Zoek op de website

25 maart 1851: een treinreis van Sunderland naar Manchester

De nachtwacht klopt. Dit hoore ik bij de eerste slag. Het hart begint reeds door schrik te bevangen, hoezeer ik mij ook had voorgenomen om mij tegen alles te verzetten en mij niets te laten blijken. Maar ja, het ging niet. De geheele huishouding was reeds vroeg op de been. De grote kinderen bragten ons naar de spoortrein, terwijl zuster te huis bleef met de kleinen. Het eeten nog drinken had reeds weinig gegeren. Alhoewel er een vigelante besteld was om ons naar de trein te brengen, reed die alleen met ons goed. Wij gingen alle te voet uit hoofde zoowel de bruidegom en meer anderen nog daarbij aanwezig waren. Wat zou ik doen? Ik ben weder een kleine jongen, de afscheidsgroet trof mij zoo zeer dat ik bijkans niet meer spreken konde. Gelukkig dat het nog geen regt dag was en er bijkans niemand op de straten te zien was, want een groot end wegs konde ik wegens deze voor mij zoo belangrijke afscheid niet tot bedaren komen.

Indien Van der Reis een trein van de Durham & Sunderland Railway passeerde hij onder andere het hier afgebeelde Pittington Station (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 424) Indien Van der Reis een trein van de Durham & Sunderland Railway passeerde hij onder andere het hier afgebeelde Pittington Station (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 424)

Schets van de verschillende spoorlijnen in Durham County in 1849 Schets van de verschillende spoorlijnen in Durham County in 1849

Bij de trein komende"111" had ik nog zeer wel de tijd na de behoorlijke afscheid van de beglijdende (dingsdagmorgen te half zes uren) /38/ te nemen en nog het nodige aantekening te houden, terwijl dit schrijven mij op de heenreijze zeer veel nut heeft aangebragt, dat ik nimmer tijdkortig ben geworden, dewijl dit telkens mij bezigheid verschafte en des wegen nu ook weder deze omstandigheden daardoor het spoedigst in vergetenheid te brengen: namentlijk voor dit oogenblik! En te meer omdat ik het mij ook wel had voorgenomen zooveel mogelijk mijne reijs naar waarheid der ondervinding aan te noteeren, ofschoon mij nu op dit oogenblik op deze plaats een bladje om in te lassen missen doet. Ieder weldenkend mensch zal mij dan ook mijn wekelijk hert ten dezen opziget niet ten kwaden duiden.

Het Penshawmonument te Coxgreen ter herinnering aan de earl (graaf) van Durham Het Penshawmonument te Coxgreen ter herinnering aan de earl (graaf) van Durham

Zwager is dan nu bij mij. Aldus een goede gids die mij nu wel alles naar mijne mening onderweg beter zal beduiden. Hij is echter spoedig in slaap. Eene ander israelitische koopman Asser is hier nu ook bij mij en op 4 mijlen afstand nadat wij zijn heen gestoomd zie ik Kokskie, een gezigt dat zeer bekoorlijk is. Men verteld mij nu de een andere bijzonderheden. Aldaar is op eene hoogte - dewelke in de einvirons veelvuldig zijn - een monument van lord Dorrein."112" Te 7 uren zijn wij bij Harlepool [Hartlepool]. Het rijd hier in de rond, anders waren wij reeds 24 mijlen van Sunderland. Half 8 uren bij eene grote en zeer rijke stad: Darlington."113" Ook aan de steenkolen is daar nog geen gebrek vanwaar ze veel door Engeland per trein vervoerd worden.

Dienstregeling van de hoofdspoorlijn van de North Eastern Railway en haar aftakkingen, 1854. Voor een goed begrip van de afstanden en snelheden: een mijl is ongeveer 1609 meter. (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 544) Dienstregeling van de hoofdspoorlijn van de North Eastern Railway en haar aftakkingen, 1854. Voor een goed begrip van de afstanden en snelheden: een mijl is ongeveer 1609 meter. (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 544)

7 3/4 uren te Riatoman [Eryholme of Dalton-on-Tees]. Te 8 uren Cowtonstation [Cowtown]. 1/4 uren later bij een stad de groote paardemarkt is alwaar de kooplieden van zeer entverrente landen na toekomen. Ook is aldaar de grote gevangenis van Engeland: Nortalectot."114" Ook gelijk bij de station: Tor Bedals [Bedale]."115" Aan de andere zijde een stad. Bij de eerste station is een gebouw en toestelling /39/ voor de paardenren. Zeer prachtige weidelanden die thans zeer schoon uitzagen. Koolrapen in lange reijen worden op de ruwe omgeploegde landen gevonden, die de schapen opeeten. Bij afwisseling ook wel mooije boschen. Van verre zie ik hier zeer hoge bergen, zooals ik ze nog niet aanschouwd heb, tot in de wolken. Thans Ottington [Otterington]. Bij een groot dorp aldaar achter wordt mij gezegd op die hoge bergen een water met visch aanwezig. Hardgid: daar zijn de buitengewonen en van allerhande soorten van baden."116" Bij of agter Thierks Station [Thirsk] ook Tor Repon [Ripon]."117" Mijne vriend gaat nu weder van mij af. Nu ben ik het onderrigt weder kwijt, terwijl zwager nog maar wegslaapt.

Hier zie ik alweder zoo een bord van de levensverzekering, maar ik maak er tog geen gebruik van. Ik ben ook mijn leven God-zij-dank nog niet zat. Te 8 ½ uren iets verder bij een poort en brug door middel van een soort kraan op 3 en meer aan elkander vastgemaakte karren de bomen opladen en groote menigte afgeschilde eiken en andere bomen. Bij het station zie ook een groot stuk land met koolrapen, die zoo uit het land weg door de schapen worden opgegeten. En nu zie ik voor 't eerste maal een stuk heidevelt eer men komt aan het station Raskalf [Raskelf], aldaar zijn mooije en nette zandlanden met zeer diepe veergen omgeploegd naar mijn inziens. Weide en bouwland, alle stukken land zijn met hagen omgeven zonder sloden.

Uitsnede uit: Sharpe's Corresponding Maps: England and Wales Railway Map (Northern half) met daarop ingetekend de afgelegde route tussen York - Manchester - Crewe (bron: Davis Rumsey Historical Map Collection nr. 2175006) Uitsnede uit: Sharpe's Corresponding Maps: England and Wales Railway Map (Northern half) met daarop ingetekend de afgelegde route tussen York - Manchester - Crewe (bron: Davis Rumsey Historical Map Collection nr. 2175006)

Station Inn bij een dorp in de nabijheid van het station Tollery [Tollerton]. Te 8 3/4 uren is het nu zoo als ik vroeger in de verbeelding was bij het grote station alwaar zooveel drukte is. Te York, nu moet zwager op de lappen, aldaar wordt lang halte gehouden."118" /40/
Het is een grote stad en vesting met een muur omgeven, een grote dom"119" met 3 torens er op te zien. Zwager verteld mij dat aldaar vanouds zeer veel merkwaardige zaken zich hebben toegedragen in oude tijden. Ik heb mij weder herwaards en derwaards om te kijken wegens de drukte met de treinen: de eene gaat weg de andere komt aan, dewijl hier een vergaderplaats van alle kanten waardoor wij nu ook weder van plaats veranderd worden.

Normanton Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Normanton Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Te 10 3/4 uren bij het station Normanton,"120" ten derden maal van plaats veranderen."121" Aldaar neem ik voor 't eerst een glas bier, dewijl wij aldaar tot 11 ½ uren moeten vertoeven. Hier gaat het nu zoo waarschijnlijk een andere weg inslaan naar Manchester de kant op. Hier is het veel in de einvirons waar ik van Hull langs gekomen ben, ofschoon ik nu beter de gelegenheid had het eene en ander op te merken. Kort hierbeij wordt mij van een heer in de waggon een reijswijzer vereerd, hoewel dit alles Engels is, vind ik het tog een aardigheid en zal mij ligtelijk nog eens te stade komen bij het afschrijven dezer. Ook alhier is het weder door de bergen heen gegraven of liever doorgekapt en gehouwen, dewijl het grotendeels steen is en de dijken alzoo nog hoger gelijken als bij ons de zeedijken. Het steenachtige heeft veel de overeenkomst met die van Bentheimersteen. In die herberg of in het zoogenaamde verversingshuis was het buitengewoon propertjes, ofschoon ik nu nog maar in de 2e klasse heb tehuis behoort. Die passagiers uit de wagens komende van de 1ste classe hebben nog een andere, /41/ en zonder twijfel nog fijner locaal en bediening. Ik heb in Holland nog nimmer zooiets aangetroffen. Het is over alle kanten prachtvol door de comiditeit en zulks komt hier zeer zeker veel tijds te stade, omdat er veele reijzigers inkomen. Het is dan ook maar heel enkelde plaatsen op de stations alwaar zoo tijd is om wat te gebruiken.

Gezicht op Wakefield, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Gezicht op Wakefield, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Nu gaat het op de bepaalde tijd weder heen. Op de hoge bergen zie ik thans bosch bij Waekfielt [Wakefield], een zeer groot manifoctorplaats."122" Aannemelijker gezigt heb ik nog niet gezien van alle kanten. De werksaamheden op het land is ook zeer groot. Met 4 paarden zie ik hier ook het land omploegen bij een grote stad. Stoomfabrijken zoowel als de huizen zijn gedekt met effen platte steenen. Het gaat nu hier over de dijk heen met het spoor te 12 uren. Regts en lings zijn dorpen en steden in grote menigte. Tousbergen, station bij eene stad."123" De riviertjes gaan hier tusschen de gebergten door. Hier is weder halte bij eene drukke station: Merfelt [Mirfield] en Tor Braedfort [Bradford]. "124" Aldaar worden veele orleander gefabriceerd. Te half 1 uur bij Brixhausen. "125" Aldaar zie ik veele balen wol die hier veel gebruikt wordt door de veelvuldige fabrijken in deze einvirons. Hier zijn ook nog de rivieren die tot vervoer der onbereide zoowel als bereijde stoffen ter vervoer met schepen dienen. De schapen hebben hier ook nog eenigzins, van boven op de wol, de steenkolendamp op zich. Reusachtige gebergten tot aan de kruin toe met koorn bezaaijd en met hagen en bomen zijn de stukjes van elkander gescheiden.

Brighouse Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Brighouse Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Hier worde ik door schrik bevangen, terwijl het hier onder de grond door gaat. Bij North Dean for Halefax,"126" hier weder uitkomende ondemiddelijk het station en dit gezigt ben ik op verre na niet in staat om het nodige er van te zeggen. /42/

Gezicht op Halifax, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Gezicht op Halifax, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Hoewel ik nog zooveel aan de afscheid van mijn waarde zuster gedenke, doet mij de zooveel ontmoetingen en werksaamheden zeer verzachten en was nu niet reeds weder het verlangen naar mijn waarde vrouw en betrekking, zoo was ik in staat om - al was het ook ƒ 300 er aan te wagen als ik de tijd konde missen - bij ieder voorname plaats een of meerdere treinen af te wagten om de steden te bezien en merkwaardigheden in oogenschijn te nemen. Maar hier is niet aan te denken. Voorwaarts is de boodschap.

Sowerby Bridge gezien vanuit King Cross (Halifax), 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Sowerby Bridge gezien vanuit King Cross (Halifax), 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Ten 1 uur naar ik mij verbeelde te zien Sorverby Bridge [Sowerby Bridge]. Aldaar was ik weder twee minuten onder de grond doorgegaan. Daar heb ik nog niet veel pret aan. Er wordt mij echter verzekerd als dat meermalen ondervinden moet. Hier is Luddende Fort Station [Luddenden Foot].

Gezicht op Todmorden gezien vanuit het noorden, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Gezicht op Todmorden gezien vanuit het noorden, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Daar staar ik met verwondering hoe op de steenen zoo alles kan wassen. Hebden Bridge: tot hier toe zie ik regts twee smalle waters netto alsof ze daar zoo min menschenhanden gemaakt zijn,"127" het zijn geen gewoone rivieren naar mijn inziens. De plaats is hier stijf aan de voet van de berg. Wederom zie ik hier zoo een verukkelijk gezigt. 3 maal spoedig op elkander gaat het weder onder de grond door. Het word aldaar telkens een tunnel genoemd, maar ik heb het alsnog niet op de tunnels begrepen.

Rochdale Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Rochdale Station, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

Lettilbourg Station [Littleborough] en Rosdale Station [Rochdale], bij een grote fabrijksplaats Aschton Joncton (bij Manchester) ten 2 uren, "128" waardoor wij een weinig later te Manchester zijn aangekomen."129"

Perrons van het Victoria Station aan de Hunt’s Bank te Manchester, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Perrons van het Victoria Station aan de Hunt’s Bank te Manchester, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

De koffer is dadelijk bij de hand en voor een halve schelling heb ik dezelfde tot in het logement gedragen, voor porto heb ik van dezelfde op de gehele reijs niets betaald. Alhier zullen wij op zijn koopmans leven, terwijl zwager aldaar in huis zeer eigen is en men wil het geld hier /43/ niet verkwisten. Er is wel een israelitisch logement, maar zeer duur en wat maakt mij nu dan ook dit voor een dag.

Exterieur van het Victoria Station aan de Hunt's Bank te Manchester, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway) Exterieur van het Victoria Station aan de Hunt's Bank te Manchester, 1845 (uit: A. F. Tait, Views of the Manchester and Leeds Railway)

111.

Een reconstructie van het eerste deel van de reis van Sunderland naar Darlington is problematisch. Normaal zou een reiziger via Ryhope en Sherburn Junction naar Darlington reizen. Vanwege de steile hellingen op dit traject moesten de wagons op diverse plekken d.m.v. kettingen of touwen worden voortbewogen. Zou onze reiziger deze route hebben genomen, dan is het aannemelijk dat hij enige woorden aan dit fenomeen zou hebben gewijd. De afstand van Sunderland naar Darlington was destijds per trein ongeveer 65 kilometer. Het station van vertrek was Town Moor van waar de Durham & Sunderland Railway Company sinds 1836/1839 via de route Ryhope, Seaton, Murton Junction, Hetton-le-Hole, Pittington, Sherburn House en Shincliffe (Durham) passagiersdiensten onderhield. In 1846 werd de maatschappij overgenomen door de Newcastle and Darlington Junction Railway Company. Oorspronkelijk eindigde de lijn echter bij Haswell Junction Station waar men kon overstappen op een trein van de Hartlepool Dock and Railway Company. Mogelijk dat een reiziger via de laatstgenoemde maatschappij Darlington kon bereiken.

112.

Dat moet welhaast het station Cox Green zijn en het monument is het Penshaw monument ter herinnering aan John George Lambton (1792 – 1840), earl van Durham. Probleem is wel dat de Penshaw Branche Railway, waaraan het station Cox Green is gelegen met goed zicht op het monument, tussen Penshaw Junction en Sunderland pas in 1854 werd geopend. Het zou ook mogelijk kunnen zijn dat destijds bij helder weer, met nog nauwelijks bebouwing, het op een heuvel staande monument zichtbaar was vanaf de heuvels ten zuiden van Sunderland.

113.

Vanaf Sherburn Junction ging het verder op het trace van de Newcastle & Darlington Railway.

114.

Waarschijnlijk Northallerton, waar meerdere keren per jaar grote veemarkt werd gehouden. In de stad stond ook een werkhuis voor armen en een in 1783 geopend tuchthuis. Verder was er een drafbaan voor paardenrennen.

115.

Van de York, Newcastle & Berwick Railway was hier een aftakking richting Bedale.

116.

Waarschijnlijk is bedoeld de bronbadplaats Harrowgate.

117.

Bij Thirsk-junction buigt de Leeds and Thirsk Railway, destijds de grootste concurrent van de York, Newcastle & Berwick Railway, af richting Ripon en verder naar Leeds.

118.

York was een knooppunt van spoorwegen. Het gezelschap nam hier waarschijnlijk een trein van de York and North Midland Railway.

119.

De York Minster. De bouw van deze kathedraal duurde van 1154 tot in de vijftiende eeuw.

120.

Normanton was eveneens een knooppunt van spoorwegen. Van der Reis stapte hier waarschijnlijk over op een trein van de Lancashire and Yorkshire Railway, in 1847 ontstaan uit een fusie van diverse locale spoorlijnen en de Manchester & Leeds Railway. Tegenwoordig staat deze lijn bekend onder de naam Calder Valley Main Line.

121.

Sinds zijn vertrek was Van der Reis drie keer overgestapt: in York voor de tweede en in Normanton voor de derde keer. Zijn eerste overstap heeft hij niet genoteerd. Dat is jammer, want zou ons zonder twijfel meer zekerheid over het afgelegde traject tussen Sunderland en Darlington hebben verschaft.

122.

Wakefield stond bekend om zijn textielfabrieken. Oorspronkelijk vormde de wolhandel de voornaamste inkomstenbron van zijn bewoners.

123.

Mogelijk is Thornhill bedoeld.

124.

Hier was dus een afbuiging naar Bradford. Evenals Wakefield, was Bradford een stad waar de wolhandel de voornaamste bron van bestaan vormde en later de textielindustrie.

125.

Waarschijnlijk Brighouse.

126.

Het station North Dean was geopend in 1844 en veranderde later in station North Dean and Greetland. In totaal telde de lijn 8 tunnels, waarvan de Summit Tunnel tussen Littleborough en Todmorden met zijn lengte van 2600 meter destijds de langste tunnel ter wereld was.

127.

Het 51 kilometer lange tussen 1798 en 1804 aangelegde Rochdale Canal verliep tussen Manchester en Sowerby Bridge.

128.

Waarschijnlijk de kruising met de in 1842 geopende Middleton Junction and Oldham Branch Railway.

129.

Het door George Stephenson (1781 - 1848) en John Brogden (1798 – 1869) ontworpen Victoria Station voor de Manchester & Leeds Railway Company werd in 1844 geopend.