Zoek op de website

't Zandt

Gemeente 't Zandt

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Het Zandt.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

Onder de kerkelyke gemeente van ’t Zandt behooren de gehuchten en buurtschappen Zyldyk, Korendyk, Kolhol en het Voorwerk. Het Zand, 4½ uur N.O. ten N. van Groningen gelegen, ontleent zynen naam van de zandige grondsgesteldheid, die hier meer of min een aanvang neemt en zich uitstrekt naar de Meden, Uithuizen enz. Zyldyk, een gehucht op en langs een over ouden dyk gebouwd, ½ à ¾ uur ten N. van ’t Zand, waar eene uitwatering en Zyl of Schutsluis in den Dyk zal geweest zyn, heeft zyn naam daarvan.
Korendyk, eene buurtschap, insgelyks op een ouden dyk, ligt ½ uur N.O. van ’t Zand en heet alzoo, daar ik, dewyl de grond aldaar by langs den dyk milder zal zyn tot het bouwen van Koren.
Kolhol, eene buurtschap omtrent 1 uur N.N.O. van t Zand, zegt men zyn naam ontleend te hebben, wyl daar vroeg iemand uit Keulen (Coln) afkomstig zoude hebben gewoond. Het Voorwerk eene buurtschap tusschen Zyldyk en ’t Zand. In vroeger dagen meent men zou daar een Klooster gestaan hebben doch van welke orde of soort zal moeijelyk te ontdekken zyn, waarvan thans nog muurwerk voorhanden zou zyn, alsmede te Zyldyk een zerk of deksel van eene doodkist of begraafplaats in het Klooster, doch zonder schrift. De naam Voorwerk zou afkomstige zyn daarvan dat de boerdery aldaar in het werk van Zaaijen, oogsten etc. vóór den anderen moest gaan.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

In de kerkmuur op ’t Zandt heeft men enkele duifsteenen gevonden ter dikte van 10 Ned. duimen en ter lengte van 31. In de kerk zelve is voor eenige jaren een fraaijen predikstoel, doophek en kap van Mahonyhout bezorgd. Het orgel is gemaakt A° 1662. Op eene balk in de kerk vindt men gebeiteld 1585. In den toren alhier vindt men twee klokken, een boven, welke daar vry en open hangt; dezelve heeft tot omschrift.

Vigilate et Orate, Deo Confidentes
Gerhart Schimmel me fecit 1693.
Op de zyde van de klok, het wapen en den naam daaronder

Jonker Willem Alberda
Heer op ’t Zand 1693.
De groote klok die verder naar beneden in den toren hangt, is van Leermens gekomen in 1821 en heeft op iedere zyde eene afbeelding van eenen bisschop.
Het randschrift daarboven om de klok is:
Clangorem quotiens nostra scutis nicolai presulis auditor sis memor oro py Gerhardus de (F) F hier ontbreekt een woordje van 3 a 4 letters, welke ons nog niet duidelyk geworden zyn,) me fecit anno domini MCCCCCI. –

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

Van het voorwerk af loopt een Maar of vaarwater voorby ’t Zand, Leermens en Oosterwytwerd, vallende by het Damster Tolhek in het Damsterdiep, na zich tusschen Leermens en Oosterwytwerd met het Vierbuurstermaar vereenigd te hebben.
Het oude maar van Zyldyk westelyk aanloopende, zal misschien in vroeger dagen zyne uitwatering in de zee gehad hebben.

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Meeren zyn hier niet te vinden, wel 2 a 3 kolken of kommen.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Hoogten vindt men hier eigenlyk niet. Ten aanzien van de oude Zeedyk, heb ik te melden, dat dezelve een klein half uur Oostelyk van hier en verder Noordwaarts aanloopt. – De strekking van de over oude Dyken, waarop Korendyk en Zyldyk, loopt ook byna aldus.

7. Welke bosschen zijn daar?

Bosschen vindt men hier eigenlyk niet.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

De voortbrengselen uit het Planten- en Dierenryk, bepalen zich tot het bouwen van rogge, tarwe, garst, haver, koolzaad (weinig) erwten, boonen (beide niet veel) aardappels, wortels kool etc. terwyl men ook allerhande boomvruchten en tuingewassen aanhoudt. Voorts houdt men hier tot voordeel aan; Paarden, koeijen, ossen, Schapen waarvan lammeren, melk, boter kaas wol etc.
Delfstoffen heeft men hier niet.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grond bestaat hier uit klei en zand, Zavelachtige grond genoemd. De teelgrond is diep ½ tot 1 voet. De ondergrond is dor zand.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

-

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Men vindt hier de volgende Fabryken, Trafyken of Handwerken:
Een Pelmolen, een Boekweitmolen, een huisverwer, een blaauwverwer, een paar wolkammers, een goud en zilversmid, 3 yzersmeden een Kuiper en wagenmaker, vier Schoenmakers, kleermakers, een paar bakkers, wevers, voorts timmerlieden, schippers, winkeliers, tappers enz. De boerenstand is hier de eerste; de arbeidende zeer menigvuldig.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

-

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

De kerken en scholen zyn hier als volgt:
1 Gereformeerde op ’t Zand
1 Doopsgezinde te Zyldyk
1 School op ’t Zand
1 ──── te Zyldyk
1 Leesgezelschap op ’t Zand en
1 te Zyldyk.
1 Departement van de Maatschappy tot Nut van ’t Algemeen.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De boerenstand is hier de eerste; de arbeidende zeer menigvuldig. De andere standen hebben hun bestaan in de bedryven, hier voor opgenoemd. –

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

Byzondere afwykingen in taal kan ik niet zeggen hier opgemerkt te hebben. Wel zegt men: Doe my het jong, voor kind, onverschillig van welk geslacht; alsmede fust voor veel, hem inplaats van zich, hy voor zy, swaars voor ’s voorjaars, ien voor in, möln voor molen, hörn voor hoek, ordonneren voor denken, oordelen, kordonsels aardappels, schynvat lantaarn, ’t huift nyt het behoeft niet. Voorts de a zeer dof en zwaar doch die zegswyzen zullen misschien ook elders in zwang zyn. –

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

De boerenstand is hier van Karakter ingenomen met zich zelven, zeer verkleefd aan eigene begrippen, arbeidzaam en matig.
De arbeidende Stand is ruw en onbeleefd; de andere standen teekenen weinig karakter, of althans zeer gemengd. – Onder elkander hebben zy wel van het kleinsteedsche. Uiterlyke Godsdienstigheid heerscht hier nog al veel, ingetogenheid enz. ofschoon ten opzigte van de zeden de onechte geboorten minder in getal konden zyn, voornamelyk onder de dienstbaren.
Men staat hier over ’t algemeen vroeg op. De arbeiders en knechten ’s winters als zy dorschen ’s morgens om 1 a 2 uur. –
Men ontbyt om 7 uur doorgaans, ’s middags eet men om 11 a 12 – ’s avonds om 5 of 6 uur. By de andere standen is dit iets later. De vermaken en uitspanningen bepalen zich tot eenige markten en boeldagen. De bezoeken zyn niet talryk of byzonder. –
By begrafenissen zyn de Uitigsten nog al in gebruik. Eenmaal ’s Jaars komen enkele boerengezinnen nog al eens een heelen dag by elkander.
De denkwyze of de geest van dit dorp is ten slotte niet zeer vry en opgeklaard. terwyl men Wetenschappelyke beschaving niet zeer bemint.

17. Welke plaatselyke byzonderheden zijn u nog bekend, die onder geene der vorige vragen kunnen beantwoord worden? Hieronder kan men ook nemen de Burgten en de voormalige Burgten, spookverschyningen en dergelyke bygeloovigheden, welke van ouden tyd zyn, en voorzeker op daadzaken van den tyd steunen, of uit heidenschen tyd afkomstig zyn; overleveringen, byzondere kinderliedjes of oude gezangen, die algemeen bekend zyn; oudheden, merkwaardigheden, geboorte van geleerde, kundige, dappere en verdienstelyke mannen van allerlei stand; enz.

-