Zoek op de website

16. Patriotten en oranjeklanten 1750-1795

Mattheus van Heijningen Bosch [818-22489] Mattheus van Heijningen Bosch [818-22489]

Willem IV en zijn zoon Willem V konden de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken.

Daarvoor steunden ze zelf teveel op de aanzienlijke families die het altijd voor het zeggen hadden gehad.

De regentenheerschappij was misschien ontdaan van haar meest ergerlijke uitwassen, de openbare functies bleven voor gewone mensen ontoegankelijk.

Bovendien was het volstrekt onduidelijk hoe en waarom bestuurders tot hun beslissingen kwamen.

De top van de samenleving was en bleef een gesloten bolwerk.

Ondertussen was het ontwikkelingsniveau van de bevolking zowel in de stad als op het platteland flink gestegen en waren er ook buiten de oude families velen die zich als koopman of ondernemer hadden opgewerkt.

Deze mensen wilden meepraten, maar kregen geen kans.

In de tweede helft van de achttiende eeuw ging het Groningerland verhoudingsgewijs goed, vooral als gevolg van de stijgende opbrengsten van agrarische producten. Er groeide een zelfbewuste boerenstand die zich verwant voelde met vooruitstrevende burgers in de stad.

De progressieven in stad en land zetten zich af tegen de kaste van aristocratische klaplopers die het voor het zeggen hadden en die niet het heil van het vaderland als geheel, maar alleen hun particuliere belangen dienden.

Daarom noemden de critici zich patriot en discussieerden ze over volkssouvereiniteit, vrijheid van drukpers en de deugden van burgerschap. Om het volk in die deugden op te voeden richtten ze zogenaamde ‘exercitiegenootschappen’ op en ze verkondigden hun ideeën in allerlei nieuwe tijdschriften. Verlichte predikanten deden hieraan vanaf de kansel mee.

De positie van het Oranjehuis was in de jaren tachtig precies tegengesteld aan die van veertig jaar tevoren. Van helden van de vernieuwing waren de Oranjes verworden tot symbolen van de reactie. Overigens liep niet iedereen warm voor de patriotten die voor zoveel ongewone opwinding zorgden.

Dat de oude, bevoorrechte families er niets mee op hadden ligt voor de hand. Maar ook onder het gewone volk waren er velen die liever aan het oude en vertrouwde vasthielden. De prins van Oranje bleef hun held. In 1787 kwam het in Appingedam zelfs tot een treffen tussen patriotten en de oranjeklanten.

Van heinde en verre waren aanhangers van Oranje naar het stadje gestroomd om lucht te geven aan hun verontwaardiging over de brutaliteit van de Damster patriotten. Dezen wisten echter hun partijgenoten uit de omgeving te mobiliseren.

De patriotten kwamen als overwinnaars uit de bus. Hun victorie was echter van korte duur, want op dezelfde dag dat ze in Appingedam zegevierden trok een Pruisisch leger Nederland binnen om de patriotse beweging een halt toe te roepen.

Lees verder...