Zoek op de website

10.1		Aduard en omgeving

De loop van de ‘Woldstroom’ ingetekend in de AHN-hoogtekaart van Noordoost-Nederland De loop van de ‘Woldstroom’ ingetekend in de AHN-hoogtekaart van Noordoost-Nederland

Tussen het Drents plateau en de hoge kwelders liggen ter weerszijden van het einde van de Hondsrug laagten waar ooit veen is geweest.

Het Drentse water wordt via Groningerland afgevoerd door het Peizerdiep, het Eelderdiep en de Drentse A ten westen van de Hondsrug en door de Hunze ten oosten ervan.

Ten westen van het Peizerdiep is er geen echte rivier geweest die Drents water afvoerde. Toch is het zinvol om ook de waterloop in onze beschouwingen mee te nemen die in de venen tussen Langewold en Vredewold ontspringt en langs Enumatil, Aduard, Fransum, Beswerd en Allersma naar de monding van de Hunze heeft gelopen. Onderweg nam deze stroom ook water op dat uit de Noorddrentse venen in de buurt van Leek en Nietap kwam. Op het kaartje is de loop van deze rivier met een blauwe lijn aangegeven.

Later wijzigde zich de loop als gevolg van de inbraak van de Lauwerszee. Toen liep de rivier aan de oostzijde om Zuidhorn en Noordhorn heen om bij Niezijl in de Lauwersboezem uit te komen.

Het is wat lastig om deze rivier – die in zijn oorspronkelijke gedaante allang niet meer bestaat – met een enkele naam te benoemen. Bovenstrooms heten de opvolgers ervan ‘Oude Diepje’, ‘Oude Dwarsdiep’ en ‘Matsloot’, benedenstrooms staan de verschillende takken bekend als ‘Oude Riet’ en ‘Middagsterriet’. De archeologe Marijke Miedema duidde de oorspronkelijke rivier aan als Wolddiep."1" Dat is wat ongelukkig, want zo heet tegenwoordig het kanaal dat tussen Boerakker en Gaarkeuken het bovenwater naar het noorden afleidt. Om verwarring te voorkomen is eenduidigheid geboden. Daarom duid ik deze ‘oerrivier’ in het vervolg aan met de fantasienaam ‘Woldstroom’, gebruik de naam ‘Wolddiep’ voor het kanaal dat tegenwoordig die naam draagt, en reserveer de naam Oude Riet voor de benedenloop van de Woldstroom.

Fysisch-geografische overzichtskaart (PPD)  De rode cirkel geeft aan waar Aduard ligt. Fysisch-geografische overzichtskaart (PPD) De rode cirkel geeft aan waar Aduard ligt.

Deze uitsnede van een door de Provinciale Planologische Dienst van Groningen gemaakte overzichtskaart toont een vereenvoudigde weergave van de geomorfologische kenmerken van het landschap.

  1. Glaciale ruggen
  2. Dekzandvlakten en -welvingen
  3. Oeverwallen en (geringe) inversiewelvingen
  4. Getij-afzettingsvlakten
  5. Zeeboezemvlakten
  6. Kwelderwal/oeverwalachtige vlakten
  7. Geulen en laagten binnen het mariene gebied
  8. Ontgonnen veenvlakten
  9. Petgaten

De abdij van Aduard is gesticht op een schiereiland dat aan drie zijden door oude rivierbeddingen en jongere geulen is ingesloten. De donker gekleurde oude beddingen komen ten noorden van het klooster bij elkaar.

Links van de rode cirkel zien we een bedding die vanuit Hoogemeeden noordwaarts loopt, rechts ervan is een bedding zichtbaar die ter hoogte van Nieuwklap begint. Dit patroon wordt verstoord door een lichtblauw gekleurde tong, die een inbraakgeul voorstelt.

Ten noorden van Aduard zien we de gemeenschappelijke benedenloop van de genoemde oude beddingen. Deze benedenloop kronkelt in noordelijke richting door. Hij deelt Middag middendoor en komt bij Allersma in het Reitdiep uit. Meindert Schroor en Jan Meijering, en naar hun voorbeeld ook Jan Delvigne, hebben deze watergang ‘Middagsterriet’ genoemd."2" In het vervolg gebruik ik deze benaming ook.

Over de aard en herkomst van deze bedding wordt verschillend gedacht:

  • Marijke Miedema denkt dat het een tak is van wat zij het Wolddiep noemt en waarvan ik zojuist heb gezegd dat ik hem liever ‘Woldstroom’ noem. We zien tussen Zuidhorn en Aduard inderdaad een zijtak vanuit het westen komen.
  • Schroor en Meijering zien de Middagsterriet als de voorhistorische benedenloop van het Peizerdiep.

In opdracht van de ‘Gebiedscommissie Middag Humsterland’ is een hoogtekaart gemaakt die in 2003 door de provincie Groningen is uitgegeven. Een gedeelte van deze kaart is hierbij afgebeeld. De namen op de kaart zijn op deze uitsnede zo klein dat ze niet leesbaar zijn. Het gaat hier ook niet om de details;  van belang zijn slechts de globale indruk en de grote landschapselementen.

Op het plaatje zien we het grootste deel van het oude landschap Middag. Aan de westzijde wordt het gebied begrensd door een kronkelende groene bedding die ik, bij gebrek aan een bestaande naam, ‘Kliefslootgeul’ noem. Aan de noord- en oostzijde zijn de meanders van het Reitdiep herkenbaar, die geflankeerd worden door hoog opgeslibde gronden. Links van het midden slingert zich tussen de wierden – die hier op bruine puistjes lijken – vanuit het zuiden naar het noorden een waterloop die ook geen officiële naam heeft, maar tegenwoordig vaak als ‘Middagsterriet’ wordt aangeduid. De opvallend rechte blauwe lijn die ten oosten daarvan door een gebied met groene vlakken loopt is het Aduarderdiep. De groene vlakken zijn percelen waarvan de bovenlaag is afgegraven ten behoeve van de baksteenproductie.

Wat de Middagsterriet betreft zouden zowel Miedema als Schroor en Meijering wel eens gelijk kunnen hebben: deze waterloop lijkt me de gezamenlijke benedenloop te zijn van de Woldstroom, een uit Hoogemeeden afkomstige watergang (in het vervolg door mij ‘Meedsterriet’ genoemd) en (misschien) een westelijke zijtak van de Hunsinge (de benedenloop van het Peizerdiep of Hunsinge).

Middag op de AHN-hoogtekaart.  Gedeelte van een in opdracht van de ‘Gebiedscommissie Middag Humsterland’ gemaakte kaart, in 2003 door de provincie Groningen uitgegeven. Middag op de AHN-hoogtekaart. Gedeelte van een in opdracht van de ‘Gebiedscommissie Middag Humsterland’ gemaakte kaart, in 2003 door de provincie Groningen uitgegeven.

Zoals we aanstonds nog duidelijker zullen zien kwamen de Woldstroom en Meedsterriet ten westen van boerderij Zuiderham bij elkaar, de samenvloeiing met de Hunsingetak bevond zich even ten oosten van boerderij Groot Leger, ten noordwesten van Aduard.

Tussen Ezinge, Allersma, Aduarderzijl en Feerwerd Tussen Ezinge, Allersma, Aduarderzijl en Feerwerd

De benedenloop van de Middagsterriet komt tussen Allersma en Ezinge uit in de gecombineerde benedenloop van A en Hunze (het latere Reitdiep).

Middagsterriet tussen Ezinge en Allersma Middagsterriet tussen Ezinge en Allersma

We staan op de Middagsterweg ten zuiden van Allersma en kijken in zuidwestelijke richting.
Links van het midden zijn de kerk van Ezinge, de losstaande toren en ook de inmiddels afgebroken schoorsteen van de voormalige melkfabriek zichtbaar.

 Tussen de Spanjaardsdijk en Aduard.  1.  Spanjaardsdijk 2.  Bedding Woldstroom 3.  Bedding Meedsterriet 4.  Boerderij Zuiderham 5.  Boerderij Groot Leger Tussen de Spanjaardsdijk en Aduard. 1. Spanjaardsdijk 2. Bedding Woldstroom 3. Bedding Meedsterriet 4. Boerderij Zuiderham 5. Boerderij Groot Leger

Op de hoogtekaart vertoont het terrein tussen de Spanjaardsdijk (de strakke grens tussen geel en groen links op het plaatje) en Aduard een spectaculair reliëf. Naast de natuurlijke laagten en hoogten springen op dit kaartje vooral de donkerbruine grondbergingen in het oog, die hun ontstaan danken aan de aanleg van het Van Starkenborghkanaal.

Even ten oosten van de samenvloeiing van Woldstroom en Meedsterriet ligt een verhoging met daarop boerderij Zuiderham.

Rechtsboven is nog net een stukje van de Kliefslootgeul te zien.

Boerderij Zuiderham ten westen van Aduard. Boerderij Zuiderham ten westen van Aduard.

Samenvloeiing van Woldstroom en Meedsterriet Samenvloeiing van Woldstroom en Meedsterriet

De opmerkelijke hoogteverschillen zijn op een Google-plaatje natuurlijk niet te zien. De rode pijl wijst in de richting van de volgende foto.

Meedsterriet vanaf de Friesestraatweg Meedsterriet vanaf de Friesestraatweg

Oude beddingen vertonen zich tegenwoordig in het landschap als laagten of – in het geval van zogenaamde inversie – als ruggen tussen twee parallelsloten. Dat is ook het geval met de Meedsterriet ten zuiden van de Friesestraatweg, even ten westen van Hotel Aduard. We kijken in zuidelijke richting.

Op het hierna volgende kaartje zien we het reliëf en de samenvloeiing van Woldstroom en Meedsterriet ten zuidwesten van Aduard in samenhang met de omgeving. Het gebied ten zuiden van het kloosterterrein van Aduard helt naar het zuiden af.

Zo is het nu. Maar de maaiveldhoogte is zowel in de Hoogemeeden als in het verder naar het zuiden gelegen Lagemeeden vroeger anders geweest dan nu. Misschien lag het gebied van Lagemeeden zelfs hoger dan Hoogemeeden! In dit gebied is een veenlaag met klei overdekt (‘verjongingsdek’) en vervolgens ingeklonken. In de abtenkroniek van Aduard wordt het gebied van het huidige Lagemeeden aangeduid als ‘de Meeden’ (Lat. Medae of Medi met locativus in Medis), dus zonder de toevoeging ‘Lage-’. De vermelding komt voor in het verhaal over abt Frederik Gaaikema, die van 1329 tot 1350 het klooster Aduard leidde. Zou er in de eerste helft van de veertiende eeuw nog geen onderscheid gemaakt zijn tussen Hooge- en Lagemeeden?

Tussen Zuidhorn en Aduard 1.  Hoogemeeden 2.  Spanjaardsdijk 3.  Hogeweg Tussen Zuidhorn en Aduard 1. Hoogemeeden 2. Spanjaardsdijk 3. Hogeweg

Ook in het grootste deel van Lagemeeden ligt klei aan het oppervlak, maar daaronder ligt nog altijd een laag veen. Dat zal zijn samengeperst onder het gewicht van de klei en is misschien ook voor een deel verdwenen door ontwatering in de periode die voorafging aan de overstromingen waardoor het kleidek werd afgezet. De huiswierden in Lagemeeden worden gedateerd in de late Middeleeuwen. Dat maakt duidelijk dat de bodem in dit gebied toen al zo laag lag, dat bewoning alleen op kunstmatige verhogingen mogelijk was.

De Hogeweg en Spanjaardsdijk tekenen zich af als een scherpe grens tussen hoog opgeslibd land aan de westzijde en laagland aan de oostkant. In het hoge land ten westen van deze grenslijn is de bedding van de Woldstroom te zien als een dunne groene lijn.

Op de tentoonstelling ‘Professor van Giffen en het geheim van de Wierden’ (winter 2005-2006 in het Groninger Museum) was onder meer een door Egge Knol en Peter Vos gemaakte reconstructie te zien van Groningerland zoals het er omstreeks het jaar 100 na Chr. kan hebben uitgezien. Het hierna volgende plaatje is een bewerkte uitsnede van die reconstructie. Hierop is de loop van de Woldstroom, Meedsterriet en een naamloze watergang tussen Nieuwklap en Arbere, door mij gemakshalve als ‘Aduarderriet’ aangeduid, blauw aangezet. De gezamenlijke benedenloop die bij Allersma in het Hunze-estuarium uitmondde kennen we nu als Middagsterriet.

De Woldstroom omstreeks 100 na Christus.  1.  Woldstroom 2.  Meedsterriet 3.  Aduarderriet 4.  Middagsterriet De Woldstroom omstreeks 100 na Christus. 1. Woldstroom 2. Meedsterriet 3. Aduarderriet 4. Middagsterriet

Volgens sommigen heeft er een natuurlijke verbinding bestaan tussen de Hunsinge en de Middagsterriet. We hebben dat gezien toen we ons bogen over de loop van het Peizerdiep."3" Knol en Vos hebben deze verbinding niet getekend. De bedoelde watergang tussen het zuidelijke einde van de Meedsterriet bij de Langeweersterweg en Nieuwbrug (de Langeweerstertocht en Hoogemeedstermandetocht) is een jonger gegraven afwateringskanaaltje.

De auteurs van dit kaartje laten het Peizerdiep/Hunsinge bij Wierum uitkomen in de gezamenlijke benedenloop van Drentse A en Hunze.

De situatie omstreeks 800 na Christus. 1.  Humsterland 2.  Middag 3.  Noordhorn en Zuidhorn De situatie omstreeks 800 na Christus. 1. Humsterland 2. Middag 3. Noordhorn en Zuidhorn

Ten tijde van de vorming van de Lauwerszee (vanaf 700 na Chr.) zijn verschillende inbraakgeulen ontstaan. Op de eerder getoonde fysisch-geografische overzichtskaart waren die lichtblauw gekleurd. De plaats waar deze geulen ontstonden houdt ongetwijfeld verband met de omstreeks 700 bestaande waterlopen. Het ligt immers voor de hand dat het zeewater zich langs die stroompjes verder landinwaarts heeft gewerkt. Het zal geen verbazing wekken dat die beddingen op hun beurt weer passen bij het reliëf van de vaste ondergrond. Zie daarvoor de onderstaande kaart van Roeleveld.

Het pleistocene reliëf (naar Roeleveld)"4"

N   Noordhorn
A   Aduard
G   Groningen

De gele vlekken geven de plaatsen aan waar de pleistocene bodem aan de oppervlakte ligt. De cijfers geven de diepte (in meters) van de pleistocene bodem onder het huidige oppervlak.

Eén van die inbraakgeulen kwam vanuit het westen en liep ten zuiden van Humsterland oostwaarts – daar vinden we nu de Oude Riet – om zich dan om de hoogte van Noordhorn en Zuidhorn zuidwaarts en daarna westwaarts te krommen. De geul volgde de bedding van de oude Woldstroom. Ik noem die geul daarom ‘Woldgeul’. Op bodemkaarten kunnen we zien dat er zeeklei is gedeponeerd tot voorbij Boerakker. Een andere geul kwam vanuit het noorden en scheidde Humsterland van Middag. Deze geul is door Jan Delvigne ‘Kliefslootarm’ genoemd.

Ten noordoosten en oosten van Noordhorn stond deze Kliefslootarm  of –geul op twee plaatsen in verbinding met de Woldgeul. Hierdoor werd Humsterland een eiland en ontstond ook het veel kleinere eiland waar nu het dorp Den Ham is. De Kliefslootgeul reikte tot Nieuwklap, ten zuidoosten van Aduard.

Tussen Saaksum en Ezinge Tussen Saaksum en Ezinge

De benedenloop van de Kliefsloot is herkenbaar in het relief tussen Saaksum en Ezinge. Het bruine lijntje is de (voormalige) zeedijk.

Van Swinderenweg Van Swinderenweg

Een laagte in de Van Swinderenweg herinnert aan de voormalige Kliefslootgeul. We kijken in westelijke richting.

150 meter ten oosten van de plek waar de Van Swinderenweg de Kliefsloot kruist, ligt de Oldijk. Dat is het oostelijke deel van de Middagster ringdijk.

Links: de Kliefsloot vanaf de Van Swinderenweg in zuidelijke richting, rechts dezelfde watergang naar het noorden gezien. In het veld zijn de hoogteverschillen nauwelijks zichtbaar. Links: de Kliefsloot vanaf de Van Swinderenweg in zuidelijke richting, rechts dezelfde watergang naar het noorden gezien. In het veld zijn de hoogteverschillen nauwelijks zichtbaar.

Voor de waterstaatkundige ontwikkeling van het gebied rond Aduard in historische tijd is het van belang te wijzen op de gevolgen die het ontstaan van de inbraakgeulen heeft gehad voor de bestaande waterlopen, in het bijzonder de Woldstroom, de Middagsterriet en het Peizerdiep.

 Inbraakgeulen ten noordwesten van Groningen.  De locatie van Aduard is aangegeven met een rode cirkel. 1.  Oude Riet 2.  Meedsterriet 3.  Middagsterriet 4.  Allersma 5.  Arbere Inbraakgeulen ten noordwesten van Groningen. De locatie van Aduard is aangegeven met een rode cirkel. 1. Oude Riet 2. Meedsterriet 3. Middagsterriet 4. Allersma 5. Arbere

Na de inbraak van het zeewater liep de Woldstroom ten oosten van Zuidhorn niet langer oostwaarts richting Aduard om daar samen te komen met de Meedsterriet, maar volgde noordwaarts de inbraakgeul en kromde zich ten noorden van Noordhorn naar het westen. De huidige Oude Riet is het overblijfsel van deze stroom.

De Meedsterriet, die het water van de Meeden ten zuiden van Aduard afvoerde, kwam ten noordwesten van Aduard in de Kliefslootgeul uit en stroomde daarlangs naar zee. De oude benedenloop van deze stroom zien we nu terug in de vorm van Middagsterriet die Middag in tweeën deelt.

Door het ontstaan van de Kliefslootgeul kreeg de Middagsterriet van boven geen water meer aangevoerd (‘was onthoofd’), hetgeen tot gevolg had dat hij voortaan alleen diende voor de afvoer van lokaal water. Dit werd geloosd via zijn monding bij Allersma in het noorden en die bij Arbere in het zuiden.

 

Zo ongeveer moet de situatie zijn geweest toen aan het einde van de twaalfde eeuw een cisterciënserklooster werd gesticht op een schiereiland tussen twee watervoerende laagten: de wierde Aduard lag in een gebied dat aan de westzijde werd begrensd door de loop van de Meedsterriet en een overblijfsel van de oude Woldstroom, en aan de noord- en oostzijde door de Kliefslootgeul die langs de oude bedding van de ‘Aduarderriet’ het land was binnengedrongen tot aan het huidige Nieuwklap.

Verder naar het zuiden, waar het land bedekt was met veen, zijn al in de vroege middeleeuwen mensen actief geweest. In Lagemeeden (bij de Poffert) zijn onlangs zelfs sporen uit de vijfde-zesde eeuw aan het licht gekomen."5" In de elfde eeuw kreeg het benedictijnerklooster te Werden inkomsten uit deze streek. Waarschijnlijk mede als gevolg van de daling van de bodem stond het gebied in de elfde en twaalfde eeuw bloot aan overstromingen en werd het bedekt met jongere kleiafzettingen. Vaste bodem was er toen pas weer bij Roden en Peize.

1192: Aduard gesticht. 1.  Meedsterriet 2.  Woldstroom 3.  Kliefslootgeul 1192: Aduard gesticht. 1. Meedsterriet 2. Woldstroom 3. Kliefslootgeul

Aduard was een ideale plaats om door een betrekkelijk eenvoudige herschikking van watergangen veel land aan te winnen!

Volgens de regels van de cisterciënser orde moesten de kloosterlingen afstand nemen van de wereld en leven van het werk van hun handen. In de praktijk komt dat neer op het stichten en exploiteren van agrarische bedrijven, liefst op afgelegen plaatsen of daar waar nieuw land in gebruik kon worden genomen."6" Het schiereiland van Aduard voldeed aan die eisen, maar dat wil niet zeggen dat de abdij in een maagdelijk gebied is gesticht. Al vóór de komst van de monniken zijn hier in de buurt mensen actief geweest. Ik maakte al melding van de vroege bewoning van Lagemeeden, maar ook de aanleg van de Middagsterdijk en Gaaikemadijk en de afleiding van de Hunsinge naar de Kliefslootgeul dateren van vóór de stichting van Aduard.

Een kleine wierde – de archeologen spreken van een ‘podium’ – in Lagemeeden, waar het klooster Aduard later een voorwerk heeft gehad en waar halverwege de veertiende eeuw een kapel is gesticht, lijkt al rond het jaar 1100 gediend te hebben als oriëntatiepunt voor de ontginning van Roderwolde. De kerk van Roderwolde wordt in 1139 voor het eerst vermeld. Dit betekent dat dit gebied reeds lang vóór de stichting van Aduard in cultuur is gebracht.

Maar het is de vraag of de mensen zich hier hebben kunnen handhaven toen de overstromingen kwamen.

Kerkhof te Lagemeeden Kerkhof te Lagemeeden

Het kerkhof in Lagemeeden ligt c. 1,5 meter hoger dan het omringende terrein. De hoogte moet zijn opgeworpen door kolonisten die hier na of misschien zelfs ten tijde van de inundaties hebben gewerkt.

De monniken van Aduard hebben de hoogte later gebruikt om er een voorwerk te vestigen. Op deze plek heeft abt Frederik Gaaikema een kapel laten bouwen.

Middagsterdijk.  1.  Boerderij Nienhuis 2.  Middagsterriet 3.  Arbere Middagsterdijk. 1. Boerderij Nienhuis 2. Middagsterriet 3. Arbere

De Middagsterdijk – op het bovenstaande kaartje aangegeven met een rode lijn – hoort waarschijnlijk tot de vroegste grootschalige menselijke ingrepen in dit gebied en dateert van vóór de stichting van het klooster Aduard. Tussen de huidige boerderijen Nienhuis en Arbere  kruiste de dijk de door de inbraak van de Kliefslootgeul ‘onthoofde’ Middagsterriet. Het Middagster binnenwater moet via een klep op de Kliefslootgeul zijn geloosd.

Buitenzijde van de Middagsterdijk met het Fransumervoorwerk op de achtergrond Buitenzijde van de Middagsterdijk met het Fransumervoorwerk op de achtergrond

De oude Middagsterdijk is niet overal even duidelijk te herkennen, maar er zijn ook plaatsen waar hij nog altijd in het oog springt.  Eén van die plekken bevindt zich ten noordoosten van Aduard. We zien op dit plaatje de westelijke, buitendijkse kant van de Middagsterdijk. Over deze dijk loopt de Medenerweg die via Beswerd naar Feerwerd leidt.

De oostzijde (binnenkant) van de Middagsterdijk gezien vanaf de Medenerweg bij Mollenest. De oostzijde (binnenkant) van de Middagsterdijk gezien vanaf de Medenerweg bij Mollenest.

Even ten noorden van Arbere kwam de Middagsterriet in de Kliefslootgeul uit.  Het pijltje wijst naar de plaats waar een zijl in de Middagsterdijk moet hebben gelegen. Even ten noorden van Arbere kwam de Middagsterriet in de Kliefslootgeul uit. Het pijltje wijst naar de plaats waar een zijl in de Middagsterdijk moet hebben gelegen.

Zoals gezegd kruiste de Middagsterdijk bij Arbere de zuidelijke monding van de Middagsterriet. Deze watergang werd hier niet simpel afgedamd, want op deze plek bevond zich een goede mogelijkheid om overtollig water op de Kliefslootgeul te lozen. Voor dat doel werd in de dam een zijl gelegd.

Op Google Earth zijn de hoogteverschillen uiteraard niet te zien, maar wel de rommelige verkaveling van dit gebied. Deze wijst erop dat hier in het verleden van alles is gebeurd.

Bedding van de Middagsterriet bij Arbere Bedding van de Middagsterriet bij Arbere

De foto is in noordoostelijke richting genomen.
Ook tegenwoordig is het hier in de winter een natte boel.

De bedding van de Middagsterriet bij Arbere De bedding van de Middagsterriet bij Arbere

Vanaf de zuidelijke oever van de hier 70 meter brede bedding van de Middagsterriet kijken we naar het noorden, richting Fransum.

Eerste ingrepen bij Aduard (overzicht).  1.  Langeweersterweg 2.  Aduarderdijk (langs de Kliefslootgeul) 3.  Weg langs de Hoogemeedster       waterleiding 4.  Hogeweg 5.  Spanjaardsdijk en Oudedijk 6.  Nienhuisdam Eerste ingrepen bij Aduard (overzicht). 1. Langeweersterweg 2. Aduarderdijk (langs de Kliefslootgeul) 3. Weg langs de Hoogemeedster waterleiding 4. Hogeweg 5. Spanjaardsdijk en Oudedijk 6. Nienhuisdam

Zoals opgemerkt was er in de nabijheid van het jonge klooster veel land te winnen door betrekkelijk kleine ingrepen.

We mogen aannemen dat de kloosterlingen zijn begonnen met het afdammen van hinderlijke watergangen en het opwerpen van dijkjes om zee- en binnenwater te weren. Zo ontstonden polders waarvan het gebiedseigen water ook moest worden geloosd. Om dat mogelijk te maken werden op verschillende plaatsen pompen of zijlen gelegd.

Op basis van de grondsoorten en verschillen in bodemhoogten in dit gebied kunnen we een poging doen tot – globale – reconstructie van de volgorde waarin deze werkzaamheden zijn uitgevoerd. Jan Delvigne heeft dat in zijn Middag-Humsterland en de Abtenkroniek van Aduard ook al gedaan."7" Ik hoop in het hierna volgende nog weer een stapje verder te komen en de resultaten van zijn onderzoek in verbinding te brengen met de ontwikkelingen ten oosten van Aduard.

Langeweersterdijk.  Het sterretje markeert de plaats van kloosterboerderij Langeweer. Langeweersterdijk. Het sterretje markeert de plaats van kloosterboerderij Langeweer.

De aanleg van de Langeweersterdijk (de rode lijn op het plaatje) lijkt me een van de oudste ingrepen die in de buurt van Aduard zijn gepleegd. De dijk beschermde het ten oosten ervan gelegen gebied (het voormalige waterschap ‘De Kleine Eendracht’) tegen hoog water dat vanuit zee en de Woldstroom werd aangevoerd. Ten westen van de Langeweersterdijk (in het gebied van het voormalige waterschap ‘De Kriegsman’) ging het proces van opslibbing door. Daar, aan weerszijden van de Meedsterriet, vond verdere slibafzetting plaats. Dat was niet het geval in het gebied ten noorden van de Friesestraatweg (de gele lijn), tussen de Spanjaardsdijk en Aduard. Vermoedelijk voerden de Woldstroom en de Meedsterriet zoveel water af, dat het water hier constant in beweging bleef en er geen klei kon worden afgezet.

Langeweer vanuit het noorden Langeweer vanuit het noorden

Langeweer wekt de indruk een oude wierde te zijn van hetzelfde type als de huiswierden die de kern van de Gaaikemadijk lijken te vormen. Ook de functie van de dijk lijkt op die van de Gaaikemadijk. Hij is kennelijk gelegd ter ontsluiting en beveiliging van een ontginningsgebied, in dit geval van het ten zuiden van Aduard gelegen land.

Boerderij Langeweer in de jaren zeventig Boerderij Langeweer in de jaren zeventig

 Langeweersterweg Langeweersterweg

De Langeweersterdijk is wellicht een van de vroegste kunstwerken waartoe vanuit Aduard het initiatief is genomen.

De ‘Aduarderdijk’ op een (bewerkte) ‘cultuurelementenkaart’ van de PPD De ‘Aduarderdijk’ op een (bewerkte) ‘cultuurelementenkaart’ van de PPD
  1. Kliefslootgeul
  2. Humsterlandsterdijk
  3. Woldgeul
  4. Piloersemaborg
  5. Tolhek

Zeer oud moet ook de ‘Aduarderdijk’ zijn ten westen van de Kliefslootgeul. Deze dijk, op het kaartje op de vorige bladzijde aangegeven met een rode lijn, verbond Aduard met de oostelijke dijk om Humsterland. Door het leggen van deze dijk – nu het tracé van de Sietse Veldstraweg –werden twee verbindingen tussen de Kliefslootgeul en de Woldgeul afgesloten. Deze zijn op het kaartje aangegeven met dezelfde kleur als de twee geulen. De noordelijke verbinding lag ten noorden van de Piloersemaborg, de zuidelijke bij Tolhek. Daartussen ligt de ‘Noorderham’ met daarin het dorp Den Ham, de boerderijen Noorderham, Anna’s hoeve, Weidelust en de Piloersemaborg. Ter plaatse van de zuidelijke verbinding ligt nu de Lageweg, die de Spanjaardsdijk Noord verbindt met de Sietse Veldstraweg. Ten zuiden van de Lageweg ligt de Zuiderham met daarin de samenvloeiing van Woldstroom en Meedsterriet.

De aanleg van de Aduarderdijk sloot ook de laagte van Zuiderham af. Voor de ontwatering daarvan en ook van het ten zuiden van Zuiderham gelegen Hoogemeeden, was het noodzakelijk een zijl te bouwen bij Groot Leger, even ten oosten van Tolhek.

De benedenloop van Woldstroom en Meedsterriet De benedenloop van Woldstroom en Meedsterriet

Ten noorden van het Van Starkenborghkanaal is (bij het pijltje) de oude gemeenschappelijke loop van de Woldstroom en Meedsterriet nog in het veld zichtbaar.

De benedenloop van de  Woldstroom/Meedsterriet gezien vanaf de noordzijde van het Van Starkenborghkanaal

Links is boerderij Groot Leger te zien, rechts aan de horizon Fransum.

Meedsterriet ten zuiden van de Friesestraatweg

De foto is genomen op de plek waar de Meedsterriet de Friesestraatweg kruist.

De monding bij Groot Leger voerde het water af van twee natuurlijke watergangen: de Woldstroom die vanuit het westen kwam, en de Meedsterriet die vanuit de Hoogemeeden noordwaarts stroomde. De twee beddingen kwamen ten westen van Aduard, tussen Osseweide en Zuiderham, bij elkaar.

Meedsterriet in vogelvlucht Meedsterriet in vogelvlucht

We kijken naar het zuiden.

Links op het plaatje de Langeweersterweg met Quatre Bras en hotel Aduard.

Op de plaats waar de Friesestraatweg de voormalige bedding van de Meedsterriet kruist, is deze ongeveer 30 meter breed. Bij het pijltje, een eindje verder naar het zuiden dus, is de bedding nog eens zo breed.

Dat maakt duidelijk dat de Meedsterriet eigenlijk geen rivier is – zoveel water kan hier nooit vanuit het achterland zijn aangevoerd –, maar een voormalige wadgeul.

Hogeweg en Spanjaardsdijk.  1.  Langeweersterweg  2.  Quatre Bras (Hotel Aduard) 3.  Meedsterriet 4.  Weg langs de Hoogemeedster waterleiding 5.  Hogeweg 6.  Spanjaardsdijk Hogeweg en Spanjaardsdijk. 1. Langeweersterweg 2. Quatre Bras (Hotel Aduard) 3. Meedsterriet 4. Weg langs de Hoogemeedster waterleiding 5. Hogeweg 6. Spanjaardsdijk

De Hogeweg ligt op een dijk die gelegd is om het land van het latere waterschap ‘de Kriegsman’ – ter weerszijden van de Meedsterriet – te beschermen.

Al eerder zagen we het grote hoogteverschil ter weerszijden van de Hogeweg en Spanjaardsdijk. Het land ten westen van de Hogeweg ligt c. 1 meter hoger dan dat aan de oostzijde ervan.

De dijk die vanaf Quatre Bras van de Langeweersterweg in westelijke richting aftakt kruist 220 meter verder de Meedsterriet, die hier moet zijn afgedamd. Waarschijnlijk was het leggen van een duiker voldoende om het water vanuit de Hoogemeeden noordwaarts te laten afstromen. Een kleine 500 meter verder naar het westen buigt de dijk – de kromming van de oude bedding van de Woldstroom volgend – naar het zuidwesten en neemt dan ter hoogte van de huidige Hogehoeve een zuidelijke koers richting Den Horn (Hogeweg). Mogelijk lag daar, bij de huidige boerderij Hornsterheerd (niet op het kaartje), al een slachte of dwarsdijk. We zullen die later nader bekijken.

De Hoogemeedster waterleiding wijkt van de Friesestraatweg in zuidelijke richting af

Langs de watergang heeft de verbindingsdijk gelegen tussen de Langeweersterdijk en de Hogeweg.
De boerderij aan de horizon is de Hooge Hoeve aan de Hogeweg.

Het tracé van de verbindingsdijk tussen de Langeweersterweg en de Hogeweg liep langs de Hoogemeedster waterleiding en hangt samen met de oude loop van de Woldstroom. Tot in de negentiende eeuw liep de weg tussen Groningen en Zuidhorn langs de Hoogemeedster waterleiding. Het land tussen de Hoogemeedster waterleiding en de Friesestraatweg hoort bij de Polder Zuiderham ten noorden van de weg.

Het westelijke einde van de Hoogemeedster waterleiding.

De foto is genomen vanaf de Hogeweg. We kijken in de richting van Zuiderham en hotel Aduard.

De Spanjaardsdijk – hij wordt in oudere bronnen ook Spanjersdijk genoemd – is het noordelijke verlengde van de Hogeweg in de richting Den Ham. Deze sloot de oostelijke arm van de Woldstroom af tussen de boerderijen Osseweide en Zuiderham. Verder naar het noorden sloot de dijk de gaten af waarmee de Woldgeul in verbinding had gestaan met de Kliefslootgeul en die aan de oostzijde al eerder door de Aduarderdijk waren gedicht.

Spanjaardsdijk Noord en Zuid Spanjaardsdijk Noord en Zuid

Door het Van Starkenborghkanaal zou je haast vergeten dat de Spanjaardsdijk gewoon naar het noorden doorloopt. Dat is echter wel degelijk het geval, zij het dat hij ter hoogte van het kanaal een vrij scherpe bocht in noordwestelijke richting maakt.

Het pijltje wijst de richting aan waarin de volgende foto is genomen.

Spanjaardsdijk Noord Spanjaardsdijk Noord

Aan de horizon ligt Noordhorn.

Spanjaardsdijk noord Spanjaardsdijk noord

Ook hier ligt het binnendijkse land (op de voorgrond) lager dan het buitendijkse. De bebouwing op de achtergrond is die van Noordhorn.

Tussen Osseweide en Zuiderham Tussen Osseweide en Zuiderham

Op het hoogtekaartje zagen we een groot verschil in bodemhoogten ter weerszijden van de de Hogeweg en Spanjaardsdijk. Op Google Earth is daarvan uiteraard niets te zien. De beddingen van Woldstroom en Meedsterriet hebben echter hun sporen nagelaten in de vorm van de percelen.

Het pijltje wijst naar het schuine tracé van de Hoogemeedster Waterleiding tussen de Hogehoeve en de Friesestraatweg.

Spanjaardsdijk met boerderij Osseweide Spanjaardsdijk met boerderij Osseweide

Het land ten westen van de Hogeweg ligt veel hoger dan dat aan de oostzijde. Ten noorden van de Friesestraatweg, ter weerszijden van de Spanjaardsdijk, is het hoogteverschil nog groter.

De foto is genomen vanuit het oosten en we kijken in westelijke richting, naar de Spanjaardsdijk met daarachter de boerderij ‘Osseweide’. Het land tussen Zuiderham en de Spanjaardsdijk ligt plaatselijk ruim 1,5 meter lager dan dat ten westen van de dijk. Er is zelfs een plek waar het hoogteverschil 2 meter bedraagt.

Grondsoorten tussen Zuidhorn en Aduard.  De rode pijl wijst naar de plaats waar de volgende foto is gemaakt. Grondsoorten tussen Zuidhorn en Aduard. De rode pijl wijst naar de plaats waar de volgende foto is gemaakt.

Niet alleen de bodemhoogten verschillen aan weerszijden van de Spanjaardsdijk. Ook de grondsoorten zijn niet hetzelfde. De laagte van Zuiderham ten oosten van de dijk vertoont aan het oppervlak andere kleisoorten dan die welke de ‘Woldgeul’ tussen de Spanjaardsdijk en Noord- en Zuidhorn heeft opgevuld. Dat geldt ook voor de gebieden ter weerszijden van de Hogeweg.

Uit deze verschillen blijkt dat het land ten oosten van de Hogeweg-Spanjaardsdijk reeds vroegtijdig is afgesloten van het opslibbingsproces dat zich ten westen ervan voltrok. Maar het is niet mogelijk om die afsluiting in absolute zin te dateren.

De opslibbing in de Woldgeul ten westen van de Hogeweg en Spanjaardsdijk blokkeerde na verloop van tijd de afstroming van het water uit de venen tussen Vredewold en Langewold (het door de Woldstroom afgevoerde water). Om die reden is een afwateringskanaal gegraven langs Enumatil in de richting van Ypegat. Daarover volgt later meer.

Afgedamde Woldgeul ten oosten van de Spanjaardsdijk  We staan op de Spanjaardsdijk en kijken in oostelijke richting. De sloot markeert de noordzijde van de oude bedding van de Woldstroom. Afgedamde Woldgeul ten oosten van de Spanjaardsdijk We staan op de Spanjaardsdijk en kijken in oostelijke richting. De sloot markeert de noordzijde van de oude bedding van de Woldstroom.

Dezelfde of gelijksoortige verschillen in grondsoort en bodemhoogte hebben we eerder gezien in de Koningslaagte ten noorden van Groningen en bij Schilligeham, ten westen van Winsum. Ook op die plaatsen zijn oude rivierkronkels afgesneden. De afsnijding van de meanders in de Koningslaagte lijkt erg oud te zijn, maar die bij Schilligeham (de ‘Baatjeborg-kronkel’) zou wel eens uit – ongeveer – dezelfde tijd kunnen stammen als de afdammingen bij Aduard.

 De oostelijke tak van de Woldstroom afgedamd De oostelijke tak van de Woldstroom afgedamd

Ook ten noorden van Aduard – bij Groot Leger en Arbere – zien we hoogteverschillen van de soort die we op het vorige plaatje zagen.

Het bijgaande kaartje is een combinatie van het kaartbeeld uit het begin van de negentiende eeuw (de ‘kadastrale minuut’) en de moderne hoogtekaart. De Hereweg vanuit Aduard naar de Friesestraatweg bestond toen nog niet. Alle verkeer volgde destijds de Kleiweg langs de westkant van het dorp.

Het kaartbeeld wekt de indruk dat de rudimentaire zijtak van de Woldstroom ten noordoosten van de boerderij Osseweide eenvoudig is afgedamd. Het water uit de venen tussen Langewold en Vredewold kon daarna alleen afstromen langs de Woldgeul, om Noordhorn heen en dan naar het westen (via de Hamster Watering en Oude Riet).

 Een zijl achter Osseweide? Een zijl achter Osseweide?

Ik zie geen reden om aan te nemen, zoals Siemens en in zijn spoor ook Schroor en Meijering doen,"8" dat er ooit een zijl is geweest achter boerderij Osseweide.

Ter weerszijden van de Friesestraatweg zijn de sporen van de Woldstroom nog in het landschap te zien.

Boerderij Osseweide aan de Friesestraatweg Boerderij Osseweide aan de Friesestraatweg

Ten noorden van deze boerderij liep de Woldstroom oostwaarts, totdat hij werd afgedamd door de Spanjaardsdijk.

Overblijfsel van de Woldstroom Overblijfsel van de Woldstroom

Ten westen van Osseweide, tegenover de ree (oprit) van Vette Koe, herinnert een kromme sloot aan de voormalige bedding van de Woldstroom.

 Boerderij Vette Koe Boerderij Vette Koe

De boerderij is een van de vele Ommelander heerden die in of vlak naast de bedding van een oude watergang staan. In dit geval tekent de bedding zich in het landschap af als een inversierug.

Opslibbing bij Arbere.  1.  ‘Nienhuisdam’ 2.  ‘Aduarderdijk’ 3.  Middagsterdijk 4.  Middagsterriet Het witte pijltje wijst in de kijkrichting van de volgende foto. Opslibbing bij Arbere. 1. ‘Nienhuisdam’ 2. ‘Aduarderdijk’ 3. Middagsterdijk 4. Middagsterriet Het witte pijltje wijst in de kijkrichting van de volgende foto.

Tot slot van dit overzicht van vroege ingrepen van Aduard kijken we nog even naar de Kliefslootgeul ten noorden van Aduard en de ‘Nienhuisdam’ die daarin is gelegd. Deze kwam eerder aan bod in de delen 5 en 6 van ‘Groningen en het Drentse water’.

De situatie tussen Groot Leger en Arbere is in verschillende opzichten opmerkelijk. Jan Delvigne heeft daarop gewezen."9" Aan de zuidzijde van de geul ligt de ‘Aduarderdijk’, aan de noordkant de Middagsterdijk. Deze sloot bij Arbere de zuidelijke monding van de Middagsterriet af. We zagen ook dat daar een klep of zijl moet zijn aangebracht terwille van de uitwatering van de omgeving van Fransum. Buiten de dijk is de uitmonding van de Middagsterriet op de hoogtekaart herkenbaar als een groene strook in een okerkleurige omgeving. Duidelijk is dat de bedding aan de buitendijkse kant zo goed als dichtgeslibd is.

Opslibbing kan in een rap tempo gaan. Door onderzoek op het Zernike-complex ten noorden van de stad Groningen is vastgesteld dat in een bepaalde periode de bodem daar met c. 2 cm per jaar is gestegen. Elders zijn gevallen gerapporteerd waar de opslibbingssnelheid 4 cm. per jaar bedraagt."10"

De ‘Nienhuisdam’ en de opslibbing die het gevolg was van de aanleg ervan, maken het wat lastig om zich voor te stellen hoe de situatie is geweest die daaraan vooraf ging. We moeten die dam dus even wegdenken.

Als dat lukt begrijpen we dat de buitendijkse opslibbing bij de monding van de Middagsterriet het gevolg moet zijn geweest van het tot stilstand komen van het slibrijke vloedwater op de kentering (het keerpunt van het getij). Dat gebeurde echter alleen hier, in een letterlijk dode hoek van de Kliefslootgeul. Even verderop, zo’n 200 meter zuidelijker, vertoont de bedding van dezelfde geul geen spoor van opslibbing. Dat wijst erop dat het water daar nooit tot rust kwam, ook niet op de kentering.

Kliefslootgeul tussen Arbere en Groot Leger Kliefslootgeul tussen Arbere en Groot Leger

Het ontbreken van opslibbing in de Kliefslootgeul doet vermoeden dat er een flink debiet moet zijn geweest en dat de aanvoer van bovenwater vanaf het ontstaan van de geul vrij groot en ook constant was.

Het lijkt onmogelijk dat alleen het lokale water de Kliefslootgeul op diepte heeft kunnen houden. Dat is één van de aanwijzingen voor de veronderstelling dat de Hunsinge al vroegtijdig naar de Kliefslootgeul is afgeleid.

De afsluiting van de Kliefslootgeul.  1.  Boerderij Nienhuis 2.  Aduarderdiep 3.  Spanjaardsdijk 4.  Boerderij Groot Leger 5.  Kliefslootgeul boven de Nienhuisdam 6.  Boerderij Arbere De afsluiting van de Kliefslootgeul. 1. Boerderij Nienhuis 2. Aduarderdiep 3. Spanjaardsdijk 4. Boerderij Groot Leger 5. Kliefslootgeul boven de Nienhuisdam 6. Boerderij Arbere

Een scherpe scheidslijn tussen hoge en lage bodems in de Kliefslootgeul bij boerderij Nienhuis ten noordwesten van Aduard laat zien waar deze geul door middel van een dam is afgesloten. Deze afsluiting moet – vanwege de kronkels in het stuk Aduarderdiep tussen Nieuwklap en Nieuwbrug – worden gedateerd op een tijdstip na het graven van die watergang.

De relatieve diepte van de Kliefslootgeul boven de ‘Nienhuisdam maakt duidelijk dat hier geen of nauwelijks opslibbing heeft plaatsgevonden. Dit is alleen verklaarbaar wanneer de invloed van de zee hier al vroeg is gestopt.

Ik vermoed dat het de kloosterlingen van Aduard zijn geweest die de Kliefslootgeul omstreeks het jaar 1200 hebben afgedamd. De plaats van de dam is niet toevallig: men koos voor een plek vlak ten oosten van de uitmonding van de gezamenlijke benedenloop van Woldstroom en Meedsterriet bij Groot Leger en ten westen van de monding van de Middagsterriet bij Arbere.

Bij de aanleg van de Nienhuisdam heeft men – waarschijnlijk op een relatief droge plaats, halverwege de dam - een zijl aangebracht waarvan de deuren zich bij opkomend tij sloten. Daardoor bleef het peil boven de dam laag, zodat de aangelegen lage landen hun overtollige water konden lozen. Wanneer er behalve vloeddeuren ook ebdeuren zijn geïnstalleerd, kon men de waterstand boven de dam zelfs nader reguleren. Door de ebdeuren in de dam bij afgaand tij dicht te houden kon men desgewenst het water vasthouden dat voor de scheepvaart nodig was.

De lage landen van Middag die voor hun ontwatering aangewezen waren op het spuibekken boven de Nienhuisdam moeten echter flinke concurrentie hebben ondervonden van het Drentse en Lieuwerderwolder water dat door de Hunsinge en het bovendeel van de Kliefslootgeul werd aangevoerd.

Toch heeft de laagte tussen de Arbere en Aduard waarschijnlijk vrij lange tijd (ruim een eeuw?) gefunctioneerd als boezem voor het Drentse bovenwater en dat van Middag en Aduard zelf.

Een nieuwe monding voor de Middagsterriet Een nieuwe monding voor de Middagsterriet

Zojuist (op p. 28) zagen we een foto van de sloten in het lage land tussen Arbere en boerderij Groot Leger. Op dit kaartje zoomen we nog even in op de situatie ter plaatse. Met een gele lijn is de ‘Nienhuisdam’ aangegeven. Halverwege de dam heeft – naar ik vermoed – een spuisluis gelegen.

Een geknikt blauw lijntje bij Arbere geeft de sloot aan die men vanuit de Middagsterriet naar de Kliefslootgeul heeft gegraven. Deze nieuwe monding was nodig doordat de geul buiten de zijl in de Middagsterdijk was dichtgeslibd. Door deze bypass werd het Middagster water in de boezem gebracht die tot stand was gekomen door het afdammen van de Kliefslootgeul.

Op het plaatje is ook de zijl ingetekend die men ongeveer een eeuw later, omstreeks 1300, aan het zuidelijke einde van de Nienhuisdam heeft gebouwd toen men het probleem van de concurrerende waterstromen wilde oplossen. In deel 6 van ‘Groningen en het Drentse water’ (Arbere en het Aduarderdiep) hebben we uitvoerig stilgestaan bij het graven van een nieuwe zijltocht voor de afleiding van het Drentse water, het leggen van een nieuwe zijl en de verdeling van de kosten van het onderhoud ervan."11" Het tracé van die zijltocht (parallel aan de Aduarderdijk) tekent zich op de hoogtekaart duidelijk af.

1.

Marijke Miedema, Vijfentwintig eeuwen bewoning in het terpenland ten noordwesten van Groningen (eigen uitgave 1983) 56-57.

2.

Meindert Schroor en Jan Meijering, Golden Raand. Landschappen van Groningen (Assen 2007) 156;

Jaap van Moolenbroek en J.A. (Hans) Mol (red.), De abtenkroniek van Aduard. Studies, editie en vertaling. Middeleeuwse studies en bronnen CXXI (Hilversum-Leeuwarden 2010) 157.

3.

G&DW 5, Tussen Aduard en Drentse A, 50-52.

4.

Uitsnede van fig. 4, behorend bij W. Roeleveld, The Morphology of the Pleistocene Surface in the Marine-Clay District of Groningen. Berichten van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek Jrg. 20-21, 1970-1971 (Den Haag 1972).

5.

Paul Panjkovic, ‘Wonen op veen in de Lagemeeden’, in: Historisch Jaarboek Groningen 2014, 134-136.

6.

J.A. (Hans) Mol, ‘Bezitsverwerving en goederenbeheer van de abdij Aduard’, in: Van Moolenbroek en Mol (red.), De abtenkroniek van Aduard, 184-202, aldaar 176-177.

7.

Jan Delvigne, Middag-Humsterland. Op het spoor van een eeuwenoud wierdenlandschap (Archeologie in Groningen 4) (Bedum 2008) en J.A. (Hans) Mol en Jan Delvigne, ‘Het klooster, het land en het water’, in: Van Moolenbroek en Mol (red.), De abtenkroniek van Aduard, 153-172.

8.

B.W. Siemens, Dijkrechten en zijlvesten (Groningen 1974) 32, Schroor en Meijering, Golden Raand, 76.

9.

Delvigne, a.w., 83 onder F, G en H.

10.

R.P. Exaltus en G.L.G.A. Kortekaas, ‘Prehistorische branden op Groningse kwelders’, in: PaleoAktueel 19 2008, 115-124, aldaar 115.

11.

Hoofdstuk 6.1, ‘Een nieuwe zijl bij Arbere’