Zoek op de website

27 maart 1851: een treinreis van Manchester naar Londen

Voor 7 uren ging men weder aan de reijs plus minus 20 à 25 minuten wegs naar de spoortrein."136" Wij waren echter niet goed onderricht: er reed wel een trein af, maar deze was niet voor ons. Er was wel ruimte genoeg in de wachtkamer en deszelfs omtrek. Het stationsgebouw rust op 52 ijzeren pilaren, aan de linkerzijde die ruim 3 span dik zijn, terwijl dezelfde tusschen beide 9 voet ruimte overblijft."137" Onderscheiden kantoren treft men aldaar weder aan: 1e, 2e en 3e klasse voor reijzigers en dan voor deze en geene route en voor vragtgoederen benevens rijd er eenmaal op den dag de gouvernementstrein. Dit is eigentlijk de koopmanstrein, zoomede voor diegeene die de goedkope reijs willen ondernemen."138"

Reizigers voor de goedkope zogenaamde Parliamentary Train (uit: The Illustrated London News 1865) Reizigers voor de goedkope zogenaamde Parliamentary Train (uit: The Illustrated London News 1865)

Bij het afreijden der eerste trein, terwijl ik aldaar aanwezig was, heb ik het in orde brengen der stempel voor de bewijskaartjes gezien. En dat zooveele passagiers in zoo een korte tijd geholpen kunnen worden: de toegangers komen van eene kant en moeten de andere kant weder uit om verwarring voor te komen en men kan verzekert zijn dat het geld opbrengt. Een pond sterling blijft over 't algemeen niet veel van over. Dit is nu de ordinaire rang. Nu moet men zich verbeelden van de 1e rang, dit is oneindig veel hoger.

Pastorale afbeelding door Abraham Solomon van reizigers in de Tweede Klasse met op de wagonwand allerlei mededelingen geplakt, 1854 (uit: Victorian Imagination p. 229) Pastorale afbeelding door Abraham Solomon van reizigers in de Tweede Klasse met op de wagonwand allerlei mededelingen geplakt, 1854 (uit: Victorian Imagination p. 229)

Na een wagten van bijkans 1 ¼ uur is het nu dan ook de tijd van plaats te nemen. Nu koop ik mij een regte reijswijzer met kaart in om later nog eens genoegen van te hebben, die grote Engelsche couranten baten mij tog in 't geheel niet. Veele reijzigers zitten in de wagens met couranten en allerlij geschriften voor zich, ofschoon een nieuwsgierig wel omtrent een halve dag leezen in de wagen geplakt kan vinden. Er is hier geen plekje over /49/ van kooplieden, zoowel van goud , zilver als aller hande soort fabrijksgoederen, bijkans onverschillig adreskaartjes van logementhouders, te veel om op te noemen, alles is in de wagens aangeplakt, er is geen deurtje los. Wij hebben het in die wagen zeer slegt getroffen, het was zeer koud en guur weder met regenbuijen bij afwisseling en soms aanhoudend regen, was het zeer togtig op die reijs, die wij te 9 uren aannamen."139" Daar gaat het nu over Manchester de stad zelve heen vliegen. Nu zie ik met grote aandacht wat stad het is. Honderden van stoomfabrijken zijn zelf in de stad, het schijnt mij bijzonder mooij land, potklei is er zeker ook veel, uit hoofde ik aldaar eenige tichelfabrijken opmerke.

Viaduct over de plaats Stockport met zijn vele fabieken door A.F. Tait (uit: Victorian Imagination p. 81) Viaduct over de plaats Stockport met zijn vele fabieken door A.F. Tait (uit: Victorian Imagination p. 81)

Nu is Stokfort [Stockport], hier is het 182 ¼ mijl van London ende komen weder in de gebergte, het gaat weder onder de grond door bij Maeclesfield"140" [Macclesfield] en stad ter regter zijde. Stoomfabrijken met lange schoorsteenen als kleine torens is hier alsnog de order van de dag. Te 9 ¼ uren Handfordstation [Handforth]. Het land is weder mooij en effen geweest, maar spoedig weder gedaan. Het is weder tusschen de dijken en eindelijk halte bij Willemslow [Wilmslow], 12 mijlen van Manchester.

Gezicht  op Noord Cheshire door A.F. Tait vanuit Alderley Edge,1848 (uit: Victorian Imagination p. 35) Gezicht op Noord Cheshire door A.F. Tait vanuit Alderley Edge,1848 (uit: Victorian Imagination p. 35)

Weder even halt bij Aldely [Alderley Edge], daar staat een groot gebouw bij het dorp Chilfortstation [Chelford]"141" , daarbij nog Holmen Chipl [Church Hulme of Holmes Chapel], de stad regterzijde met veele bomen ter linkerzijde. Van verre zie ik het gebergte. Thans bij Sandbach te 9 3/4 uren. Om de landen veel bomen. Alhier zie ik eene zeer lange trein passeren, meest alle pakgoederen.

Tekening door A.F. Tait van de situatie rond Crewe Station, 1848 (uit: Victorian Imagination p. 190) Tekening door A.F. Tait van de situatie rond Crewe Station, 1848 (uit: Victorian Imagination p. 190)

Kaart met daarop aangegeven een deel (van Stafford tot Londen) van de spoorlijn tussen Manchester en Londen Kaart met daarop aangegeven een deel (van Stafford tot Londen) van de spoorlijn tussen Manchester en Londen

10 uren is het bij Creve [Crewe]. Hier is het weder een groot hal bij het station, hetwelk ook weder op ijzeren pilaren rust dewelke gegoten zijn met ruiten en bloemwerk, de ruiten in de schuinste met knoppen erin. Op twee plaatsen is er van bovenop een digte poort, terwijl men daar van boven van de eene zijde naar de andere de goederen kan afvoeren, omdat het beneden alles met ijzeren sporen bedekt is. Aan die eene zoo lijkende poort is een klok die de tijd aanwijst. Het was daarom hier ook 10 minuten stil, omdat het hier weder van alle /50/ kanten de trein aangesloten wordt."142" Op die plaatsen is dan telkens veel drukte. Weinig later is weder halte bij Basfortstation. Op den berg hier heeft het veel aanzicht van de woudkant bij ons wegens de bosch als anderzins, maar het is toch zoo niet, het is een ander landsdouw. Met 3 paarden voor elkander wordt hier het land omgeploegd. De kleur is roodachtig. Spoedig zijn wij weder in de mooije berggezigten, maar doordien het daar doorgegraven is kan men het niet afzien. Eindelijk halte bij Madallystation [Madeley]. Aldaar zie ik een zerkhouwerij van grijze en geele nette als Bentheimersteen. Ik merk tevens wel op, dat iemand die zijn gemak te volle er wil afnemen het geld ook wel kan kwijt raken. Wij reijzen echter op zijn koopmans. Hier is eene lange hoek, waarover weet ik niet, terwijl ik lings een dorp bemerk dat mij niet veel bijzonders toelijkt. De trein is nu echter zoo lang, dat ik dezelfde niet in de wagen kan afzien.
Te 12 uren bij Nortonbridge [Norton Bridge]. Ik ben aldaar voor 't eerst op mijn reijs even in slaap gevallen, zoodat mij nu een weinig mankeerd gezien te hebben. Aldaar zie ik regts een mooij bosch bij een dorp of stad Staffort [Stafford] te 12 ¼ uur. Hier staat bij het station Manchester 68¼ mijl; Birmingham 209 ¼ mijl; London 141 mijl. Hier gaat het nog al harder als te voet, ofschoon sommige treinen nog veel harder vliegen. Spoorwagens ziet men hier genoeg, zelfs nog meer als bij ons de andere wagens. Ik verbeeld mij hier zeer hard gebakken steenen te zien zonder weerga. Het rode land zowel als het gebergte is doorzaaijd met kleine vlintjes, waarschijnlijk is het wel ontgint land. Aan de linkerzijde lopen kleine riviertjes terwijl regts een reusachtig gebergte is. Meteens is het weder stiknacht doordien wij weeder onder het gebergte door komen te vliegen. /51/

Waarschijnlijk de tunnel onder Shugborough Park ongeveer 1,5 kilometer ten oosten van Milford (uit: The Illustrated London News 1847) Waarschijnlijk de tunnel onder Shugborough Park ongeveer 1,5 kilometer ten oosten van Milford (uit: The Illustrated London News 1847)

Te half 1 uur bij Colwich, aldaar gaat het door de plaats heen. Ook nog een ander spoorweg naar de noordelijke provincies,"143" Bij Ruglin [Rugeley].

Rugeley Station (uit: The Illustrated London News 1847) Rugeley Station (uit: The Illustrated London News 1847)

Hier gaan reeds de koijen, die meest alle rood zijn, zoowel als de schapen in de weide met de lammeren. Onmiddelijk gaan wij nu door de rode en gele steenrotsen alwaar het gehouwen word. Dan regts een dorp ofschoon dat in de rondom alles bebouwd is. Een weinig later halte bij Armitage. Iets verder links bosch. Aan de achterzijde laagliggende groene landen. 5 minuten voor 1 uur Lichfeld [Lichfield] iets verder bijlangs de rivier"144" en eindelijk er over. Schapen zie ik hier in grote menigte.

Viaduct over de rivier de Avon 3 kilometer ten westen van Rugby Station (uit: The Illustrated London News 1847) Viaduct over de rivier de Avon 3 kilometer ten westen van Rugby Station (uit: The Illustrated London News 1847)

Halte bij Tamworth naar de plaats aldaar genoemd. Even te voren zag ik weder steenbakkerij in het land. Men bezigt aldaar niet zulke grote ovens, voor dit vak wordt merendeels op het land afgebakken. Het is alsnog in 't volop van ijzer, er zijn weder ijzeren pilaren aan het stationsgebouw. Regts er langs gaat hier weder de spoortrein af  bij Polesworth."145"

Tamworth Station (uit: The Illustrated London News 1847) Tamworth Station (uit: The Illustrated London News 1847)

Te half 2 uur Harderstone [Atherstone]. Aldaar ontmoeten wij een zeer mooije trein van de andere zijde komende. Is bij de plaats een windmolen, dewelke ik nog zeer weinig heb opgemerkt. Nuneation [Nuneaton] te 1 3/4 uur. Bij eene grote plaats aan het station een houtzaagmolen met stoom. Alhier is zeker weder eene voornaam fabrijkplaats. Regts gaat nu ook een spoortrein af."146" Bulkington aan de regterzijde; de plaats of stad een weinig van het station af. Een weinig voor half 3 uur te Rucby [Rugby]. Aldaar is het instituut voor doofstommen, aldaar worden eenige waggons afgeladen met wilde dieren.

Bij Criek [Crick] te 3 uren, te Wiedon [Weedon Beck] een dorp met eene zeer grote kazern, hoewel een ordinair dorp."147" Nu gaat het weder onder de grond door."148" Denkelijk wel een paar mijlen ver. Hier gaat het bij een vaarwater langs. Prachtige berggezigten, die zeer /52/ mooi en afwisselend zijn. Bij Blisword [Blisworth] - een der zijd staat Junction Northampton and Peterbourch [Peterborough] Railway."149" Men zegt mij dat aldaar zeer veele schoenen gemaakt worden."150" 3 3/4 uren weder halte houden. Hier schijnt boven de berg de rijweg te zijn bij het station Roade. Met trappen gaat het daarbij omhoog. Nu halte bij Wolverton en Birmingham. Nog 52 ½ mijl van London. Blithely [Bletchley] station. Leichton [Leighton] te ruim half 5 uren. Junction White"151" te 5 uren. Bij Trinc [Tring] nog 31 3/4 mijlen. Daarna weder onder de grond door bij een dorp ter regterzijde"152" in het dal, terwijl er schuins op naar boven mooije groenlanden zich bevinden met een mooij bosch in de nabijheid. Weder een zeer fraaij gezigt bij het station Bergham Stead [Berkhamsted], aldaar gaan twee spoortreinen tergelijker tijd voorbij te 5 ¼ uur.

Berkhamsted Station, 1838 (uit: S. Sidney, Rides on Railways) Berkhamsted Station, 1838 (uit: S. Sidney, Rides on Railways)

Een weinig later Boxvor [Boxmoor], aldaar heb ik een fraaij boerenhuis gezien ter linkerzijde, terwijl ook een groot edelmanshuis regts is geplaatst."153" Ter linkerzijde een dorp [Hemel Hempstead].

Tekening door J.C. Bourne van de bouw van de tunnel bij Watford, 1837 (uit: Victorian Imagination p. 24) Tekening door J.C. Bourne van de bouw van de tunnel bij Watford, 1837 (uit: Victorian Imagination p. 24)

Een weinig later weder een lang end onder de grond door."154" Ik ben er nu al aan gewend. In het eerste sidderde en beefde ik haast, dewijl het zeer raast en vliegt er langs zonder dat men de hand voor de oogen kan zien. Ook is hier weder iets aan het steengebergte verniewd, daar het rotsgebergte rood met vlekken er in heeft. En het is aanstonds weder halte bij Watfort [Watford] 17 3/4 mijl van London.

Schone kasten met boekwerken en niewspapieren, rijswijzers worden bij de stations uitgestald. Nu gaat het zoo hart der langs alsof het vliegt de snelspoortrein van London. Hierbij de station is de berg met allerlij fijne plantsoen voorzien. Onmiddelijk bij het halte houden zeer fraaij. /53/ Het dorp is ter regterzijde omtrent 5 3/4 uren hetwelk zich zeer ver uitstrekt. Bijlangs de spoorweg zelf een gasfabriek. Te 6 uren Harroun [Harrow].

Gezicht op de oostelijke zijde van de Primrose Hill tunnel door Clerk & co, 1848 Gezicht op de oostelijke zijde van de Primrose Hill tunnel door Clerk & co, 1848

Nog 11 ½ mijl van London. Ter regterzijde een kerkdorp op de spits van de berg, twee dorpen lings. Nog weder onder de grond langs,"155" Stokfort regtsaf. Ik dachte dat het reeds London was, zoo groot gelijkt dit voor mij.

Tekening door Thomas Talbot Bury van het perron van Euston station te Londen, 1837 Tekening door Thomas Talbot Bury van het perron van Euston station te Londen, 1837

Te 6 ½ uren bij het station."156" Daar begin ik te zien wat niet te London wat te doen moet zijn, zoo groot heb ik het nog niet gezien. Hoeveele wagens, omnibussen, brommers als daar niet klaar staan ter vervoer van de passagiers, is ontelbaar. Aldaar zijn wij genoodzaakt maar een rijtuig te nemen uit hoofde ons logement misschien een paar uren van hier af is. Met grote opziens zie ik nu herwaards en derwaards. Nu is alles nog weder klein wat ik te voren gezien heb. Ik betreur mij nu reeds dat ik niet tenminsten acht dagen kan blijven en dat was zelfs nog veel te weinig.

Tekening door J.C. Bourne van de ingang naar Euston station te Londen, 1838 Tekening door J.C. Bourne van de ingang naar Euston station te Londen, 1838

Wat moet ik nu eerst gaan kijken. Zwager is al weder moede en afgemat van de reijs bij het aankomen in het logement bij Mr. Mozes Meijer"157", Great Brescot street"158", zoodat ik mij wel zal moeten getroosten te huis te blijven, weshalven ik dan mijnen brief aan Van Delden de zwager van Lea te Groningen, heb doen bezorgen."159" Die goede man komt later bij mij in het logement en betreurd zich dat hij niet te huis is geweest en wilde gaarne hebben alsdat ik bij hem zoude logeren, waartoe ik hem dan evenwel hartelijk bedankte, temeer daar broeder Abraham zoo veel goeds bij hem genoten had. Ik was nu eenmaal in het logement zeer wel /54/ en gaf hem wel te kennen dat ik het zoozeer beleefd vond en wel ook de wil voor de daad aannam. Alle redens bestond er echter voor dat ik er geen gebruik van maken konde. In de eerste plaats was ik reeds hier ingekeerd en zoude zeer aanstootlijk zijn voor die lieden om weder weg te gaan. Ik had reeds in het oogenblikje dat ik er geweest was mij met een goede warme maaltijd verkwikt, waarvan ik nu sederd maandagmiddag ontstoken was geweest. Juffrouw Meijers had mij te kennen gegeven dat zij nog een goede soep met het een en ander staan had, waartoe ik mij geen twee maal heb laten uitnodigen. Ik gaf dan ook bij deze aan die goede Van Delden te kennen dat mijn zwager de reijs met mij mede gedaan heeft te plazier, waardoor ik natuurlijk niet van hem konde afgaan en ten derde had ik deze reijs hoofdzakelijk voor plazier gemaakt. Het er het mij deswegens niet erop aankomt om het logies te betalen en dat ik tevens tusschenbeide in vriendschap aan hem zoude komen bezoeken.

Uitsnede uit een plattegrond van Londen van 1843 met de buurt rond Goodman’s Field waar Van der Reis logeerde in Magdalen Row 9 (nu Magdalen Passage), de hier naamloos aangegeven steeg tussen de Great Prescott Street en Chambers Street. Uitsnede uit een plattegrond van Londen van 1843 met de buurt rond Goodman’s Field waar Van der Reis logeerde in Magdalen Row 9 (nu Magdalen Passage), de hier naamloos aangegeven steeg tussen de Great Prescott Street en Chambers Street.

In het logement had ik zeer veel genoegen uit hoofde het Engels hier het zeldzaamste gehoord wierd, aldaar was niets anders als Hollanders en Duitschers, behalve twee Engelsche meijden. Dit hinderde mij zeer weinig, omdat ik daarmede niet veel te schikken had. De huisbediende is daar schipper en voogd mede, die ook wezentlijk een geschikt persoon uitmaakt. Men kan hem voor alles bezigen. Zelf vernam ik bij dezen dat hij tusschenbeide nog met een heer van Hamburg, die die ook in dit logement tehuis is, de cristelijke godsdienst omhelscht, was deze jonge tot geleidsman, zoodat ik hem bij het tehuis komen netjes in het zwart gekleed zag tehuis komen. /55/
Thans heeft hij echter zijne huisbedieningsuniform aan en zoo heb ik mij deze avond vergenoegd den avond doorgebragt. Deze straat is het voor London zeer stil uit hoofde het niet zooveel in de grote roete is. Hetgene mij als 't ware niet onaangenaam is om niet altijd in zoo een groot rumoer te zijn.

136.

Van de Long Millgate naar het huidige Piccadilly Station is het te voet inderdaad ongeveer 25 minuten gaans.

137.

Het in 1842 geopende Store Street of Bank Top Station, in 1847 hernoemd als Manchester London Road en tegenwoordig Piccadilly Station geheten.

138.

Van der Reis doelt hier waarschijnlijk op het fenomeen van de ‘parliamentary trains’. Deze waren in 1844 door het Engelse parlement in het leven geroepen om het armere deel van de bevolking ten minste een keer per dag de mogelijkheid te bieden om tegen een laag tarief van het spoorwegnet gebruik te maken.

139.

De reis van Sunderland naar Manchester nam zo'n 8½ uur in beslag terwijl het stuk Manchester naar Londen 9½ uur duurde. Oorspronkelijk was de lijn gebouwd voor de Manchester and Birmingham Railway, die in 1846 opging in de London & North Western Railway.

140.

Macclesfield lag niet aan de lijn. Van der Reis noteerde hier waarschijnlijk de naam van de afslag bij Cheadle Hulme Junction richting Macclesfield. We zagen al eerder dat dergelijke splitsingen voorzien waren van een poort met de naam van de stad waar de lijn eindigde.

141.

Mogelijk het uit het begin van de 16e eeuw daterende Chelford Manor House of het nu verdwenen Astle Hall.

142.

Er waren in Crewe aansluitingen naar Chester, Liverpool, Manchester, Newcastle en Stoke-on-Trent. En aan dit feit had de stad haar station te danken. Het was namelijk een belangrijk knooppunt van de Grand Junction Railway (1833 – 1846), de London & Birmingham Railway (1833 – 1846) en de Manchester & Birmingham Railway (1840 – 1846), die in 1846 zouden samengaan in de London & North Western Railway. Hier maakte ook de Trent Valley Line (1846) deel van uit, die de lijn tussen Stafford en Rugby exploiteerde, waarmee de omweg over Birmingham vermeden kon worden. Aan deze lijn lagen de stations Stafford, Rugeley, Lichfield, Tamworth, Polesworth, Atherstone, Nuneaton en Rugby.

143.

Een van de talrijke particuliere spoorwegmaatschappijen was de Midland Railway (1844 – 1922), die was ontstaan uit een fusie tussen de Midland Counties Railway (1832 – 1844) die Nottingham, Leicester, Derby via Rugby verbond met Londen; de North Midland Railway (1844 – 1844) en de Birmingham & Derby Junction Railway (1839 – 1844).

144.

Langs het tussen 1786 en 1789 aangelegde Birmingham and Fazeley canal en over de river Tame.

145.

De spoorlijn naar Kingsbury Junction en verder naar Birmingham.

146.

Nuneaton was een belangrijk kruispunt van spoorwegen; waar de spoorlijn van Leicester naar Coventry kruiste met die van Manchester naar Londen.

147.

Hier bevond zich een groot legerdepot dat in 1803 was geopend. Tevens waren er barakken voor bataljon infanterie, cavalerie-eenheid en een artillerie-eenheid.

148.

De in 1838 geopende en 2200 meter lange Kilsbytunnel was ontworpen door Robert Stephenson. Er werd bijna twee jaar aan gewerkt door 1250 arbeiders en de begrootte kosten van 99.000 pond zouden uiteindelijk oplopen tot bijna 300.000 pond.

149.

De Northampton & Peterborough Railway werd in 1845 geopend.

150.

Northampton was van oudsher niet alleen een belangrijke marktplaats, maar ook een centrum van de leerverwerkende industrie.

151.

Bij de kruising bij Cheddington buigt een spoorlijn af richting Aylesbury.

152.

Denkelijk is de tunnel onder Bridgewater Hill bij Northchurch ten noorden van Berkhamsted bedoeld.

153.

Waarschijnlijk is bedoeld Boxmoor House aan de Box Lane.

154.

Mogelijk is bedoeld de Watfordtunnel.

155.

Bedoeld is de Primrose Hill Tunnel in de nabijheid van Londen.

156.

De treinen uit het noord-westen en de Midlands arriveren (en vertrekken) op Euston Station of St. Pancras. Van de Reis arriveerde op Euston Station.

157.

Waarschijnlijk is bedoeld de circa 1801 te Amsterdam geboren en 27 juli 1825 te Londen met Eva Izaaks Gans (geboren circa 1793 te Amsterdam) gehuwde Moss Myers, die volgens het bevolkingsregister van 1851 een logement dreef aan 9 Magdalen Row (tegenwoordig Magdalen Passage genaamd), een verbinding tussen de Great Prescott Street en de Chamber Street. Overigens was zijn logement volgens de Post Office Directory van 1846 in dat jaar gevestigd aan 62 Great Prescott Street. Ondanks de verschillende adressen vermoed ik dat het om hetzelfde logement gaat. Volgens het bevolkingsregister van 1851 telde het logement in april van dat jaar zes gasten, twee dienstmeiden uit Ierland en de op 13 april 1824 te Rotterdam geboren dienstknecht Mark (Marcus) Haagman, zoon van Gerrit Levie Haagman en Hester Krevel. De Hamburgse gast waar Van der Reis in de volgende alinea aan refereert is de koopman Fredrik Ribour.

158.

Een verschrijving, bedoeld is Great Prescott Street, ten zuiden van het vroegere Goodmans Fields nu East c.q. North, South en West Tenter Streets genoemd, en tegenwoordig Prescott Street geheten.

159.

Denkelijk de ongeveer in 1815 te Amsterdam geboren sigarenmaker Henry van Delden, destijds wonende aan 22a Scarborough Street, Whitechapel, Londen, gehuwd met een circa 1824 te Groningen geboren Bertha of Elizabeth. De voornaam Henry is hoogst waarschijnlijk een aanpassing en is zijn oorspronkelijke naam Hartog. Mogelijk is hij een kind van Zadok Hartogs van Delden en Judith Simon Moses te Amsterdam en is zijn geboorte 17 maart 1812 te Amsterdam aangegeven als Hartog Zadoks van Delden.