In 1886 besluit de Tweede Kamer tot een groot onderzoek naar de leef- en werkomstandigheden van de fabrieksarbeiders in Nederland. Dit onderzoek brengt misstanden aan het licht die veel verontwaardiging oproepen en leidt tot wetgeving inzake inperking van kinder- en vrouwenarbeid en instelling van de Arbeidsinspectie. In 1890 besluit de regering tot een tweede grootschalig onderzoek. Een Staatscommissie inzake de arbeidsenquête gaat onderzoeken of er misschien nóg meer sociale wetgeving nodig is. Ihkv dit laatste onderzoekt de commissie ook de situatie op het gebied van spoor- en tramwegen. In voorliggende publicatie uit de auteur, gedelegeerd commissaris der Stoomtramweg-Maatschappij "Oldambt-Pekela", kritiek op de commissie. Deze zou niet objectief hebben gehandeld en haar taakomschrijving naar eigen believen hebben opgerekt.