Zoek op de website

Westernieland

Beantwoording der vragen, opgegeven door de commissie van onderwys in de Prov. Groningen, d.d. 10 Juny 1828, door H. Reits te Westernieland.

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Hoe is de naam van uwe woonplaats? Westernieland.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Dit dorp is kerkelyk verëenigd met Saaxumhuizen; liggende zuidoostelyk op eenen afstand van plusm. 2500 ellen van onze kerk. Westernieland heeft zekerlyk zynen naam ontleend van het aldaar nieuw aangewassen land, alsmede, om het te onderscheiden van Oosternieland. De naamsoorsp. v. Saaxumh. is mij onbekend.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Aan de kerk vindt men geen dufsteen. Op de Westernielandster torenklok leest men, in Romeinsche hoofdletters, het volgende: Soli deo gloria fudit. I: Borchhardt: Groningæ 1753. Viva ut vivas. P.W. Baron van Sytcama Heer van Bellingeweer etc. Privative unicus collator van Westernyland. E.I AE. Baronnesse van Humalda ect. G.T. Baronnesse van Burmania etc. desselfs by de overledene Gemalinnen 1753. En op de Saaxumhuister torenklok: Aeternum. verbum. domini. manet. in. anno. 1649. Wilhelmus. Jacob. da. fri. me. fecit. Groningæ.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Westernielandster maar, dat uit het oosten van het dorp eenen aanvang neemt, en in eene westelyke rigting in dat van Pieterburen loopt. Er zyn acht kolken.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Onze zeedyk, welke eene hoogte van 4 elln 8 plm. en 5 dm. bevat, is van het oosten naar het westen gelegen. De polderdyk, van gelyke hoogte, ligt van het zuiden naar ht noorden, en van daar naar het oosten.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het plantenryk levert deze veldgewassen op: tarwe, rogge, garst, haver, boonen, erwten, kool, aardappelen, wortels. De tuinvruchten zijn, behalve aardappelen, voornamelyk peulvruchten en kool.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond bestaat hier uit klei en zand ter diepte van plusm. 2 plm. 5 dm. 7 str. tot 4 plm. 4 dm. 1 streep.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Dezelve worden hier niet uitluitend beoefend.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt hier geene fabryken, doch één broodbakker en eenige winkeliers.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is hier zeer veranderlyk en veeltyds vochtig.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Te Westernieland eene kerk en mede te Saaxumhuizen; ook eene school en een leesgezelschap te Westernieland.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De voornaamste middelen van bestaan zyn: de landbouw en veelteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platduitsche

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Een algemeen volkskarakter.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Geene.