Regest 318 , 1535 Mei 31: Everdt Mepsche, burgemeester, Hiddo Jensema en Coerdt Coenrades verklaren, dat Evert Coenrades in zijne ziekte en in bijzijn van zijn zoon Derrick en zijne dochters Syert en Ode van hen heeft verzocht, dat bij scheiding na zijn dood uit de ouderlijke nalatenschap aan zijne genoemde dochters zullen worden toegewezen eenige landerijen, gelegen nabij Groningen, ingevolge welk verzoek en met toestemming van Derrick en Syert en Ode zij verklaren, dat Syert en Ode op deze wijze uit de ouderlijke nalatenschap worden "uuthgebodelt en affgescheyden".
In den jaer uns Heren dusent viffhundert viff ende dartich, Maendaegh na hillige Sacramentzdach