1099 Gedeputeerde Staten van Groningen, 1814 - 1942
Uitleg bij archieftoegang
Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.
Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:
• Kenmerken van het archief • Inleiding op het archief • Inventaris of plaatsingslijst • Eventueel bijlagen
De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.
De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.
De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.
Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.
1099
Gedeputeerde Staten van Groningen, 1814 - 1942
Circulaires van het ministerie van Economische Zaken (na mei 1940 Handel, Nijverheid en Scheepvaart) over de uitvoering van distributiemaatregelen, 1939 - 1942
Datering:
1939 - 1942
Uiterlijke vorm:
4 pakken
NB:
Bij wet van 30 september 1938, Stb. 636, 639a-c, sterk gewijzigd bij wet van 24 juni 1939, Stb. 632 - 634, werden ingrijpende maatregelen afgekondigd die een behoorlijke distributie van levensmiddelen moesten verzekeren. Bij beschikking van de minister van economische zaken van 29 augustus 1939, nr. 46477M trad het systeem voor het eerst in werking. Een groot aantal goederen werd tot distributiegoed verklaard. Voor producenten en handelaren was het in voorraad houden, vervoeren in vervreemden van deze goederen verboden zonder vergunning van de minister of van een door hem aangewezen instantie. Consumenten mochten niet meer aanschaffen dan voor een week gebruik noodzakelijk was. De regeling die stringent landelijk was geregeld, werd in de provincie uitgevoerd door een bij schrijven van 26 augustus 1939, nr. 6140, door de minister van Economische Zaken benoemde provinciale voedselcommissaris (K.L. Gaaikema Schuiringa, sinds 1 januari 1940 E.H. Ebels) en op lokaal niveau door de plaatselijke bureauhouders. Tot een eigenlijke rantsoenering kwam het in oktober 1939 met het op de bon stellen van suiker. Dit betrof echter meer een proefneming om te zien of de distributie werkte dan dat er sprake was van echte tekorten. Pas na het uitbreken van de oorlog in mei 1940 kwamen steeds meer produkten op de bon. Bronnen: - A.F. Stroink, Groninger Maatschappij van Landbouw 1937 - 1987 (Groningen, 1977), 48. - L. de Jong, Het Koninkrijk der Nederlanden VII, 133 - 134, 168. - Groningen in oorlogstijd (Haren, 1980), 178. - Scripties gemaakt door studenten van de RUG ter voorbereiding van het boek Groningen in oorlogstijd, 1980.