Zoek op de website

Woldendorp

Gemeente Termunten

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Woldendorp.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De buurtschappen, welke om het dorp liggen zyn de binnen AE, Lesterhuis en de Zomerdyk, de meeste plm. 20 min: de 2de 10 – en de 3de 15 min.: van de kerk liggende, de 1ste ten Zuiden, de 2de ten Noorden en de 3de ten Westen van daar.
Nopens den naamsoorsprong van deze buurtschappen zeg ik het volgende: wat de binnen AE betreft, dier naam is zeker afkomstig en afgeleid van de binnen AE zelve, omdat de Boerenplaatsen by dezelve geplaatst – en de landeryen by dezelve behoorende, voor het grootste gedeelte aan de binnen zyde van de AE naar Woldendorp zyn liggende.
De buurtschap Lesterhuis, voorheen zeer waarschynlyk en volgens overlevering der ouden, tot lusthuizen by het Gryzemonnikken Klooster zal zyn gebruikt geweest, liggende van elkanderen plm: 7 a 8 min: behoorende het Gryzemonnikken Klooster (waar thans twee boerderyen zyn), onder Termunten.
Men zegt, dat de Monnikken van genoemde klooster eene onderaardsche steenen gewulfde gang van het Klooster naar hunne Lusthuizen (heden Lesterhuis genoemd) hadden gehadt. – Van den naamsoorsprong van Woldendorp weet men, dat het in vroegere tyd genoemd is geweest, Woudmansdorp, ook Woltomonnathorp. Hieruit zoude men misschien kunnen afleiden, dat in dien omtrek een woud of Bosch is geweest, waarvan den naam Woldendorp afkomstig is.
De buurtschap Zomerdyk, misschien zoo genaamd, omdat de Boerenplaatsen en daglooners huizen, by en om dezelve zyn geplaatst; loopende genoemde Zomerdyk, van achter Wagenborgen tot aan den ouden Dollarddyk, voor de Oostwolderpolder.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

Neen; de Kerk en Toren zyn gebouwd van zoogenaamde oude Kloostersteenen; de Torenmuren hebben de dikte van 1 El 7 Palmen en 7 duimen, en die van de kerk 1El 2 Palm en 1 duim. De Torenklok is met geene plaat of uurwyzer voorzien, schoon er in de Toren een gaande uurwerk aanwezig is.
De klok welke te Woldendorp in de Toren hangt, heeft het volgende opschrift Anno din MCCCCLXXIX Jan Clira † ankonnica Bin † Ick gheghoten to Woldendorp. Her Luppo Kerkher † Ubbo Jocko † Hapo Peter Kerkvoghede wieren. Herman Magoet.
Aan de Zuidzyde op de klok, zoo als dezelve heden is hangende staat het Beeld Maria met haar kind; en aan de Noordzyde het Beeld St: Nicolaas.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Men vindt in onze kerkelyke Gemeente de rivier de AE. Zyn oorsprong nemende by de Semslinie bezyden Barreveld, achter de Boven Wildervank tusschen de Westerwoldsche en Drentsch veenen loopende van daar door de Boven Wildervank, Veendam enz. en ontlast zich heden in het Termunter Zyldiep, tusschen de Zaagmolen by de Wartummerklap en Termunterzyl. Jammer is het myns inziens, daar deze rivier door de natuur zelve tot uitwatering gevormd is en nog heden voor onze landen de beste is; in vroegeren tyd niet beter in stand is gehouden of tot eene voordurend Kanaal of Zyldiep in order is gebragt.
Ook vindt men hier twee Maren, een zoogenaamde Oude en een nieuwe Maar; het eerste uitwaterende by de Knúif onder Nieuwolda en het 2de by de Zaagmolen by de Wartummer Klap; het 1ste ten Noordwesten van de kerk en het 2de ten Noorden van de kerk in het Zyldiep loopende. Men vindt hier naby den Dollarddyk ook twee kolken, welke gedolven zyn in de kersvloed van 1717.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Gasten, Warven, Wierden, essen, Heuvels, zyn hier niet; echter treft men hier eene Zeedyk aan; welke zich van Zuidwesten, naar het noordoosten uitstrekt en het land tegen overstroomingen van den Dollard beveiligd, hy heeft de hoogte van den Kruin tot den Kruin tot den Bodem 13 voeten. Ook heeft men hier nog een Dyk gelegd in 1819, welke de Finsterwolderpolder insgelyks voor overstrooming van den Dollard beveiligd; hy is hoog van de Kruin tot den Bodem 14 voeten, lopende dezelve van het Noordoosten van af de Oude Dollarddyk tot in het Zuidwesten en wegens zyn Zwenking ook nog in het zuidoosten.

7. Welke bosschen zijn daar?

Geene.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Uit het Mineraalryk treft men hier geene voorbrengselen aan:
Uit het Plantenryk vindt men hier, behalve allerlei keukengroenten, granen, peulvruchten, hooi, stroo enz.
Uit het Dierenryk heeft men hier veel wol, alsmede Vleesch, Boter, Kaas enz. –

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

Onder of bylangs den Zeedyk heeft men zware klei, ook heeft men hier vele landen waaronder men pl:m: ½ voet diep en minder de knik aantreft en verder ook verscheiden stukken land die men zoogenaamde rooddoorn noemt.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Deze plaats in dat stuk met andere Boerendorpen gelyk.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Fabryken en Trafyken treft men hier weinig aan, wy hebben hier een beste Rogge en Pelmolen, voor het overige leven de ingezetenen hier meest van hunnen handen arbeid, als daar zyn: Smid, Wagenmaker, Kuiper, Mulder, Schoenmaker, Bakker, Klêermaker, dagloner enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De lucht is hier vochtig en dikwyls met zeedampen vermengt, waar door zyne eenen zomerschen heeten dag, by eene Oostelyke, maar meest by eene noordelyke wind, vaak een al te koelen avond veroorzaakt; overigens is hier het luchtclimaat voor den inboorling niet ongezond.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

Men vindt hier eene kerk, eene school en één Leesgezelschap doch geen Zanggezelschap.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

Behalve de evengenoemde, bestaan de meesten van den landbouw en de veeteelt.

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Zeer gebrekkig, verbasterd Nêerduitsch; grenzende aan de Oostvriesche tongval.
Gesprek tusschen Harm en Pieter over de Zeemeeuwen, dienende ter opheldering van de taal, welke men te Woldendorp spreekt.
Pyter. Jonge Harm zy rys wat vrygen. de Zeimeijen daar nog op de Bakvenne ’t wil vast nog veul meer regen en sturmen.
Harm. Dunkt die dat Pyter. waar zol dat van komen, dat dei vogels hier den veul meer vlygen as dat het mooi wêer is?
Pyter. Kwyt nyt Harm, waar dat van daan komt, maar het komt toch nog al vaak oet, Wys toe de reden daarvan?
Harm. Zoo veul as ik wyt, wil ik die der wel van zeggen, doe wyst wel, dat dy vogels zok myst ophollen op de klippen en rotsen dei der in de zei bin, as ’t noe zoo sturmt en regent dan kennen zy daar nyt klaar worden, omdat het Zeiwater dan zoo lelk is; noe dan komen ze op het land dat digt aan de zei ligt en zuiken daar heur vreten, tot dat de zei zok weer bedaard het, maar doe most Oomke daar maar rais na vragen dei zal die dat wel beter oetleggen.
Maar Pyter, as toe dei vogels rais beschrieven wolte, hoe most toe dan zetten?
Pyter. Dat wyt ‘k nyt Harm, wys toe dat den wel.
Harm. Ja wel; dan moste schrieven Zeemeeúwen.
Pyter. Zeemeeuwen? Wat spreken wie doch yn malle taal.

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Zy zyn over het algemeen kuisch, opregt en braaf, hunne levenswyze matig en spaarzaam, meestal yverig in hunne werkzaamheden. Zy staan des zomers te 4 a 5 uren ’s morgens op, om 7 uren nemen zy hun ontbyt, ’s middags 12 uren het middag eten, namiddag 3 uren een kopje thee, des avonds 6 uren het avond eten, des avonds 9 uren gaan zy naar bed vooral in den zomer schoon het des winters wel eens later wordt. – In de lange winteravonden houden ze wel eens kleine visiten, drinken een kopje koffy of chocolade, zoo als voorvalt, met een pypje erby.
Het trouwen is hier thans zeer eenvoudig en gebeurt hier voor het meerendeel min kostbaar.
De begrafenissen zyn hier over het algemeen meer kostbaar, terwyl vaak de naaste familie neven en nichten mede daaronder begrepen worden genoodigd, om het lyk de laatste eer aan te doen en dan voor het overige met de naaste vrienden van de overledene de rouwmaaltyd te doen, het welk vaak niet bekrompen is.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

Onder de plaatselyke byzonderheden van dit dorp, mogen geteld worden:
1) de ronde steenen, welke men in de Straat van dit dorp aantreft, en denkelyk in vroegere tyden (misschien in oorlogstyd) tot handmolens gediend hebben; in het middelpunt van ieder der steenen vindt men een gat ter grootte van 2½ duimen Diam. de Diam: van de steen is lang 6 palm: 5 duimen. Men zegt dat in vroegeren tyd op den Dollard tusschen Reida en Nesterland een schip is gestrandt geweest, waarin gemelde steenen aanwezig waren. Schip en goed, dus aan de Strandvoogden vervallen zynde, is het denkelyk, wyl toenmaals het Ambtsgerigt te Woldendorp gevestigd was; de Ambtman in dien tyd, de steenen met het Gericht aan de overzyde van den Dollard heeft gedeeld, wyl aan de overkant van den Dollard, op Nederland in het voetpad ook nog heden gelyksoortige steenen aanwezig zyn.
2) Men mag ook als een gedenkwaardig stuk der oudheid aanmerken het voormalig Swaagkerkhof, het welk eenige arbeiders by het graven van de Barmslood in den Zomer van 1827 ontdekt hebben. Dit kerkhof ligt in den noordelyken hoek van de Finsterwolder polder, ten Oosten van onze kerk pl.min: een kwartier uur van daar. Genoemde arbeiders hebben op het einde van de Barmslood, menschengeraamten aangetroffen, in elkander in volle gedaante, en waarvan de beenderen nog vry gaaf waren. Genoemde lyken trof men aan 6½ voeten diepte, beneden de oppervlakte van den grond.
3) Kan men ook nog onder de byzonderheden opnemen, dat hier te Woldendorp begraven, ligt de beroemde doopsgezinde Uko Walles, in het jaar 1651. – alsmede, dat hier in de kerk te Woldendorp begraven ligt de beroemde Huininga, welks Grafzerk al hier in de kerk nog heden aanwezig is. Men zegt dat hy hier een Borg of Slot heeft gehad waarin hy gewoond heeft, dit is ook zeer waarschynlyk, terwyl hier heden een Boerenplaats aanwezig is, welke genaamd wordt Huiningaweer, daar misschien het Slot gestaan zal hebben.