Uw zoekacties: Blader door de toegangen Blader door de toegangen District 2 van provinciale waterstaat: Gaarkeuken, 1878 - 1990 Provinciale waterstaat Groningen, (1850) 1865 - 1955
742 Provinciale waterstaat Groningen, (1850) 1865 - 1955
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

beacon
 
 
Inleiding
Voorgeschiedenis en oprichting i
Ontwikkeling van de dienst
Provinciale Waterstaat Groningen i
Waterstaatswerken
742 Provinciale waterstaat Groningen, (1850) 1865 - 1955
Inleiding
Ontwikkeling van de dienst
Waterstaatswerken
Aan de dienst was een groot aantal taken opgedragen. In 1954 geeft de hoofdingenieur een opsomming: technisch ontwerpbureau, verkeersdienst, beheers- en onderhoudsdienst, controlerend orgaan van Gedeputeerde Staten over waterstaatkundige en stedebouwkundige aangelegenheden, adviserend orgaan, zowel aan Gedeputeerde Staten als aan gemeenten en waterschappen. * 
De toename van de hoeveelheid personeel na 1900 had alles te maken met het aantal uit te voeren taken en de omvang ervan. De grote kanalisatieplannen uit de vorige eeuw werden nog gerealiseerd met de inzet van extra tijdelijk personeel. Dit was een gevolg van het feit, dat in 1875 het Eemskanaal uiteindelijk door Provinciale Waterstaat in eigen beheer moest worden voltooid. Met de leiding werd de in 1873 aangestelde tijdelijk ingenieur S.J. Vermaes belast. *  De voltooiing van de kanalisatieplannen rond 1880 was echter maar een stap in het proces van verbetering van de vaarwegen. *  Met de ontwikkelingen in de economie bleef de behoefte aan een betere infrastructuur toenemen. Het schip was en bleef een belangrijk transportmiddel, zodat opnieuw de kanalen moesten worden aangepakt ten einde ze geschikt te maken voor grotere schepen. Zo kwam in de dertiger jaren de verbeterde vaarweg naar Friesland door de aanleg van het Van Starkenborghkanaal gereed en werd in en na de oorlog het Winschoterdiep verbreed en verbeterd. Na de Tweede Wereldoorlog werd tenslotte het Eemskanaal verbeterd.
De afwatering bleef ook de aandacht van de dienst vragen. Zo werd een bijdrage geleverd aan de totstandkoming van de kanalisatiewerken in Westerwolde in het begin van deze eeuw, en werd daarna rond 1920 het gemaal de Waterwolf voor het waterschap Elektra door de dienst gebouwd. De opzet van een kanaalvoedingssysteem, met een inlaatsluis in Gaarkeuken en een aantal gemalen, werd mogelijk door de afsluiting van de Zuiderzee, maar zou pas na de oorlog met de bouw van alle gemalen volledig gaan functioneren.
Ook de wegen kwamen in de negentiende eeuw voor verbetering in aanmerking. Meestal vond verbetering plaats door de gemeenten met subsidiëring van de provincie. Een deel van de wegen was in beheer bij de provincie en werd dus door de provincie verbeterd en onderhouden. Veel van die wegen waren vroegere trekwegen langs de kanalen. Op de wegen werd in de negentiende eeuw veelal grind en later basaltsteenslag als verharding toegepast. In de twintigste eeuw kwam asfalt in zwang voor de verharding. Het belang van de wegen bleef eerst beperkt, daar trein en schip de transportmiddelen bij uitstek waren. Na 1900 begon met de komst van de eerste auto's een toename van het wegverkeer, die zich tot op de dag van vandaag nog voortzet. Het beheer van de wegen ging als gevolg daarvan in de loop der tijd een steeds belangrijker rol spelen bij de waterstaatsdienst. Naast voortdurende verbeteringen, zoals verbredingen en bochtverruimingen, werden ook nieuwe wegen aangelegd. Bovendien was er na de oorlog veel extra werk te verzetten, doordat onder andere meer dan honderd bruggen vernield of zwaar beschadigd waren. Voor de Tweede Wereldoorlog was er ook bemoeienis met de ontwikkeling van een uitgebreid tramwegnet in de provincie. Uiteindelijk zou geen van de aangelegde lijnen de concurrentie met het wegvervoer overleven.
De provincie was heel lang zelf belast met het beheer van enkele gedeelten zeedijk, zodat ook dit een taak voor Provinciale Waterstaat vormde. Het belangrijkste dijkgedeelte was ongetwijfeld de zeewering langs de Eems, die al van oudsher door de provincie werd onderhouden. Deze zeewering, eerder vaak 'Oosterse dijken' genoemd, werd in de negentiende eeuw altijd aangeduid als zeewering ten N.W. en te Z.O. van Delfzijl, waarschijnlijk omdat het gedeelte in Delfzijl zelf onder het beheer van het Rijk viel. Tot 1878, toen het Reitdiep bij Zoutkamp werd afgesloten, hadden ook de dijken langs het Reitdiep met de Grote en Kleine Spilsluizen in de stad een functie als zeewaterkering. Met de afsluitdijk tussen Zoutkamp en Nittershoek in Friesland kwam daar dus een nieuw gedeelte zeewering voor in de plaats. Ook de sluizen in die zeedijken waren provinciale werken.
De vele negentiende-eeuwse inpolderingen langs de Groningse kust werden altijd uitgevoerd door de belanghebbenden. De enige uitzondering hierop waren de bij de afsluiting van het Reitdiep beschikbaar gekomen kweldergronden. Na 1920 werden ook door de waterstaatsdienst zelf enkele inpolderingen langs de kust van de provincie uitgevoerd, namelijk de Julianapolder, de Carel Coenraadpolder en de Kerkvoogdijpolder.
De aanleg van het vliegveld Eelde als project van Provinciale Waterstaat Groningen mag niet onvermeld blijven, vooral omdat men een dergelijk werk misschien niet zou verwachten bij deze waterstaatsdienst. Het vliegveld ligt tenslotte in Drenthe.
Districten
Archieven
Inventarisatie
Bijlagen
Literatuur
Leidinggevenden in district 1
Leidinggevenden in district 2
Leidinggevenden in district 9 later 8
Leidinggevenden in district 3 Winsum voorheen Onderdendam
Leidinggevenden in district 3 Leens
Leidinggevenden in District 4: Winschoten, voorheen District 6
Leidinggevenden in District 4: Sappemeer, later district 8 en 7
Leidinggevenden in District 7: Veendam
Leidinggevenden in District 5: Delfzijl, voorheen Appingedam
Leidinggevenden in District 4: Loppersum

Kenmerken

Beschrijving:
Inventaris van de archieven van de dienst Provinciale Waterstaat Groningen
Bewerker:
J.J. Hoogstins
Behoort tot collectie:
Provincie Groningen
Laatste Publicatie:
2012
Omvang:
81 m standaardarchiefberging
Samenvatting:
testen
Bijzonderheden:
Betreft bewerking van een eerdere versie uit 1994 (toegevoegd aanwinst 2000.053: inv.nr. 2397)