Zoek op de website

13 -15 maart 1851: Per diligence en boot van Groningen naar het Nieuwe Diep

Afbeelding van een trekschuit (uit: Spoorwegen in Nederland p. 1/24) Afbeelding van een trekschuit (uit: Spoorwegen in Nederland p. 1/24)

/3/Nademaal dat ik reeds lang in overweging had genomen in dit voorjaar van 1851 een reijs te maken naar Engeland, wierd na rijpe overweging besloten om op den 13 Maart de reijs aan te nemen. En wel over Kampen na Hull uit hoofde men mij had verzekerd dat het vandaar naar Sunderland slechts 3 uur reijs met de spoortrein zoude zijn."4"
's Morgens halftien uren wandelde ik met broeder Abr[aham] naar de Oostwoldmerklap."5" Terwijl ik 's morgens mijne koffer met het schip had verzonden om reden dat ik niet voor 's avonds 11 uren uit Groningen konde vertrekken, was mijne waarde vrouw erop gesteld dat ik niet zoo vroeg zoude vertrekken, terwijl ik dan ook nog die nacht mijne behoorlijke nachtrust zoude moeten ontberen en de tijd te Groningen vanaf middag tot avond laat zeker toereikend genoeg was mijne bezigheden aldaar te verrigten."6"

Een nazaat van de bakker Philip Mozes Hildesheim staande in de deuropening van de winkel, circa 1920 (uit: De Folkingestraat Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Groningen) Een nazaat van de bakker Philip Mozes Hildesheim staande in de deuropening van de winkel, circa 1920 (uit: De Folkingestraat Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Groningen)

Na weinig vertoeven te Oostwoldmerklap kwam de schuit na Groningen alwaar ik te tweede maal van mijn eenige broeder afscheid nam."7" Deze afscheid en die van mijne gade, vanwaar ik voor 1½ uur vertrokken was, maakte opnieuw een grote indruk op mijn gemoed, terwijl ik bij den afscheid van huis bijkans niet meer spreken konde.
Goed en wel kwam ik te Groningen aan. Een zeer goed middagmaal bij onze waarde vriend Hildesheim ontbrak het niet."8" En veele soorten van lekker gebaks was reeds door de nigtjes en neef aldaar aanwezig, zoowel voor mijn persoon op de reijs te gebruiken, evenals aan zuster te Sunderland voor geschenk aan te bieden.

Nademiddag ging ik natuurlijk bij hun de nodige afscheid nemen onder belofte van 's avonds nog eens terug te komen, benevens bij eenige bekenden en vrienden /4/ alwaar ik en passant nog eene boodschappen te verrigten had.

Als toen mijne eerste plicht betracht om aan mijne vrouw eenige letteren te schrijven, waarop zij immer zo zeer gesteld is. Te meer daar ik bij deze gelegenheid ontdekt heb hoe zorgvuldig zij voor alle mijne benodigde gezorgd had en tevens eene zoo grote opoffringene heeft prijs gehad, daar zij gezien heeft dat het ernst was om mij niet alleen van mijne voornemens af te raden maar zelfs voor alles zooveel mogelijk te zorgen.

Postkoets op de Grote Markt (uit: Groningen van dorp tot stad. De stad van toen en nu) Postkoets op de Grote Markt (uit: Groningen van dorp tot stad. De stad van toen en nu)

Om half 11 uren wierd ik door mijne vriend Hildesheim en aangehuwde neef A. Godschalk"9" begeleid na de Nieuwe Munster"10" alwaar de diligenti naar Zwol en Kamper bootwagens afreijd"11" , alwaar ik zeer verontrust wierd dat ik geene plaats tot Kampen konde bekomen terwijl zij mij de verzekering niet konden geven dat er een Kamperboot vaart op Hull niettegenstaande ik eerst de reijs over Harlingen heb willen ondernemen, maar omdat het bepaald was dat ik van Hull zoude worden afgehaald, heb ik maar besloten om bij de eerste bepaling te blijven, mede uit hoofde dat in de eerste plaats de annons in de couranten wegens de vaart van Campen op Hull visa versa zelfs gelezen heb en eindelijk de heer Frigge"12" ook wel zelf in de verbeelding was, dat het wel goed zoude zijn.

Aankondiging van de hervatting van de dienst van Kampen op Hull (uit: Groninger Courant van 11 februari 1851) Aankondiging van de hervatting van de dienst van Kampen op Hull (uit: Groninger Courant van 11 februari 1851)

Met de klokslag van 11 uren is het vertrekken van Groningen na hartelijke afscheid van mijne vrienden. En daar het nu in de nacht is en zonder licht in de wagen heb ik geene gelegendheid de reijs tot Meppel aan te noteeren, alwaar wij reeds voor 5 uren zijn aangekomen en voor het eerst een kop thee te hebben gebruikt, terwijl ik aan generlij behoefte had uit hoofde ik te voren wel gegeten en gedronken had.

Van der Reis reisde tussen Zwolle en Kampen met een stoomboot van de Rijn en IJssel Stoombootmaatschappij (uit: Groninger Courant van 28 februari 1851) Van der Reis reisde tussen Zwolle en Kampen met een stoomboot van de Rijn en IJssel Stoombootmaatschappij (uit: Groninger Courant van 28 februari 1851)

Bij mijne ankomst te Zwol informeerde ik mij natuurlijk wegens mijne voorgenomene reijs naar Hull. Zelfs op de kantooren der onderscheidene diligents "13" /5/ was zulks niet te ondekken. Eindelijk bij de logementhouder Frankforter"14" ontwaarde ik dat wel de boot vaarde, echter niet zeer geregeld. Mijne reijsgenoten hadden mij geraden om direkt met de boot op Amsterdam en Rotterdam mede te gaan om vervolgens des anderdaags vandaar naar de Engelsche boden af te reijzen. Hierin konde ik echter niet besluiten, om reden dat ik heden den 14 niet, voordat het reeds een paar uren den sabath inging, te Rotterdam konde aankomen en alsdan op den sabath opnieuw aan boort te gaan. Ik ben eevenwel dadelijk geresolveert om met de boodwagen naar het Kamperveer te gaan alwaar de stoomboot van Zutphen aankomt en de passagiers opneemt over Kampen en Amsterdam; eene nieuwe dienstregeling van het begin van dit voorjaar te half 11 uren."15" En was ik reeds goed en wel te Kampen aangekomen, alwaar ik spoedig ontwaarde dat er wel een boot op Hull vaarde ofschoon 's avonds dezelfde nog niet was aangekomen."16"

Gezigt op de Stad Kampen (bron: Litho. Coll. Delft University of Technology) Gezigt op de Stad Kampen (bron: Litho. Coll. Delft University of Technology)

Zaterdagmorgen den 15e Maart was de tijding dat de boot van Hull in de Ketel vastzat en dat van de lading aldaar moest uitgelost worden uit hoofde van het lage water."17" Dit was al eerst eene troost en was zelfs blijde dat ik de reijs na Rotterdam niet had aangenomen, om reden dat ik te Kampen zeer goed aangeland ben: ten eersten bij de kastelein Van Leeuwen"18" alwaar ik eerst na eenige verversingen te hebben gebruikt en mij vervolgens bij den goeden vleeshouwer Koppel"19", een grijsaard van 95 jaren, heb begeven alwaar ik den sabath later grotendeels heb doorgebragt, dewijl ik aldaar eene zeer gulle en beste bediening heb genoten, niet alleen men volstrekt geene beloning daarvoor wilde hebben, zij mij nog genoeg willen op reijs mede geven. Indien de Eeuwige mij in 't leven spaart zal zulks lang in mijne geheugen ... [tekst weggevallen]. /6/ Terwijl zoo mij die die goede oude Koppel verklaarde dat het reeds 250 jaren is geleden dat ook zijne grootvader te Kampen geleefd heeft. Tot teken van goed gedrag heeft de regering, zijn portret voor een jaar - gemaakt met een koe aan de hand - vervaardigd, aangekocht voor eene somma honderd rijksdaalders en op de stadssecterie geplaatst."20"

Ook had ik het genoegen bij mejufrouw de wed. Berghuis"21" aldaar en hare kinderen an wien ik eene schriftelijke complementen bragte van de heer A.S. Landweer"22" en met eens naar hunne welvaart en informeerde, terwijl Z[ijne] E[dele] aldaar ten tijde der onlusten in 1830 in kwartier is gelegen"23", dewelke ook zoo zeer verheugd waren eens eene goede narigt van hem te ontvangen, weshalve zij mij verzochten een brief weder mede te geven ten einde hare oude vriend die zij zoo zeer als lid van hare huisgezin achten een en ander bijzonderheden wilden mededeelen. Waaraan dan ook gevolg is gegeven.
Zaterdag tegen den avond wierd ik in het logement bij Van Leeuwen gewaar dat de boot zelfs aan de kade was aangekomen alwaar ik direkt na toe ging om mij hiervan te overtuigen. Bij de heeren gebr. van Hasselt"24", expideteurs en mede het bevel hebbende de boot, verklaarden mij dat de boot pl[us] m[inus] 9 uren weder zoude afvaren, hetwelk mij geene kleine blijschap veroorzaakte.

Ik begaf mij derhalve dadelijk na den uitgang der sabath met mijne bagazie an boord ten einde bij de heer Van Hasselt nog over eenige handelsbetrekking te spreken. Hetwelk dan ook geschiede.
Eindelijk te ruim 9 uren was het tijd van varen. De wind was mooij, de vooruitzicht dierhalve mooij en schoon. Maar spoedig was deze blijdschap ten einde uit hoofde de bood nu aldaar aan de grond vast was. Ik was wederom geduldig in mijn zaak uit hoofde ik tog niets er aan doen konde, wij waren eenige schreden van de legplaats verwijderd, de toegang naar de wal /7/ was zelfs belemmert.
Ik had mij dan eindelijk ter rust begeven op God vertrouwende dat alles naar Zijne goede wil ten goeden bestuurd zal worden. Ten 1 uur 's nagts ontwaakte ik door de beweging van de boot, zoowel als de machiene in werking was, terwijl de wind veranderd was en de tegenwind nu een gunstige invloet had gemaakt uit hoofde het water daardoor gewassen was. Ik begaf mij direckt na boven op het dek. Spoedig daarna had ik het genoegen dat onze goede loots Pieter Dijke "25", woonachtig aan het Nieuwe Diep, de eenige Hollander aan boord zijnde, behalve mijn kastelijn Van Leeuwen en een kandidaat notaris Zwanenburg"26" te Zwol, die mede naar het Nieuwe Diep vertrokken. En dat gemelde Pieter Dijke een matroos van onze boot het leven redde, terwijl deze met de jol een en andere zaken te verrigten had, hij viel in het water en zoo de loots hem niet gered had, die zich op eene zeer behendige manier heeft ter neder gelaten, zoude hij zonder twijfel zijn omgekomen. De kapitein was evenals alle ovrige personen alle Engelse"27", de stuurman was deszelfs zoon, deze was echter zelfs bij 't eeten noch drinken niet in de kajuit, maar eene dogter van ruim 17 jaren had deze reijs voor plazier mede gemaakt, die tevens van tijd tot tijd eenigzins bediende, terwijl de loods zich dikwijls bij ons in de kajuit bevond hetgeene mij telkens aangenaam was. Tewijl ik de goede kapitein, die zeer welwillend was, even zijne dochter, konde ik niet met hun spreken. Zelfs bij het an boord gaan had hij zijne eenige potter"28" vles ten geschenke op de goede reijs ingeschonken.
Onze een reijsgezel de heer Zwanenburg spreekt ook gedeeltelijk de Engelsche taal.

Uitsnede uit een kaart van Nederland van 1851 (bron: David Rumsey Map Collection; R.M. Martin en J. & F. Tallis, The Illustrated Atlas) Uitsnede uit een kaart van Nederland van 1851 (bron: David Rumsey Map Collection; R.M. Martin en J. & F. Tallis, The Illustrated Atlas)

Het is nu zondagmorgen 16 maart. /8/ Het wordt eens weder tijd om zich weder op het dek te begeven. Wij zijn nu zoo het schijnt het eiland Wiering"29" reeds gepasseert, koers zettende naar onze distenatie.
Ik heb mij dan ook geinformeerd naar de drenkeling die reeds weder geheel hersteld was, eene beste gelegendheid bij de maciene tot verwarming is natuurlijk op een stoomboot, dewijl men hem dadelijk van droge kleding heeft voorzien en alles is wel.

4.

In werkelijkheid duurde deze treinreis ongeveer 8½ uur.

5.

Oostwold: een dorpje tussen Leek en Hoogkerk, nabij het Hoendiep. Bij de brug of de klap over het Hoendiep was de aanlegplaats voor de trekschuit.

6.

Samuel was op 4 augustus 1822 te Leek gehuwd met Henriëtte Asser Lehmans. Zij woonde te Roden en was op 19 april 1788 te 's Gravenhage geboren als dochter van Asser Samuels Lehmans (= Lammert Samuels) en Schoontje Salomons Polak, die 22 juli 1781 te Den Haag hun voorgenomen huwelijk lieten aantekenen.

7.

Abraham Victors van der Reis, geboren 12 november 1794 te Leek en aldaar 29 december 1871 overleden. Er waren meer broers en halfbroers geweest: de oudste broer Philip Victors van der Reis, geboren circa 1785 en overleden te Groningen op 19 maart 1827; de op een na oudste broer Meyer Victors van der Reis, besneden 5 februari 1787 en 1810 gehuwd met Rebecca Marcus uit Barneveld, vroeg in 1813 toestemming om in het Duitse Neuhaus (graafschap Bentheim) te mogen wonen en was kennelijk in 1851 al overleden (De Joodse gemeenschap in Noord-Oost Overijssel en de Grafschaft Bentheim, pp. 205-206); de op een na jongste van de half-broers, Elkan Victors van der Reis, geboren in 1811 en overleden 26 maart 1837 te Middelstum; en de jongste van de half-broers Izak Victors van der Reis, geboren te Leek op 3 april 1812 en overleden op 23 juli 1840 te Winssen (Ewijk). Beide laatste half-broers stamden uit het tweede huwelijk van Victor Philippus van der Reis met Hinderina Elkan. Waarschijnlijk was de in Sunderland wonende en 1796 te Leek geboren Mietje de enige zuster van Samuel.

8.

De bakker Philip Mozes Hildesheim, geboren in 1800 te Warschau, vestigde zich in 1822 vanuit Warschau in Groningen. In 1830 huwde hij met Henderina Meijer de Haas, weduwe van de bakker Philippus Victor van der Reis. L. Ast-Boiten, 'Van Warschau naar Groningen. Een familiekroniek', in: L. Ast-Boiten en G. Zaagsma (red.) De Folkingestraat. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Groningen, pp. 95-108

9.

Abraham Lazarus Godschalk, in 1811 te Groningen geboren als zoon van Lazarus Lazarus Gosschalk en Hester Levie, huwde 3 juli 1836 met de 1812 te Leek geboren Lea Philippus van der Reis, dochter van Philip Victors van der Reis en Henderina Meijer de Haas.

10.

Voorheen de Stad Münster en in de Bataafs/Franse tijd omgedoopt tot de Nieuwe Münster. Er was namelijk ook een logement met de naam de Oude Münster. Volgens het adresboek voor Groningen van 1813 was de weduwe Warren toen eigenaar. Waarschijnlijk kwam het logement via het huwelijk van Caspar Andreas Frigge, geboren in 1780 te Werle, met Helena Theodora Warren in het bezit van de familie Frigge.

11.

Vanaf de Nieuwe Munster in de Herestraat vertrok vrijwel elke dag om 23 uur een diligence over Assen naar Zwolle, waar men een aansluiting op de verschillende bootdiensten had; zie Almanak van het Departement Groningen der Maatschappij tot Nut van 't Algemeen voor het jaar 1851 (Groningen 1850).

12.

Waarschijnlijk is bedoeld de op 31 december 1825 te Groningen geboren Johan Caspar Frigge, die 28 juli huwde met Mietje Wreesman uit Zwolle.

13.

Er waren in Zwolle meerdere kantoren van postwagen-ondernemingen: Concordia, met op- en afstapplaatsen in de Keizerskroon in de Kamperstraat (met diensten richting Arnhem/Nijmegen, Groningen/Leeuwarden, Rotterdam/Breda en Kampen) was wel de belangrijkste. Voor informatie hierover Zwolsche Almanak voor hetjaar 1851. Aanwijzende den op- en ondergang der zon en maan, de kermissen, jaar- en weekmarkten, in de provincie Overijssel en aangrenzende gewesten. Hetvertrekken der veerschepen en schuiten, diligences, wagens, posten en boden, de seinschoten aan den IJssel enz. (Zwolle 1850).

14.

De logementhouder Michiel Jozef Frankfort, geboren september 1777 of 1 oktober 1781 te Oldenzaal, woonde sinds 1843 met zijn vrouw Rachel Benjamin de Leeuw, geboren april 1789 te 's Graveland, te Zwolle aan de Voorstraat nr. 128.

15.

De Rijn- en IJssel Stoombootmaatschappij heropende volgens een advertentie in de Groninger Courant d.d. 28 februari 1851 haar dagelijkse dienst naar Amsterdam op 2 maart 1851 en voer over Kampen en vertrok volgens de dienstregeling 's morgens om 11 uur.

16.

Volgens een advertentie in de Groninger Courant d.d. 11 februari 1851 was er een wekelijkse dienst tussen Kampen en Hull en vice versa met het raderstoomschip Prince onder kapitein G. Fowles. De boot vertrok elke woensdagavond vanuit Hull naar Kampen en elke zaterdagavond terug naar Hull over het Nieuwe Diep. Echter, volgens de rubriek ‘zeetijdingen’ in diverse dagbladen vertrok alleen het stoomschip Iris onder kapitein David Owbridge naar Hull op de vertrekdag van Van der Reis. De Iris was een houten raderstoomboot van zo'n 35 meter lang en 5½ meter breed en in 1838 gebouwd op de werf van Henry Smith Gainsborough; zie http://www.humberpacketboats.co.uk voor verdere details.

17.

De Ketel, het Rechterdiep en het Ganzendiep vormden de monding van de IJssel. Varen over de Zuiderzee werd door de vele ondiepten destijds zeer bemoeilijkt. Zeker voor schepen onder een Engelse kapitein was een loods dan ook onontbeerlijk.

18.

Het betreft hier waarschijnlijk Leendert van Leuven (1810-1866), kastelein en logementhouder aan de Nieuwmarkt. Met dank aan J. van Gelder, Kampen.

19.

Waarschijnlijk de vleeshouwer Kobus Davids Slager, geboren omstreeks 1759 te Kampen en aldaar overleden 29 april 1854. Hij woonde Achter de Nieuwe Muur 46 (nu Voorstraat 4), hoek Vergietensteeg, in een woning naast de oude synagoge. Zijn ouders waren David Jacobus en Rachel Borgers, die rond 1749 in de Geerstraat woonden. Met dank aan J. van Gelder, Kampen.

20.

In het kader van een prijsvraag uit 1846 schilderde Jan Jacob Fels (1816 – 1883) voor een bedrag van ƒ 200 een stadsgezicht met op de voorgrond een koeiendrijver. Waarschijnlijk is dit het schilderij waar Koppel aan refereerde. Over Fels, zie: A.J. Reijers, ‘Een verdienstelijk, doch vergeten Kampenaar. J.J. Fels, schilder en schrijver’, in: Kamper Almanak 1928, pp. 130 – 138.

21.

Johanna Berghuijs-Nieuwenhuys (1808-1873), wonende aan de Oudestraat. Zij was doopsgezind en een afstammeling van Benjamin Nieuwenhuys (overleden 1779) die van 1737-1773 voorganger was van de Doopsgezinden te Kampen. Met dank aan J. van Gelder, Kampen.

22.

Hoogst waarschijnlijk is hier sprake van Abraham Santee Landweer, geboren omstreeks 1805 te Groningen en 12 mei 1835 te Roden gehuwd met Anke Takes Scholma.

23.

Sinds 1814 lag het 3e Bataillon 7de Afdeling Infanterie te Kampen in garnizoen. Tijdens de onlusten rond de afscheiding van Belgie, werd deze afdeling vervangen door het Depôt-Bataillon van de 18de Afdeling Infanterie. ‘De jagers van Cleerens’, in: Kamper Almanak 1936-1937 (Kampen 1938).

24.

Onder de naam Gebroeders van Hasselt hielden broers Johan Derk, Johan Conrad en Johan Leopold van Hasselt zich onder andere bezig met het reden van schepen. Aanvankelijk onderhielden ze met de Kamper Hullsche Stoomboot Maatschappij (K.H.S.M.) een lijndienst op Hull met het ijzeren stoomschip Koning Willem II. Na het faillissement van die maatschappij zetten ze voor eigen rekening met de Engelse raderstoomboot Prince deze lijndienst voort. Zie H.W. van der Hoven, ‘Geschiedenis van de stoomvaart op Kampen’, IV, in: Kamper Almanak 1986/1987, pp. 293-326 en een advertentie in de Opregte Haarlemse Courant d.d. 19 april 1850 waar de Koning Willem II te koop wordt aangeboden.

25.

Pieter Dijker, zoon van Aldert Dijker en Martje Roos, is 25 juni 1811 te Texel geboren en overleed 27 juli 1875 te Den Helder.

26.

Gerard Dirk Swanenburg de Veije, geboren 20 maart 1824 te Medemblik, vestigde zich in 1844 te Zwolle. Hij woonde aan de Blijmarkt ten huize van Paul Iwan Helwig, predikant bij de Evangelisch Lutherse gemeente. Hij was later onder andere notaris te Dalfsen en griffier van Provinciale Staten van Overijssel.

27.

De kapitein was David Owbridge.

28.

Een fles portwijn.

29.

Wieringen was vroeger een eiland in de Zuiderzee. In het kader van de afsluiting van de Zuiderzee (IJsselmeer) in de jaren twintig van de 19e eeuw werd het eiland verbonden met het vasteland.