Zoek op de website

28 maart 1851: Londen, die grote stad

Ik was echter thans niet wel gehumeerd, aangezien ik 2 à 3 uren tijds op den dag heb moeten missen niettegenstaande de zwager in het logement reeds een en ander van zijn mede genomen goud verkochte, maar het had wat beter voortgang kunnen hebben, waarover wij eigentlijk een weinig woorden ter ongenoegen hebben laten vallen, wierd zulks tog evenwel voort ten goeden geschikt en wij gaan te half 11 uren het logement verlaten, daar gaat men kijken en eindelijk ook handelen. Ik vind aldaar een magazijn naar mijne verlangen. Hoeveel bedienden ik op magazijn en kantoor gezien heb, wil ik niet liefst bepalen, maar het was groot van belang en aanzienlijk. En na mij aldaar een lange tijd te hebben opgehouden, gaat men nog in een ander, ook eene der eerste huizen, kijken en ook kopen zijde stoffen. Wat ik aldaar zag, was zoo verbazend groot dat ik mij daardoor zelfs met aandoening erover getroffen was, dat dit hier zoozeer nog Amsterdam overtreft in zoo grote mate. En nu was het tijd en zelfs hoog tijd aan den magen zijn tol te betalen. Op de straten echter alwaar wij nu te voet gingen, konde ik mij niet zat zien. In de eerste plaats na de brillante, zilver, goud en juweelen winkles; hoeveel waarde er voor de glazen stond uitgestald, /56/ dit komt geheel op geene duizend er op aan, niettegenstaande er dan ook nog twee à drie honderd gouden horlogien ook te voorschijn komen, die sommige een waarde hebben tot 20 à 30 £ dat is zelfs over ƒ 300. De straten zijn op sommige plaatsen zoo ruim, dat misschien 6 rijtuigen zich elkander passeren kunnen. En tog is men somwijlen niet in staat om dwars over de straten te passeren wegens die grote drukte van het gerij. Er is echter aan ieder kant van de straat een groote ruime straat voor de voetgangers, die dan nog aan ieder kant bijkans zooveel is als de smalle straaten van Amsterdam breed zijn.

Gezicht op de Thames (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated London) Gezicht op de Thames (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated London)

Tot bijkans 3 uren hadden wij nu gegaan kijken en handelen. De honger drijft mij naar huis, omdat ik mijn morgenontbijt al zeer vroeg genuttigd had. De juffrouw Meijers was nu wel genegen om mij genoeg voor te dienen, maar omdat het vrijdag al zoo laat tegen den sabath was, heb ik dat maar zeer ligt afgezien met een stuk vis en witbrood. En daar zwager nu reeds weder klaagde van moede te zijn, zoo nam ik mij een nieuwe gids naar de tunnel onder de Theems uit hoofde men mij zeide die zoo nabij het logement was."160"Aldaar aankomende zag men eerst van boven den grote rivier met grote en kleine schepen bezaaijd mag men zeggen of uitdrukken.

De Thames of Rotherhithe Tunnel tussen Rotherhite en Wapping (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated London) De Thames of Rotherhithe Tunnel tussen Rotherhite en Wapping (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated London)

Nu gaat men 99 trappen naar mijn tellen toen ik weder na boven ben gegaan, terwijl ik bij het nedergaan in de onderaardsche diepte er niet aangedacht heb. /57/ De trappen zijn van grijze zerk, die naar mijne verbeelding een zeer harde soort zijn. Het is netto of er witte vlekjes in zijn, netto als het gemarmeld is, finaal doorwassen. De trappen zijn zeer gemaklijk ingerigt, goed breed en van een matige hoogte de treden. Hier is weder wonder genoeg nu alle aandacht er op te vestigen. De markt is nu wat afgelopen, daar ziet men een onderaardsche heil, zeer schitterend, dewijl het aldaar zeer goed met gas verlicht is, zoodat men van het eene end naar het andere kan zien. Tusschen in de pilaar word andere koopmanswaar en zeldsaamheden ter verkoop aangeboden. Zelfs het eene en andere vervaardigd. Mijn grote aandacht heb ik gevestigd op eene kleine glasblazerij, alwaar allerhande soort van kleine voorwerpen zeer kunstmatig gemaakt wordt, het glas spinnen hetwelk ik ook onder anderen gezien heb. Omdat ik het eene en andere kochte dat deze vernuftige werkman mij ten plazier iets klaarmaken, dewijl hij mij dit streepje dan ook ter geschenke gaf. Vervolgens zag ik iets verder een soort op de grote schaal moet ik zeggen een kijker, zoo prachtig als misschien in ons land nog niet vertoond is. Het is jammer dat ik mij wegens de sabath zoo moet haasten en vijn muzijkstuk wordt daarbij telkens uitgevoerd. Bij een lectreur of schokmachiene heb ik in der haast ook nog een stuiver versnoept en dankte God door de zware trilling weder los te zijn. /58/ Geheel op het achtereind kan men zich voor een halve schilling laten afbeelden. Ook daarvan maakte ik gebruik uit hoofde dit in 3 minuten kan plaats vinden.

Interieur van de synagoge aan de Duke's Place Interieur van de synagoge aan de Duke's Place

Nu is het hoog tijd om weder huiswaarts te keren, aangezien ik mij nog wat op de sabath moet in order brengen. En na dit gedaan te hebben, begeven wij ons met een gezelschap naar de Doxplezersynagoge"161", alwaar ik mij weder met nieuwe verwondering rondzag. Aldaar is die vroeger te Groningen gestaan hebbende voorzanger Siemons"162" an het hoofd van nog 8, alle in unieform gekleede koorzangen, die de voorbereijding van de sabath ingang als en vervolgens den sabathdienst verrigten. Intusschen zag ik ook den wel edele geleerde Dr. Adler"164" in zijn fijne constuum, bijkans het model van een Hollandsche regterskonstuum, voor de regte ingang der sabath de treurende Abelein naar binnen brengen. En later had ik het genoegen dat zijn wel eerwaarde de afdeeling uitsprak, hetwelk mij veel meer genoegen verschafte als het koorgezang, omdat dezulks lang niet zoo goed verstaan konde. De voorzanger heb ik iets bij het alleen uitspreken van een ander gedeelte door zijne buitengewoon talent hoogstens bewonderd, waardoor ik mij nu van zijne immer gehoorde roem thans overtuigd heb.
Wij keeren nu weder huiswaards in het logement. /59/

Chief rabbi Nathan Marcus Adler (1803 - 1890) op jonge leeftijd (uit: L. Trepp, Die Oldenburger Judenschaft) Chief rabbi Nathan Marcus Adler (1803 - 1890) op jonge leeftijd (uit: L. Trepp, Die Oldenburger Judenschaft)

Het is nu weder vrijdagavond. Ofschoon ik nu een weinig er aan begin te gewennen, ik gevoel dan het gemis van mijne waarde vrouw en onze toevertrouwde geliefde kindertjes, niettegenstaande dat ik het hier zeer goed heb en ook den avond grotendeels ten goede heb doorgebracht, behalve dat de goede Van Delden bij mij komt om mij af te halen omdat ik hem beloofd had nog eens bij zijn edele te komen. En nadat ik nog een weinig fruit gebruikt had, zoo hebben wij nog eene geheel wandeling gemaakt totdat het tijd was om huiswaards te keren.

160.

De Thames of Rotherhithe Tunnel tussen Rotherhite en Wapping, nu deel van de East Londen Line, is ontworpen door Marc Isambard Brunel en zijn zoon Isambard Kingdom Brunel. De bouw duurde van 1825 tot 1843.

161.

Bedoeld is natuurlijk de Great Synagogue aan de Duke's Place (door Van der Reis geschreven als Dox Plezer) in 1722 gesticht door Moses Hart. C. Duschinsky, Rabbinate of the Great Synagogue, London from 1756-1842 (1971) en C. Roth, Great Synagogue London 1690-1940 (1950).

162.

Bedoeld is de omstreeks 1797 te Peysern (Pyzdry) in Pruissen (nu Polen) geboren Simon Ascher. Hij werd in 1827 in Groningen tot oppervoorzanger benoemd. In 1832 aanvaardde hij een benoeming tot oppervoorzanger te Londen.

163.

Nathan Marcus Adler (1802-1890), zoon van de Hannover rabbijn Marcus Mordechai Bär en Rebecca Fränkel, was geboren en opgegroeid in Hannover. In 1829 werd hij benoemd tot Landrabbiner van Oldenburg en in 1831 volgde hij zijn vader op als rabbijn van Hannover. In 1844 werd hij door de afgevaardigden van Britse Joden benoemd tot opperrabbijn van de Joodse Gemeenten in het Britse Keizerrijk.