Zoek op de website

Winschoten

Gemeente Winschoten

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

De naam der woonplaats is Winschoten.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De buurtschappen onder Winschoten behoorende zyn :
Zuiderveen, waarvan de naamsoorsprong gemakkelyk te vinden is, als liggende ten Zuiden van Winschoten en eene veenachtige streek, zynde van ruim een half uur strekkende van Winschoten tot de Zuidelyker liggende Kolonie de Pekela; -
Bovenburen, een vierde uurs benoorden Winschoten, hebbende vermoedelyk deszelfs naam bekomen, van eene streek boerenwoningen boven of ten noorden van Winschoten of liever, eene buurt aanmerkelyk hooger liggende dan Winschoten;
Sint Vitus Holt, eene vierde uurs zuidwestelyk van Winschoten ontleent denkelyk deszelfs naam van den Patroon der Kerk te Winschoten Sint Vitus, behoorende het holt (voorheen een niet onaanzienlyk bosch) aan de kerk te Winschoten; - Molenhorn, eenige minuten Zuidwestelyk van Winschoten, genoemd naar eenen molen, in deszelfs nabyheid staande, en het Oostereind, liggende een half uur ten noordoosten van Winschoten, van waar het ook deszelfs naam bekomt. – De naamsoorsprong van Winschoten ligt geheel in het onzekere. –

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Aan de kerk te Winschoten bevindt zich geen dufsteen. –
De opschriften der torenklokken zyn, die der groote klok: t.w. boven om de klok, J. Borchhard Fudit, Enchusae 1773. –
Onder, noordkant:
Gegoten in het jaar 1773
toen
Doctor Hindrik Rudolf Hoeth
ende
Erenveste Koopman Hindrik Post,
Kerkvoogden,
en
Docter Derk Mestingh
Eligeerde te Winschoten waren.

Zuidkant: Het beeld van Sinte Fiet.
En die der
kleine klok: Vernieuwd toen E.K. Groeneveld,
J.J. Meder, S. Stheeman, J. Takens
en L.H. Ludens, Kerkvoogden
waren te Winschoot.
Anno 1826, A. van Bergen, Me Fecit.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het eenige diep van Winschoten tot Zuidbroek (ook verder op naar Groningen) draagt den naam van Winschoter- of Schuttendiep, en van Winschoten tot Winschoterzyl heet de Renzee, beide gegraven kanalen zonder uitwatering, formerende als ’t ware eene kom, tusschen twee sluizen; schuttende het Winschoterzyl het water der A, en Zuidbroek dat van Veendam, Groningen enz.; hebbende tusschen beide nog een Vallaat, het Kloostervallaat genoemd, keerende het water van Winschoten, ingeval hetzelve door gebrek aan de Winschoterzyl te hoog mogt komen. Wanneer echter, door aanhoudende regen als anders, het water algemeen te hoog klimt, wordt hetzelve door middel van het Scheemder-verlaat, toebehoorende aan het Termunter Zylvest, ontlast, zoo als ook by elke doorlating van schepen door gemeld verlaat eenig water noodwendig moet worden ontlast.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Eene Gast 10 minten Zuidwestwaarts van Winschoten, hoog circa 6 Nederl. ellen, hebbende eene uitgestrektheid van pl.min. 23 bunders, – Ook zyn er nog eenige overblyfsels der oude vestingwerken aanwezig; onder andere een gedeelte der wal van Winschoten, welke sedert 1672 nog ongeslegt is gebleven.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen bestaan in den omtrek dezer Gemeente niet; echter beyvert men zich, om Winschoten aan den Zuidwestkant, met een wel aangelegd plantsoen te versieren.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen zyn, uit het plantenryk haver, rogge, garst, tarwe, boekweit, aardappelen, vlas, raapzaad, paardeboonen, erwten, kool, wortelen, knollen, allerlei soort van tuinvruchten enz.; uit het dierenryk, paarden, rundvee, schapen, verkens; – en uit het ryk der delfstoffen: Veen, Zand, klei, potklei, leem en een weinig keisteen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid is meest zandig en veenig, hier en daar een weinig klei, potklei, leem en zavelgrond.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Binnen Winschoten worden beoefend de Teeken- en Schilderkunst, eenige uitheemsche talen, als Hoogduitsch, Fransch, Engelsch; doch alles door particuliere personen.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Er is een houtzaag- een olie- en een koren en een pel- en korenmolen, voorts drie steen- en pannebakkeryen, eene fabryk van potten en blaauwe pannen, eene leerlooijery twee boekweitmaalderyen, eene bierbrouwery, eenige goud- zilver- en yzersmederyen, eenige garentwynderyen, eenige blaauw- verwe- weve- en twee kaarsenmakeryen.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid is gematigd en zeer gezond, zoo dat er zelden of nooit heerschende ziekten zyn.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Er is eene Hervormde – en eene Roosmsche Kerk, benevens eene joodsche Synagoge. De Luterschen hebben nog hunne kerk te Winschoterzyl. – Verder eene hoofdschool met drie vertrekken en twee byscholen, de eene te Zuiderveen en de andere te Oostereind, 8 leesgezelschappen, waaronder een Hoogduitsch en een zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan zyn velerlei en van verschillenden aard, waarvan echter de meest algemeene en hoofdzakelyk bestaan in Koophandel, landbouw, veengravery, het fabrykwezen, het schuitenveer en handwerken.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De taal is vry zuiver en beschaafd, ofschoon de platduitsche tongval, by de mindere volksklasse, er nog mede vermengd is.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De algemeene karaktertrekken der Winschoters zyn: spaarzaam, naarstig-, mededeelzaam – gezellig – gastvry en nyverheid; terwyl zy zich vooral kenmerken door hulpvaardigheid in ’t algemeen en medewerking in het byzonder als het de aangelegenheden van de plaats hunner woning betreft, zoo om dezelve te verfraaijen als met opzigt tot nuttige inrigting, te verbeteren; – zynde hunne levenswyze over het geheel burgerlyk.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Winschoten is de hoofdplaats van het Arrondissement van dien naam, en vereenigt als zoodanig in zich onder andere: de regtbank van Eersten aanleg, tevens regtsprekende in commerciële en correctionele zaken, het Vredegeregt, de bureaux van Registratie en Hypotheken, dat van Inspectie der Directe belastingen, in- en uitgaande regten en accynsen; heeft eene Post-directie, Schuitveeren op Groningen en de Nieuwe Schans en eene menigte voetboden, welke uit de omliggende Gemeenten en Plaatsen op geregelde en gezette tyden derwaarts gaan en terug keeren. Overigens is binnen Winschoten gevestigd: een Departement der Maatschappy: Tot van ’t Algemeen, afdeeling van het Nederlandsch Genootschap: Ter Zedelyke verbetering der gevangenen, Arrondissementale SubCommissie der Maatschappy van Weldadigheid, DistrictsCommissie ter aanmoediging en ondersteuning der gewapende dienst in de Nederlanden, Collegie van Regenten der gevangenissen, Bestuur der Bybelvereeniging in het District Winschoten, Departement Winschoten van het Instituut van Doofstommen te Groningen, eene Bank van Leening; twee jaarmarkten. – Ook vergadert te Winschoten het Klassikaal bestuur der Hervormde Kerk, alsmede vergaderen er eenmaal ’s jaars alle Schoolonderwyzers van het 5e district der provincie. –

(get) K.K. Middel.