen hier voorheen door het zeewater zyn te weeg gebragt.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten, Wierden, Warven, Essen of heuvels vindt men hier niet.
Alleenlyk is hier ten noorden van Weiwerd, op een afstand van een kwartier uur gaans de sterke Eemsdyk ter hoogte van 6 ellen 5 palmen, liggende in eene Zuidoostelyke en noordwestelyke strekking ter lengte van 45 Roed. 5 el, sluitende zich ten Zuidoosten aan den Hevesker en ten noordwesten aan den Farmsummerdyk. Ook is hier nog als hoogte aan te merken de kading (van welke in antwoord 4 reeds gesproken). Dezelve neemt (hoe wel thans niet meer zigtbaar) haren aanvang by de Eemsdyk ten noorden van Heveskes. Loopt van daar tot Heveskes waar zy meer zigtbaar wordt. Hier neemt zy eene Zuidwestelyke rigting aan, en vervolgens eene Zuidelyke, tot dat zy zich, al kronkelende, omtrent een uur van Weiwerd aan de zomerdyk sluit. Derzelver hoogte bedraagt thans 8 a 10 palmen. Thans is dezelve van weinige beteekenis, en dient slechts om het water der Weiwerder landen van het Oterdummer Zylvest af te keeren. Dan in vroegere tyden moet dezelve eene aanmerkelyke hoogte gehad en gediend hebben, om het zeewater, het doordringen naar Fivelgo te beletten, blykens de menigvuldige en aanzienlyk groote kolken, welke natuurlyk door vroegere doorbraken van dezelve ontstaan zyn.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het Delfstoffelyk ryk levert hier geene voortbrengselen op,
De voortbrengselen uit het Plantenryk zyn voornamelyk: garst, haver, boonen, tarwe en koolzaad, appels en peeren zyn hier thans (al hoewel ons dorp rykelyk van die vruchtboomen voorzien is) niet veelvuldig. Inzonderheid worden hier ten noorden van Weiwerd, beste aardappelen verbouwd, die zoo wel door hunne groote vermeerdering, als door hunnen keurigen smaak, den landbouwer veel genoegen verschaffen.
Uit het Dierenryk hebben wy vooral paarden, koeÿen, schapen en verkens. De drie eerste worden hier veelvuldig aangekweekt, aangezien aan de Zuidzyde van Weiwerd, veel Weideland gelegen is.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Aan de noordzyde van ons dorp bestaat de oppervlakte van den grond uit vruchtbaar kleizand op eene diepte van 3 a 4 palmen vindt men leem. Aan de Zuidzyde dezes dorps vindt men eerst zwarte klei, iets Zuidelyker rooddoorn, daaronder knipklei of knik, nog meer Zuidelyk rooddoorn, daaronder knik en vervolgens darg of darri. De oost en westzyde komt hierin met de noordzyde overeen.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Geene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Met de Fabryken en Trafyken is het hier even zoo gelegen als met de beoefening van Kunsten en Wetenschappen. Handwerkers vindt men hier ook al geen groot getal; dewyl er slechts één Bakker, Kuiper en Kleermaker is en twee Schoenmakers zyn.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De lucht is hier in vergelyking van andere plaatsen dezer provincie, meestal vochtig en koel, vooral des avonds, veroorzaakt door de nabyheid van de rivier de Eems. De overkomende zeedampen veroorzaken hier wel eens een al te koelen avond, op eenen warmen zomerdag, en verpligten dus, den bewoner dezes dorps, die zich door de warmte des daags iets ontkleedt heeft, zich des avonds weder aan zyne gewone kleeding te voorzien.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Kerk en school is hier van ieder één, doch lees- en zanggezelschappen bestaan hier niet.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Behalve de reeds opgegevene handwerkers, bestaat ons dorp uit landgebruikers en daglooners. De eerste vinden hun bestaan in den landbouw en de veeteelt, en de tweede, door de eerste in derzelver werk behulpzaam te zyn. Ook vinden eenige daglooners hunnen kost, door aan de instandhouding van den Eems dyk te arbeiden.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Verbasterd Neerduitsch met Hoogduitsche woorden en tongvallen doormengd, b.v.: Ik zy ’t zoo lebendig aankomen.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Over het algemeen zyn de inwoners van ons dorp vriendelyk in de verkeering (echter geen regel zonder uitzondering) deelnemend in ongelukken en zeer dienstvaardig, snellende elkander in byzondere omstandigheden gaarne te hulp.
De tyd van opstaan, wisselt hier af met het jaargetyde. Des zomers is het reeds by den landgebruiker en den daglooner om 4 uur des morgens dag, het welk des winters wel eens een paar uren later wordt. Met het ontbyt is het even zoo gelegen. Des winters gebruikt men het gewoonlyk om 8 uur, en des zomers om 6. Het middageten rigt zich ook al by den boerenstand naar dat de omstandigheden zulks toelaten, doch geschiedt meestal om 12 úúr, terwyl het avondeten gewoonlyk om 6 uur genoten wordt. By den handwerksman wordt dit veelal geregelder waargenomen en geschiedt doorgaans des morgens om 8, des middags om 12 en des avonds om 6 uur. Het bedgaan valt gewoonlyk in, des avonds om 9 uur, dat echter wel eens in den wintertyd wat later wordt, door het bezoek, hetwelk men als dan by zeker iemand gaat afleggen. Gewoonlyk vervoegt men zich by zoo iemand om 7 uur, en brengt daar dan onder een vriendschappelyk gesprek en onder het rooken van eene pyp, en het gebruiken van een kopje koffy eenige uren door. Vermaken en uitspanningen maakt men hier niet veel gebruik van. Dit is hier dus zeer eenvoudig, en bestaat slechts in het bezoeken van een en ander jaarmarkt. Ook kan met dit by velen nog niet als eene uitspanning of een vermaak beschouwen, dewyl zulks ook wel geschiedt om er handel te dryven.
Vele byzonderheden ziet men hier niet ter tafel brengen. De gewone kost is hier dat gene, wat ons door de natuur op onzen eigenen akker is toegedeeld.
De bruiloften zyn hier byna geheel afgeschaft, en men wordt het dus schaars gewaar, wanneer er zich twee door het huwelyk vereenigd hebben. By de Begrafenis van iemand is het hier geheel anders gelegen. Als dan, worden er verscheiden lieden uitgenoodigd, zoo wel, die niet als al, tot de vrienden van den overledenen behooren, om den zelven, de laatste eer te bewyzen. Gewoonlyk is de Predikant hier ook by aanwezig, welke dan op zyne beurt de naastbestaande vrienden, zoo veel mogelyk is, door eene korte redevoering tracht te troosten, en ofschoon hier nu velen by aanwezig zyn, schynt het echter, dat geen van hen na de begrafenis, iets van deszelfs woorden heeft onthouden, dewyl deze handelwys, (de zwarte kleren uitgezonderd) eer het vertoon van eene bruiloft, dan van eene begrafenisplegtigheid oplevert. Men wandelt het dorp rond, beziet eens deszelfs ligging en voor het overige brengt men den tyd, met te spreken over de dagelyksche omstandigheden door, zonder eigenlyk te bedenken welke plegtigheid men zoo oogenblikkelyk heeft bygewoond, tot dat eigenlyk de tyd gebiedt, naar huis terug te keren.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Geene.