Regest 592 , 1592 Mei 6: Johannes Grott, notarius publicus te Emden, verklaart, dat hij, ter requisitie van Eilcko Unste, hoofdling in Wetzinga, Souwerda en Vehrhildersum en ritmeester in dienst der geunieerde provinciën, bijgestaan door Erhard Altingh, der rechten doctor, wederom den 5en Mei naar aanleiding van het ontvangen antwoord heeft geinsinueerd Edzard, graaf van Oostfriesland, om genoemden heer Unste weder te geven zijne kast met daarin liggende zegels, brieven etc. (wederrechtelijk door den graaf geopend, gelijk ook met een kast van zijne nicht, de huisvrouw van Didrig Snoij (Sonnoij) is geschied) en afrekening te houden wegens achterstallige soldij en renten, en dat graaf Edzard den 6 Mei een door hem, notaris, in het stuk medegedeeld antwoord heeft gegeven.
Geschehen seint dise dinge im Jahre fünfzehen hundertt und in dem zweij und neunzigsten Jahre . . . den 6 Maij