Zoek op de website

Casus Bedum

De centrumfunctie van Onderdendam

Onderdendam heeft vanwege zijn ligging op het kruispunt van land- en waterwegen eeuwenlang een centrumfunctie gehad.

In Onderdendam kwamen de waterwegen Winsumerzijldiep, Bedumermaar, Kardingermaar en het Deelstermaar samen en sinds 1323 lag hier een brug over het zijldiep.

Via deze brug vond het verkeer vanuit Hunsingo aansluiting op de stadsweg naar Groningen.

Misschien gaat de verkeersactiviteit in Onderderdendam nog veel verder terug. Toen koning Hendrik IV de landschappen Hunsingo en Fivelingo aan de aartsbisschop Adelbert van Hamburg schonk, bleek dat Winsum en Garrelsweer marktplaatsen waren in dit gebied.

We mogen aannemen dat er een verbinding via allerlei waterwegen bestond tussen deze beide marktplaatsen, die ook langs Onderdendam liep. Onderdendam wordt in 1252 voor het eerst genoemd met de naam Uldernadomme of Uldernadamme en deze naam veronderstelt dat er bij Onderdendam een dam in een waterloop gelegen heeft.

Waar deze dam lag weten we niet, maar waarschijnlijk bood ze , zeker al in 1252, de mogelijkheid om hier het water over te steken. In 1252 wordt gezegd dat de rechters uit geheel Hunsingo en waarschijnlijk ook die uit Innersdijk in Onderdam benoemd werden.

In 1323 werd Onderdendam samen met Winsum bovendien vergaderplaats van de zijlvesten (waterschappen). Onderdendam was dus een bestuurlijk centrum maar de vergaderplaats zal niet meer geweest zijn dan een herberg met een goed vuur, stalling voor de paarden en een ruime aanlegplaats voor de schepen.

De moederdorpen

Hoewel Onderdendam al vroeg wordt genoemd en in de dertiende eeuw ook al een centrumfunctie had, was het geen dorp, maar viel het onder de kerspels Menkeweer en Onderwierum.

Deze kerspels (dorpen) hadden tot in de negentiende eeuw elk een kerk. De kerk van Onderwierum werd in 1840 afgebroken en die van Menkeweer was al eerder gesloopt.

In 1828 werd de Nederlands Hervormde gemeente van Onderdendam gesticht waarin de gemeenten van Menkeweer, Onderdendam en een edeelte van Bedum werden opgenomen. Deze jonge gemeente kreeg in 1840 een nieuw godshuis, het kerkgebouw dat er nog steeds staat als Hervormde Kerk.

Trekvaarten en trekschepen

Van het vervoer over water heeft Onderdendam eeuwenlang geprofiteerd. Deze scheepvaart zorgde voor het vervoer van goederen en mensen tussen de stad Groningen en het omliggende gebied. Vóór de zeventiende eeuw waren dit kleine schepen. De diepen en maren waren smal en hadden geen schutsluizen.

Bij een sluis moest het scheepje via rollen, de zogenaamde overtocht of overtoom, naar het hogere of lagere deel van de vaart worden getakeld. In de buurt van de Molentil bij de Onderdendamsterzijl lag zo'n overtocht.

Door de aanleg van de trekvaarten rond het midden van de zeventiende eeuw veranderde het vervoer over water ingrijpend. De trekschuiten waren te groot en te zwaar voor de overtochten, zodat de zijlen(enkelvoudige sluizen) moesten verdwijnen.

De Bedumerzijl in de Wolddijk maakte plaats voor een verlaat, een afwateringskunstwerk, waarmee tegelijk schepen konden worden geschut en de zijl te Onderdendam verdween. Bij Menkeweer was van tevoren, in 1617-1618 al een verlaat gebouwd.

De provinciale overheid zorgde voor de aanleg van trekvaarten tussen Groningen en Ulrum en tussen Groningen en Uithuizen, vaarten die ook langs Onderdendam liepen.

Voor de aanleg van deze waterwegen moesten verschillende maren worden verbreed en uitgediept en daarnaast was het noodzakelijk nieuwe verbindingen te graven.

Het Bedumermaar van Bedum tot Onderdendam werd verdiept en verbreed; zoals gezegd verdween de zijl te Onderdendam en op het punt van de samenvloeiing van het Bedumermaar en het Kardingemaar kwam een vaste brug in het trekpad naar Middelstum.

Het Winsumerdiep was breed genoeg en aan het Warffumermaar hoefde maar weinig te worden veranderd.

Toen de trekvaarten klaar waren, voeren er dagelijk twee trekschepen tussen Uithuizen en Groningen en twee tussen de Stad en Mensingeweer. Ulrum en Warffum hadden een verbinding van één schip per dag en zo passeerden dagelijks twaalf trekschuiten Onderdendam, naast alle andere schepen die deze kanalen bevoeren.

Zo bleef Onderdendam een plaats van bedrijvigheid en het bleef de plek waar door verschillende instanties werd vergaderd.

Bestuurlijk centrum

Na het ancien régime bleef Onderdendam een belangrijk centrum. Bij de vorming van de gemeente Bedum was aanvankelijk Onderdendam de hoofdplaats maar naderhand nam Bedum deze functie over.

Het dorp Onderdendam was van tevoren in 1803 als plaats voor rechtspraak aangewezen. Aanvankelijk werd voor de rechterlijke organisatie onderdak gezocht in het Zijlvesterhuis maar naderhand werd in een particulier pand onderdak gevonden.

Het echtpaar Meint Lammerts Mulder en Etta Stephania Numan hadden namelijk aangeboden om hun huis op eigen kosten te laten verbouwen en beschikbaar te stellen als rechthuis. Dit gebouw kon in 1804 in gebruik worden genomen.

Deze positie van Onderdendam trok specifieke bewoners. De secretaris van de jurisdictie, mr. H.W. Hoving liet zich een groot huis bouwen met zes schoorstenen en een aantal vooraanstaande ambtenaren vestigden zich eveneens in het dorp.

Na 1811 kreeg Onderdendam het Vredegerecht dat in 1838 werd vervangen door het kantongerecht. Tot in 1934 bleef het kantongerecht in Onderdendam en het was gehuisvest aan de Bedumerweg op nr. 48. Ook had het dorp een belastingkantoor en een postkantoor.

Maatschappij ter bevordering van de Nijverheid

In de Franse tijd drong het besef door dat niet alleen de handel, maar ook de landbouw een belangrijke pijler van onze welvaart vormde. Ontwikkelde notabelen beoefenden met verve de landhuishoudkunde en deden allerlei onderzoek om nieuwe mogelijkheden voor de landbouw te ontdekken.

In 1837 werd op initiatief van G. Reinders, landbouwer op Groot-Zeewijk in de Noordpolder, en de geneesheren Dr. R. Westerhof te Warffum en Dr. E. Wichers te Middelstum het 'Genootschap ter Bevordering van de Nijverheid' opgericht dat zijn vergaderplaats kreeg in Onderdendam.

Dit gezelschap heeft de wereld afgereisd op zoek naar zaaigranen die beter pasten in het Nederlandse klimaat en het heeft in Amerika ploegen ontdekt die ze in Warffum liet namaken. Dit genootschap heeft zich ook sterk gemaakt voor het inleggen van een stoomsleper op het Reitdiep, met de bedoeling de uitvoer van landbouwproducten te bevorderen.

Eén van de bestuursleden van dit genootschap was mr. A.J. van Royen, notaris in Onderdendam die ook een belangrijke taak vervulde in het bestuur van waterschap.

Vervoer in de negentiende eeuw

In de negentiende eeuw veranderde het vervoer. Betere wegen en spoorwegen gingen langzamerhand zorgen voor vervoer over weg en spoor. In 1843 werd het trekpad langs het Boterdiep veranderd in een trekweg.

Toch bleef het nog lange tijd druk op het water, want stoomboten namen de taak van talloze trekschuiten over en rond 1870 werd er stoombootverbinding gerealiseerd tussen Onderdendam en Zoutkamp.

Op het terrein van het vervoer kreeg Onderdendam nog een landelijke primeur. De eerste autobusdienst in Nederland werd opgericht in Onderdendam door een aantal vooraanstaande ingezetenen uit de directe omgeving. Deze bus zorgde voor de verbinding Usquert - Onderdendam - Groningen.

Lange tijd heeft deze busdienst niet bestaan. De exploitatie was erg kostbaar en kort nadien kwam de veel goedkopere de T-Ford op de markt.

Onderdendam in de twintigste eeuw

In de twintigste eeuw verdween de oude glorie van het centrum Onderdendam. Tussen 1900 en 1940 verloor het dorp het kantongerecht, het postkantoor, het belastingkantoor en de notaris. Daarnaast ging het wegverkeer het definitief winnen van het verkeer over water.

In 1950 telde Onderdendam nog 36 detailhandels- en ambachtsbedrijven. In 1989 waren dat nog acht bedrijven waarvan één detailhandel. Vernieuwingen waren het dorpshuis en een bibliotheek. In 1970 werd besloten tot de aanleg van een dorpsbos en van een jachthaven.

Zo veranderde het eeuwenoude bestuurscentrum Onderdendam in een rustig dorp in het Groninger kleigebied.