Zoek op de website

24 maart 1851: de laatste dag in Sunderland

Nu het is weder tijd om uit te gaan. Zwager mr. B. Cohen gaat mede naar het pottefabrijk Diaxon."105" Dit is weder een wonder om te zien hoe spoedig en konstmatige manier dit alles is ingerigt. Groter zoowel als klein werksvolk, een ieder heeft op een gepaste manier zijn werk. Bij de ankomst ziet men veele hopen vervaardigde grondstof, nette als vijn deeg daar ziet men veele soorten van reeds in 't model gebragte voorwerpen als borden, schotels, vazen, trienen; zoo wel grote en kleine voorwerpen waartoe zelfs onderscheiden machienes toe gebezigd worden. Tot de oren of handvatsels der deksels of aan kannen en dergelijken zag ik een machiene. Men draaijde het om en er komt netto als een lint uithangen met streepen; de behendigheid van een ander die zulks toelegd dat het handvatsels worden en de moite waard om te zien. Ander plaatsen wordt het gedroogd, daar gebakken. Ook heeft een werksman voor mij expres in een oogenblik eenige voorwerpen afgemaakt, als een kommetje, cwispeldoor, melkkantje, suikerpotje. Men kan pas het oog erop heffen of het is klaar. Onder andere heb ik die tot het fabrijk behoren twee koperdrukkerijen gezien. Aldaar word de patronen voor het bonte aardewerk gedrukt. Er staat met grote spoed een drukker die op zeer dun papier deze platen vervaardigd, een meisje neemt ze van onder de drukkerij weg en legt ze ter plaatse alwaar een ander meisje die uitknipt, een grote vrouw legt en vrijft het in een daartoe bestemde voorwerp tot men eindelijk het papier bijkans niet meer onderscheiden kan. Later komt het glasse er overheen. Op sommige plaatsen zit men het klaar gebakken goed nazien en de overtollige puntjes eraf hakken. Dit is ook een wonder /32/ hoe behendig daarmede omgaat.

En als het gedaan is, wordt het maar heen geworpen. Men zoude zeggen het halve zoude breken, maar zij zijn er mede geacordeerd: het blijft heel. Eenige magazijnen van het klaar vervaardigde goed bezigtigd, terwijl den eigenaar verzekerd dat de grootste grossiers van Leeuwarden en Groningen ook de goederen van hem krijgen. Alwaar hij deze week nog aan iemand nog voor 124 £ naar Leeuwarden had gezonden. Daar ik eerst van plan had een kiep of twee met steengoed te kopen. Weldra toen ik mij echter bezonde van dit plan afziende uit hoofde ik mij met mijne plaatsgenoten niet wilde in ongunst brengen, terwijl het mijn vak niet is en zoude alsdan daardoor ligtelijk in ongunst kunnen geraken, hetwelk toch nimmer mijn doel is geweest. De pottewinkels alhier alwaar ik altijd in der minne gelast heb, zoude ik nu hierdoor benadeelen. Dit is mijn zaak niet, waardoor ik alsdan van het denkbeeld afzag, dewijl ik aan die heer zeide wanneer ik geresolveerd was om wat te hebben aan zwager zoude last geven.

Hoegaarne ik eigentlijk in het fabrijk zelve nog een wijl had doorgebracht, mijn zwager echter vergunt zich hier evenmin de tijd als ik, te meer omdat onze afreijs op morgenvroeg reeds bepaald was en waartoe hij zich nog meer als ik zijne zaken te regelen had, dewijl zwager zoowel te Manchester als London zijne meeste goederen voor zijne winkel aldaar inkoopt. Bij mijne terugkomst had reeds mr. Lotinga scheepsmakelaar etc. etc. op mij gewagt, alwaar ik hierover gisteravond afgesproken had om met mij mede te gaan een groot ijzerfabriek te gaan bezigtigen."106" Wij gaan nu bij het weggaan eerst zijn pakhuis bezien alwaar hij zijn depot van ankerkettingen en ankers, zoomede vaten met verfstoffen en olij heeft. /33/ Ik noemde dit veel om reden dat deze mij verklaarde in een vreemd land waarin hij nog maar korte jaren en in der beginne zelfs zeer armoedig heeft gehad, het nu op deze hoogte heeft gebragt. In zijn huis zag ik reeds hoe vijn voor een goed burger het erbij stond en bijkans alle Hollandsche schippers die te Sunderland komen, zoomede van Oost-Vriesland, worden door hem bedient waarvoor hij zorgd dat zij vragt bekomen en somwijlen door hem zelve grotendeels afgeladen worden. Het staat er alzoo naar mijn inziens zeer goed voor, hoewel ik mijn zin niet heb kunnen erlangen terwijl hij met zwager thans niet in goede harmonie leeft en ik de volkomende vreede tusschen hun beiden niet heb kunnen bewerkstellen ofschoon men mij verzekerde dat er geene vijandschap meer bestond en het zoude spoedig wel tot stand komen. Hier heb ik het dan maar bijgelaten.

Het bestuur van de Joodse Gemeente Sunderland met zittend geheel links de Winschoters Noach en A.M. Lotinga (uit: A. Levy, Sunderland Jewish Community, p. 31) Het bestuur van de Joodse Gemeente Sunderland met zittend geheel links de Winschoters Noach en A.M. Lotinga (uit: A. Levy, Sunderland Jewish Community, p. 31)

Onderwegs zag ik dan ook bijlangs het oude dok een groot machiene het welk men bezigt tot het uitlossen van het ballast uit de schepen. Het ballast hetgene uit de schepen komt, is van heel ongelijke aard. Sommige zand wordt aldaar gebruikt weder tot een ander eind hetgeen de kosten zelfs kan opbrengen.
Toe heb ik aldaar bezigtigd het droge dok voor het herstellen der grote schepen, hetgene mij zoo buitengewoon voldaan heeft, met hoog water gaat het daar binnen met grote sluisdeuren: het is ook een grote sluis, er stond ook een groot schip in op de grond. Het is vanonder zoowel als de kanten alles van grote stukken zerksteen opgebouwd en met muilen aan kan men er droog en omwandelen veel beter als in den omtrek en op de straten op de meeste plaatsen. Wanneer nu het schip naar binnen gekomen is, kan men het water schoon laten weglopen. Hetwelk ik zeer aardig vind.
In deze einvirons is het wandelen iets moijelijk, aangezien trap op en af gaat. Voornaamlijk bij morsig weder - het welk thans het geval ook is - niet zoo genoeglijk. /34/

Het laden van steenkool in een schip te Sunderland met op de achtergrond de brug met de in 1858 aangebrachte veranderingen Het laden van steenkool in een schip te Sunderland met op de achtergrond de brug met de in 1858 aangebrachte veranderingen

Nu gaan wij zien het kolenladen, hetwelk te Sunderland op zeer veele plaatsen de order van de dag is. Geheele treinen met kolenwagens worden met touwen en kettingen van de hoogte naar beneden gevoerd en met grote spoed ook aldaar in de schepen gebragt op eene buitengewonen behendigen manier."107" Als er zoo een trein van 25 waggons met kolen ankomt die zijn ras ingerukt, zoodat een kof of een zeer groter schip spoedig is afgeladen.
Nu gaan wij naar 't ijzerfabriek. Dit heeft weder alles overtroffen. Bij het inkomen wordt een buitengewoon groot stuk ijzer gesmeed door middel van stoom. Een zware hamer valt vanzelve op het voorwerp, in eene legter hangende, ter neder. Ik sta hierover zoo zeer verwonderd als dat dit stuk ijzer zoo lang gloeijend kan blijven, terwijl de eene man het door die machiene beweegd en teregt houd en de andere nog een ander werktuig bezigt om het op de maat te brengen. Iets verder worden ijzeren staven gemaakt, zoowel vierkante als ronde. Op eene andere plaats zware stukken, zelfs van 7 à 800 pond. In een oogenblik heeft men die staven vervaardigd, de enden worden afgesneden even of het stukjes hout zijn. Van een korte brok gloijend, bijkans geheel gesmolten uit de ovens genomen, wordt het door verschillende pletmachienes op eene behendige manier doorgebragt totdat ze op de nodige dikte zijn gebragt. Elders zijn machienes tot het afknippen van ijzer. Hoe dik het ook is, het wordt er maar even tusschen gehouden, het knipt zoo gemaklijk af als men met schaar een papiertje doorknipt. Ik kan mij daar niet zat zien /35/ en ik moet met leedwezen weder van hier zoo spoedig vertrekken, terwijl het reeds meer als middag is. De werklieden had ik tusschen de bedrijven op sommige plaatsen in 't fabriek zien schoften. Men kan daar echter van verzekerd zijn: het volk werkt zeer zwaar, maar zij nemen haar best voedsel er ook van. Het beste vlees en spek met bier wordt niet geschroomd. Mijn geleidsman verzekerd mij dat er wel werklieden onder zijn die vijf Engelsche schellingen of Fl. 3 per dag verdienen, zoodat het haar aan goed eten niet behoeft te ontbreken. Men ziet aldaar ook het ruwe ijzer, zoo het uit de mijnen komt. Sommige zoowat verarbeid, alles in grote meenigte. Ook pakhuis met klaar en afgewerkte staven van het zwaarste tot zoo dunnetjes als het kan, zoo mede het bandijzer en alle soorten afgeval van ijzer zooveel als Markus Engers nog nooit bij elkander gehad heeft.[voetnoot108]]

Wij gaan aldus weder vertrekken en terwijl wij nu netto langs komen, zuster hun stiefzoon, die aldaar zijn intrek heeft genomen 2 nette kamers en een werkplaats voor het vervaardigen der tandgebitten, waarin deze naar mijn inziens zoo zeer gevorderd is. Hoe druk hij nu ook aan 't werk is, gaat hij de boedel neder leggen om ons het eene of ander voor te dienen. Wij hadden echter momentlijk in een hotel of publiekhaus een goed glas rum gebruikt, weshalve wij geene behoefte meer hadden. Nu gaat mij die brave jongeling bij zijne coffer en vereerd mij eene fraije gouden daskspeld. Hoe zeer werd mijne ziel daardoor getroffen, niettegenstaande ik reeds een en ander prezenten, zoo voor mij als mijne waarde vrouw bekomen had, terwijl ik hem toevoegde dat ik hem zooveel dank reeds verschuldigd was voor hetgeen hij mij reeds aangedaan had. /36/ Maar neen! Alles was lang niet genoeg, voordat ik zooveel prijs had gehad om zijne moeder te komen bezoeken, waarin hij zooveele waarde stelde, waardoor mij wezentlijk de tranen ontvielden.

 De veerpont (uit: The Graphic d.d. 3 februari 1883) De veerpont (uit: The Graphic d.d. 3 februari 1883)

Nu gaan wij naar huis. De tavel is reeds gedekt en men gaat eten. En zoodra ik de nodige aantekening gehouden heb, is het weder tijd om te gaan kijken en een schoonzoon van mijn zwager mr. Van der Velde"109" gaat mede naar het nieuwe dok. Aldaar zie ik nog eens regt naar het kolen inladen. Zoowel boven als beneden wordt ingeladen. Daar komen de treinen weder van een ander kant aan rollen. Op iedere kar of wagen is 3400 pond en de kar weegt zelve ook een massa gewigt. Ieder kar gaat door elkander netto in een minuut in het schip. Het dok is hier alles van zerksteen netjes opgebouwd, de ondergrond is tevens ook veel in de steen uitgehouwen.Vandaar gaan wij ook langs hoogten en laagten de stad weder binnen tot aan de rivier alwaar de overvaart is met 2 roeijboten, hetwelk een jaarlijksche pacht opbrengt van 880 pond."110" Hetwelk ik aldaar in de nabijheid in een hotel onder het gebruik van een goed glas rum met suiker goed gade geslaan heb. En hiermede besluit ik deze dag en wel te Sunderland terwijl het nu reeds donker begint te worden en ik die paar uren nog bij mijn waarde zuster wensch door te brengen. Terwijl morgenvroeg te 5 uren mijn afreijs, als 's Gods wil, naar Manchester bepaald is. /37/

Het is nu bij de tehuiskomst reeds goed avond. De tijd naderd. Hoe gaarne men nu zag dat de tijd nog wat verlengd worde. Hierin bewilligde ik niet, dan houd het op 't laatste tog niet op: eenmaal besloten, blijft besloten. Het wordt nu tijd de boedel eenigzins in order te brengen. Zuster had het al reeds zeer druk gehad met bakken en braden, opdat men, zoowel hare waarde man als ik, geen gebrek op de reijs zouden lijden.
De maandagavond is al te ras gepasseert. Eer men er om dachte, was het reeds laat geworden, zoodat die nacht natuurlijk zeer kort geworden was dewelke met 3 uren wel ophield.

105.

Waarschijnlijk de aardewerkfabriek van de in 1844 overleden Robert Dixon bekend onder de firmanaam Dixon, Philips & co of Dixon, Austin, Philips & co te Sunderland.

106.

De koopman Asser Mozes Lotinga, besneden 1805 te Winschoten, zoon van Mozes Noach Lotinga en Sara Salomons, woonde 1851 in Sunderland Highstreet 140. Hij is 3 september 1827 gehuwd met Rachel Abrahams Hoffman. Zij is een dochter van Abraham Hartog Hoffman en Roschen Arends. Het pakhuis van A.M. Lotinga & son: Shipbrokers, canvas manufacturers & outfitters was gevestigd aan de Highstreet 141. Ook hadden zij een werkplaats aan de Highstreet 104 voor 'optical and mathimathical instruments': zie Hagar & Co.'s Directory of the County of Durham uit 1851. Op 11 februari 1851 (zie National Archives HO 1/36/1267) werd hij genaturaliseerd onder de naam Assar Moses Lotinga.

107.

De oevers van de rivier de Wear waren bij Sunderland hoog en steil. Om kolen te laden gebruikte men zogenaamde staiths (laadbruggen). Aan de zuidoever waren dat de Hetton en Lambton laadbruggen. Een wagentje met kolen werd in een soort kraan gehangen, vervolgens toch vlak boven het ruim van het schip gebracht, dan werd de bodem van het wagentje geopend en vielen de kolen netjes in het ruim.

108.

Mogelijk is bedoeld Marcus Izaäks Engers (1778 - 1857) te Leek, zoon van Izak Salomons Engers en Frouke Marcus uit Winschoten.

109.

Omdat er sprake is van een ‘zwager Van der Velde’ zou deze gehuwd moeten zijn met een Van der Reis dan wel een Lehmanns. Een dergelijk huwelijk heb ik niet kunnen vinden. De Joodse familie Van der Velde komt oorspronkelijk uit het Oostfriese Dornum en vestigde zich eind 18e eeuw te Appingedam. Uiteraard is de schoonzoon met een meisje Van der Velde gehuwd. Echter in de census van 1851 zijn gehuwde vrouwen onder de familienaam van hun man opgenomen, waardoor zij niet als een Van der Velde in de census te herkennen is.

110.

Ondanks de opening van een brug in 1796 over de Wear bleven meerdere veerdiensten in bedrijf. Omstreeks 1850 veelal met stoomboten. De veerdienst (High Ferry of Sunderland Ferry) bij Bodlewell Lane tussen Fenwick’s Wharf en Wylam Wharf die Sunderland met Monkwearmouth verbond, was waarschijnlijk de enige die rond 1850 roeiboten gebruikte.