Zoek op de website

Verantwoording van de uitgave

Pagina vier van het handschrift  (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374) Pagina vier van het handschrift (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374)

Men kan de vraag stellen wat nu het belang van de uitgave van dit handschrift is? Egodocumenten uit de negentiende eeuw zijn immers niet zo zeldzaam. Maar reisverslagen of dagboeken van Joden uit die eeuw zijn daarentegen op de vingers van één hand te tellen; en deze constatering gaat helemaal op voor Groningen. Bij mijn weten betreft het hier het enige egodocument uit de 19e eeuw van een Joodse Groninger. En dat was op zich voor mij al voldoende reden om dit verslag te transcriberen en uit te geven. Maar er is meer: de publicatie van deze bron kan wellicht ook een bijdrage leveren op het gebied van sociaaleconomische geschiedenis en het aandeel van minderheden daarin, en bijdragen aan de geschiedenis van minderheden en migratie. Wat echter nog belangrijker is, is dat het reisverslag talloze aanknopingspunten biedt voor gebruik op scholen. Immers, in het onderwijs is er vooral behoefte aan ‘verhalende’ bronnen die leerlingen als het ware spelenderwijs vertrouwd maken met geschiedkundige thema’s. Het uitgegeven handschrift is tevens rijkelijk van illustratiemateriaal voorzien uit een periode die gekarakteriseerd kan worden als de ‘geboorte’ van de moderne industriële samenleving, en juist dat maakt deze bron bij uitstek geschikt voor onderwijskundige doeleinden.

Voorzijde van het handschrift (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374) Voorzijde van het handschrift (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374)

De originele tekst van dit verslag is geschreven in een schrift met de opdruk: extra double glazed letter paper best quality en het jaartal London 1851. Dit is een van de duidelijkste aanwijzingen dat Van der Reis gedurende zijn reis aantekeningen heeft gemaakt en deze op een later tijdstip in dit schrift heeft uitgewerkt. Het schrift telt 105 beschreven pagina’s en maakt deel uit van de Historische Verzameling (Toegang 755 inv. nr. 374) van het RHC Groninger Archieven en is digitaal te raadplegen. Het handschrift is in 1991 (Aanwinst 26/1991) door het Utrechts Archief aan de Groninger Archieven overgedragen. Onbekend is hoe het Utrechts Archief in het bezit van het handschrift is gekomen.
Wat betreft de transscriptie van de tekst wil ik graag het volgende opmerken. Bij de weergave hiervan is uiteraard de spelling intact gelaten. Maar voor een betere leesbaarheid heb ik af en toe leestekens ingevoegd en de tekst in alinea’s onderverdeeld. Verder heb ik hier en daar de hedendaagse schrijfwijze van plaatsnamen tussen teksthaken geplaatst. Hoewel het handschrift niet moeilijk te ontcijferen is, heb ik desondanks een paar woorden niet kunnen ontcijferen. Ik heb dat door middel van drie puntjes … aangegeven. Hoewel het journaal oorspronkelijk niet is gepagineerd, is dat in verband met de digitalisering onlangs wel gebeurd. Deze paginering, die terugkeert in de bestandsnamen van de scans, heb ik aangegeven door het desbetreffende paginanummer tussen schuine strepen /22/ te zetten.

Achterzijde van het handschrift (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374) Achterzijde van het handschrift (bron: RHC Groninger Archieven, Historische verzameling (Tg. 755) inv. nr. 374)

Rest mij nog een opmerking over de annotaties. Wat betreft de informatie in deze aantekeningen heb ik getracht om zo volledig mogelijk te zijn. Van alle in de tekst genoemde personen of gebeurtenissen heb ik geprobeerd te achterhalen wie of wat het betreft. Hierdoor krijgt niet alleen het verslag een zekere meerwaarde voor de gebruiker, maar het motiveerde ook de bezorger van het handschrift. Doch het veelvuldig gebruik van de woorden ‘mogelijk’ en de verschillende gradaties van ‘waarschijnlijk’ in de aantekeningen geeft wel aan dat ik hierin niet volledig ben geslaagd. Aangaande genealogische informatie is in hoofdzaak gebruik gemaakt van het Internet. Een probleem is dat niet al deze bronnen even betrouwbaar zijn. Dat bleek vooral het geval te zijn als het ging over de eerste Joodse inwoners van Sunderland: de broers (?) Abraham en Hartog (Hart) Samuels en de als sjochet, voorzanger en leraar fungerende zilversmid Jacob Joseph. Het is te hopen dat dit thema nog eens voorwerp van diepgaand onderzoek mag worden. Naar deze uitgave kan als volgt verwezen worden: Journaal van Samuel Victors van der Reis van een reis naar Engeland in 1851, uitgegeven met inleiding en aantekeningen door E. Schut (Groningen, 2014).

Tot slot hoop ik dat de gebruikers van deze tekst fouten of omissies willen verbeteren en aanvullen door een email te sturen naar info@groningerarchieven.nl

© 2014 E. Schut, Groningen