Zoek op de website

Zuidhorn

De hiaten in de tekst, aangegeven door punten, zijn het gevolg van een beschadiging van het origineel waardoor enkele woorden of gedeelten daarvan ontbreken.

Gemeente Zuidhorn

1. Hoe is de naam van uwe woonplaats?

Zuidhorn. een hoog liggend dorp, althans aanmerkelyk hooger, dan de hoogste zeevloeden: volgens het algemeen gevoelen, eertyds een klip in zee, doch bewoonbaar wordende aan het Noordelyk en Zuidelyk gedeelte, noemde men het Zuidhorn, ter onderscheiding van het Noordelyk gedeelte, Noordhorn.
Volgens anderen zoude de Westelyke hoogte of Westergast, tusschen deze beide dorpen gelegen het eerst bewoond geweest zyn; doch naderhand zoude men zich meer Zuid– en Noordwaarts begeven hebben en het eene gedeelte alzoo Zuid– en andere Noordhorn genoemd hebben.

2. Welke gehuchten en buurtschappen liggen in dezelve? Hoe ver en in welke strekking liggen deze gehuchten of buurtschappen van de kerk? en wat weet gy, nopens den naamsoorsprong van ieder derzelver en van de plaats uwer woning zelve?

De Bril (Briltil) eene kleine buurt van 9 à 10 huizen met eenen olie– en eenen pelmolen, liggende in eene westelyke rigting, omstreeks 1/3 van een uur gaans van het hervormde kerkgebouw te Zûnshorn en aan weerszyden van het Hoen- of Trekdiep van Groningen naar Strobosch op de grenzen van Vriesland. Voorheen plagt hier slechts één huis te staan, welke bewoner een Landbouwer en Herbergier was om op deszelfs uithangbord de afbeelding eens brils had hangen. Zeer waarschynlyk heeft deze buurt hieraan haren naam ontleend. Volgens anderen van twee bruggen, (zoogenaamde tillen), waarvan de ene over het Hoendiep en de andere, daar onmiddelyk aan, over de d.... af stroomende vaart naar Zuidhorn lag welke onderste brugopeningen alzoo eenige overeenkomst hadden met de twee glazen van eenen bril. –
Mede behoort onder dit dorp nog een gedeelte van het Zuidwestelyk gelegene Enumatil en eenige huizen, bylangs het straks genoemde Hoen– of Trekdiep van Groningen naar Str(oobos) onder den naam van Diepswal.

3. Is er ook dufsteen of duifsteen aan uwe kerk, en hoe groot zyn die steenen? Is er ook een opschrift op uwe torenklok of zyn er ook opschriften op uwe torenklokken? en zoo ja; hoe luiden die?

a. Voornamelyk aan het westeinde van het hervormd kerkgebouw, alwaar dit gebouw verbonden is met den dorpstoren, vindt men, als oo(k) aan den toren, ongeveer terhoogte van het den kerkgebouw eene aanmerkelyke hoeveelheid duf– of duifsteenen, welke alle van eene onregelmatige lengte, breedte en dikte zyn; doch meestal zyn dezelve lang 4 palmen, breed 10 duimen en de dikte als de breedte.
De voegen of tusschen deze steenen gelegde kalk, toonen duidelyk aan, dat dezelve tegen den invloed der dampkringslucht als anders, veel beter bestand zyn, dan deze steenen, als zynde dezelve veelal ter diepte, (in vergelyking der voegen) van één tot drie duimen uitgehold of weggeteerd. Deze duf– of duifsteenen vindt men voornamelyk aan de buiten en binnenzyden der muren, als zynde dezelve van binnen aangevuld met kalk, kei- of veldsteenen, en veelal bekend onder den naam van gegotene muren.

b. Op de klok dezes dorptorens vindt men het volgende op- of omschrift: –
“Allardt Gaikinga, ter Borgh und Jellema, Junkher und Hovelink Tho Warfhuzen, Suithorn, Godlinse unde: Leermens. Pabo Broersema op Hankema hovelink tot Suithorn, Norhorn, Beem ende in Humsterlandt en Grietman over Langewolt. Henrick Lowens Timens van Zon IVV ter tot kerkvoogden. Henrick Wegewart goot my in Campen in 1611. /Abbel Iwema./” Uit een Legaat, van evengenoemde Pabo Broersema, de laatste eigenaar van het alhier liggende buitengoed Hankema, vóór de familie van Clant;) groot f 1000 . . . Aentende a/4 pr C. en in der tyd opgeschoten of belegd aan of over de stad Groningen, ontvangen de onderscheidene Hervormde Diäkonien van het geheele Westerkwartier nog jaarlyks ieder ƒ 1...49 C als dit in het aandeel der Diäkonen van de Hervormde gemeente te Zuidhorn.
En de familie Gaikinga, (in het evengenoemde opschrift des dorpskloks voorkomende,) is bekend, uit hetgeen er van de voormalige abdy te Aduard geboekt is: – een van welke, gelyk de geschiedenis zegt, zouden door de heilige broeders dezer abdy om het leven gebragt zyn. Zy waren eertyds bewoners en gebruikers van een buitengoed Jellema, van hetwelk tegenwoordig niets anders overig is, dan de naam Jellm en een vierkant stukje lands, omgeven door deszelfs oude grachten en eenen daaraan onmiddelyk verbondenen tuin en hof met vruchtboomen, tegenwoordig toebehoorende aan de eigenaars van het oude Buitengoed Klinkema. En het is deze familie welke door het voorschieten van een aanzienlyk Kapitaal, de jaarlyksche bydragen ... de lasten van het Nysloter Zylvest o... die landen, welke aan de Oostzyde van het Hoendiep, onder Zuidhorn liggen.. hebben afgekocht.
Van den genoemden Abel Iwema zyn nog regtlynigen afstammelingen voor handen, vooral in eene Abel Iwema welgezeten landbouwer en assessor van het plaatselyk bestuur te Zuidhorn.

4. Welke rivieren, stroomen, maren, kolken of diepen worden in uwe kerkelyke gemeente gevonden? en welke is derzelver loop en uitwatering?

In of onder het dorp Zuidhorn vindt men geene wateren van eenige beteekenis of eenigen naam, dan het Hoendiep of Trekdiep van Groningen naar Strobosch stroomende ten westen voorby dit dorp en een kanaal met dit hoofddiep, verbonden onder den naam van Zuidhornerschipsloot, door hetwelk de inwoners met schuiten of schepen gemeenschap hebben met de Stad Groningen, Vriesland en anders, – en welker uitwatering is door den Kommer-zyl, langs het Niezylsterdiep. –

5. Welke meeren in den omtrek van het dorp uwer woning, het zy nog aanwezig of drooggemalen?

Geene.

6. Welke gasten, wierden, warven, essen, heuvels, hoogten of dyken in diens omvang? Hoe hoog zyn dezelve en welke is derzelver uitgestrektheid?

Het bebouwdste gedeelte van de dorpen Zuid- en Noordhorn kan men als eene, door de natuur gevormde hoogte aanmerken; doch meer byzonder draagt dat gedeelte, hetwelk tusschen de dorpen Zuid- en Noordhorn ligt; den naam van Gast, door den algemeenen rydweg onderscheiden in Ooster- en Westergast. De hoogten van deze gasten, niet veel verschillende van het bebouwden gedeelte van Zuidhorn, heeft dus de hoogte, zoo als dezelve door my den 22 September 1827 aan de Commissie van Onderwÿs in de Provincie Groningen is opgegeven 5.03 ellen boven het toen plaats vindende waterpeil, van het water in het Trekdiep van Groningen naar Stroobosch./
Het is op bovenstaande Wester-Gast, waar men nog geene acht jaren geleden (n.l. in 1828) de laatste overblyfsels vond van den voormalige geregtsplaats van Oostirdeel Langewold, en van welke plaats vele oude lieden, zoo in als buiten dit dorp nog (als een blyk van toenmalig bygeloof,) weten te verhalen, dat van daar gedurig vuur en rook werd gezien; zeker als eene wraak van God of zoo iets, van den schrikkelyken en alom zoo bekenden gebeurtenis, voorgevallen in den herfst van 1731, wegens het verbranden van 21 menschen, inwoners dezes dorps; te dier tyd beschuldigd met misdaden, die de kieschheid verbiedt te noemen en aan welker pleeging thans door geene myner dorpsgenooten geloof kan worden verleend, en waaraan de nakomelingschap altyd zal twyfelen. –

7. Welke bosschen zijn daar?

Algemeene bosschen zyn onder dit dorp ....... voorhanden, echter wordt de schoonheid des dorps en de aangenaamheid voor de bewoners .... hetzelve zeer verhoogd, door de bosschen, en boo....gaarden om en by de buitenverblyven Hankema en Klinkema gelegen.
Dit meermalen gemelde Klinkema, heeft waarschynlyk deszelfs naam ontleend aan eenen Ipo Klincema, welke alhier in de kerk der Hervormde Gemeente, (volgens het opschrift eens grafsteens,) begraven ligt.

8. Welke zyn er de voortbrengselen uit ieder der drie natuurryken?

Het dierenryk levert alhier op: – een byzonder goed ras van Hoorenvee, dat om deszelfs zwaarte en andere goede hoedanigheden zeer gezocht wordt; vooral door de Hollandsche land- en kooplieden, alwaar om men ook zeggen kan, dat wanneer alhier de veeteelt kwynt of de deszelve te weinig aftrek vooral naar Noord Holland heeft, dat als dan ook het bestaan van de landlieden dezes dorps, voor het grootste gedeelte kwyt
De schapen, welke men hier gewoonlyk menigvuldig aantreft, zyn merkelyk beter da.... wel van een groot gedeelte van het overig.. dezer provincie.
Voor het overige genieten de inwoners dezes dorps veelal dezelfde voortbrengselen, uit het dierenryk, welke de inwoners van het overi ... gedeelte dezer provincie genieten.
Uit het Plantenryk trekken de inwoners dezes dorps, goede Tarwe, Rogge, Garst, Boonen, Raapzaad en byzonder goede we...kende Aardappelen, – welke laatste om hun uitmuntende eigenschappen algemeen gezocht en bemind worden. Byna alle, in deze provincien aangekweekt wordende tuinvruchten groeien hier mede zeer wel.
Van het Delfstoffelyk ryk wordt in dit dorp weinig gebruik gemaakt; men trekt uit hetzelve niet anders, dan uit eenige weinige plaatsen een weinig leem en zand, hetwelk de inwoners dient tot het plaveisel hunner schuren en werkplaatsen en ook wel eens als eene soort van metselspecie tot de bouwing hunner huizen.

9. Welke is de grondsgesteldheid in de uitgestrektheid van uw kerspel? Hooger en dieper?

De grondsgesteldheid is (gelyk ik dezelve aan de Commissie van Onderwys in de provincie Groningen heb opgegeven,) meestal vruchtbaar, de grootste uitgestrektheid dezes dorps bestaat van boven uit eenen aanmerkelyke laag klei, vruchtbaar zand (eene soort van humus,) en eenen gemengden grond, wiens bestanddeelen voornamelyk zyn: een weinig klei, gemengd of met zand of met eene dergachtige aarde.

10. Welke kunsten of wetenschappen worden daarin beoefend?

Kunsten en wetenschappen worden hier niet byzonder beoefend, dan zoo ver derzelver beoefening een noodzakelyk gevolg is van de kostwinningen en ambtsbetrekkingen der inwoners.

11. Welke Fabryken, Trafyken of Handwerken worden daarin gedreven?

Behalve eene zoogenaamde Rogge- en twee Pelmolens vindt men hier ook eenen oliemolen, door welken eersten niet anders bewerkt wordt, dan hetgeen noodig is om in de behoefte der inwoners te voorzien; doch de 3 laatsten, die zoo zelden doelloos zyn, moeten door den koophandel en de verzending vooral staande blyven, en kunnen zulks ook vry wel tot op den tegenwoordigen tyd. De spinnery, vooral in wollen garen, schoon weinig beteekend voor het algemeen, is echter nog al een nuttig en winstgevend arbeid; vooral in de wintersaizoenen voor den minvermogenden arbeidsman. De overige handwerken verdienen eigenlyk geenen naam; en worden byzonder door de ingezetenen dezes dorps gedreven om wederkeerig in elkanders behoeften te voorzien; – als Broodbakkers, Winkeliers, Timmerlieden, Verwer, Schoenmakers, Wollen garenmakers, Kleermakers, Wevers enz.

12. Welke is de luchtgesteldheid in uwe stad, in uw dorp of in uw gehucht?

De luchtgesteldheid dezes dorps is gelyk aan de opgave daarvan in der tyd door ... med. Dr. G. Posthumus, aan de Commissie van Onderwys in de provincie Groningen gedaan; - en dus over het algemeen door deszelfs hoogte op eenen zandigen, naar alle zyden hellenden grond, beter en gezonder dan die, welke in deszelfs nabÿheid op meer kleiachtigen grond plaats vindt. doch minder tevens, door de veelvuldige omliggende kleilanden, dan wel andere, welke minder met schadelyke uitwaseming van klei- of slykgronden vermengd zyn.

13. Hoe vele kerken, scholen, leesgezelschappen en zanggezelschappen bestaan er?

In dit dorp bestaat eigenlyk maar één en wel het Hervormd kerkgebouw; doch niet te min bestaan er nog al eenige inwoners welke tot andere Christelyke genootschappen behooren; – welke in naburige dorpen hun... openbare godsdiensten waarnemen.
Het kerkgebouw der Hervormden al... schoon wel niet onder de prachtigsten kunnende geteld worden, is echter wegens deszelfs netheid en goeden staat, geen gering sieraad van dit dorp. Men vindt in hetzelve een goed orgel, hetwelk nog maar (in 1828) 35 jaren oud is.
Alhier wordt slechts in één lager schoolgebouw onderwys gegeven. Het ver... of lokaal, behoeft, tot op dezen oogenblik voor slechts weinigen in doelmatigheid te wyken.

14. Welke middelen van bestaan hebben de inwoners van uwe woonplaats?

De middelen van bestaan voor de inwoners dezes dorps zyn voor het grootste gedeelte de Landbouw en Veeteelt; echter bestaan hier toch ook verscheidene ingezetenen (gelyk onder 10 en 11 is opgegeven, door het uitoefenen der noodigste handwerken. –

15. Hoe is hunne platte taal? Men verlangt dit door naïve en uitgekozene voorbeelden opgehelderd te zien.

De platte taal der bewoners dezes dorps is voor het grootste gedeelte, gelykvormig aan die, welke gesproken wordt, in het overig gedeelte van de provincie Groningen. Doordien het West-Stadsvriesch echter meer dan de Groningsche taal overeenkomt met het zuiver Hollandsch, en deze dorpelingen veelal met de Westvriezen, door derzelver nabyheid en mogelyke afkomst van Vriesland, verkerende en omgaande, zoo is hunne taal meer beschaafd en gekuisord, dan wel die van andere deelen dezer provincien.
Duidelyk is Vrieslands nabyheid op te merken in eenige woorden, door velen alhier gebezigd in: Jimme, hooi enz. In vele eigennamen van menschen, die veelal dezelfden uitgangen hebben als die, welke in Vriesland gemeen zyn byzonder, ma, stra, da enz. door het gedurig misbruiken van den i voor ie in Sient, voor spint, wiend voor wind enz. en door de zacht korte o voor de scherp-korte in worst voor worst, wortelen voor wortels enz. is hunne taal weder minder aan het Hollandsch gelykluidend.
Byzonder in het oog vallend is het onkiesch gehoor dezes inwoners om vooral by de kinderen derzelven op te merken, dat zy zeer bezwaarlyk het onderscheid tusschen in en en kunnen hooren, schryvende zy dikwerf en voor in, en omgekeerd, b.v. Ik kin de ken wel, in plaats van, ik ken de kin wel. enz.
Minder dan het zuiver Hollandsch is van hen de verwisseling van de tweeklank ui in de dubbele uu in huus voor huis, -tuun voor tuin enz. B.V. By ons huus lig een groote tuun. Doch by den Hollandsche of andere taalkenner misschien minder wanklinkenden, dan hoes voor huis of huus en toen voor tuin of tuun enz. gelyk zulks het geval is in eenige andere gedeelten dezer provincie.
Als eene byzonderheid onzes dorps en ge... taal, merk ik hier aan, dat men d... de verwisseling der dubbelde ee in ÿ in bÿnen voor beenen, dylen voor deelen enz. zeer makkelyk hieruit dezen regel kan afleiden dat zulken woorden, volgens de in dit koninkryk algemeen aangenomenen spelling van de Hoogleeraar Siegenbeek, met de dubbe...... de ee moeten gespeld worden, (woorden van vreemden oorsprong, gelyk planeten en het werkwoord weten hiervan uitgezonderd).

16. Welke is hun algemeen karakter en hunne levenswyze; welke zyn hunne zeden en gewoonten? Hoe meer dit in kleine huisselyke en maatschappelyke byzonderheden komt hoe liever; b.v. welke is de tyd van opstaan, van ontbyten, van middageten en avondeten, van bedgaan, van vermaken en uitspanningen, wyze van bezoeken, tafelgebruiken by het trouwen en by begravenisplegtigheden en gewoonten van allerlei aard, inborst, denkwyze enz. enz.

Om naar waarheid het karakter en de zeden myner dorpsgenooten te schetsen, hiertoe gevoel ik my gansch niet in staat, eensdeels wegens gebrek aan menschenkennis, anders doordien de gewoonte van eenige jaren my... onopgemerkt zal doen ontsnappen, en ten derde door dien de vrees my hindert om niet soms eene snaar te roeren, welke, of ...ne dorpsgenooten ongenoegen kan baren die ik door eenzydigheid, eigenliefde of oordeel niet moeste aanraken. Algemeen en onvolledig zyn dan ten dezen opzigte na volgende opmerkingen: –
De inwoners dezes dorps zyn op ver... niet alle oorspronkelyk uit de provincie Groningen, veel minder in dit dorp geboortig en zy zyn over het algemeen werkzaam van aard en doordien zy van natuur tot orde, en als gevolg hiervan, tot zindelykheid geneigd zyn, zoo vindt men hier weinige ingezetenen, die hierin te kort schieten om alzoo de belang hunner huishouding verwaarloozen.
Geen wonder, dat men hier de geringe woningen des arbeidsmans binnentreedt, zonder door onaangename en nadeelige lucht of door andere gevolgen van te weinig lucht tot orde en zindelykheid te zyn gedreven te worden. (Doch ook hier geldt: – Geene regel zonder uitzondering.
Schoon niet verkwistend, zy zyn echter geene vÿanden om den algemeenen smaak te volgen, en zyn dus niet slaafsch aan het oude gehecht. Ofschoon zy tot vermaak zyn overhellende en zulks ook by voorkomende volksfeesten toonen, zoeken zy zich toch niet te vervrolyken door het onmatig gebruik van geestryke dranken; – schoon hierin wel eens iemand in te kort schiet, eigenlyke dronkaarts vindt met hier niet.
Schoon de bygelovigheden en de vooroordeelen algemeen weinig of geene plaats vinden, zoo is de geringe klasse evenwel nog al te veel dezelve toegedaan.
De landman is niet zeer gebonden aan de voorvaderlyke gewoonten opzigtelyk den landbouw en de veeteelt, maar volgt gaarne bedachtzaam het oordeel en de voorbeelden van beterwetenden en beterwerkenden.
In den omgang zyn zy ver van de onbeschaafdsten dezer provincien te zyn.
Opzigtelyk de godsdienst zyn zy zeer verdraagzaam en wonen de openbare godsdienst gaarne by; doch toch zoo vlytig niet als wel op andere plaatsen, dewyl zy de namiddag godsdienst, gelyk in vele andere gemeenten, zeer zeldzaam of weinig bywonen.
Zy zyn geene vyanden van de Muzyk en den zang. De feestdagen worden hier, vooral door het werkvolk, stipt volgens oude gewoonten, tot het afleggen van bezoeken, wandelingen, ledig gaan en vermaken besteed: byzonder de 3de paasch, pinkster, kersmis enz. vastenavondsdagen, welke viering, in vele andere dorpen dezes provincien, als vreemd en onverklaarbaar voorkomt.
De eerste zondag, op Paasch volgenden, wordt by den landman veelal door eenen beteren of eigenen maaltyd van den anderen zondagen onderscheiden en draagt den naam van Lutje Paasch.
Aan lage praatzucht, laster en kwaad spreken maken zy zich weinig schuldig.
Als een gevolg der afgunst, moet elk zich, (doch waar is dit wel anders? –) wachten om zynen zeilen niet te hoog te trekken. Zy zyn vryheidlievend en dulden geenen dwang, echter weinig bewegingmaken ... het afschaften van oude gewoonten of het volgen van nieuwe instellingen.
By de voltrekking van het huwelyk paren zy te weinig godsdienstige beginselen.
Met vreemden en onbekenden laten zy zich niet spoedig vertrouwelyk in, – en zoo iemand heeft hier meer, dan wel elders, dikwyls lang te kampen, voor hy het burgerrecht verkregen heeft; doch die dan ook eens den naam verworven heeft, dat hy vroeg opstaat, deze kan rekenen op zyne behoudenis; maar wee! hem, die het fortuin hier den nek heeft toegekeerd! –

Byzonderheden, betreffende
de levenswyze enz. der in-
woners van Zuidhorn.

Zoo hier, als in een groot gedeelte van de Groninger Ommelanden, wordt de dorpsklok, behalve ook als blyken van te houdenen godsdienstverrigtingen der Hervormde twee of drie keer des daags geluid.
Tusschen de beide nachteveningen, in het zomer-saizoen, des morgens te 8, des middags te 12 en des avonds te 6 uren, en gedurende het overige gedeelte van het jaar alleen des morgens te 8 en des middags te 12 uren. Dit klokgelui is voor den landman, en in het algemeen voor al het werkvolk de roepstem om te ontbyten, te middag, – en te avondmalen. Het ontbyten doet den landman alhier, algemeen met karnemelken pap (hier zupenbry genoemd) en met grof roggenbrood en boter en kaas. Den middagmaaltyden worden veelal gedaan met tuin- en veldvruchten en daarna met karnemelken bry – (zupenbry). en van deze tuin- of veldvruchten gebruikt men hier byzonder veel aardappelen, graauwe en groene erwten, boonen (paardeboonen) en grutten; doch ook by afwisseling wel eens, maar byzonder op zon- of feestdagen, met meelspyzen, dien vooral zamengesteld zyn van boekweiten of garstenmeel of wel beiden onder een gemengd.
Den avondmaaltyden worden, behalve des zondags, wanneer men hier alsdan meest boterhammen of melkspyzen eet, gedaan met de overblyfsels van het middageten des vorigen daags (in deze platte dorpstaal prannen geheeten) en met karnemelken bry.
By het doen der maaltyden by den landman, eet het werkvolk meestal in een vertrek, dat afgescheiden is van dat, alwaar de boer met zyne vrouw en kinderen spyzigen; – de laatsten echter doen zulks ook al veeltyds met het werkvolk aan ééne tafel en gebruiken eene en dezelfde spys.
Veelal wordt hierin den slagttyd de kelder goed met vleesch en spek voorzien, om het in het zout en deels om het te doen rooken, te bewaren. Tegen den zomertyd is het ingezoutene pekelvleesch meestal gebruikt, als wanneer men met het rookvleesch en spek een begin maakt om zulks te gebruiken; – wordende by dezen, in den vorigen herfst geslagte dierlyke spyzen nog op nieuw toegevoegd, – verschgeslagte varkens of kalfsvleesch, dat in den zomer dan bewaard wordt in een zouachtig zuur (hier zult of zulte genoemd), en by afwisseling met het gerookte spek en vleesch gebruikt.
De Bruiloften of huwelyksmaaltyden worden van tyd tot tyd minder en hebben alzoo byna geenen naam.
Begravenismaaltyden (zoogenaamde Uitigsten), worden hier nog vry algemeen gegeven; doch op eene zeer eenvoudige, min kostbare en weinig omslagtige wyze. By eene dusdanige plegtigheid ziet men niets anders gebruiken, dan een kop koffy, tot dat het lyk naar de begraafplaats is gebragt, als wanneer de bakker, naar gelang het getal personen is, dat deze plegtigheid konde bywonen, het benoodigde witte brood brengt, hetwelk dan in de afwezigheid van de familie en vrienden in gereedheid op de tafel wordt gebragt, om by de terugkomst van de begraafplaats, te kunnen worden gebruikt: – onder het gebruik van deze eenvoudige spys wordt er niet anders gebruikt, dan een dronk vaderlandsch bier (kluin geheeten), en byzonder voor zulk eenen maaltyd daartoe ontboden: – in den nadenmiddag gebruikt men daarop, of een kop koffy, of een kop thee, wanneer, na het gebruik van deze drank de aanwezigen op eenen behoorlyken en gepasten tyd huiswaarts keeren.
Hoe algemeen het klokkengelui te lande ook geweest zy, om na het overlyden van iemand, zulks als het ware, daardoor bekend te maken, – is zulks alhier sedert 1826 van tyd tot tyd in onbruik geraakt en eindelyk door de bemoeÿingen van de provinciale regering geheel opgehouden.
De avondbyeenkomsten, vooral in den winter worden hier, byzonder by den landman, veelal nog al gerekt tot na middernacht; vooral in eenen eenvoudigen maaltyd by eenigen meer, by anderen minder naar algemeen heerschend gebruik ingerigt, bestaat hier het onthaal.
Zoo dikwerf men hier chocolade gebruikt, wordt deze nog algemeen weder achtervolgd met koffy; als hebbende velen hier tot een spreekwoord: “die mÿ de chocolade schenkt is mÿ de koffy schuldig.”
En ofschoon een avondbezoek al lang gerekt is, des morgens staat men hier, algemeen de landman en zyne werklieden, vroeg op; – de laatsten veelal des morgens om 4 uren; doch deze gaan, buiten bÿzondere omstandigheden ook tusschen 8 en 9 uren of daaromtrent te bed.