418 Verzegeling, waarbij Greetien Booms weduwe van Johan Bakker, verklaart schuldig te zijn aan Johan Frericks, Jacob Vinckenborch en Johan Janssen 600 keizersguldens en aanneemt daarvoor een rente te betalen naar 6 ten honderd, jaarlijks te ontvangen uit haar huis gelegen aan de zuidzijde van de vismarkt, waar Jhr. Oesebrant Clant op het westen en de raadsheer Wolter Luijtiens op het oosten aangezwet zijn, 1618-07-11