Zoek op de website

11. Karel V en Filips II 1536-1594

Karel V Karel V

De Groninger stadsbestuurders en de Ommelander heren die in 1536 samen tot een accoord gekomen waren met de regering van Karel V waren erg tevreden met de voorwaarden die zij hadden weten te bedingen.

De grote vorst had beloofd hen tegen alle bedreigingen te zullen beschermen en hun vrijheid en gewoonten te zullen respecteren. In ruil daarvoor hoefden ze maar ƒ12.000 per jaar te betalen. De Groningers hadden het zekere voor het onzekere genomen en uitdrukkelijk laten vastleggen dat de stad ook de baas bleef in het Gorecht en het Oldambt.

Aanvankelijk kon iedereen opgelucht ademhalen. De oorlog was ten einde en er leek een periode van rust aan te zullen breken.

Karel V Karel V

 

Er was wel een geheel nieuwe situatie ontstaan: Stad en Lande waren niet echt onafhankelijk meer en vormden voor het eerst in hun bestaan een eenheid die onderdeel was van een echte, door een centrale regering bestuurde staat. Dat was een situatie waaraan men nog moest wennen.

Maar er was wel goede wil. De stadsbestuurders en Ommelander heren hebben een serieuze poging gedaan om de verbonden die de basis van hun samenwerking vormden om te werken tot een soort statuut voor het nieuwe gewest Stad en Lande.

Dat dit niet gelukt is komt omdat er inmiddels teveel conflictstof lag en omdat de invloed van de centrale regering in dit afgelegen gebied veel te zwak was om samenwerking af te kunnen dwingen.

In de Ommelanden werden de bepalingen van het Groninger stapelrecht in toenemende mate ervaren als een ongerechtvaardigde beknotting van de ontwikkelingskansen.

Vooral de grote Ommelander heren voelden zich tekort gedaan omdat de stadsbestuurders op grond van het Tractaat van 1536 in het gewestelijke bestuur de lakens uitdeelden.

De situatie werd verder nog vertroebeld door de spanningen die er op godsdienstig gebied in heel Europa waren uitgebroken.

Het wemelde van religieuze secten en individuele profeten die snel aanhang wonnen.

Toen uit de wanorde enkele serieuze stromingen naar voren kwamen werd het verzet tegen de oude kerk en haar gebruiken een van de krachtigste motoren voor de opstand tegen koning Philips II.

Voor de Ommelander heren —de partij die verandering wenste— was het een voor de hand liggende stap om tegen Groningen steun te zoeken bij de opstandige gewesten in het zuiden en westen van de Nederlanden.

Voor de stad Groningen —haar positie was door het staatshoofd gegarandeerd en daarom wilde ze van geen verandering weten— was het even vanzelfsprekend om de koning te blijven steunen.

Lees verder...