Zoek op de website

2. Verschillen

De klei-eilanden langs de waddenkust —de Ommelanden— werden bewoond door Friezen.

Zij spraken dezelfde taal als hun stamgenoten ten westen van de Lauwers en ten oosten van de Eems.

Op de Drentse zandgronden en in Westerwolde woonden mensen van Saksische herkomst. De Hondsrug —een stuwwal die in de ijstijd door het landijs was gevormd— strekt zich uit tot even ten noorden van de huidige Groningse binnenstad.
Daar verdwijnt deze rug onder de zeeklei.

Toen missionarissen hier het christendom preekten lag rondom deze meest noordelijke punt een zone die het best beschreven kan worden als een getijdenlandschap.
Men zou deze kunnen vergelijken met de Biesbosch zoals die was vóór de afsluiting van het Hollands Diep.

 

Deze zone maakte dat er niet veel contact was tussen de bewoners van het kustgebied en die van de zandgronden in het zuiden. Alleen de riviertjes en geulen boden daartoe enige mogelijkheid.

Deze situatie heeft ertoe bijgedragen dat beide gebieden op verschillende manieren hebben kennisgemaakt met het christendom.

De predikers die de Friese kleigebieden bezochten begaven zich vervolgens naar streken die nu in Duitsland liggen. De bevolking op de Saksische zandgronden werd vanuit het zuiden gekerstend.

Hierdoor is het gekomen dat de Ommelanden gingen behoren tot het bisdom Münster en dat Drenthe —met de latere stad Groningen— onderdeel werd van het bisdom Utrecht.

Lees verder...