Zoek op de website

Westerlee

Gemeente Scheemda

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Wester- en Heiligerlee.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Een gehucht welke genoemd wordt Kloosterholt, liggende ruim een kwartier uurs van de kerk. – Hiervan kan men lezen in de Hulde aan de nagedachtenis van Adolf van Nassau, blz. 33. –

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

De opschriften op de luidklok in de toren luiden:
a) de Provincie van Stadt en lande J. Borchardt. Fudent Enschusāē.
b) 1760. Door besorginge van de heeren raatsheer J. van Hooren en Willem Alberda Gedeputeerde Staten.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

De uitwateringen loopen uit in het Zyldiep naar de Termunterzyl.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Eene groote zandige vlakte, liggende naby de kerk.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Geene.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Klei- Zand- en Veengrond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Geene.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Twee steen- en pottenbakkeryen, 1 smedery, 1 stelmakery, alsmede timmerlieden, schoenmakers en wevers.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

Eene gezonde luchtstreek.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk, 1 Openbare School, 1 Leesgezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Van de Landbouw en de Veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De algemeene boerentaal.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Over het algemeen zedig en naarstig van karakter.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Geene.

Westerlee den 8 Oct. 1828.
(get) H.A. Steur.