Zoek op de website

Casus Winsum

Casus Winsum: Joods leven in Winsum, ca. 1774-1942

De eerste joden vestigden zich in 1774 in Winsum maar het aantal joden groeide daarna traag. Voor joodse erediensten is het nodig, dat er tien volwassen mannen zijn, Dat was in ieder geval zo vanaf 1830; mogelijk ook al in 1810. De meeste joden waren handelaars en slagers omdat joden lange tijd eigenlijk geen andere beroepen mochten uitoefenen dan in de handel. Omdat er maar weinig joden in Winsum en omgeving woonden, hadden ze veel omgang met niet-joden, zowel op school als in het verenigingsleven. Sommige joden integreerden volledig en lieten hun geloof en tradities varen; anderen zetten deze juist voort.

Joden in Winsum

Tot 1796 vormden joden in de toenmalige Nederlandse Republiek een groep zonder rechten. De calvinistische kerk was de heersende en werd van overheidswege erkend en gesteund. Dit betekende dat de gelovigen binnen de andere religies van tal van rechten waren uitgesloten. De kleine groep joden mocht geen grond bezitten, niet lid zijn van een gilde en kwam niet in aanmerking voor een overheidstaak. Om zich in hun levensonderhoud te kunnen voorzien waren de joden in de provincie Groningen vaak (vee)handelaar en slager. De joodse slager leverden goed vlees omdat ze op grond van hun geloof kosher moesten slachten. Zo hadden de eerste joodse inwoners van Winsum ook een slagersbedrijf. Dit waren Izaäk Marcus van Berg en Leentje Benjamins van Zanten, die zich in 1774 in Winsum vestigden en er vier kinderen kregen.

De joden kregen in 1796 dezelfde rechten als de andere Nederlandse burgers onder invloed van de Franse revolutie. Dit leidde echter niet meteen tot ingrijpende veranderingen. De meeste joden bleven actief als slager en als handelaar maar er gingen zich wel meer joden in de provincie Groningen vestigen. Joden konden in Winsum geen gesloten gemeenschap vormen, zoals bijvoorbeeld in Amsterdam. Daarvoor was hun gemeenschap te klein want in 1809 telde Winsum nog maar elf joodse inwoners, waaronder zeven volwassen joodse mannen. Rond 1810 moeten al joodse erediensten in Winsum hebben plaatsgevonden, dankzij de aanwezigheid van joodse mannen uit dorpen in de omgeving.

Door hun geringe aantal hadden de joden in Winsum relatief veel contact met niet-joodse inwoners. Joodse kinderen mochten vanaf 1806 naar de openbare school en hun ouders konden lid worden van algemene verenigingen en organisaties. Dit bevorderde hun integratie. De joden probeerden echter wel hun eigen identiteit te bewaren, bijvoorbeeld door niet te werken op de Sabbath en door de joodse feestdagen te vieren. Hoewel de joden veel contacten hadden buiten hun eigen groep bleef de Nederlander de joden zien als een apart deel van de bevolking.

De Synagoge

Rond 1880 kregen de joden het recht grond kopen voor begraafplaatsen en synagoges. De eerste begraafplaats in Winsum werd in 1867 aangelegd aan de voormalige Munsterweg van Winsum naar Onderdendam. De synagoge van Winsum werd in 1879 gebouwd aan de Schoolstraat, nu nummer 24. Vanaf 1830 tot aan de bouw van de synagoge hadden de joodse inwoners van Winsum gebruik gemaakt van een huissynagoge aan de Westerstraat.

Tot 1935 kwamen de joden uit verschillende omliggende dorpen in de nieuwe synagoge bij elkaar. In de jaren dertig echter daalde het aantal volwassen joodse mannen zó ver dat er niet voldoende volwassen mannen waren om in Winsum nog diensten te kunnen houden. Veel joden waren vanaf de opkomst van de industrie naar de grote steden vertrokken omdat er voor hen steeds minder werk was op het platteland. Daarom werd het gebouw in 1935 beschikbaar gesteld voor vakbonds- en buurtactiviteiten. Vijf jaar later, in 1940, werd de synagoge verkocht en in 1948, werd de joodse gemeente Winsum opgeheven. In de oorlog had Winsum namelijk al zijn joodse inwoners verloren.

Het gebouw van de voormalige synagoge van Winsum bestaat nog steeds, al wordt deze niet meer als zodanig gebruikt. Sinds 1935 draagt het kleine bakstenen gebouw de naam ‘N.A. de Vriesgebouw’. Nathan Albert (‘Nardus’) de Vries (1878-1924) was van joodse afkomst maar nam als volwassene afstand van de joodse religie en gebruiken. Na de HBS werkte hij in de wolhandel en de vellenbloterij van zijn familie. Later was hij politicus namens de SDAP. Zijn vader, Hartog de Vries (1836-1908), was een van de initiatiefnemers voor de bouw van de synagoge en jarenlang bestuursvoorzitter van de joodse gemeente in Winsum.

Behalve de naam en een in 1993 geplaatst monument voor de dertien in Auschwitz omgebrachte joodse inwoners van Winsum herinnert niets meer aan het joodse verleden van dit gebouw. Sinds de jaren 1990 probeert de werkgroep ‘Een joodse erfenis in Winsum’ de synagoge te herstellen. Hiermee wil de groep de herinnering aan het voormalige joods leven in Winsum terugbrengen en levend houden.

Familie De Vries

In Winsum woonden twee verschillende joodse families De Vries. In het boek: De joodse gemeenschappen in Noord-west Groningen (Groningen, 2000) staan overzichten van alle joden in dit gebied, zoveel mogelijk ingedeeld in families.
Nardus de Vries, naar wie het synagoge-gebouw nu is genoemd, behoorde tot de familie De Vries II. Levi Lazarus de Vries, wiens spoor gevolgd wordt in de uitgave Winsumer dorpen op de kaart (verschenen ter gelegenheid van de Open Monumentendag 2009 in Winsum) was de stamvader van de familie De Vries I.

De Vries I

Deze familie heeft dus als stamvader Levi Lazarus die in 1800 wordt genoemd als slager in Garnwerd. Hij was getrouwd met kaatje Samuels Leek en kwam vanuit Drenthe naar Ezinge/Garnwerd. Later vestigde dit echtpaar zich in Sauwerd en kwam rond 1808 naar Winsum. Er worden dan nog vier kinderen geboren, zodat het gezin ten slotte uit negen personen bestaat.
Vanaf 1828 is er een huissynagoge in de Westerstraat, nu huisnr. 21. Levi Lazarus de Vries staat dan te boeke als slager/kerkbeheerder. Hij sterft in 1837, zijn vrouw tien jaar later. In 1848 krijgt hun zoon Samuel een zoon: Abraham de Vries. Deze Abraham de Vries, die leefde tot 1933, was slager van beroep en werd de laatste rabbijn van Winsum. Na zijn dood stopten de erediensten in Winsum.

De Vries II

Nardus behoorde tot een familie De Vries uit Winsum waarvan de stamvader Izaäk Nathans (1764-1848) uit Duitsland kwam en de stammoeder Froontje van der Kamp uit Nieuwolda. Eén van hun zes kinderen was de opa van Nardus. Hun oudste zoon, Comprecht (1799-1867), had twee zoons die beide slager waren. Jacob (1843-1934), één van zijn zoons, was naast slager ook veehandelaar en uitvinder van de ‘De Oprechte Winsumer Zalf’ (OPWINZA). Deze zalf zou verschillende kwalen, waaronder steenpuisten, gezwellen en brandwonden, kunnen genezen. Jacob trouwde in 1885 met Sophia van der Klei (1858-1943) uit Appingedam. De familie De Vries-van der Klei woonde eerst aan de Schoolstraat, op de hoek van de Oosterstraat, en vanaf 1928 aan de Tuinbouwstraat.
 

Michiel de Vries (1888-1942) was één van de vier kinderen van Jacob en Sophia. Hij was in eerste instantie slager, net als zijn vader, maar begon in 1929 een winkel in manufacturen (doeken, lapjes, schorten, enz.) aan de Oosterstraat. Michiel trouwde in 1925 met Agatha van Zuiden. Ze kregen twee zoons, Israël (geboren 1926) en Sophius (geboren 1927).

Toen de oorlog uitbrak veranderde er in eerste instantie weinig voor de familie. In 1941 liet Michiel zichzelf en zijn gezin als joden registreren op het gemeentehuis. Hij schijnt hierbij flink te hebben geprotesteerd. Ruim een jaar later, in juni 1942, moest de familie De Vries-Van Zuiden haar twee fietsen inleveren. Daarna ging het snel. Begin november werd de familie op transport gesteld naar Westerbork en aan het eind van de maand werden ze doorgestuurd naar Auschwitz. Michiel, Agatha en Sophius werden meteen na aankomst omgebracht. Israël werd waarschijnlijk eerst nog aan het werk gezet. Hij overleed eind februari 1943. Zijn oma, Sophia van der Klei, kwam midden februari aan in Auschwitz en verdween direct in de gaskamer.

Aantal joodse inwoners van Winsum 1774-1945

Jaartal en aantal joodse inwoners
1774 - 2
1808 - 11
1815 - 24
1879 - 55
1930 - 17
1941 - 16
1945 - 0

 (Alle 16 joodse inwoners van Winsum – in 1941- werden in 1942 en 1943 omgebracht in Auschwitz)
 

Archiefstukken gemeente Winsum

Bouwvergunningen Winsum

  • Schoolstraat 24: bouwvergunning ‘N.A. de Vries-gebouw’ 1964 (voormalige synagoge). Met bouwtekening.
  • Tuinbouwstraat 15: bouw van woning met schuur 1925 van Jakob de Vries, 1843-1933, slager. Met tekening, doorsneden en plattegrond
  • Tuinbouwstraat 15: bouw bergplaats 1931 van Jakob de Vries 1843-1933, slager. Met tekening schuurtje en tekening verbouwing
  • Oosterstraat 20: bouw winkelbehuizing 1929 van Michiel de Vries 1888-1942 (zoon van Jakob), winkelier. Betreft winkel in manufacturen en aanverwante artikelen. Met tekeningen en plattegrond

Overig materiaal

  • Kwitanties van 4 gulden legeskosten wegens uitreiking van bewijs van inschrijving als persoon van joodse bloede, totaal 9 personen, waaronder die voor Michiel de Vries van 21 februari 1941.
  • Lijst met joodse inwoners van Winsum in 1941 (16) en 1942 (13).
  • Lijst met door joodse inwoners ingeleverde fietsen (totaal: 10), waaronder twee herenfietsen ingeleverd door M. (Michiel, winkelier) de Vries op 24 juni 1942 om 11.00 uur.
  • Brief van de instantie belast met liquidatie van de onderneming (winkel in manufacturen) van Michiel de Vries aan de gemeente Winsum, dat de gemeente de onderneming nog 2,10 gulden is verschuldigd (in het Duits), 7 september 1943
  • Briefje van burgemeester (reactie op voorgaande) dat hij niets weet van een schuld, 9 september 1943
  • Lijst met joodse inwoners en de nummers van hun overlijdensakten in 1949 en 1950, waaronder: Michiel de Vries: aktenr. 14 (1950), Agatha van Zuiden (echtgenote van Michiel de Vries): aktenr. 15 (1950), Israel de Vries (zoon van Michiel en Agatha): aktenr. 16 (1950) en Sophius de Vries (zoon van Michiel en Agatha): aktenr. 17 (1950)
  • Originele kartonnen kaart ‘Voor joden verboden’ (moesten bij winkels en openbare gebouwen worden opgehangen vanaf 1941)

Persoonsgegevens

De boeken over joodse gemeenschappen bevatten familieoverzichten. De akten van geboorten, huwelijken en overlijdens, waarop deze overzichten zijn gebaseerd, bevinden zich bij de gemeente en bij de Groninger Archieven; deze zijn te vinden via www.allegroningers.nl.
Bij de gemeente berusten de bevolkingsregisters, waarin de gezinssamenstelling is vermeld, zoals het gezin van Abraham de Vries in de bevolkingsregistratie 1880-1890. De gemeente bewaart ook de negentiende-eeuwse lijsten van hoofdelijke omslag. De vermeldingen van joodse inwoners zijn opgenomen in het boek over de joodse gemeenschappen in Noord-west Groningen, pag. 59-65.
Bij de Groninger Archieven berusten de memoris van successie, zoals die van Levi Lazarus de Vries. Deze memories werden gemaakt voor de successiebelasting en geven een beeld van de welstand op het moment van overlijden.

Literatuur ( in ieder geval aanwezig bij de Groninger Archieven)

  • C.A. van der Berg, De joodse gemeenschappen in Noord-west Groningen (Groningen, 2000). Dit boek betreft de gemeenschappen rond Winsum, Eenrum, Leens, Ulrum en Warffum. Het boek bevat een uitgebreide historische inleiding, bevolkingsoverzichten, geordend naar dorp en familie/gezin en een inventarisatie van de joodse begraafplaatsen in dit gebied, met foto's van grafzerken en vertaling van de opschriften
  • G.J. van Klinken en J.H. de Vey mestdagh, De joodse gemeenschap in het Groninger Westerkwartier, Peize en Roden (Groningen, 1987). Dit boek betreft ook de gemeenschap in Ezinge. Het boek kent een vergelijkbare opzet als het boek over de gemeenschappen in Noord-west Groningen.
  • H. van der Burg en J. Regtien, Het album van Nardus de Vries en Agnes Bruins (Bedum, 2004)
  • H. Hamburger en J.C. Regtien, Een joodse erfenis in Winsum (Bedum, 1993). Met hoofdstukken over families (Garson, Van Berg, De Vries); beroepen (handel in vee en vlees); synagoge/geloof en vervolging tijdens WO II.
  • H. Hamburger en J.C. Regtien, Sporen van een joods verleden in Noordwest Groningen (Bedum, 1995). Betreft: Bedum, Eenrum, Leens, Ulrum, Usquert, Warffum, Westernieland, Winsum.
  • J.C. Regtien, 'Joods leven in Winsum in de 18e eeuw'. In: Infobulletin Winshem, december 2000, vijfde jaargang, nr. 3 (p. 27-29).
  • J.C. Regtien, ‘Joodse families in Winsum in het begin van de 19e eeuw'. In: Infobulletin Winshem, februari 2001, zesde jaargang, nr. 1 (14-15).
  • J.C. Regtien, 'De joodse bevolking van Winsum van 1774 tot 1943'. In: J. Tersteeg (eindred.), Winsum 1057-2007 (Winsum, 2007), p. 305-327.
  • J.C. Regtien, ‘Joodse families in Winsum in de 19e eeuw. Tijdens koning Willem I’, In: Infobulletin Winshem, november 2001, zesde jaargang, nr. 3 (p. 8-11).
     

Afbeeldingen

De genoemde literatuur bevat tal van afbeeldingen, waaronder ook foto's van personen.

Websites

Educatief project

Jeuden in Grunn. Via www.kunststationcultuur.nl > producten > primair onderwijs > eigen projecten

1.

H. Hamburger en J.C. Regtien, Een joodse erfenis in Winsum (1993), p. 27.