Zoek op de website

Casus Zuidhorn

Het Van Starkenborghkanaal

Het Van Starkenborghkanaal is één van de drukst bevaren kanalen van Nederland.

Dat komt omdat dit kanaal een schakel vormt in de grote vaarverbinding tussen het noorden en het westen van het land.

Ook veel Duitse schippers maken graag van deze vaarverbinding gebruik omdat er weinig sluizen zijn en de schepen dus amper door wachttijden worden gehinderd. Dit belangrijke kanaal heeft een lange voorgeschiedenis.

Caspar de Roblesdiep

Omstreeks 1575 zag de Spaanse bevelhebber Caspar de Robles de noodzaak van een goede vaarverbinding ‘door het land’ omdat de watergeuzen de schepen van de Spaanse koning op zee voordurend overvielen. Tussen de stad Groningen en Friesland liet hij toen een vaarweg aanleggen, waarbij hij gebruik maakte van bestaande waterwegen.

Dit nieuwe diep liep via Enumatil en boog bij Briltil af in westelijke richting, langs de noordkant van Niekerk, Oldekerk, Grootegast en Doezum naar de grens met Friesland. Dit diep kreeg de naam ‘Caspar de Roblesdiep’ en het bleef in gebruik tot ongeveer 1660.

Het Hoendiep

Rond 1640 ontstond de zogenaamde trekvaart, die een grote verbetering vormden voor het vervoer over water. Langs een kanaal werd een weg aangelegd, de zogenaamde ‘jaagpad’ of de ‘trekweg’, waarover het paard of de paarden liepen om de schepen te trekken. Nu hoefden de schippers niet meer te wachten op een gunstige wind en kon bij het personenvervoer vrij redelijk op tijd gevaren worden. Er ontstond een heel netwerk van trekvaarten.

In 1660 kwam de trekvaart tussen Groningen en Stroobos gereed, die de naam Hoendiep kreeg. Het Hoendiep liep toen via Hoogkerk, Enumatil, Briltil en vanaf Noordhorner tolhek in westelijke richting rechtstreeks naar Friesland. Omdat de meeste dorpen graag wilden aansluiten op de trekvaart, die immers deel uitmaakte van het nationale verkeer, groeven ze een verbinding met dat kanaal. Zo kregen Zuid- en Noordhorn via de zogenaamde schipsloten hun aansluiting op de trekvaart en het dorp Grijpskerk via het Poeldiep.

De stoomboot op het Hoendiep

De negentiende eeuw werd het tijdperk van de stoommachines. De eerste stoomtrein reed in 1839 tussen Amsterdam en Haarlem en in 1840 kwamen er al voorstellen om stoomschepen op het Hoendiep te laten varen. De provinciale overheid en de stad Groningen namen deze plannen serieus maar ze beseften wel dat er ingrijpende aanpassingen aan het Hoendiep nodig waren om het varen van stoomschepen mogelijk te maken.

Bovendien waren ze bang dat deze snelle schepen de trekschippers en alle andere mensen, die in de scheepvaart hun brood verdienden, zonder werk zouden komen te zitten. Uiteindelijk werd wel duidelijk dat de ontwikkelingen niet tegen te houden waren en daarom kreeg Y. van der Meulen uit Leeuwarden alsnog in 1857 toestemming om met zijn stoomboot een beurtvaart te onderhouden tussen de stad Groningen en de Friese grens. Snel daarna nam de vaart van stoomboten op het Hoendiep een grote vlucht.

De vaarwegen in de negentiende en in de twintigste eeuw

De ontwikkelingen bleven daarna verbazend snel gaan en stelden de overheid voor enorme problemen. De vaart op het Hoendiep nam, na de afsluiting van het Reitdiep in 1877, geweldig toe. Zo passeerden in 1877 bijna 17000 schepen de Westerhavensluis in de stad Groningen, die aan het begin van het Hoendiep lag. Deze groei van de vaart op het Hoendiep was ook te danken aan de grote verbetering van dit kanaal in de jaren 1862 – 1879.

Het Hoendiep maakte deel uit van de vaarweg van Groningen naar Lemmer, die een totale lengte van 102 kilometer had, waarvan er 27 kilometer in de provincie Groningen lag. Aan dit kanaal vestigenden zich belangrijke industrieën, zoals de suikerfabrieken te Hoogkerk en Groningen en de strokartonfabriek in Hoogkerk.

De grootste onderneming in de stoomvaart in die tijd was ‘De Groninger Stoomboot Maatschappij’ van de gebr. Nieveen, opgericht in 1870. Deze maatschappij onderhield een vaart op Lemmer en maakte ook gebruik van het Hoendiep. Voor dergelijke stoomschepen bleek de sluis bij Gaarkeuken al spoedig te krap en de vaart van de moderne schepen werd in de stad ernstig belemmerd op de grens van de Westerhaven bij de ingang van het Hoendiep.

Daarom werd in de jaren 1880 – 1890 de Westerhavensluis in Groningen verbeterd en kreeg Gaarkeuken nieuwe sluizen. Hoewel de schepen rond 1900 gemiddeld 52 tot 140 ton maten, verwachtte men in die dagen dat het tonnage spoedig zou oplopen tot 600 á 700 ton.

Daarom kwam er in 1901 opnieuw een plan tot verbetering van de vaarweg naar Friesland, maar vanwege enorme kosten werden de voorstellen voorlopig op de lange baan geschoven. Ondertussen ging men wel door met het verbreden en verdiepen van de vaarweg tussen Gaarkeuken en Stroobos. Daarmee waren de problemen natuurlijk niet opgelost: de scheepvaart bleef toenemen en de schepen werden steeds groter. Daardoor ontmoette de scheepvaart moeilijkheden bij de smalle doorgangen van bruggen en sluizen.

Er ging een studiecommissie van de provincies Groningen en Friesland aan de slag om plannen te maken voor een goede vaarweg naar Lemmer. Zij kwamen toen met het voorstel een kanaal aan te leggen met een bodembreedte van 20 meter en een diepte van 2,5 meter. Dat zou het kanaal toegankelijk makten voor schepen van ongeveer 700 ton. Het Groninger deel moest over het geheel worden verbreed en verdiept en de sluis bij Gaarkeuken diende te worden verruimd.

Bovendien moesten er afsnijdingen komen bij Enumatil, aan de zuidkant van de sluis bij Gaarkeuken en aan de noordkant bij Stroobos. Het provinciebestuur zond dit rapport direct door naar de bekende minister van waterstaat ir. Cornelis Lely, waarop deze minster verklaarde in principe met dit voorstel akkoord te gaan.

Hij stelde tevens voor om bij de werkzaamheden zo veel mogelijk al rekening te houden met een toekomstig gebruik van de vaarweg door schepen met een grootte tot maximaal 2000 ton. De provincie ging akkoord maar zag problemen bij Hoogkerk en Gaarkeuken. Om dit laatste probleem op te lossen werd besloten een nieuwe sluis bij Gaarkeuken te bouwen.

Het Van Starkenborghkanaal

Ontwikkelingen in de stad zouden de plannen uiteindelijk een sterke wending geven. De gemeente Groningen had besloten om de stad uit te breiden ten oosten van het kanaal Damsterdiep-Boterdiep. Aan de oostzijde van deze stadsuitbreiding moest dan een nieuw kanaal komen als verbinding tussen Boterdiep en Damsterdiep. Zo ontstonden hier in 1919-1920 het Gorechtkanaal en het Oosterhamrikanaal. Dit laatste kanaal was specifiek aangelegd voor de aanvoer van kolen naar de gasfabriek.

Provincie en gemeente besloten toen via deze kanalen een vaarweg rond de stad aan te leggen, waarmee het probleem van de doorvaart door de stad zou zijn opgelost. Tussen Noordhorner Tolhek en de stad Groningen diende dan een nieuw kanaal op het Boterdiep aan te sluiten. Maar in 1927 wijzigde men deze plannen weer en werd besloten om het kanaalvak vanaf Noordhorner Tolhek rond de stad te laten lopen en direct te laten aan sluiten op het Eemskanaal via de Oostersluis. Met de aanleg van dit kanaal werd in 1929 begonnen.

Het graven van dit kanaal werd voor het grootste gedeelte uitgevoerd als een project voor werkverschaffing en het werk werd gedaan met kruiwagen, kipkar en schop. Het oude Hoendiep tussen Noordhorner Tolhek en Stroobos werd verbreed. Het nieuwe kanaal kreeg een breedte van 20 tot 36 meter en een diepte van ongeveer 3 meter en was hiermee geschikt voor schepen tot 700 ton. Op 5 november 1938 kon het Groninger deel van de vaarweg naar Lemmer door Koningin Wilhelmina worden geopend.

Het kreeg de naam Van Starkenborghkanaal naar de in 1936 overleden Commissaris van deKoinging van de provincie Groningen, die zich in zijn functie sterk had ingezet voor een betere vaarverbinding tussen de stad en de Zuiderzee. Het oude Hoendiep van Noordhorner Tolhek tot Stroobos kreeg toen ook de naam Van Starkenborghkanaal.

De sluizen te Gaarkeuken

In de periode 1962 – 1968 ging men in Friesland over tot een algehele kanaalverruiming, die het Van Starkenborghkanaal geschikt zou maken voor schepen van 1350 ton. De diepte werd vergroot tot 3.50 meter en de bodembreedte werd 24 meter, met de mogelijkheid deze uit te breiden tot 32 meter, zodat het kanaal later bevaarbaar kon worden gemaakt voor schepen tot 2000 ton.

Het Van Starkenborghkanaal werd zo in de periode 1963 – 1969 uitgediept en verbreed. De bouw van een nieuwe sluis bij Gaarkeuken begon in 1975. Deze sluis kreeg een schutlengte van 190 meter en een wijdte van 16 meter.
Omdat de grootte van de schepen nog steeds toeneemt, zullen aanpassingen van deze vaarweg voortdurend nodig blijven.

Literatuur (aanwezig bij de Groninger Archieven)

• W.J. Formsma, Grijpskerk. De geschiedenis van een Groninger gemeente (1986)
• W.J Formsma e.a., Geschiedenis van Zuidhorn (1985) p. 39-44 en 86-87.
• W. Friso, ‘Het Van Starkenborghkanaal als monument van industrieel erfgoed’. In: Middagherland(1996) p. 11-15
• J. F. Oldenhuis, ‘Over water, weg en spoor’, afl. 13 van Ach lieve tijd. 2500 jaar Ommelanden (2007)
• M. Schroor, Wotter (1995), p. 169-172 over Van Starkenborghkanaal
• M. Schroor, ‘Trekvaarten in Friesland en Groningen’. In Noorderbreedte, themanummer Noord-Nederland Waterland (1991) pa. 20-23

Materiaal bij de Groninger Archieven

• Stukken in archief van Provinciale Waterstaat, vooral over de uitvoering, met technische tekeningen. Duidelijk kaartje in inv.nr. 1784: plannen ter verbetering van de scheepvaartweg Groningen-Lemmer, 1923.
• In de Regeringsalmanak staan vaartijden van stoomboten en trekschepen, bij voorbeeld 1885, p. 67-70
• Foto’s met onderschrift in Noorden in Woord en Beeld van 11 nov. 1938, p. 4-5: opening van het kanaal door Koningin Wilhelmina.
• Diverse foto’s van het Hoendiep, het Kanaal, de sluizen en bruggen. Bij voorbeeld: Schepswerf Barkmeyer aan het kanaal bij Stroobos, splitsing Hoendiep-Van Starkenborghkanaal bij Stroobos, schepen in de sluis en brug over het Van Starkenborghkanaal bij Lutjegast

Materiaal bij de gemeente Zuidhorn

• Dossiers over uitvoering van werken (bruggen etc.), met vooral technische tekeningen
• Hinderwetvergunningen voor bedrijven langs het kanaal
• Kaart van gemeente Aduard met Van Starkenborghkanaal, 1961