Zoek op de website

2 - 3 april 1851: Met de S.P. Rainbow van Londen naar Rotterdam

Het is nu woensdagmorgen [2 april] dat ik met snelheid mijn boeltje moet bij elkander maken.202 En nadat ik nu nog voor mijn vertrek mijn best vijn witbrood met goede gebakken visch bij de thee genuttigd had. De oude heer Sijmons komt nu zelve bij mij in 't logement en brengt mij het verzegelde pakketje. Ik zeide aan zijn edele dat ik nu hier mede aan de zwier ging. Een Amsterdamsche koopman die zich thans ook te London gevestigd heeft in het vak van oudheden en porcelein, zegt hierop dat het geen nood zoude hebben. Hij had wel te mijne huis geweest. Onze goede mr. Mozes Meijer voegde het zijne te goede hier ook bij. Het is mij te verheren omdat alles aan te stippen. De juffrou zorgd op mijn verzoek dat ik wat eeten op de reijs heb mede te nemen, terwijl ik niet weet waneer ik te Rotterdam zal aankomen, waaraan zij zeer goed voldoet. Ik had zelfs veel te veel.

De in 1837 gebouwde raderstoomboot de Rainbow waarmee Van der Reis de overtocht van Londen naar Rotterdam maakte (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. PU6696) De in 1837 gebouwde raderstoomboot de Rainbow waarmee Van der Reis de overtocht van Londen naar Rotterdam maakte (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. PU6696)

Om half 10 uren gaat het nu op de retourreijs aan, terwijl onze huisbediende mijn coffer op een wagentje genomen had. Zwager begleid /86/ mij nog een heel end weg, ofschoon hij het nu ook nog druk heeft. Hij blijft in alle gevallen weinigsten tot morgen in de stad.
Bij de boot komende, daar krijg ik nog de zoon van de heer Sijmons, die mij nu nog brieven voor 's Hage en Amsterdam bezorgd. Het verzegelde pakketje had ik met moeite in mijn zak gedaan, hetgeen mij daardoor onmogelijk in stilte ontvreemd konde worden. Er worden op de boot door middel van een kraan twee grote hokken met wild gedierte ingescheept. Een paar kennissen trof ik aldaar op de boot tot gezelschap. Met de halfelf uren de klok is het vertrekken. De residentcie is wel behoorlijk, ofschoon ik niet de eerste plaats innam. De prijs is daar slechts 17 ½ schillingen of ƒ 10,50. Ik zie nu weder alle kanten uit.

Het Greenwich Hospital gezien vanaf de Thames, circa 1830-1840 (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. BHC1828) Het Greenwich Hospital gezien vanaf de Thames, circa 1830-1840 (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. BHC1828)

Het wemelt van schepen. Het is nog een wereld van belang. Grunoth [Greenwich] te 11 uren, een groot hospitaal 203 de eerste stad vanaf London. Het moet daar zeer merkwaardig zijn door de grootheid. Eene Van Esso uit Meppelt was met zijne zuster, die te London woont, er na toe geweest.204 Bleewaal [Blackwall] ter linkerzijde. Even te voren zag ik op de rivier het hospitaal voor het zeevolk.

Vogelvlucht perspectief op de in 1802 geopende West India Docks (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. PA17124) Vogelvlucht perspectief op de in 1802 geopende West India Docks (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. PA17124)

Bleewaal zegt men mij is het voornaamste dok alwaar de Oost-Westindische schepen en van America en andere buitengewone grote schepen aankomen en vertrekken.205 Het is een endje dwarsaf. 11½ uur Charrington [Canning Town]. Regtsaf aan de voet van het gebergte ook een dok.206 Eerst meende ik een dorp te zien, maar helaas het is nog al wat van belang. Zelfs buitengewone grote schepen worden ook aldaar gebouwd. Paca Greenwich porter. Hier is het weder regt op zijn Engelsch. In de verte de plaats van het gebergte. /87/ Om half 1 uur varen wij de grote stoomboot van Dublin voorbij met twee grote stoomschoorstenen en 2 grote masten. Een ander komt ons tegen. Daar zie ik een vaartuig, dat gaat mijn verstand verre te boven. Het is jammer dat het zulk koud en regenachtig weder. Voor het eerst op mijn geheele reijs was gister een dag zonder regen alhier opgemerkt te hebben.

Hoewel de lucht menig maal zeer betrokken was, anders zoude ik stellig zoolang wij rivier niet geheel af zoude zijn naar beneden komen. Dat vaartuig is netto alsof er van boven woonhuizen op zijn en er gaan aan twee zijden trappens af van mandewerk. Het is een wonder gezigt. Ter regterzijde krijg ik weder een stad of iets anders te zien. Het is van boven op de bergen tot beneden met huizen bebouwd. ¼ uur later netto aan een groot dorp en op en onder het gebergte de huizen terwijl aan de linkerzijde van de rivier mooij effen land te zien is.

De Clifton Baths bij Gravesend, circa 1870 (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. G2338) De Clifton Baths bij Gravesend, circa 1870 (bron: National Martime Museum, Greenwich nr. G2338)

Veele grote schepen trof ik aldaar aan ter regterzijde en nu met eenmaal het fraaij gezigt Gliftons Bad te lezen, warm gold bad water bad. Schijnt nu weder een grote stad: Grave Zand [Graves End] wordt het genoemd.
Ten 1 3/4 uur zie ik regts een groot afgedijkt netto als kwelderland. De rivier begint hier wat breeder te worden. Het wemelt nog van schepen en stoomboten van allerlij aard. Een grote stoomboot vaart voor ons op. Het gaat nu tegen elkander met stoken, dit kan ik wel bemerken dit is een boot met 3 masten. De damp stijgt van de beide booten met alle geweld der uit. /88/

Gezicht op Gravesend (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated) Gezicht op Gravesend (uit: Gaspey en Talis, Tallis's illustrated)

Ten 2 uren schijnt het naar de zee te gelijken. Ik zie hier een baken op een nieuw model. 4 drie kantige hekken erop netto als steken of 3-kantige hoeken. Van verre zie ik echter nog aan beide kanten land. Nu zijn wij bijkans de grote boot op zijde en niet lang of dezelfde is agter ons; het is de Amsterdamsche boot. Het water wordt al breeder en breder, daar wij nu spoedig de zee ingaan. De regen drijft mij volstrekt na beneden. Te 3 uren is er een eind aan de rivier. Er begint nu tog ook wat meer beweging in het vaartuig te komen. De Algoede God schenke ons goed weder en make onze reijs voorspoedig. Wij hebben het alhier zeer goed en ook een goed locaal. Schoon, zindelijk en netjes. Ieder passagier heeft zijn bed. Nu kan ik geene bijzonderheden voor eerst meer aantekenen. Ik bestelde een kop thee om daarbij wat te eeten. Het thee drinken, schoon die in Engeland meer als het dubbeld bedraagd van in Holland, wordt zo zeer veel gebruikt en ik had mij tevens er goed bij bevonden. Mijne twee kennissen hadden zich reeds te bed begeven. De hofmeester konde ik zoowat met heen plaperen, het ging zoo wat der langs en toen het donker begon te worden begaf ik mij dan ook ter ruste uit hoofde dat ik zeer veel slaap ten agteren gekomen ben. Te ruim middernacht stond ik weder op en na mij behoorlijk gewaschen te hebben, gebruikte ik toen een broodje met goede zalm, die mijne kasteleinske mij had mede gegeven terwijl is des avonds zonder eeten liggen /89/ gegaan ben. Het smaakte mij nu weder behoorlijk wel. Nu kan ik het met de overjas aan weder een toertje boven of zoo te zeggen op het dek uitstaan. Hoe koud het nu ook was, had ik ten laaste het genoegen een draaijvuur te bespeuren. Men zegt mij het is Schouwen aan de Hollandsche wal.

Daar ik echter op hand al kouder wierd, ging ik weder naar beneden en het alleen opzijn, deed mij eindelijk weder het bed kiezen. Voor half 6 uren was ik weder bij de hand, maar hoe leed deet het mij dat ik mij niet een uur eerder op den begeven had. Wij waren reeds gelukkig binnen De Briel zonder eenige tegenheden, maar ik had gaarne het zoo uit de zee binnenkomen willen opmerken.207 Dat is nu niet meer te herhalen, hoe verukkend is mij nu echter weder de Nederlandsche boden te kunnen aanschouwen. Te meer daar ik alhier ook nog nimmer geweest ben. Briel is nu ter regterzijde, eene stad en vesting hoewel het mij nu zeer klein voorkomt. Ik heb nu weder een fortuintje een stuurman bij mij te hebben van Katwijk aan Zee, die mij nu hier alles kan opdissen. Ter linkerzijde komen wij nu bij Maassluis an deze zijde van dien is een eilandje met 4000 zielen: Rozenbrug. Ter regterzijde is nu ook Zwarte Waal vischersplaatsen.208 Als daar zie ik de zalmvisscherijen, en elft wordt ook aldaar gevangen.209

Kaart van de waterweg tussen de Noordzee en Rotterdam, 1875 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Collectie Kaarten- en plattegronden (toegang 1982) nr. 954) Kaart van de waterweg tussen de Noordzee en Rotterdam, 1875 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Collectie Kaarten- en plattegronden (toegang 1982) nr. 954)

Te 6½ uren zijn wij netto aan het puntje van het eiland. Ter linkerzijde was nu Vlaardingen en ik moest nu even de tijd er afnemen mijn morgengebed te verrigten. /90/ Ik kan het niet ontveinzen. Het is ook een weinig met stoom gegaan. Den Eeuwigen zal 't mij vergeven, omdat hoe langer ik dan zoude wachten, hoe gevaarlijker het nog worde. Nu varen bijlangs Vlaardingen. Aldaar staan bijlangs de Maas zeer veel waterwellingen en dubbelde rijen bomen aan een regte laan tot aan de Maas. Bijlangs een haven aan den zelfs zijde - nu gelijkt het net of gelijk voor de Maas uit eene stad is. Maar het is ook ter linkerzijde van dezelfde Maas, die eenigzins omdraaijd en het is Schiedam. De reuzenstad mag zij genoemd worden, terwijl niemand Schiedam overmeesteren kan die er wil om drinken: een van tweën, de beurs of de man moet zwichten. Ter regterzijde Vienits [Pernis], een klein plaatsje evenwel een haven, ik zie het echter digtbij ook toevallen.

63/4 uren vlak na Schiedamsche Haven alwaar stief aan een grote scheepstimmerwerf is.210 Vlak aan de overzijd is een klein eilandje in de Maas, terwijl mij aan de geheele regter in regte lijn mooij geboomste voorkomt, misschien is dit bijlangs een rijweg. Als dan is Delfshaven hoe dit dan ook geleek als of het weer de Maas op ligt, is dit tog ook ter linkerzijde. Netto daarvoor ligt nog een klein eilantje met bosch en op het welk daarvoor de zalmvisscherij principaalst dient.211 Te 7 uren waren wij in de haven te Rotterdam. /91/

202.

Hoogst waarschijnlijk nam Van der Reis een boot van de in 1824 opgerichte General Steam Navigation Company. Elke woensdag- en zaterdagmorgen vertrok om 10 uur een vanaf St. Katharine Wharf een boot naar Rotterdam. Deze steiger was niet ver van zijn logement. Denkelijk had hij een passage geboekt op de Rainbow onder kapitein S. Frost, volgens de ‘zeetijdingen’ van 4 april 1851 in de Nieuwe Rotterdamse Courant passeerde dit schip vanuit Londen Den Briel c. q. Hellevoetsluis.

203.

Waarschijnlijk het vroegere Bella Court, oorspronkelijk een landhuis van de hertog van Gloucester, dat in 1705 door koningin Mary als tehuis voor marineveteranen werd aangewezen en als zodanig tot 1869 fungeerde. Tegenwoordig biedt het onderdak aan het Royal Naval College.

204.

Ik heb de Van Esso’s (een familie uit Meppel) niet kunnen identificeren. Waarschijnlijk werkte de zuster in Londen als dienstmeid en zal ze ergens tussen 1825 en 1835 geboren zijn.

205.

De West India Docks zijn tussen 1800 en 1802 aangelegd op het schiereiland Isle of Dogs. Tegenwoordig bekend onder de naam Canary Wharf. De East India Docks lagen iets noordelijker tussen Blackwall Reach en Bugsby’s Reach; de opening vond plaats in 1806.

206.

Waarschijnlijk het uit 1512 daterende en in 1869 gesloten Woolwich Dockyard, waar inderdaad grote schepen werden gebouwd, waaronder het van Charles Darwin bekende HMS Beagle.

207.

Met andere woorden: met voer via de Brielse Maas naar Rotterdam.

208.

Zwartewaal maakt nu deel uit van de gemeente Den Briel. Vroeger was vrijwel de gehele beroepsbevolking afhankelijk van de visserij. Maar in 1850 was het haventje al verzand en kende de plaats nauwelijks nog vissersschepen.

209.

De elft is een haringachtige vis en kwam hier vooral in de kustwateren voor. De paaigebieden lagen in de bovenloop van de rivieren en beken. Overbevissing en de aanleg van waterkeringen hebben er voor gezorgd dat sind ongeveer 1930 de vis hier is uitgestorven.

210.

Bedoeld is de in 1835 geopende werf De Nijverheid.

211.

Met het eilandje is waarschijnlijk De Ruige Plaat of de Zalmplaat bedoeld.