Zoek op de website

De Toekomst, een kruidenierswinkel aan de Paterswoldseweg

De winkel van De Toekomst op de hoek van de Paterswoldseweg en de Stephensonstraat. Ontleend aan: De Toekomst 50 jaar (Groningen 1938) 144. De winkel van De Toekomst op de hoek van de Paterswoldseweg en de Stephensonstraat. Ontleend aan: De Toekomst 50 jaar (Groningen 1938) 144.

Op de hoek van de Paterswoldseweg en de Stephensonstraat zit tegenwoordig de fruit- en aardappelhandel van de firma Oudenbosch. Voordien had je hier een supermarkt van de Edah, maar van 1923 tot 1973 bevond zich op deze locatie nog een kruidenierswinkel van eerst coöperatie De Toekomst en naderhand de Co-op.

Gedurende die halve eeuw coöperatief winkelen was het winkelpand steeds eigendom van woningbouwvereniging Gruno. Het maakte deel uit van een complex met 22 beneden- en 34 bovenwoningen naar een ontwerp van Gruno’s huisarchitect Bonne Kazemier, dat gereedkwam in de jaren 1923-1925. In eerste instantie kregen alle woningen in dit blok het nummer 2 met een toegevoegd nummer in superscript. De straatnaam was toen nog Hoornschedijk. Een paar jaar later werd er omgenummerd en veranderde de straatnaam in Paterswoldseweg, waardoor het definitieve adres van de winkel Paterswoldseweg 108 werd.

De nog nasmeulende hoek Paterswoldseweg-Stephensonstraat met de verwoeste winkel van De Toekomst vlak na de bevrijding, medio april 1945 (1785-18685). De nog nasmeulende hoek Paterswoldseweg-Stephensonstraat met de verwoeste winkel van De Toekomst vlak na de bevrijding, medio april 1945 (1785-18685).

 

 

Tijdens de bevrijding van Groningen, medio april 1945, gingen zowel deze winkel als het omringende blok door brand verloren. Op de plek verrees in 1947/1948 een nieuw blok, wederom naar een ontwerp van Bonne Kazemier. Diens plattegrond van de winkel bleef in het bouwdossier bewaard:

De winkelplattegrond naar het wederopbouwontwerp van Bonne Kazemier, 1947. Diapositief gezette blauwdruk (2537-9958). De winkelplattegrond naar het wederopbouwontwerp van Bonne Kazemier, 1947. Diapositief gezette blauwdruk (2537-9958).

In de winkel bevond zich een tamelijk ruime, vrije tegelvloer, omringd door toonbanken, vitrines en etalages. Aan de noordkant van de vloer (links op de tekening) zat de vleeswaren- en kaasafdeling met een koelkast en een eigen vitrine. Naast het daarachterliggende kantoortje bevond zich de ruimte van de bezorgdienst, die beschikte over een inpakbank. Rechts daarvan was de belangrijkste toonbank, met aan de zijkanten een ‘biskwievitrine’, een snelweger en een chocoladevitrine. De etalages waren vrij diep, zodat er veel spullen aan het voorbij komende publiek getoond konden worden. Ook het magazijn achter de verkoopruimte viel fors uit, vergeleken bij de eigenlijke winkelruimte.

Hoewel de winkel in 1958 nog steeds een filiaal van de Groninger verbruikscoöperatie De Toekomst was, kwamen er dat jaar al neonletters ‘Co-op’ boven de deur. Dit was toen nog vooral reclame voor het nieuwe huismerk Co-op, waarvan de producten uit coöperatieve fabrieken in Utrecht kwamen. Voordien heette dat huismerk nog Haka. Naderhand zou de Toekomst met andere verbruikscoöperaties in een winkelketen Co-op Noord opgaan, die uiteindelijk samensmolt in een landelijk verband Co-op Nederland. Hierover straks meer.

Supermarktrevolutie

De winkel vlak voor de verbouwing van 1963. Links en rechts van de luifel zijn met balpen de plekken gemarkeerd waar nieuwe neonreclames moeten komen (2537-9960). De winkel vlak voor de verbouwing van 1963. Links en rechts van de luifel zijn met balpen de plekken gemarkeerd waar nieuwe neonreclames moeten komen (2537-9960).

Begin jaren 60 was het Toekomstfiliaal nog steeds een ‘toonbankwinkel’. Dat wil zeggen dat het bedienend personeel gewoonlijk de gevraagde levensmiddelen van de plank of uit een schap haalde om daarmee, als het geen voorverpakte waar betrof, zelf zakjes, potjes of flesjes te vullen. Maar lang niet altijd kwamen de klanten naar de winkel toe. Namens de zaak waren er ook bezorgers of venters op pad, die wekelijks eerst de boodschappenboekjes met de bestellingen bij de klanten ophaalden, om daarna per fiets de gewenste boodschappen af te komen leveren, met om hun schouder een bodetas voor het geld. Omdat zo’n bezorger een heel stel canvastassen tegelijkertijd vervoerde, was dat nogal een gezeul.

De supermarktrevolutie maakte aan dit systeem een eind. Waar de klant eerder allerlei spullen direct uit handen van de kruidenier of diens medewerkers kreeg, kwam er nu zelfbediening, zodat de klant voortaan zelf de levensmiddelen bij elkaar moest zoeken. Ook de levensmiddelenwinkel op het adres Paterswoldseweg 108 werd omgebouwd tot een supermarkt en van deze vernieuwde Co-opzaak hebben we eveneens een plattegrond:

De winkelplattegrond naar het ontwerp uit 1963 (2537-9960). De winkelplattegrond naar het ontwerp uit 1963 (2537-9960).

Vergeleken bij de vorige indeling is de eigenlijke winkelruimte verdubbeld tot 180 vierkante meter, doordat er personeels- en magazijnruimte bij getrokken werd. Stellingen namen langs de wanden en op de nieuwe granito winkelvloer de plaats in van de vrije ruimte, toonbanken en vitrines. Op die stellingen stonden nu veel meer verschillende producten dan er voorheen in de winkel te koop waren. Bovendien kwam er een groente- en fruitafdeling bij. Het assortiment werd, met andere woorden, flink uitgebreid. Toch was het voorraadmagazijn sterk ingekrompen, wat een regelmatiger aanvoer met vrachtauto’s veronderstelt. Op 17 december 1964 ging de aldus heringerichte winkel, pas de tweede zelfbedieningszaak van Co-op Noord, open met draaiorgelmuziek.

Niet alleen voor de consument, maar ook voor het winkelpersoneel moet de nieuwe situatie behoorlijk wennen geweest zijn. Het directe contact over en weer verminderde. Het personeel werd ook minder zichtbaar, het deed zijn werk meer op de achtergrond. Doordat de oude kruidenierszaak van meet af aan over telefoon beschikte, waar buurtgenoten van gebruik maakten, en ook gasmunten voor het stadsgas leverde, was deze veel meer een buurtontmoetingsplek. Bij de kruidenierszaak woonden bovendien steeds de filiaalchefs, na de verbouwing tot supermarkt was dat niet langer het geval.

Personeel

Over het personeel gesproken, de filiaalhouders van De Toekomst hadden, naar het zich laat aanzien, nog een bepaald politiek profiel. Van 1923 tot 1943 bekleedde André Voorsmit deze functie. Hij was in 1891 in Groningen geboren als zoon van een sigarenmaker en nog in de jaren 30 een verdienstelijk lid van de vakbond voor Handels- en Kantoorbedienden. In 1936 verzorgde hij een propaganda-expositie voor De Toekomst in een restaurant aan de Vismarkt, met een groot aantal artikelen uit het assortiment van ‘t huismerk Haka. Hij en zijn vrouw hadden één dochter, maar van 1930 tot 1937 woonde ook Voorsmits -schoonvader in bij het gezin. In 1943 werd Voorsmit chef van een Spar-winkel in de Groninger Oosterparkwijk en verhuisde zijn gezin naar de Wingerdhoek. In 1954 kwam hij daar onverwacht te overlijden. Zoals wel meer oude socialisten werd hij gecremeerd in Velsen, waar destijds nog het enige crematorium van Nederland stond.

Zijn opvolger Foppe Liezenga was net als veel andere oudere socialisten een overtuigd aanhanger van de blauwe knoop. Hij kreeg in 1937 een speciaal insigne, omdat hij 25 jaar lid was van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van alcoholische dranken. Geheelonthouders konden nogal eens oud worden – in 1980 overleed Liezenga op 88-jarige leeftijd op het adres Paterswoldseweg 106-b, vlak boven zijn ouwe winkel. In de jaren 60 en 70 waren nog een R. Oldenburger en een P. van der Sluis chefs van die zaak. Van hen weten we echter niets.

Coöperatie De Toekomst in het algemeen

http://beeldbankgroningen.nl/beelden/detail/02bba9b8-43df-7b3e-b70d-c0eba7e63660/media/c34e2962-7f15-ea4a-8d3a-ca297b2742ee

Figuren als Voorsmit en Liezenga pasten qua profiel goed bij De Toekomst. Dit was een ‘Coöperatieve  Productie- en Verbruikersvereniging’, met een zalencentrum, een bakkerij, en afdelingen voor kruidenierswaren, manufacturen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen. De Toekomst maakte deel uit van een veel bredere, landelijke en zelfs internationale coöperatieve beweging, die nauw verbonden was met de socialistische beweging. Heel duidelijk kwam die verbondenheid tot uiting bij de 1 Mei-optochten in de stad Groningen. Bij die van 1912 bijvoorbeeld, reed een wagen van De Toekomst mee met een symbolische voorstelling van een grossier, een makelaar en een winkelier in kruidenierswaren die met zijn allen op de consument drukten. Door als verbruikers of consumenten gezamenlijk te zorgen voor de inkoop en distributie van bijvoorbeeld kruidenierswaren, kon je al die tussenhandel uitschakelen en de levensmiddelen goedkoper aanbieden, zo was het idee. Je moest dus wel lid zijn van De Toekomst, maar kreeg als lid uiteindelijk, na aftrek van de investeringen, ook nog een aandeel in de winst.

De Toekomst dankte in 1888 zijn ontstaan aan het gebrek aan goede zaalruimte voor de arbeidersbeweging. Volgens het jubileumboek van een halve eeuw later heerste er “een ware zalennood”: “De vergaderzalen die men ter beschikking kon krijgen, waren klein en vunzig en de grotere kon men niet huren, omdat daarvoor het geld ontbrak”. Daarom besloot men zelf een zalencentrum met een droge (alcoholvrije) kroeg en een bakkerij te bouwen aan de Coehoornsingel. Het gebouw staat er nog steeds en is een jaar of tien geleden mooi opgeknapt. Sindsdien zijn de naam  op de gevel en ook de voorstellingen boven de ramen weer zichtbaar. Een van die voorstellingen symboliseert met schaaf, troffel, aambeeld, schrijven en lectuur de opbouw van het socialisme.

In het zalencentrum vonden veel vergaderingen plaats. Vooral in de eerste jaren na de oprichting en vlak na de Eerste Wereldoorlog werd het goed bezocht.  Toch leverde de horeca-tak van het coöperatieve conglomeraat nooit winst op, integendeel: er moest altijd geld bij. Pogingen om meer schwung in de zaak te krijgen, haalden weinig uit en daarom gingen respectievelijk in 1930 en in 1936 het alcoholvrije café en het zalencentrum dicht.

Het brood-assortiment van Volksbakkerij De Toekomst. Plaat uit brochure van ca. 1930 (1774-2770 (1)). Het brood-assortiment van Volksbakkerij De Toekomst. Plaat uit brochure van ca. 1930 (1774-2770 (1)).

De verliezen die de Toekomst-horeca leed, werden altijd goedgemaakt door de winst uit de gelijknamige ‘Volksbakkerij’ die tegelijkertijd met het zalencentrum was opgericht. Een kwarteeuw lang vond deze onderdak in hetzelfde gebouw aan de Coehoornsingel. In 1913 verhuisde de bakkerij, inmiddels uit haar jas gegroeid, naar een nieuwe broodfabriek aan het Taco Mesdagplein, waarboven de bedrijfskantoren  van De Toekomst kwamen. Hoewel De Toekomst ook hier allang verdwenen is, bestaat de poort met het in 1913 aangebrachte beeldhouwwerk nog steeds: links een landarbeider, rechts een fabrieksarbeider en erboven een zinnebeeldige voorstelling van een wereld vol broederschap en saamhorigheid.

Ook de afdeling kruidenierszaken zetelde qua overkoepelende (personeels)administratie aan het Taco Mesdagplein. Deze tak van De Toekomst werd in 1909 opgericht. Een jaar later kwam er een eerste winkel aan het Zuiderdiep, waar de filiaalchef 11 gulden in de week ging verdienen, met een half procent van de omzet, en bovendien vrij wonen, licht en vuur. Een tweede filiaal was vanaf 1912 gevestigd aan de Meeuwerderweg in de Oosterpoort en daarna groeide het aantal kruidenierswinkels van De Toekomst in de stad Groningen gestaag: er was geen volkswijk of er zat wel één. In 1950 had je in totaal vijftien filialen van De Toekomst in de stad. Het aantal leden groeide uiteraard mee. Cijfers hiervan zijn er uit 1922 en 1938. Het ging toen respectievelijk om 4800 en 7200 huishoudens.

De vorming van Co-op Noord

Hoewel de naam Co-op al in de jaren 50 gangbaar was voor de huisartikelen uit de coöperatieve fabrieken van  levensmiddelen in Utrecht, bleven de Groninger winkels voorlopig nog de naam De Toekomst voeren. De steeds scherpere concurrentie in de branche dwong echter tot schaalvergroting. Per 1 januari 1961 gingen zeventien Groningse en Drentse coöperaties, waaronder de Toekomst, op in een nieuw verband: Co-op Noord. Dit bleef nog wel een verbruikscoöperatie met een ledenraad aan het hoofd. Al met al vielen er 70 kruidenierswinkels, maar ook rondrijdende winkelwagens onder. In totaal bedienden winkels en wagens zo’n 25.000 leden, een aantal dat in de jaren erna enigszins afnam. In mei 1963 maakte Co-op Noord het plan bekend, om alle winkels binnen tien jaar om te zetten in zelfbedieningszaken. De eerste van die “super markets” kwam aan de Irislaan in de Groninger Oosterparkwijk die altijd een bolwerk van De Toekomst was geweest. De tweede Co-op-supermarkt kwam aan de Paterswoldseweg (zie boven).

Aanvankelijk leken deze ontwikkelingen de omzet gunstig te beïnvloeden. Van 1965 op 1966 bijvoorbeeld, steeg de omzet van Co-op Noord van 25,2 naar 27,5 miljoen gulden, een groei van ruim 9%. Maar de nettowinst viel juist lager uit en stelde uiterst weinig voor als percentage van de omzet. Verdere schaalvergroting was onafwendbaar. In 1967 volgde een fusie met Co-op Noordwest (= Friesland), terwijl in 1969 alle kruidenierswinkels gingen ressorteren onder Co-op Nederland te Utrecht, waar de productie- en distributiebedrijven al veel langer zaten. Door de structuurverandering van toonbankwinkels naar zelfbedieningszaken en de toegenomen concurrentie had Co-op  echter veel te veel personeel. In eerste instantie werd er gesaneerd op de kantoren. Zo bleven in 1971 slechts 19 van de 42 arbeidsplaatsen in de noordelijke Co-op administratie aan het Van Mesdagplein over. Maar het probleem bleef bestaan. In 1973, toen Co-op Nederland in grote financiële nood verkeerde, viel het doek. Scholten-Honig kocht de productiebedrijven en de zuidelijke keten Edah alle 150 winkels, waarmee ze in één klap de grootste grootgrutter van het land werd, na Albert Heijn.

De Edah-supermarkt die de plaats innam van de Co-op. Situatie begin jaren 1980 (2138-2539). De Edah-supermarkt die de plaats innam van de Co-op. Situatie begin jaren 1980 (2138-2539).

Bronnen:

  • De Toekomst 50 jaar; Geschiedkundig overzicht van de Coöp. Productie- en Verbruiksvereniging ‘De Toekomst’ u.a te Groningen, aan de hand van haar notulen samengesteld door den tegenwoordigen directeur H.A. Bastiaans (Groningen 1938).
  • Groninger Adresboeken en Woningkaarten op de adressen Hoornschedijk 23 , later 108, vanaf 1927 Paterswoldseweg 108.
  • Toegang 2537: Bouwdossiers dienst RO/EZ (Ruimtelijke Ordening/Economische Zaken) (1), 1878-1992, inv.nrs. 9958.0, 9958.5 en 9960.
  • Via de KB-krantendatabank Delpher en de NDC-krantendatabank ‘Krant van toen’ allerlei berichten uit de periode 1923-1973, gevonden met de hierboven genoemde adressen en de namen Voorsmit en Liezenga als zoektermen.