Zoek op de website

22. Duizend jaar verandering 1980-2000

Gaswinning Siddeburen, 1972 [818-13497] Gaswinning Siddeburen, 1972 [818-13497]

Alle steun die de centrale overheid voor Groningen ter beschikking stelde weegt niet op tegen de rijkdommen die ze uit Groningerland weghaalde.

Sinds in 1959 bij Slochteren aardgas werd gevonden financierde dit gewest in zijn eentje de Nederlandse welvaartsstaat.

Het geld dat het Groningse gas opleverde verzachtte ook in Groningerland veel van de pijn en wie in deze provincie rondkijkt ziet een welvarend gewest.

Aan het einde van de twintigste eeuw bleek de stad Groningen van een handelsstad veranderd te zijn in een centrum van onderwijs en dienstverlening.

Tegelijkertijd bleek het lege Groningerland een bijzondere aantrekkingskracht te hebben op bepaalde groepen van toeristen.

Rust en ruimte zijn de begrippen waarmee de provincie Groningen zichzelf promoot.
Senioren uit het westen van het land ontdekten dat er in de eenvoudige Groninger dorpen voor weinig geld veel ruimte te koop is.

Tegelijkertijd verliest Groningerland in snel tempo zijn karakteristieke trekken.
Dit proces was al veel eerder begonnen. Zo zijn vele ‘bolle’ landerijen afgegraven ten behoeve van de vele steenbakkerijen die hier hebben bestaan.

Afgraving Wierde Eenum ca. 1917 [818-3138] Afgraving Wierde Eenum ca. 1917 [818-3138]

Met het natuurlijke reliëf verdween de herinnering aan de tijd waarin dit gebied een onbedijkt waddenlandschap was.

In de loop van de negentiende eeuw zijn vrijwel alle middeleeuwse borgen en steenhuizen gesloopt omdat de hoge kosten van het beheer ervan niet langer konden worden opgebracht.

Rond 1900 zijn vele wierden geheel of gedeeltelijk afgegraven, omdat de vruchtbare terpaarde veel geld waard was als middel ter verbetering van schralere gronden.

Tegenwoordig maken monumentale boerderijen plaats voor eigentijdse woningen zoals je ze overal ziet en ook de moderne loodsen die de traditionele kapschuren vervangen wijken in niets af van wat elders in Nederland wordt neergezet. Overeenkomstig de mode van het moment legt ook in Groningerland elk gemeentebestuur woonwijken aan waar de bewoners met hun boten tot aan de voordeur kunnen varen.

In Oost-Groningen wordt landbouwgrond onder water gezet om bemiddelde lieden ertoe te verlokken in de ‘Blauwe Stad’ te komen wonen. Overal wordt nieuwe natuur aangelegd om de aantrekkelijkheid van het wat al te stoere landschap te verhogen.

Duizend jaar geleden dwongen natuur en landschap de bevolking zich aan te passen. Nu zijn de rollen omgekeerd. In de loop van de eeuwen hebben wij geleerd de natuur te temmen en geven wij het landschap de aanblik die wij zelf wensen.

Dat Groningen en Groningerland hierdoor steeds meer zijn gaan lijken op andere Nederlandse steden en streken is misschien wel jammer, maar ook een onontkoombaar gevolg van de loop der geschiedenis en een vereiste voor het overleven van de toekomst.