Zoek op de website

Casus Haren

Kerkdorp Haren en de Nicolaaskerk

De naam Haren duidt waarschijnlijk op hoogten en deze naam verwijst daarmee naar de ligging van Haren op de Hondsrug.

Opgravingen in de oude kern van het dorp hebben duidelijk gemaakt dat er in Haren ongeveer 4500 jaar geleden reeds sprake van bewoning was.

Deze bewoning was geconcentreerd rond de oude dorpskerk en langs de rijksstraatweg.

Sporen van de oudste bewoning

Archeologisch onderzoek in 1996 wees uit dat hier op de keileem van de Hondsrug een cultuurlaag ligt van ongeveer tachtig centimeter, die bestaat uit zand, vermengd met mest en allerlei afval. Aan de noordzijde van de kerk werd een brede en diepe sloot aangetroffen, die (vermoedelijk in de vijftiende eeuw) met puin gevuld was. Verder werden er sporen van boerenhuizen gevonden uit de periode 800 tot circa 1350.

De twee grote zwerfstenen op de hoek van de Kerkstraat zullen waarschijnlijk deel hebben uitgemaakt van een heidense cultusplaats. Later, is deze plek gebruikt als gerichtsplaats: de plek waar de rechters – voor de periode van één jaar - werden ingezworen en waar recht werd gesproken.

De Nicolaaskerk

De oudste oorkonde waarin de kerk van Haren wordt genoemd dateert uit 1360. Hierin lezen we dat de kerk van Haren was gewijd aan de Sint Nicolaas. De heilige Nicolaas leefde in de vierde eeuw en was geboren in een stad in Klein-Azië, aan de Middelandse zee.

Hij werd bisschop van het nabijgelegen Myra en verrichtte tijdens zijn leven allerlei wonderen, waarbij hij de levens redde van zeevarenden, kooplieden, jonge meisjes en kinderen. Nicolaas was de heilige van zeevarenden en kooplieden en vooral kerken dichtbij zee hebben Sint Nicolaas als patroonheilige. Waarschijnlijk omdat de middeleeuwer Sint Nicolaas ook zag als de beschermer tegen overstromingsrampen.

Waarom Haren een Nicolaaskerk heeft weten we niet. Misschien Nicolaans als patroonheilige overgenomen van de Aa-kerk in Groningen, nadat deze als Lieve Vrouwe ter Aa was gedoopt. Een andere mogelijkheid is de ligging van Haren aan de belangrijkste handelsroute tussen de stad Groningen en de zuidelijker gelegen streken.

Ons Sint Nicolaasfeest is in de plaats gekomen van een risicodag in de Germaanse cultuur. Op die dag moesten de mensen zich goed gedragen, wilden ze niet door een plotselinge dood worden getroffen.

Andere heilige plaatsen

Naast de Nicolaaskerk in Haren lag er in Essen het nonnenklooster ‘Yesse’. Dit klooster maakte deel uit van de cisterciënser orde en werd in 1215 voor het eerst vermeld. Het klooster zou tot bloei zijn gekomen door een bijzondere gebeurtenis. Een legende uit 1222 vertelt ons dat het kind Jezus op een nacht op de arm van het Mariabeeld zat en zijn moeder de kroon van het hoofd had genomen en op zijn eigen hoofd had gezet.

Na deze gebeurtenis kwamen tal van pelgrims naar dit klooster en kwam het daardoor tot grote bloei. Dit klooster lag binnen de parochie van Haren en het verhaal wil dat de abdis van Essen met haar gevolg de mis in de kerk van Haren bijwoonde vanuit de torenkapel.

De ´Hilghe Stede´ trok ook pelgrims aan. In de 15e eeuw had een dief, die heilige zaken uit het klooster Aduard had gestolen, zijn spullen uit vrees voor ontdekking, daar begraven. De spullen werden ontdekt en opnieuw gewijd in de Martinikerk, in Groningen. Maar op de plek waar het roofgoed had gelegen, gebeurden wonderen die pelgrims aantrokken.

De oude kerk - het schip

Het oudste deel van de kerk is het schip dat aan het einde van de 12e eeuw werd gebouwd. Het koor is smaller en lager dan het schip en moet tussen 1200 en 1225 aan het schip zijn toegevoegd. De kerk is gebouwd in romano-gotische stijl, een overgangsvorm tussen romaans en gotisch.

De noord- en zuidwand van het schip zijn verdeeld in vijf spaarvelden, versierd met smalle steunberen, die door flauwe spitsbogen van elkaar gescheiden zijn. Het schip heeft geen gewelven maar een zoldering die blauw geschilderd is en op ruw gehakte balken rust.

De kleine rondbogige vensters, boven in de muren zijn nog de originele, maar de grote vensters zijn in de 19e eeuw ingehakt. De kerk had vroeger een noord- en een zuidingang. De noorderingang was voor de vrouwen en de zuideringang voor de mannnen. De muren van het schip, met name de zuidmuur toont tal van sporen van herstel. Herstel na verval maar ook tengevolge van oorlogshandelingen.

Onder de dakgoten treffen we muurankers aan die de zware balken vasthouden waarop de zoldering rust en het muurwerk wordt vlak onder de dakrand bekroond met kraagsteentjes. Genummerde kavelstenen onderin het muurwerk geven de plaatsen aan van de dodenakkers op het kerkhof.

De oude kerk - het koor

Het koor is iets smaller dan het schip en bestaat uit twee gedeelten. Deze delen worden overkoepeld door meloenvormige gewelven. Per ruimte onder het gewelf is er één rondbogig venster in het muurwerk aangebracht. Deze vensters zijn in de noordwand nog origineel. Onder de vensters bevinden zich dichtgemetselde poortjes, die doen vermoeden dat er tegen de kerk ooit bijgebouwen hebben gestaan.

In de zuidmuur treffen we vlak bij de grond een hagioscoop aan, een klein venster dat ooit licht en zicht gaf op het altaar. De top van de oostgevel is versierd met nissen met omgaande kraalstenen en vlechtwerkvullingen. Een deel daarvan is te zien op de zolder van de consistoriekamer. Op het koor liggen zerken van vooraanstaande Harense families zoals Rummerinck en Warmolts.

De oude kerk - de toren

De toren van Haren is 46 meter hoog. De toren heeft een bewogen ‘leven’ achter de rug. In 1465 werd deze toren door brand verwoest en in 1501 opnieuw, toen Saksische troepen kerk en toren in brand staken om hun vijanden uit te roken. In 1505 was er opnieuw sprake van brand in de toren.

We zagen al dat de toren een kapel had die gebruikt werd door de abdis van Essen om de mis bij te wonen. Deze torenkapel bestaat nog steeds. Op de orgelgalerij geeft een deur toegang tot een smalle trap naar de gemetselde torenkapel. Zo’n torenkapel is er ook nog in de kerken van Marsum, Winsum en Doezum.

Aan de voet van de toren, links van de ingang bevindt zich nog een stel ijzeren kettingen. Vermoedelijk bedoeld om mensen aan de kaak te stellen in de tijd voor de Franse overheersing. In 1977 kreeg de toren een nieuw uurwerk vervaardigd door de firma Eysbouts te Asten in Brabant.. De oude klok uit 1698 werd tijdens de Duitse bezetting afgevoerd, keerde wel terug maar was dermate beschadigd dat er een nieuwe klok gegoten moest worden. Daarom liet men in 1947 een kopie van de oude klok gieten.

De oude kerk - het kerkinterieur

De preekstoel vormt een pronkstuk onder het meubilair in de kerk. De rijk versierde kansel dateert uit 1725 is aan de onderzijde is versierd met zes gevleugelde vrouwenfiguren en de kuip van de kansel heeft vijf panelen met houtsnijwerk . Op vier daarvan zijn de evangelisten afgebeeld met hun symbolen: Marcus met de leeuw, Mattheus met de engel, Lucas met het rund en Johannes met de adelaar.

Op het middenpaneel is een vanitas voorstelling te zien, een voorstelling die de vergankelijkheid van het leven symboliseert. In het snijwerk van de vanitasvoorstelling is boven een schedel een zandloper geplaatst met aan de ene kant een adelaarsvleugel en aan de andere zijde een vleermuisvleugel. Deze symboliseren licht enerzijds en duisternis en verderf anderzijds.

Dit snijwerk is naar alle waarschijnlijkheid gemaakt door de beeldhouwer Casper Struiwig (1698-1747). Naast de kansel bevindt zich een gebrandschilderd raam met dezelfde vanitasvoorstelling als aan de voorzijde van de preekstoel. Dit venster werd vervaardigd door de firma H.J. Hoving in Groningen in 1939. Op de kansel staat een zandloper om te voorkomen dat de dominee langer dan een uur preekte.

De oude kerk - de banken

De kerk heeft nog een enkele bijzonder banken en het orgel is grotendeels van de hand van de bekende orgelbouwer Antonie Hins.

Kerkrestauraties

Op de gedenksteen in de torenkapel kunnen we lezen dat de toren in 1714 gerestaureerd is. Deze gedenksteen zat ooit boven de toreningang ingemetseld. In 1884 vond een ingrijpende restauratie van de kerk plaats die later door de rijksbouwmeester C.H. Peters ernstig werd betreurd. Naar zijn opvatting was het kerkgebouw met te weinig respect voor het verleden was aangepakt.

Toen hij de leiding kreeg van de torenrestauratie in 1914 wist hij, op basis van bouwsporen, de toren tot zijn middeleeuwse vorm terug te brengen. Voordien had deze toren waarschijnlijk al eeuwen een zadeldak. .

Andere kerken in Haren

De huidige rooms-katholieke kerk wordt ook de Sint Nicolaaskerk genoemd. Dit hoeft ons niet te verbazen, want sinds de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw is men pas weer begonnen de oude dorpskerken aan te duiden met hun patroonheilige. Voor zover deze patroonheiligen te achterhalen vallen.

Toen de katholieke parochie van Haren werd gesticht was het nog niet gebruikelijk om de oude als Nicolaaskerk aan te duiden.
Vanuit de Nederlands Hervormde kerk ontstond in 1836 de Gereformeerde kerk en een afsplitsing van de Gereformeerde kerk is de Gereformeerde kerk vrijgemaakt.

De Gereformeerde kerk en de Nederlands hervormde kerk vallen sinds 2006 samen binnen de Protestantse kerk in Nederland (PKN). Verder komen de vrijzinnig hervormden samen in het ‘Witte Kerkje’ en ook de Doopsgezinden hebben een gemeente in Haren. Daarnaast heeft Haren ook nog een Christelijk Gereformeerde en een Nederlands Gereformeerde kerk.

Literatuur

  • H.M. Luning, Haren in de 80-jarige oorlog, van katholiek tot protestant (Haren, 1988)
  • H.W.W. van Loenen, Van Nicolaas tot Nederlands-Hervormd: acht eeuwen Harener dorpskerk (Haren 1996)
  • zie voor verdere literatuur en bronnen over kerken, kloosters en kerkelijk leven ook bij: dl. 3 - Haren in stukken - overzicht