Zoek op de website

8. Grote verbonden 1450-1475

Als gevolg van de onderlinge ruzies tussen de toonaangevende Ommelander families was de plattelandsbevolking niet in staat haar belangen met de nodige kracht te verdedigen. Zij was eigenlijk geen partij voor de dynamische stad.

Dat werd nog erger toen er dreiging kwam van buitenaf.

Buiten Groningerland waren er grote heren die streefden naar uitbreiding van hun macht. De belangrijkste onder hen waren de hertogen van Bourgondië. Hun familie was de baas in belangrijke gebieden als Brabant en Vlaanderen, Holland en Zeeland.

In de veertiende eeuw lieten zij ook hun oog vallen op het Sticht Utrecht, Friesland en Groningerland. Een eeuw later had hertog Karel de Stoute het te druk met andere zaken, anders zou hij beslist een poging hebben gedaan om deze gebieden bij zijn landen in te lijven.

In het noorden wist men wel wat de Bourgondiërs van plan waren. Hoe gespannen hun onderlinge verhoudingen soms ook waren, de Groningers en Ommelanders waren allerminst bereid hun onafhankelijkheid op te geven.

Ze voelden er niets voor zichzelf uit te leveren aan een vorst van wie ze maar moesten afwachten of die hen wel goedgezind zou zijn en blijven.
Daarom sloten ze een verbond met elkaar dat erop gericht was samen de vrijheid te verdedigen.

Tegelijkertijd stemden de Ommelanders ermee in dat de bestaande gewoonte op het terrein van de handel schriftelijk werd vastgelegd en tot een dwingende regel werd verheven

Deze gewoonte bestond eruit dat alle producten die door het platteland werden voortgebracht, zoals boter, kaas en koren, alleen in Groningen werden verhandeld.

Door het verbond kreeg het Groninger stapelrecht een formele basis.

Lees verder...