Zoek op de website

21 - 22 maart 1851: Sabbat in Sunderland

Uitsnede van de havenmonding van Sunderland, 1872. (uit: Ports & Harbours on the East Coast of England, Davis Rumsey Historical Map Collection nr. 3007028) Uitsnede van de havenmonding van Sunderland, 1872. (uit: Ports & Harbours on the East Coast of England, Davis Rumsey Historical Map Collection nr. 3007028)

Na het ontbijt ging ik met nigt Lea,"79" de oudste dochter van mijn zuster, een wandeling buiten de stad maken. Bijzonder vestigde ik nu eens van nabeij de steenachtige gebergen an. Sunderland zelve die zich zoozeer in de nabijheid van de Noordzee bevinden, alle oogenblik ziet men daar treinen met steenkolen aankomen. Sommige met touwen en kettingen, sommige met locomotieve en stoom. Het is alles een vreemd gezigt met bergen en dalen, hoewel ik nu eraan gewend worde. Bij de terugkomst zijn wij in de zoo genoemde Hortus,"80" echter niet in grote mate gaan zien. Ook hadden wij eer men de stad uitging een museum"81" van allelei vogelen, gesteenten en allerlei oudheden bezigtigd. Zeekere andere gewassen en fraij schilderij van 't openen van het nieuwe dok"82" hangt ook aldaar. Wat de stad aan betreft is op de straten alles door de steenkolen vuil en aangedaan en bij regenachtig weder dus morsig uitziet. In de huizen is het echter over 't algemeen zeer proper en schoon. Bij mijn tehuiskomst had mijn waarde zuster alweder gezorgd, ofschoon het vrijdagmiddag was, dat er weder iets voor mij in gereedheid gebragt werd en nademiddag was ik weder sterk genoeg eene nieuwe wandeling voor het eene en andere te bezien in staat totdat het tijd wierd om zich tot den sabath voor te bereijden.

Prent naar een schilderij van John Wilson Carmichael van de opening van het South Dock (havenbekken) in Sunderland in 1850  (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 508) Prent naar een schilderij van John Wilson Carmichael van de opening van het South Dock (havenbekken) in Sunderland in 1850 (uit: Tomlinson, The North Eastern, p. 508)

En eindelijk vrijdagavond wordt digtbij mijn zwager in een achterafhoek in een daarvoor ingerigte ouderwetsche bovenkamer den sabath ingeweit."83" Hetwelk mij eigentlijk als 't ware niet toeviel uit hoofde het ook reeds wat laat was. Men bij ons geregeld op dien tijd ter kerk. Tehuis komende staat alles gereed ofschoon een vrijdagavond. Immer waneer ik van huis ben, het mij ongenoeglijk is niet bij mijne waarde vrouw te zijn, veel meer als /26/ andere dagen, dit werd mij nu vergoed doordien ik mijne waarde zuster op mijne zijde aan de tavel had, dewelke tot den sabath zeer netjes ingerigt was. Onder anderen wijde ik den sabath zelve in met den zilveren beker, die in vroeger dagen door wijlen mijne zalige vader alleen slechts de twee eerste avonden van het Paaschfeest gebruikt wierd. Zuster had zich nu ook expresselijk weder met haar oorijzer op en pakje, hetwelk zij in vroeger dagen bij ons reeds gehad hebbende, gekleed. Zij was weder een Leekster. En in zeer gulle vrolijkheid wierd dien vrijdagavond ten einde gebragt.

De zilversmid Jacob Joseph (geb. circa 1769 te Amsterdam - overl. 1861 te Sunderland) functioneerde jaren lang als sjochet, voorzanger en leraar bij een deel van de Joodse gemeente Sunderland De zilversmid Jacob Joseph (geb. circa 1769 te Amsterdam - overl. 1861 te Sunderland) functioneerde jaren lang als sjochet, voorzanger en leraar bij een deel van de Joodse gemeente Sunderland

Zaterdagmorgen den 22ste. 8 Uren ging men weder ter synagoge bij een aanzienlijk oud Israeliet met name Mr. Jekef Jozefh die een daarvoor ingerigt locaal voor de Israelitische gemeente aldaar heeft afgezonderd en in gereedheid heeft gebragt."84" De godsdienstoefning wordt aldaar ook op de Poolsche maniere verrigt,"85" het geene mij echter zeer wel voldaan heeft. Alle eerbewijzen worden mij aldaar zooveel mogelijk bewezen. Zuster was ook ter synagoge geweest, echter alleen als vrouw,"86" hetgene haar echter niets nieuws was. Tehuis komende men wil alles weder in goede order; de lieve kinderen waren ook alle gekleed. De bruidegom der oudste dochter,"87" die zoowel thans het morgeneeten als vrijdagavond alhier gebruikte, ging nu ook mede wandelen, zoodat wij nu alle gesamentlijk de stad opwaards gaan. Aldaar was mijn aandacht zeer getroffen in een der aanzienlijkste glasfabrijk en blazerij van Engeland. "88" De heer en eigenaar had ons zelve erin gebragt en het eene en andere laten zien en eindelijk zijn meesterknegt gelast om ons door het geheele fabrijk heen te leiden."89"/27/

Afbeelding van de in 1836 door de Hartley's gestichte fabriek Wear Glass Works bij de Trimdonstreet vlakbij het eind van de Hylton road Afbeelding van de in 1836 door de Hartley's gestichte fabriek Wear Glass Works bij de Trimdonstreet vlakbij het eind van de Hylton road

Het is een wonder om gade te slaan wat men aldaar ziet op veelerlei manieren het glas vervaardigen. Op eene plaats wierd met een grote lepel het gloijende glas uit eene oven genomen en op eene pletmachine gelegd, aanstonds is het een plaat glas van ongeveer 5 voet lang en breed na rato. Andere plaatsen wordt met lange ijzers gewerkt en geblazen. Het eerste werd van het machiene met raden op eene digt daarbij verhanden zijnde in den oven geschoven, denkelijk om van tijd tot tijd helderder te maken. Andere plaatsen worden groote cirkels glas gemaakt, elders het vensterglas toegerold. Het is te veel om te noemen wat aldaar niet vervaardigd wordt, ofschoon ik God dankte dat ik weder buiten was, terwijl ik wegens de zwaren hitte er niet meer wezen konde. Ik verbeelde mij dat de klederen er bijkans van sgroeiden.

Gezicht op de in 1796 geopende brug over de rivier de Wear Gezicht op de in 1796 geopende brug over de rivier de Wear

Wij zijn dan nog eens de prachtige brug van Sunderland gaan bezigtigen alwaar de twee- en driemast schepen onderdoor varen, dewelke slegts de punten van de masten hebben neer te doen. "90" Het is een wonder stuk. Dit is een gebouw van wonder in een boog terwijl de prachtige nieuwe brug te New Casle op eene geheele andere aard met meer bogen gemaakt is."91"

De Markt was te vinden in het rijkere gedeelte van de (Upper) High Street (uit: The Graphic d.d. 3 februari 1883) De Markt was te vinden in het rijkere gedeelte van de (Upper) High Street (uit: The Graphic d.d. 3 februari 1883)

Nu gaan wij nog eerst de markt bezigtigen."92"Het kostelijke vleesch is het voornaamste produkt hetwelk aldaar ten toon gesteld wordt. Het grootste wonder was voor mij daarvan nog het schaapvlees, hetwelk zonder te vergroten een handdikte heeft en kan tegen het beste spek wedijferen. Sijpels of uijen en ronkels of koolrapen worden er in grote menigte gezien. Hoe later op de dag hoe drukker het mij toe scheen dat de handelsbetrekking zich /28/ bepaald. Het is voor de Israeliten eene grote verzoeking in Engeland terwijl overal op sabath de voornaamste handelsdag is. Gelukkig dat alsdan nog des avonds den handel voortduurd en daardoor een grote tevredenstelling aan hun geschied uit hoofde tot middernacht bijkans alle winkels bijkans geopent blijven, terwijl alle andere avonden te 10 uren alles gesloten wordt, zoodat als dan de Israeliten ook nog van de marktdag wat genieten.
Men ziet alweder dat maar altijd mijn gevoelen wel regt is ten dezen opzigte dat Almachtige God ons alle Zijne schepselen verzorgd.
Nadat den sabath reeds lang geëindigd was, heb ik bij den braven grijsaard Mr. Jekef Jozeph met mijne waarde zuster nog een bezoek afgelegd alwaar wij zeer wel ontvangen zijn.

79.

De 1 oktober 1830 te Leeuwarden geboren Lidia, die in Sunderland de naam Leah droeg.

80.

Waarschijnlijk is hier sprake van de tuin die later als de Wintergarten bekend zou staan.

81.

Al rond 1810 was er sprake van een museum in Sunderland. Aanvankelijk gevestigd in de Highstreet west, in 1836 verhuisde het naar de Villiersstreet en uiteindelijk in 1840 naar het Athenaeum Building in de Fawcettstreet. Het museum was een particulier initiatief maar ging in 1846 over in gemeentelijk bezit. Hiermee was het buiten Londen het eerste met publiek geld gefinancieerde museum. De collectie bestond grotendeels uit opgezette zoogdieren, vogels, amfibieën en insecten; verder nog planten en fossielen. Maar zoals uit de volgende noot blijkt, had men ook al oog voor het verzamelen van objecten over de geschiedenis van de stad.

82.

Waarschijnlijk is bedoeld het in 1850 geopende havenbekken South Dock van de Sunderland Dock Company van de spoorwegbaron George Hudson en bedoeld voor de verscheping van steenkool. Het dok was voorzien van 13 laadbruggen en al snel na de ingebruikname verscheepten ongeveer 20 mijnen hun steenkool via het nieuw gebouwde havenbekken. Al binnen tien jaar kon het nieuwe bekken de toegenomen lading niet meer aan en werd het eerst uitgebreid met de Hudson South Dock (1855) en later met de Hendon Dock (1868). Van de opening van het eerst genoemde havenbekken is in 1850 door John Wilson Carmichael (1800 – 1868) een schilderij gemaakt.

83.

De Joodse Gemeente Sunderland dateert van ongeveer 1781 en bestond uit Joden die voornamelijk vanuit de Republiek en Bohemen afkomstig waren; A. Levy, History of the Sunderland Jewish Community. Volgens Slater's Commercial Directory van 1855 was de synagoge van de 'Nederlandse' Joden ten huize van de warden (parnas) Jacob Joseph aan 204 High Street.

84.

Bedoeld is hoogst waarschijnlijk de omstreeks 1769 in Amsterdam geboren zilversmid Jacob Joseph (wiens Amsterdamse famlie de naam Van der Linde zou voeren, zo waarschijnlijk verwijzend naar de herkomstplaats Altenstadt-Lindheim). Hij vestigde zich rond 1790 in Sunderland  en speelde tot zijn dood 2 februari 1861 een vooraanstaande rol in de joodse gemeenschap van Sunderland. Hij zou zijn gehuwd met de omstreeks 1771 te Sunderland geboren Rebecca Samuels, dochter van Hartog Samuels, een van de eerste Joden die zich vanuit Amsterdam in Sunderland vestigde. Volgens de overlevering zou Jacob Joseph door zijn latere vrouw uit Amsterdam zijn gehaald om in Sunderland als ritueel slachter en voorzanger te fungeren (De Jewish Chronicle schenkt, althans volgens de resultaten van hun zoekfunctie, in 1861 enige aandacht aan dit verhaal). Mogelijk werd hij op 17 augustus 1859 (zie National Archives HO 1/91/3009) genaturaliseerd onder de naam Jacob Joseph. Zijn neef Judah Leib ben Nissan werd in 1839 benoemd tot ritueel slachter. De schoonvader van Jacob Joseph, Hartog Samuels,  zou een broer zijn van de met Johanna Hartogs gehuwde en eveneens te Sunderland gevestigde Abraham Samuels. Overigens bestaan over de herkomst en onderlinge verwantschap van deze familie Samuels veel onduidelijkheden en tegenstrijdigheden. Zo zouden de broers Abraham en Hartog Samuels zich rond 1770 in Sunderland hebben gevestigd en er ook zijn overleden. Echter de met Johanna Hartogs gehuwde  Abraham Samuels Sante of Zante is in 1775 te Amsterdam overleden en had, voor zover bekend,  geen broer met de naam Hartog Samuels. Dus die connectie met Amsterdam en Johanna Hartogs is her en der foutief weergegeven. Tevens is sprake van de vondst van een grafsteen (Zie ook de Jewish Chronicle van 15 augustus 1924 p. 14-15) in 1924 te North Shields bij de Balkwell Farm van Hartog Samuels en zijn vrouw Rachael, die volgens het opschrift in 1806 op de leeftijd van 77 respectievelijk 73 jaar zouden zijn overleden, terwijl dezelfde man als bewoner van North Shields nog in 1810 (https://familysearch.org/pal:/MM9.3.1/TH-266-11629-178744-31?cc=2358715 ) zijn testament opmaakt en zijn weduwe Rachael en zijn zoon Lyon Samuel alias Samuel Lyon Samuel (circa 1767 - 1842) in 1813 aanwezig zijn bij de opening van het testament. In het document wordt overigens wel de zoon Philip Samuels genoemd, maar de andere kinderen niet. Pas hernieuwd kritisch onderzoek van de bronnen zal hopelijk meer duidelijkheid scheppen over de beginjaren van de Joodse gemeenschap in Sunderland en omgeving.

85.

Tussen 1760 en 1850 vestigden zich veel joden uit Polen in Sunderland en zij vormden een eigen gemeente. In 1857 ging deze samen met de Israelitsche Gemeente en vormde de Sunderland Hebrew Congregation. De Pools Joodse Gemeente had een synagoge in een gedeelte van de Vinestreet, (nu East Vines) Maud Court geheten, dat tegenwoordig niet meer bestaat, en waar Mark Myers de functie van warden (parnas) uitoefende volgens Slater's Commercial Directory van 1855. Volgens een beschrijving uit 1831 behoorde het huis vroeger toe aan de luitenant-kolonel John Lilburn en was de begraafplaats toen gesitueerd bij Hetton Staiths (Mackenzie, An Historical View p. 297). Overigens woonde ook het gezin van Benjamin Cohen en Mietje Victors van der Reis in de jaren veertig van de negentiende eeuw in de Vinestreet.

86.

Een synagoge is gescheiden in een mannen- en vrouwengedeelte. Meestal is het vrouwengedeelte gesitueerd op een galerij, maar in dit geval van een synagoge in een kamer zou het ook een afscheiding kunnen zijn geweest achter het mannengedeelte.

87.

Bedoeld is waarschijnlijk de winkelier David Cohen van de Clivestreet te North Shields, zoon van wijlen Isaac Cohen, die op 8 december 1852 trouwde met de spinster Leah (Lidia) Cohen van de Highstreet te Sunderland.

88.

Sunderland was in de 19e eeuw hét centrum voor de glasproductie in Engeland. Rond 1860 telde de stad zo’n 20 glasfabrieken, die werk boden aan ongeveer 1000 glasblazers.

89.

Misschien zou hier sprake kunnen zijn van een bezoek aan de in 1836 door John en James Hartley gestichte fabriek Wear Glass Works bij de Trimdonstreet vlakbij het eind van de Hylton road, ongeveer een kwartier lopen van de brug over de rivier de Wear. De fabriek was gespecialiseerd in de productie van grote glasplaten.

90.

Bedoeld is de in 1796 geopende ijzeren Wearmouth Bridge over de rivier de Wear.

91.

De uit zes overspanningen bestaande ijzeren High Level Bridge over de rivier de Tyne te Newcastle is ontworpen door Robert Stephenson en in 1849 geopend. De brug bestond uit twee dekken: een bovendek voor het normale verkeer en een onderdek voor het treinverkeer.

92.

Op 21 augustus 1830 werd in Sunderland aan de Highstreet een nieuw marktgebouw geopend.