Zoek op de website

Wittewierum

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Nu Wittewierum, oudtyds Werum of Wierum, genoemd; – doch om het te onderscheiden van Wierum in het Westerkwartier; en Onderwierum in Hunsingo, en Ooster Wierum bij Heveskes, gaf men den bynaam van Witte aan; en die wel van kleeding der Premonstreit Heeren, die hier een Klooster hadden, en welken men nog heden in de Roomsche landen de Witte Heeren noemt. Dit Klooster had den oorsprong te danken, doordien by zekeren Emo, van Romerswerf, welke op zyn landgoed een Kapelletje had opgerigt. Hierby voegde zich een andere Emo, Plebaan van Huizinge, welke beide te Romerswerf eenen Klooster stichteden voor mannen en vrouwen, om er in te leven naar de Premonstreit orde. Maar wanneer daarop in 1211, de Kerk van Wierum aan gemelde Klooster opgedragen was bouwde men hier in 1213, een nieuw gesticht voor de broeders, dat men den naam van bloemhof gaf; terwyl men de zusters liet in Romerswerf en dat Rozenkamp noemde. Al ras rees dit Klooster zoodanig in aanzien, dat de Overste tot een Abt gemaakt werd, en daar de inkomsten, dermate vermeerderden begon men in 1238 eene prachtige kerk te bouwen in den smaak van die van Premontre. Door tydelyke giften van landgoederen en gerechtigheden werd deze Abt de vermogendste in Fivelgo, en had het recht, van voorzitter by het Zylvest den drie Delfzylen. Dat toen in 1560 voor dit gewest, een bisdom werd opgerigt gaf de Paus de inkomsten dezer vette Abtdy aan den nieuwen Kerkvoogd; zoodat het Klooster in 1566 by de toen door gansch Nederland loopende beelden storming genoegzaam omver geworpen, en wyders na de reductie ter afbraak werd verkocht.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Ten Post 20 minuten Noordwest van de kerk.
Kroddeburen een half uur N.West van de kerk.
De naamsoorsprong is my onbekend.
Oldenhuis, voorheen (Aldehusum, Aldesum) vyf min: ten N.west van de kerk.
Oldersum 20 min: ten Noorden van de kerk.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Het Máár de Ei genoemd, hebbende hare uitwatering in den Fivel.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Het Oostermeer liggende een half uur, ten Zuiden van de kerk.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Eene wier van vier bunders oppervlakte en 5 ellen en 6 palmen hoog.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene bosschen.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het Delfstoffelyk ryk, levert hier geen voortbrengselen op, dan eenig leem.
Het Plantenryk weinig hout, dienende slechts tot brandstof of eenig ander gebruik. Tuinvruchten worden hier veel, doch boomvruchten zoo veel niet, als in het Noordelyke gedeelte van Fivelingo aangekweekt. –
Rogge, Garst, Koolzaad, Erwten en paardeboonen worden hier weinig in vergelyking van haver verbouwd. Aardappelen meer dan voorheen.
De voortbrengselen uit het Dierenryk, staan gelyk met de kleiachtige streken van Fivelingo en Hunzingo.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Aan de Noordzyde van het Damsterdiep is de bovengrond kleiachtig en daar onder vindt men rooddoorn en ook eenig leem; doch aan de zuidzyde van het diep eene dargachtige bovengrond en daar onder eene veenachtige stoffe.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Voornamelyk de Landbouw.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken. Een Rog- en Pelmolen.
Trafyken. Geene.
Handwerken. Yzersmid, Kuiper, Stel of Wagenmaker, Timmerman, broodbakker, Kleer- en Schoenmaker.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Eene kerk, een school, Zang- en Leesgezelschappen geene.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Daar de inwoners hier byna allen, uit boeren, handkwerklieden en uit boerenwerk verrigtende menschen bestaan, zoo vindt men een ieder in eene mindere of meerdere ruimte door dit zyn bedryf of handwerk, zyn brood; of men zou kunnen zeggen: voornamelyk door Landbouw.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Geene.

Aldus beantwoord door
(get) J.H. Venekamp
Onderw: te Ten Post en
Wittewierum.