Zoek op de website

3 april 1851: Per trein van Rotterdam via 's Gravenhage naar Amsterdam

Cargolijst waarin melding wordt gemaakt van het pakje dat Van der Reis uit Londen meenam voor de bankier Elias Mozes Ezechiëls  (uit: Rotterdamse Courant van 5 april 1851) Cargolijst waarin melding wordt gemaakt van het pakje dat Van der Reis uit Londen meenam voor de bankier Elias Mozes Ezechiëls (uit: Rotterdamse Courant van 5 april 1851)

Hoe vergenoegd over het verrukkend gezicht dezer stad is mij nu deze vertoning. Ik ben nu weder door den Alomtegenwoordige in mijn bekend vaderland gelukkig aangekomen. Aan dit gezigt van het binnenkomen der stad, het welk zoo bekoorlijk is en daar ik in zoo veele jaren niet te Rotterdam geweest ben, is het mij als thans weder nieuws en vreemd. Door een en ander oponthoud gaat men te half 8 uren aan wal stappen en aldaar moeten alle passagiers in het costumerhuis vertoeven totdat een voor een zijn coffer of reijszak of wat hij heeft wordt nagezien."212" Nu was het netto voor mij de tijd om mijn pakketje waarvoor ik zo grote zorg voor had bij de heer Ezechiels te gaan bezorgen, omdat ik tog niet weet hoeverre de visitatie gaat en ik zag wel in dat ik daartoe de tijd had."213" Het was nu donderdagmorgen 3 april. Een kruijer gaat met mij de weg op naar de Leeuwehaven.

Gezicht op de Leuvehaven te Rotterdam omstreeks 1881 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. IV 21-1) Gezicht op de Leuvehaven te Rotterdam omstreeks 1881 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. IV 21-1)

De heer was nog niet bij de hand. Ik zeide aan de meijd dat ik een pakketje van waarde uit London had mede gebragt en zoo haar heer en meester hetzelve in bed wilde ontvangen dit was mij wel, maar ik gaf het zoo an de deur niet af. Met die boodschap komen er twee nette jonge juffertjes naar beneden met het complement van hunne papa om het maar an hen mede te geven, waaran ik dan ook voldeet."214" Nu met gezwinde pas weder naar het costumerhuis. Mijn goed was reeds met al het ovrige op een wagen zoo in huis geschoven. Ter linkerzijde is nu de wachtkamer voor pasagiers. /92/ Een voor een wordt zijn naam opgeroepen zonder dat men het nu opgegeven heeft, maar zeer zeker bij het opgeven aan de boot te London weet men het. Het nazien der goederen wordt niet ten naauwkeurigsten onderzocht. Ik vraagde of ik het even ondersteboven zoude doen, maar neen, er wordt maar even ingezien, maar moest nog even voor mijn trom als de coffer 20 cents betalen. Het gaat alweder om de dubbeltjes en zoo gaat men heen. De kruijer brengt mij nu de coffer naar de Nieuwe Mark naar Pool."215" De eerste trein is te laat om daar mede te komen. Ik ben daar ook zeer wel. Ik maake mij aldaar regt in orde, opnieuw regt gewasschen. Hier vond ik voor 't eerst weder groene zeep die ik in Engeland niet gezien had. In een goed appartement had ik mij nu verkleed aangezien ik nu naar Den Haag zoo ongesineerd niet wel konde gaan.

Westnieuwland te Rotterdam met Korenbeurs en op de achtergrond de 'Grote Kerk' met afgebrande torenspits omstreeks 1865 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. PBK 7225) Westnieuwland te Rotterdam met Korenbeurs en op de achtergrond de 'Grote Kerk' met afgebrande torenspits omstreeks 1865 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. PBK 7225)

En nadat ik wat gedronken had, geeft men mij iemand mede naar de vrouw van J.W. Cohen, die zoo zeer blijde zijn met mijn komst."216" De dogter was even als de moeder op mij aangekomen en kussen mij met aandoening van blijdschap en zeggen mij nu dan dat zij het vaderland nu spoedig zullen verlaten, terwijl nu hare man te Constantinopel is alwaar hij zich nu voor vast zal vestigen en zij hem derwaards zal volgen. Ik vind het nogal een onderneming en nadat zij /93/ mij beloofd na Sunderland te schrijven an hare zwager, zoo wel als de mijne, dat ik alhier goed en wel ben angekomen ga ik heen, nadat ik wezentlijk ene hartelijke afscheid van hun genomen had. Op de terugreijs gaan wij nu op het kantoor van de heer Ezechiels even aan om te horen of het pakketje van London wel goed te regt was hetwelk ik aan de kinderen had afgegelangd. Ik trof dien heer alzoo zelve op het kantoor en heeft mij zijne hartelijke dank betuigd, nadat hij zich naar het eene en andere spoed erkondigde en beloofde mij 's anderedaags de goede ontvangst aan zijn zwager mede te deelen terwijl deze ook spoedig met mij in kennisse was. Ik was met de waarheijd voor den dag gekomen dat ik twee pakjes met suiker te London had achtergelaten en ik voor zijne zuster te 's Hage had mede genomen, zoo mede nog 2 andere, waarvan ik an de twee mijne reijsgenoten Van Esso en de ander Schaap"217" van Arnhem ik een pakje gedaan had om niet als sluikerij te kunnen aangemerkt worden.

De Gedempte Botersloot te Rotterdam met in het midden de Vleeshal, 1873 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. XIV 94) De Gedempte Botersloot te Rotterdam met in het midden de Vleeshal, 1873 (bron: Stadsarchief Rotterdam, Fotocollectie nr. XIV 94)

Terwijl ieder zooveel vrij mogte bij zich voeren. Wij nu in 't logement dit weder teregt bragten. Vandaar bezag ik van buiten het stadshuis en de Grote Kerk, vanwaar vroeger de toren is afgebrand en zeer stomp af zoo weder hersteld is, zoo mede de vleeschhal ben ik gewandeld en ook het goede vleesch aldaar bezigtigd."218" Er was nu niet veel tijd meer over aangezien ik ook reeds an mijne waarde vrouw de goede aankomst op de vaderlandsche bodem geschreven had /94/ en omdat ik te 's Hage een spoortrein wilde overblijven, resolveerde ik mijn coffer onder adres naar Amsterdam te zenden, te meer daar ik hier door de kruijer regt was mede genomen. Ik moest eene gulden geven voor het dragen en ik had niet geacordeerd en nu wilde er geen spil om hebben.

Station te Schiedam (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 68) Station te Schiedam (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 68)

Om 12 uren is het aan het station weder vertrekken."219" Het weder is als nog zeer koud. Ter linkerzijde is de waggon digt, zoodat men daar niet kan uitzien. Bij het begin is het land mooij effen en groen. Overschie is ter regterzijde, terwijl Delfshaven lings ligt. ¼ uur later zijn wij an het stadsjon te Schiedam, half 1 uur bij Delft dat is ter regterzijde en terwijl het de Amsterdamsche Beurstrein is, gaat het zeer spoedig, dat men in de wagen weder niet best kan schrijven."220" Daarbij is de grond zoo vast niet als te Engeland. Tot hier toe is de grond voor de spoor zeer opgehoogd, dewijl het maar laag liggend land is die nog op veele plaatsen niet droog is. Vooral bij Rotterdam, ter regterzijde, heb ik een plaats de Ketel opgemerkt. Lings kan men niet uitzien. Te Delft gaat het onmiddelijk aan de stadsgracht langs. Het is voor de spoedwagens de Beurs maar even halte en op veele kleine stations gaat het met de trein maar door, dat weet ik nog wel van vroeger.

Station Hollands Spoor te ’s Gravenhage, 1843 (uit: Spoorwegen in Nederland p. 2/49) Station Hollands Spoor te ’s Gravenhage, 1843 (uit: Spoorwegen in Nederland p. 2/49)

Nu bij Rijswijk. /95/ Het gaat wegens de vermelde reden maar door en te 12 3/4uren is het halt bij het stationsgebouw te 's Hage. Ik ga met spoed de stad binnen. Bij zuster Saartje"221" als naar gewoonte ingekeerd, vond ik haar niet wel ofschoon zij mij verklaarde zij veel in beter hand was en had niet gedacht dat ik haar weder levend zoude aantreffen. Ovrigens is de famiele alle wel. Na bij zwager Jakobson"222" en zijne kinderen iets verversing te hebben gebruikt, gaat deze met mij de boodschappen bij mevrouw de wed. Andries"223" en bij de wel edele heer Polak Daniels"224"bestellen. Eerstgemelde was ook niet wel, weshalve ik mij aldaar ook niet ophield. Bij de heer Polak Daniels echter daar was zelfs blijdschap met mijn komst. Mevrouw en zijne broeder waren in een aanzienlijk zaal gezeten en alles wordt ons aldaar zeer gul aangeboden."225" Ik verkoos echter geen gebruik er van te maken omdat men mij bij de familie het eeten en drinken bijkans wil ingieten.

Uitsnede uit een kaart van Nederland van 1851 met o.a. de spoorlijn tussen Rotterdam en Amsterdam (bron: David Rumsey Map Collection; R.M. Martin en J. & F. Tallis, The Illustrated Atlas) Uitsnede uit een kaart van Nederland van 1851 met o.a. de spoorlijn tussen Rotterdam en Amsterdam (bron: David Rumsey Map Collection; R.M. Martin en J. & F. Tallis, The Illustrated Atlas)

Daar aan het vertellen in spoed van London, hoedanig ik aldaar bij hun familie alles angetroffen had. Nu was de mede genomen suiker de twee pakjes die beide broeder bij elkander zeer welkom en zeiden waarmede zij dit an mij zouden verschulden. Onder dit gesprek zeide ik an onzen president van de Hoofdcommissie die mij zoo zeer een complement heeft gemaakt voor die goede inrigting der regelmenten voor onze Gemeente an hem opgezonden /96/ dee hij met plazier gelezen had en ik mijne huishouding bedoelende op de finanteele stand der zaken voor ons Gemeente maar zoo zoude voortleven, gaf ik zijn edele te kennen alsdat ik reeds weder bij Zijne Majesteit den koning had aangeklopt om een jaarlijksche landelijke toelage van Fl. 50,- en dat ik wel wiste dat er bij hun onderzoek daarna worde gedaan, waartoe ik an zijn edele nogmaals vrerij verzochte om mij daarin den behulpsame hand te bieden.

Portret uit 1850 van de president van de Hoofdcommissie Tanchum Polak Daniels (1796 - 1853) (bron: Haagse Beeldbank nr. kl. B 2328) Portret uit 1850 van de president van de Hoofdcommissie Tanchum Polak Daniels (1796 - 1853) (bron: Haagse Beeldbank nr. kl. B 2328)

Hij reikt mij gul de hand met die verzekering dat hij zal zijn best doen, waarop ik kan reken en na een zeer beleefde en vriendschaplijke afscheidsgroet, even zoo wel van mevrouw als van zijn broeder en zoon, gaan wij weder huiswaards, alwaar nu reeds in zoo korte oogenblik brillante uitgekookte schol met paaschbrood zoo uit de oven weg benevens ander vijn witbrood op de tavel voor mijn te eeten klaar stond, waarvan ik dan ook gebruik maakte omdat ik te half 4 uur volstrekt weder vertrekken wilde.

Een trein van de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij nadert een overweg (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 79) Een trein van de Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij nadert een overweg (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 79)

Ik had nu met spoed alles afgepraat, het eeten smaakte mij zeer wel en met spoed begaf ik mij weder naar het stationgebouw. Aldaar zag ik in passant nog wat nieuws: /97/ met grote letters zag ik aldaar Anna Poulowna Meubelen-fabriek."226" De oude zwager die niet best meer voort gaan kan, wilde mijne reijszak dragen en toen wij an het gebouw waren, was het nog ten achteren. Hij was een ander kant langs gegaan, terwijl wij nog een boodschap onderwijl gedaan hadden, had ik zoo of zoo de trein verzuimd, waarover ik alswat driftig geworden was. Het ging nog netto goed omdat ik nog weder terug gelopen ben.
Het gaat weder voort. 3 3/4 uren ter regtezijde is het Voorschoten. Het land is zo groen niet meer, ofschoon het is allen zeer sligt en effen, is door de volle wint dat het ter linkerzijde nog allen digt waardoor ik nu ter regterzijde mijne aandacht zal vestigen terwijl hier in de nabijheid zeer veele buitenplaatsen gezien worden. Room en koffijhuis de Vink bij een mooij buitengoed."227"

Station te Leiden (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 64) Station te Leiden (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 64)

Spoedig zijn wij an het station te Leijden en weinig later over de rivier heen bij het station Warmond. Het land is hier weder groener, het Engelsche gezigt is nu zoowat verdwenen, terwijl nu alhier juist ter linkerzijde ook het gebergte wel gezien kan worden, maar het is alles wegens de koude digt en hier zijn dan de zandduinen van Katwijk aan Zee en omstreken. Hier ben ik reeds zoo dikwijls geweest. Van verre ligt nu Sassen [Sassenheim]. Zoo is het nu half 5 uren halte bij Pietgijzenbrug 's station."228"Vandaar gaat een regte laan naar het vermelde kerkdorp /98/ met spitse toren. Ook ligt Lis daarbij, aldaar kwam ik in vroeger tijd met de postkar of diligents door. Een weinig later zijn nu twee buitens met veel bosch, terwijl de eerste nog zeer veel jong aangelegd is.

Brug over de Trekvaart bij Vogelenzang (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 36) Brug over de Trekvaart bij Vogelenzang (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 36)

Bij het station Hillegom halte. Men kan aldaar niet verre af zien wegens de hoge bomen bij de plaats. Nu bij Veenenburg, ook veel kaphout is aldaar aanwezig. Te Hillegommer Beek ten 4 3/4 uren in de zandduinen begint men daar dezelfde te slechtten en tot vrugtbare grond te herschapen en nu gaat het over de rivier bij Vogelzang, terwijl even tevoren ook in de zandduinen nog bosch wordt aangelegd op een enkeld plaats is het reeds voor 't eerst maal gekapt.

Station Willemspoort te Amsterdam (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 63) Station Willemspoort te Amsterdam (uit: Hollandsche Ijzeren Spoorweg-Maatschappij 1839-1889 p. 63)

Wij zijn nu bij Haarlem, daar ziet men heele akkers met mooij bloeijende bloemen en te 5 uren is het over deszelfs gracht en het is zoo halte aan het station, terwijl de trein van Amsterdam af nu ook gekomen was. 5 ¼ uur is het weder voort aan de ander zijde over de gracht bijlangs het Hoofddiep. Half 6 uren bij Halfweg, nog een rukje na Amsterdam. Wij zijn nu bij het Haarlemer Meer. Men kan nog niet veel anders als water bemerken als aan de kanten alwaar nu de zwarte modder enigzins bloot te zien is van verre."229" Nu te Sloterdijk door de kant van het plaatsje door en aanstonds is het nu halte door den zegen der Allerhoogste te Amsterdam an het stationsgebouw."230"

Prent van een Amsterdamse omnibus, circa 1879 (bron: Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten nr. 010097012898) Prent van een Amsterdamse omnibus, circa 1879 (bron: Stadsarchief Amsterdam: tekeningen en prenten nr. 010097012898)

Dadelijk snel naar de omnibus de Batavier"231" alwaar ik voor 12 cent naar den Dam reijd, ofschoon ik nu digt an de Nieuwe Dijk eene boodschap te verrigten heb, ben ik te nieuwsgierig naar brief van mijne vrouw /99/ aan te treffen uit hoofde ik dit met haar afgesproken had om mij in 't begin van april naar Amsterdam te schrijven en waarin ik mij nu dan ook niet teleurgesteld bevind. In het logement was een brief. Ik weet mij niet te herinneren dat ik ooit over de belangen van een brief meer aangedaan gevoeld heb, hoe verukkend was mij nu deze tijding der letteren van dezelfde na eene afscheiding van 3 weken. Nu ontwaarde ik weder de grote prijs van man en vrouw. Ik vraagde een glas genever en dronk dezelfde ineens uit. Nu ga ik weder aan het lopen. Eerst na onze zuster Eva."232" Ook deze trof ik niet wel aan. Zij had ook weder een stoot uitgestaan, schoon zij nu ook weder wat bekomen was en was zeer blijde met mijne komst.

212.

Mogelijk het in 1885 afgebroken Zeekantoor aan de Spaansekade waar de dienst in- uitgaande rechten was gevestigd.

213.

De bankier Elias Mozes Ezechiëls woonde destijds aan de Leuvehaven 1. Hij was omstreeks 1791 te Rotterdam geboren als zoon van de in 1781 gehuwde Mozes Ezechiels van Rotterdam en Alida Hijman Cohen van Amsterdam en overleed te Rotterdam 28 juli 1870 op 79-jarige leeftijd. Hij was gehuwd met Soetje Levij Machielse. Soetje was geboren omstreeks 1803 als dochter van in 1788 gehuwde Levij Isaac Machielse van Amsterdam en Vrouwtje Rees (circa 1769-1843) van Den Haag en zij overleed te Rotterdam op 22 maart 1873. Ook leden van de familie Ezechiels namen een vooraanstaande posities in. Zo was bijvoorbeeld de in 1855 overleden Daniel Mozes Ezechiels lid van de Hoofdcommissie en lid van de raad van de gemeente Rotterdam.

214.

Mogelijk de 26 september 1835 geboren Sara Ezechiëls en de 9 januari 1831 geboren Rosette Ezechiëls.

215.

‘Pool’ was een logement aan de Nieuwe Markt.

216.

Hester Mozes Kan, overleden 16 juli 1872 te Londen en gehuwd 29 augustus 1830 te Leeuwarden met Jacob Wolf Cohen (geboren 1798 te Leeuwarden en overleden 10 december 1851 te Constantinopel en broer van Benjamin Cohen te Sunderland) woonden destijds aan de Nauwe Kerkstraat 7. Hun dochter Betje is 17 augustus 1833 te Groningen geboren.

217.

Waarschijnlijk de ongehuwde Raphael Schaap, geboren juli 1800 te Amersfoort en overleden 31 december 1874 te Arnhem, zoon van Joseph Schaap en Lea Hijmans.

218.

De Vleeshal aan de Botersloot is in 1619 gebouwd en circa 1875 afgebroken.

219.

Op de lijn Rotterdam – Den Haag reed op 3 juni 1847 de eerste trein. Vanaf het Station Rotterdam Slagveld (Delftse Poort) van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij vertrokken de treinen richting Station Hollands Spoor in Den Haag.

220.

Beurstreinen waren een soort sneltreinen en stopten niet op alle stations of haltes.

221.

Bedoeld is zijn schoonzuster Sara Asser Lehmanns [Sara Lammert Samuel], geboren circa 1790 te Den Haag.

222.

Waarschijnlijk is de in 1778 besneden Asser Wolf Jacobson (= Leman Wolf Jacobs) bedoeld. Hij was 13 januari 1811 te Den Haag gehuwd met Grietje Asser Samuel Lehmans (overleden 25 september 1849 te Den Haag), een zuster van de vrouw van Samuel Victors van der Reis.

223.

Bedoeld is waarschijnlijk Rosetta Jacobs Sijmons (Symons), geboren 1795 te Amsterdam en overleden 11 mei 1856 te Den Haag (volgens het register van aangenomen en behouden familienamen was zij omstreeks 1791 geboren). Zij was op 15 oktober 1823 gehuwd met Eliasar Andries (zoon van Simon Jacob Andries). Haar man overleed 7 oktober 1832 te Den Haag. De familie Andries was een vooraanstaande koopmansfamilie en behoord tot de oudste families van joods Den Haag. Simon Jacob Andries was in de jaren dertig en veertig van de negentiende eeuw parnas en had onder andere in 1840 de eer om samen met H. Lehmans op audientie te gaan bij koning Willem I om hem geluk te wensen met zijn troonbestijging.

224.

De stamvader van de familie Polak Daniels was Zusskind = Alexander Polak, die eind zeventiende eeuw naar Den Haag kwam. Ook deze familie behoorde tot de bovenlaag van joods Den Haag. Verschillende leden van de familie vervulden hoge ambten in de Joodse Gemeente Den Haag en in joods Nederland.

225.

Judic Ezechiels en de met haar nicht gehuwde Meijer Gedalja Polak Daniels (1798 – 1864); zie ook noot 173.

226.

De broers Matthieu (1815-1889) en Willem Horrix (1816-1881) stamden uit een Haagse familie van meubelmakers. Na in Parijs zich verder in het vak bekwaamd te hebben richtten ze in 1850 de Anna Paulowna Meubelenfabriek op. De fabriek bevond zich op de hoek Stationsweg en Hoefkade. Het was niet alleen de grootste meubelfabriek van Nederland, maar tevens de eerste die gebruik maakte van een stoommachine. De publieke belangstelling voor het bedrijf was zo groot, dat men betaalde rondleidingen aanbood. De firma Horrix voerde meerdere malen opdrachten voor het koninklijk huis uit. In 1890, na de dood van Matthieu, sloot de familie het bedrijf.

227.

De uitspanning De Vink bevond zich bij het landgoed Ter Wadding en was bij de Leidse middenklasse een geliefd doel voor een zondags uitstapje.

228.

Het in 1842 geopende station Piet Gijzenbrug (Noordwijkerhout) werd in 1942 gesloten.

229.

De schrijver vindt dit het vermelden waard omdat in 1848 werd begonnen met het droogmalen van het Haarlemmermeer. Pas in juli 1852 was dit project voltooid.

230.

Het door Cornelis Outshoorn ontworpen station Willemspoort, dat van 1843 tot 1878 dienst deed en vanwaar de treinen richting Haarlem vertrokken.

231.

Lijn 2 van De Batavier volgde de route Haarlemmerweg (spoorweg) - Haarlemmerplein - Haarlemmerdijk- Brouwersstraat - Brouwersgracht - Heerenmarkt - Haarlemmerdijk- Texelschekade - Damrak - Dam.

232.

Ook hier is sprake van een schoonzuster, namelijk de in 1807 te Den Haag geboren en ongehuwde naaister Eva Lehmans, destijds wonende aan de Zwanenburgerstraat 4 te Amsterdam. Dat haar gezondheid te wensen overliet blijkt wel uit het feit dat zij 1 juli 1851 te Amsterdam overleed.