Zoek op de website

4. Een afgelegen streek 1200-1300

De afstand tussen Utrecht en Groningen was echter zo groot, dat het voor de Utrechtse prelaten ondoenlijk was om er zelf het bestuur te voeren.

De bisschop stelde daarom een prefect aan om dat namens hem te doen.

De inwoners van Groningen, de Friezen uit de buurt en de kooplieden die gebruik maakten van de Groninger markt waren echter niet te spreken over de manier waarop de prefect en zijn opvolgers hun taak vervulden.

In plaats van de markt te beschermen probeerden de prefect en zijn ridders er alleen maar van te profiteren. Ze brachten de handel zelfs schade toe. Het kwam tot gewapende strijd en de Ommelanders wisten omstreeks het midden van de dertiende eeuw de prefect en zijn helpers uit de stad te verdrijven.

Omdat er in die tijd ook in de Ommelanden geen sprake meer was van enig hoger gezag betekende dit dat de bevolking van Groningen en Groningerland in feite eigen baas was geworden.

Ondertussen beperkten de Ommelanders en Groningers zich niet tot alleen onderlinge handel. Ondernemende kooplieden bevoeren de zee, ze organiseerden zich en bezochten havens op de Britse eilanden en aan de kusten van de Noord- en Oostzee.

De nederzetting Groningen groeide snel en nam al spoedig stedelijke vormen aan.
Daarbij hoorde vanzelfsprekend ook een stadsmuur om vijanden op een afstand te kunnen houden.

Lees verder...